• Paul Bröker

Het Joodse bruidje van Rembrandt ... “er bestaan geen woorden voor”


over de vrijage van Isaak en Rebekka


Een kunstwerk centraal XII



Het is alweer ruim een jaar geleden dat ik schreef over de ellendige reis die Aldous Huxley in de lente van 1925 ondernam om in het Italiaanse plaatsje Sansepolcro “the greatest picture in the world” te gaan bekijken. Klik (hier). De Britse schrijver doelt daarmee op het fresco De Verrijzenis van de Italiaanse vroeg-renaissanceschilder Piero della Francesca (1412-1492). De Britse schrijver doelt daarmee op het fresco

De Verrijzenis van de Italiaanse vroeg-renaissanceschilder Piero della Francesca (1412-1492). Ik schreef toen: “Natuurlijk valt er altijd wel iets af te dingen op een predicaat als ‘the greatest picture in the world’ ... nou, behalve dan natuurlijk bij Het Joodse bruidje van Rembrandt!” Een aantal lezers vroeg om een nadere verklaring van wat ik daar nu precies mee bedoelde. Ik beloofde daar op terug te komen. Die belofte los ik vandaag in, ruim een jaar na dato dus!

Welnu: ik wilde daar natuurlijk alleen maar mee aangeven dat het schilderij een van de mooiste en gevoeligste schilderijen is die ik ken. Ik ken geen ontroerender schilderij, geen ander kunstwerk dan Het Joodse bruidje waarop liefde, intimiteit en tederheid zo subtiel en integer in beeld zijn gebracht. Dat is natuurlijk te gemakkelijk! Daarmee kom ik er niet van af, denk ik. Ik vrees ook dat het erg moeilijk is om een en ander onder woorden te brengen. Hieronder een poging.

Rembrandt van Rijn, Isaak en Rebekka, bekend als ‘Het Joodse bruidje’, olieverf op doek: 121,5 x 166,5 cm, ca. 1665-ca.1669, Rijksmuseum, Amsterdam


De voorstelling en een eerste beschrijving

De man kijkt de vrouw niet aan. Zijn ogen zijn gericht op de plaats waar hij zijn hand zacht op haar borst legt, de andere hand legt hij losjes op haar schouder. De vrouw is niet ongevoelig voor het intieme gebaar van de man. Zij beroert met haar vingers strelend zijn hand. Haar andere houdt zij ontspannen op haar buik.

Maar wat stelt het schilderij voor? Omdat elke verwijzing naar enig inhoudelijk aspect van een verhaal volledig lijkt te ontbreken was het niet eenvoudig om het onderwerp te achterhalen. Daarom is er in het verleden volop gespeculeerd over wie de personen zijn en over hetgeen nu precies in beeld is gebracht.

De geschreven geschiedenis van het schilderij begint met de vermelding in een veilingcatalogus uit 1828. Het schilderij wordt dan aangeboden als ‘Jefta en zijn dochter’. Later in de 19de eeuw herkende men in het schilderij een Joodse vader die zijn dochter naar het huis van haar bruidegom leidt. Maar wanneer het werkelijk om een vader van een bruid zou gaan die zijn dochter uitgeleide doet, dan zou hij zich toch nooit hebben willen laten afbeelden met zijn hand op haar borst! Een dergelijke intieme handeling is natuurlijk uitsluitend voor haar man weggelegd en zeker niet voor een vader die zijn dochter naar haar aanstaande echtgenoot begeleidt! En waarom zou het op het schilderij om een bruid gaan en hoezo is zij Joods? Ondanks deze vraagtekens is het schilderij nog steeds voor velen hét Joodse bruidje.

Christian Tümpel schrijft: “Een onjuistere interpretatie van deze intieme handeling tussen man en vrouw is nauwelijks denkbaar; men beschouwde namelijk de vrouw als een dochter die door haar vader uitgeleide wordt gedaan uit het ouderlijk huis om naar dat van haar bruidegom te gaan. Maar Rembrandt zou een dergelijk afscheid heel anders hebben weergegeven, niet als een erotische handeling maar als een kuise omarming.” Tümpel verwijst vervolgens naar een pentekening die wordt opgevat als een voorstudie voor het schilderij van Rembrandt. Hij komt tot de conclusie dat het onderwerp van het schilderij de liefkozing voorstelt van het oudtestamentische echtpaar Isaak en Rebekka. De conclusie is zo overtuigend dat deze daarna algemeen is overgenomen. Daarover straks meer, eerst het Bijbelse verhaal.


Het verhaal over Isaak en Rebekka én Abimelech

In Genesis wordt verhaald over de Filistijnse koning Abimelech. De vader en moeder van Isaak, Abraham en Sara woonden in de stad Gerar, de stad van Abimelech. In Gerar vertelde Abraham dat zijn vrouw Sara zijn zus was. De koning had een oogje laten vallen op Sara en schaakte haar. God spreekt Abimelech in een droom daarop aan: “Zie, gij zult sterven omdat gij die vrouw hebt geschaakt.” Abimelech heeft blijkbaar een goed excuus: “Zou gij dan een rechtschapen man willen doden? Heeft hij (= Abraham) niet gezegd: ‘Het is mijn zuster'; en heeft zij ook niet zelf gezegd: ‘Het is mijn broer’?” Iemands vrouw laat je met rust, maar een vrouw die niet getrouwd is mocht de koning blijkbaar zomaar tot zich nemen! Tot zijn verdediging zegt Abimelech daarom tot God: “Met onschuldig hart en reine handen heb ik dit gedaan.” God begreep dat, maar nog voordat de koning Sarah had aangeraakt geeft God hen opdracht afstand te doen van Sara. Met een flinke hoeveelheid geschenken zendt de koning Sarah terug naar Abraham. (Genesis 20) Enige tijd later sluit Abimelech een bondgenootschap met Abraham. (Genesis 21:22-32)


Ook Isaak en Rebekka woonden in Gerar. Mannen uit de stad informeerden naar de mooie Rebekka. Isaak werd bang dat hij door de mannen gedood zou worden omdat zij zijn vrouw begeerden. Wanneer Isaak getrouwd was met Rebekka was hij immers als echtgenoot hét obstakel dat uit de weg geruimd moest worden voordat zij Rebekka mee konden nemen. Wanneer hij hen in de waan liet dat Rebekka zijn zus was, liep Isaak geen gevaar vermoord te worden omwille van Rebekka. Dan konden de mannen haar blijkbaar zonder al te veel problemen meenemen. Om te voorkomen dat Isaak vanwege zijn aantrekkelijke vrouw gedood zou worden ging hij uit puur zelfbehoud voor de buitenwereld met zijn vrouw om alsof hij haar broer was.

Dat ging een poos goed, totdat Abimelech vanuit zijn vensterraam zag dat Isaak en Rebekka elkaar op zo’n liefdevolle en intieme manier aanhaalden, dat de koning meteen begreep dat dit niet paste bij een broer-zus relatie. Isaak en Rebekka moesten wel man en vrouw zijn! De koning was woedend omdat hij zich misleid voelde. Uiteindelijk komt alles goed. Isaak en Rebekka krijgen van de koning een beschermde status. (Genesis 26: 7-11)


De beeldtraditie: Abimelech bespiedt Isaak en Rebekka

Rafaël (werkplaats), Isaak en Rebekka worden bespied door Abimelech, 1518-1519, fresco op de tweede verdieping van het Palazzo Pontificio,

Vaticaanstad, Rome. Het fresco verkeert in slechte staat.


Het verhaal over Isaak en Rebekka én Abimelech, komt slechts sporadisch voor in de beeldende kunst. Voor zover ik heb kunnen nagaan staat een fresco uit de school van Rafaël (1483-1520) aan het begin van de beeldtraditie. De kunstenaar maakte een aantal ontwerpen met Oudtestamentische voorstellingen voor fresco’s op de tweede verdieping van het Pauselijk Paleis. De fresco’s werden uitgevoerd door assistenten van Rafaël. Een van die fresco’s toont het verhaal van het Bijbelse echtpaar Isaak en Rebekka die tijdens hun liefkozingen door Abimelech worden bespied.

Op het fresco gaan Isaak en Rebekka helemaal op in hun minnespel. De geliefden hebben het hoofd naar elkaar toegebracht en hun lichamen zijn liefdevol met elkaar verbonden. Met gespreide benen en een grotendeels ontbloot linker onderbeen zit Rebekka sensueel op het rechterbeen van Isaak. Vanuit het venster daarboven bespiedt Abimelech het amoureuze stel. Het lichaam van de koning komt iets naar voren en met zijn rechterhand leunt hij op de vensterbank. Hij kan nu goed zien wat er zich op het bankje afspeelt. Isaak en Rebekka moeten wel man en vrouw zijn! De koning heft zijn linkerhand op en is zichtbaar ontzet over hetgeen hij ziet.


Abimelech bespiedt Isaak en Rebekka, Sisto Badalocchio, naar ontwerp van Rafaël, gravure (13,2 x 17,8 cm.) in Historia del Testamento Vecchio, 1607,

Rijksmuseum, Amsterdam


De fresco’s die de assistenten van Rafaël uitvoerden werden gebruikt voor een aantal series etsen en gravures in boeken, vooral uitgaven van het Oude Testament. De voorstelling van het verhaal door Rafaël werd op deze manier ruim verspreid en was dus bekend in Europa.

De Italiaanse kunstenaar Sisto Badalocchio (1585-1620) maakte naar die fresco’s een serie prenten ten behoeve van een uitgave van het Oude Testament, de zogenaamde Rafaël Bijbel. Badalocchio nam de voorstelling van Rafaël vrijwel exact over. We herkennen hetzelfde interieur met het ronde waterbassin dat omhoog wordt gehouden door een gebeeldhouwde vis, de balustrade met daarachter de stralende zon, het bankje waarop de lichamen van de geliefden zo innig met elkaar zijn verbonden, de frivole houding en het gedeeltelijk ontblote been van Rebekka waardoor de voorstelling een erotische sfeer uitstraalt. In het venster herkennen we Abimelech aan zijn kroon. Hij maakt hetzelfde misprijzende of verbaasde gebaar dat we al op het fresco van Rafaël zagen; nu echter met zijn rechterhand, want de ets is in spiegelbeeld.


Orazio Borgianni, Abimelech bespiedt Isaak en Rebekka, ets: 15 x 18,3 cm, 1615

detail van Orazio Borgianni, Abimelech bespiedt Isaak en Rebekka


De ets van Orazio Borgianni is gestoken naar de voorstelling van Sisto Badalocchio waarmee het spiegelbeeld in de voorstelling van Borgianni is ‘hersteld’.


Nicolas Chapron, Isaak en Rebekka bespied door Abimelech,

gravure 40x28,5 cm, 1649


De gravure van Chapron laat niet veel nieuws zien. Het is echter wel duidelijk dat de spieren van de ontblote armen en benen van het paar en ook het interieur meer in detail door de kunstenaar werden uitgewerkt.


Crispijn de Passe de Oude, Abimelech bespiedt Isaak en Rebekka, gravure: 8,3 x 12 cm, 1612, Rijksmuseum, Amsterdam.


Op de gravure van Crispijn de Passe de Oude gedraagt Isaak zich aanminnig en gaat Rebekka in op de avances van haar man. Rechtsboven slaat Abimelech vanuit het vensterraam het bedrog van Isaak en Rebekka gade. De voorstelling staat iets dichter bij de ontwerpschets (zie hieronder) die Rembrandt maakte als voorstudie ten behoeve van Het Joodse bruidje. Het verhaal speelt zich namelijk af in de open lucht. Bovendien legt Isaak zowel op de gravure van De Passe én op de ontwerpschets van Rembrandt alsook op Het Joodse bruidje van Rembrandt de ene hand op de schouder van Rebekka en de andere op haar borst

Tekst onder de gravure: Isaac syne beminde Rebeca genietende, begint de vermenigvuldiging van het zaed Abrahams.

Jacob Adriaensz. Backer, Isaak en Rebekka, tekening met bruine en witte krijt op lichtbruin papier: 48 x 33 cm, ca. 1640, Herzog Anton Ulrich Museum, Braunschweig


Jacob Adriaensz Backer was tussen 1632 en 1634 werkzaam in het atelier van Rembrandt. Zijn krijttekening zoomt in op het liefkozende paar. De voorstelling oogt erotischer dan we tot nu hebben gezien. Dat komt vooral door het flinterdunne gewaad van Rebekka dat veel details van haar lichaam onthult. We kunnen haar rechterbeen onder het kleed goed volgen alsook haar buik, navel en borsten. Rebekka zit op het rechterbeen van Isaak en slaat haar deels ontblote linkerbeen wijd uit over het linkerbeen van haar man. De minnekozende geliefden lijken elkaar ook nog eens vol op de mond te kussen. Voor zover ik het vanaf de onscherpe foto kan beoordelen ontbreekt Abimelech, hoewel het balkon of venster boven het hoofd van Isaak wel wordt getoond.

Matthijs Pool, Isaak en Rebekka bespied door Abimelech, gravure: 30x 22,3 cm, 1696, Rijksmuseum, Amsterdam


Ook Matthijs Pool zoomt in op het amoureuze paar. Opmerkelijk is dat het nu Isaak is die zijn ontblote been over het rechterbeen van Rebekka legt. Op haar beurt heeft zij het bovenstuk van haar kleed naar beneden getrokken waardoor zij Isaak verleidelijk haar borsten laat zien.


Étienne Parrocel (1696-1775), Abimelech ontdekt het geheim van Isaak en Rebekka, olieverf op doek: 71 x 96 cm, verblijfplaats onbekend, verkocht op een veiling van Sothebey’s, Londen 1992


Étienne Parrocel maakte het enige schilderij met Abimelech die het geheim van Isaak en Rebekka ontdekt dat mij vanaf de 18de eeuw bekend is. De afbeelding heeft nu een onmiskenbaar erotische en frivole uitstraling. Isaak pakt Rebekka vol in de borst en het stel gaat volledig op in het liefdesspel. Zij hebben niet in de gaten dat Abimelech hen als echtpaar ontmaskert. Met zijn rechterhand toont de koning verrast te zijn door hetgeen hij ziet.


Terug naar Het Joodse bruidje: Isaak en Rebekka

De laatste twee kunstwerken die hierboven werden behandeld zijn uit de periode van ná Het Joodse bruidje van Rembrandt dat ca. 1665-ca.1669 wordt gedateerd. Puur gevoelsmatig vind ik het van belang te vermelden dat Rembrandt in 1669 is overleden. Het schilderij behoort dus tot een van zijn late werken.


Laten we eens kijken hoe Rembrandt met de voorstelling aansluit bij de beeldtraditie van zijn tijd. Karel van Mander dat hij het zag als de grote opgave voor een historieschilder de mense­lijke emoties die op het cruciale moment in het verhaal bij de mensen opkomen, op een overtuigende wijze op de toeschouwer over te dragen. Rembrandt was daarin de absolute meester. Daar komt bij dat hij niet koos voor een traditionele weergave van een verhaal. Wanneer we zijn oeuvre overzien wordt duidelijk dat hij zowel Bijbelse als (semi) historische en mythologische onderwerpen heel anders in beeld bracht dan zijn voorgangers en tijdgenoten deden. Hij koos voor het moment uit een verhaal waarop de diepere gevoelens van de hoofdrolspelers in het drama tot een hoogtepunt komen: dramatische gebeurtenissen, belangrijke beslissingen of wendingen waarbij emoties hoog oplopen en met elkaar botsen. Hij arrangeert en positioneert de personen op een heel eigen manier in de voorstelling. Door zijn inlevingsvermogen wist Rembrandt precies welke gelaatstrekken en lichaamshoudingen passen bij een bepaalde emotie. Daarom slaagt Rembrandt er keer op keer in overtuigend te verbeelden wat mensen voelen en meemaken op het specifieke moment in het verhaal dat hij voorstelt. Dit doet hij zo overtuigend dat hij voor velen de grootste kunstenaar aller tijden is.

Behalve dat het belangrijk is te weten dat Rembrandt geïnteresseerd was in de gemoedstoestand van mensen is het van belang voor een goed begrip van Het Joodse bruidje dat wij weten wat de mogelijke gedachte was achter het onderwerp van het schilderij. Voor wie maakte Rembrandt Het Joodse bruidje en waarom koos de opdrachtgever in dit geval voor het thema met Isaak en Rebekka? Het antwoord op de eerste vraag zal wel nooit worden gevonden: we weten niet wie die twee op het schilderij zijn. Over de context valt wel het een en ander te vertellen.


We zagen al dat Christian Tümpel tot de conclusie was gekomen dat Het Joodse bruidje het moment weergeeft dat Isaak en Rebekka elkaar liefkozen. Zijn conclusie wordt algemeen gedeeld in de kunstwereld. Uitgangspunt in de redenering is de ontwerpschets van Rembrandt in een Amerikaanse privécollectie waarvan vaststaat dat het gaat om een voorstelling met Abimelech die het vrijende paar in de gaten heeft.

Isaak en Rebekka bespied door Abimelech, ontwerpschets voor Het Joodse bruidje, Rembrandt van Rijn, pentekening,14× 8 cm, ca. 1665, privécollectie, Amerika


De ontwerpschets sluit aan bij de beeldtraditie zoals we die hebben gevolgd vanaf het fresco dat werd vervaardigd naar ontwerp van Rafaël. Links zit Isaak en profiel op de schoot van Rebekka. Het lijkt erop dat hij zijn been over haar rechterbeen heeft geslagen. De lijnen in het onderste gedeelte zijn echter te dun om na te gaan hoe de benen van het stel zich precies tegenover elkaar verhouden. De latere gravure van Matthijs Pool (zie hierboven) helpt wellicht om de mogelijke houding van Isaak enigszins te verduidelijken. Röntgenonderzoek van Het Joodse bruidje toont aan dat Rembrandt het paar oorspronkelijk ook zittend heeft voorgesteld, net als op de ontwerpschets. Voor het definitieve resultaat koos hij ervoor de twee staand af te beelden. Een ander verschil met de ontwerpschets is dat Rembrandt het gelaat van Isaak enigszins naar rechts heeft gedraaid zodat we het hoofd in driekwartprofiel zien.

Op de schets van Rembrandt omhelst Isaak met de linkerarm zijn vrouw en ligt zijn linkerhand op haar schouder. De rechterhand heeft hij op haar borst gelegd. Rebekka raakt met haar vingers de hand van haar man aan die op haar borst ligt. Haar rechterhand houdt zij op haar schoot. Vooral de vier handen op de ontwerpschets en ook de gelaatstrekken van Rebekka en haar blikrichting wijzen onmiskenbaar vooruit naar het definitieve schilderij. Daar komt nog bij dat wij helemaal rechts op de ontwerptekening een plant in een pot zien staan. Die plant en pot treffen we ongeveer op dezelfde plaats weer aan op Het Joodse bruidje. Ook zien wij op beide werken verticale lijnen die een gebouw suggereren. Op de ontwerpschets is dat in ieder geval de muur van het paleis van Abimelech. Rechtsboven op de ontwerpschets zien we namelijk het gezicht van de koning. Vanaf het balkon van zijn paleis ziet hij wat er zich tussen de twee geliefden afspeelt. Omdat Abimelech niet heel goed te zien is, heb ik voor het gemak een pijltje boven zijn hoofd geplaatst.

De aanwezigheid op de tekening van spiedende koning maakt duidelijk dat de pentekening Abimelech voorstelt die Isaak en Rebekka in de gaten heeft. Maar waar is Abimelech op het definitieve schilderij gebleven? Hij is nergens te bekennen! Hij is er ook nooit geweest! Tümpel verwijst naar een technisch onderzoek van het Rijksmuseum dat aantoont dat het schilderij niet is verkleind. Rembrandt heeft de koning dus willens en wetens weggelaten! Daarom was het niet gemakkelijk om achter het werkelijke onderwerp van Het Joodse bruidje te komen! Zoals op alle boven behandelde voorstellingen gaat ook op de ontwerpschets van Rembrandt het vrijende stel nog zó in elkaar op dat duidelijk is dat zij zich nog niet betrapt weten. Om liefdevolle intimiteit en ware liefde tussen de twee in beeld te brengen had Rembrandt Abimelech niet nodig. Dat zou maar afleiden!


Geen Abimelech dus en ook in de donkere achtergrond is nauwelijks iets te onderscheiden. Rembrandt zal dat gedaan hebben om zich volledig te kunnen concentreren op de twee levensgrote en beeldvullende figuren van Isaak en Rebekka die tot ongeveer de knie worden afgebeeld. De voorgrond is daardoor ook nog eens weggevallen. Zo schiep Rembrandt de ruimte die hij wilde hebben om het verhaal van de twee mensen te kunnen vertellen. Door alles wat Rembrandt heeft weggelaten komt de toeschouwer heel dichtbij het echtpaar. Staande voor het schilderij is er geen ontkomen aan!


Voor Het Joodse bruidje koos Rembrandt er dus voor de liefde tussen het echtpaar heel subtiel in beeld te brengen: die blikken en die onvergetelijk tedere manier waarop de handen elkaar raken … de man die met een blik van liefdevolle genegenheid zijn hand heel zachtjes tegen de borst van de vrouw legt – op geen enkele manier wellustig, platvloers of banaal. Meer dan dat ene vertrouwelijke en zelfs nog enigszins verhulde gebaar had Rembrandt niet nodig om de intieme band tussen de geliefden op te roepen. Alleen haar geliefde laat een vrouw toe dit te doen!! Zij antwoordt slechts met de streling van de toppen van haar vingers en een bijna naar binnen gekeerde glimlach. Dit kúnnen inderdaad geen broer en zus zijn!!

Detail Rembrandt van Rijn, Isaak en Rebekka, bekend als ‘Het Joodse bruidje’


Het gaat bij het Joodse bruidje ongetwijfeld om een portrait historié. Dat is een kunstwerk waarin men zich als een Bijbelse, mythologische of historische persoon laat portretteren. In het onderhavige schilderij heeft het onbekende echtpaar - wellicht ter gelegenheid van hun huwelijk - zich in de Bijbelse context van de liefdesgeschiedenis van Isaak en Rebekka laten portretteren. Identificatie met het Bijbelse echtpaar was in de tijd van Rembrandt niet ongebruikelijk en ook heel goed voorstelbaar. Zo zullen we zien dat Isaak en Rebekka een geliefd thema vormden voor zogenaamde huwelijksdoosjes. God had de liefde en het huwelijk van Isaak en Rebekka immers ondersteund en zelfs geregeld. Ook hun kinderen waren een geschenk van God en waren door God gezegend. Rebekka bleek namelijk onvruchtbaar (Genesis 25:19) maar na gebed tot God werd de vurige kinderwens van het echtpaar vervuld. Zij kregen een tweeling: Esau en Jakob. Hun zoon Jakob was Gods uitverkorene die ná zijn grootvader Abraham en zijn vader Isaak de derde aartsvader was. Tezamen vormen zij de drie stamvaders van het Bijbelse uitverkoren volk.

De tekst op de hierboven behandelde gravure van Crispijn de Passe de Oude verwijst ontegenzeggelijk naar de door God toegezegde belofte aan Abraham, Isaak en Jakob dat uit hun zaad een groot volk zou komen: Isaac syne beminde Rebeca genietende, begint de vermenigvuldiging van het zaed Abrahams. De tekst op de gravure verwijst naar Gods veelvuldig in Genesis herhaalde belofte aan Abraham, Isaak en Jacob. Zo zegt hij tot Jakob: “En Ik zal uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, en zal aan uw nageslacht al deze landen geven. In uw zaad zullen alle volken van de aarde gezegend worden.” (Genesis 26:4) Met die gedachte in het achterhoofd kunnen we het in beeld gebrachte vrijpartijtje van Isaak en Rebekka op de gravure van Crispijn de Passe de Oude in samenhang met de tekst daaronder opvatten als de invulling van een hogere, door God gegeven opdracht: zorgdragen voor een talrijk nageslacht. Rembrandt vond waarschijnlijk dat het niet paste om dat als een wellustig liefdesspel in beeld te brengen. Ongetwijfeld vond hij het ook ongepast om bij dit thema een vrouw op te voeren die wijdbeens op het bovenbeen van een man zit, zoals we dat zagen op bijna alle hierboven behandelde etsen en gravures. Rembrandt moet bewust hebben gekozen voor een diepere intimiteit.

Dat Rembrandt niet te preuts was om een lichamelijke romance tussen man en vrouw en het vrouwelijk lichaam zonder voorbehoud uitbundig in beeld te brengen toont de ets Het Franse bed / Het bed van een Française / Het Ledikant en de ets Jozef wordt verleid door de vrouw van Potifar overduidelijk aan.

Rembrandt, Het Franse bed / Het bed van een Française / Ledikant, ets; 12,5 X 22,4 cm, (staat 5/5), 1646, British Museum, Londen

Jozef en de vrouw van Potifar, ets op papier: 9,2 x 11,4 cm, 1634,

Rijksmuseum, Amsterdam


De man op Het Joodse bruidje is duidelijk ouder dan de vrouw. Het kan natuurlijk goed zijn dat de man van het echtpaar ouder was dan zijn bruid. Wanneer een bruidspaar zich in een ideaal Bijbels paar wilde herkennen waren Isaak en Rebekka ook wat dat betreft een goede keuze. Toen Isaak veertig jaar was huwde hij Rebekka (Genesis 25:20). Over Rebekka wordt niet verteld hoe oud zij was, zij wordt slechts als ‘meisje’ getypeerd. Ze zal dus hooguit een jaar of 18 zijn geweest.

Johannes Lutma (1624-1689), Rebekka geeft Eliëzer te drinken bij een bron, zilveren huwelijksdoos, diameter: 7,2 cm, ca. 1654, Rijksmuseum, Amsterdam

Opschrift: Ducit numen fideles, God leidt de gelovigen

Huwelijksdoosjes werden gebruikt door de aanstaande echtgenoot om zijn aanstaande bruid een trouwpenning aan te bieden.


Het is van belang te weten hoe Isaak en Rebekka elkaar hebben ontmoet. Na de dood van Sara had Abraham zijn knecht Eliëzer op pad gestuurd om een vrouw voor zijn zoon Isaak te zoeken. Eliëzer komt bij een waterbron en wendt zich tot God: “Het meisje dat ik vraag haar kruik van haar schouder te nemen om mij te drinken te geven en dat antwoordt: ‘Drink, en ook uw kamelen zal ik water geven’, laat dat het meisje zijn dat u bestemd hebt voor uw dienaar Isaak. Als zij zo reageert, zal ik weten dat u mijn meester genegen bent.”

Op de deksel van het huwelijksdoosje laat Rebekka Eliëzer uit de kruik drinken van het water dat zij zojuist heeft geput. De put zien we achter haar. Rechts in de achtergrond staat een kameel. (Genesis: 24:14) Daarna brengt Eliëzer Rebekka naar Isaak.

Rebekka was de door God aangewezen en voorbestemde bruid van Isaak. Aan de hand van hun aanwezigheid op huwelijksdoosjes kunnen we vaststellen dat Isaak en Rebekka een door God bij elkaar gebracht bruidspaar vormt waaraan men zich graag spiegelde. Daar komt nog bij dat Rebekka een voorbeeldige vrouw was: “… een mooi meisje, een maagd die nog geen omgang met een man heeft gehad.” (Genesis 24: 16) Isaak was echt gek op zijn vrouw: “… en Isaak kreeg haar lief…”. (Genesis 24:67), iets dat nauwelijks over enig ander echtpaar in het Oude Testament wordt geschreven. Ook Isaak was een voorbeeldige man. Hij hield er geen buitenechtelijke vriendinnetjes op na. Dat wordt in Trou-ringh (1637) van de moralist Jacob Cats opgepikt en ten voorbeeld gesteld wanneer hij Isaak opvoert als een buitengewoon trouwe echtgenoot, want Rebekka “… vont noyt een ander wijf op synen leger.”


De vrouw op Het Joodse bruidje draagt een vrucht in haar rechterhand. Op huwelijksportretten kan dit verwijzen naar de hoop op een vruchtbaar huwelijk. In verband met het zich spiegelen aan Isaak en Rebekka is het Bijbels echtpaar ook een hoopvol voorbeeld. Op verschillende plaatsen wordt immers vermeld dat God voor een talrijk nageslacht zal zorgen.

Isaak en Rebekka vormden dus op allerlei gebied een voorbeeldig echtpaar, waaraan men zich maar al te graag op een huwelijksportret wilde identificeren. Dat blijkt ook wel uit voorstellingen op huwelijksdoosjes én de tekst op het huwelijksdoosje hieronder: “Gelukkig zij die God aan hun zijde vinden”. Dat gold voor het huwelijk van Isaak en Rebekka en was natuurlijk een te koesteren gedachte voor élk gelovig echtpaar.

Johannes Lutma, Isaak voert Rebekka naar zijn woning / huwelijk van Isaak en Rebekka, zilveren huwelijksdoos, diameter: 7,5 cm, ca. 1654, Rijksmuseum, Amsterdam

Opschrift: Felices quos deus iungit: Gelukkig zij die God aan hun zijde vinden.

detail Rembrandt, Isaak en Rebekka, bekend als ‘Het Joodse bruidje’


Al met al kunnen we met een beetje goede wil het portret van de onbekende vrouw, naar mijn gevoel best opvatten als een voorstelling van Rebekka als een Joodse bruid!! Daarom heb ik er helemaal vrede mee dat het bordje in het Rijksmuseum vermeldt: Rembrandt van Rijn, Isaak en Rebekka, bekend als ‘Het Joodse bruidje'.


Tenslotte twee citaten van Vincent van Gogh uit een brief aan zijn broer Theo: “Wat een intiem, wat een oneindig sympathiek schilderij.” en: “Rembrandt is zo diep mysterieus dat hij dingen zegt waarvoor geen woorden bestaan, in welke taal dan ook.”


Gebruikte Literatuur

- Christian Tümpel, Rembrandt, Amsterdam, 1986, p. 357 en p. 392-393

- Jonathan Bikker, De Joodse bruid, uitgave Rijksmuseum Amsterdam, 2003

- Jonathan Bikker, Intimiteit, tentoonstellingscatalogus Late Rembrandt, Rijksmuseum, Amsterdam, 2015, p. 193-196

277 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven