top of page
  • Foto van schrijverPaul Bröker

Romeinse en Romaanse kunst in de Provence deel I: de Pont du Gard

over een knap staaltje werk van Romeinse ingenieurs


Gedeelte van de Pont du Gard


Inleiding

Afgelopen week zijn Jantje en ik wat eerder dan gepland (pech met de auto!) teruggekomen van een reis naar Frankrijk waar wij vooral in de Provence verbleven. We hebben het getroffen! We zaten in een huisje in een gehucht (geen naam) op de beneden flanken van de Mont Ventoux. Vanaf de riante tuin keken wij in de verte uit op het kerkje van Bédoin. Het weer was geweldig: overdag lekker zomers en vooral ’s nachts flink wat onweer. Het kon daar echt spoken, maar daarvoor ben je ook op de Ventoux! Heerlijk gegeten en te vaak weer teveel wijn gedronken! Maar voor dat soort dingen kwamen we natuurlijk niet naar de Provence!


Er is naar mijn gevoel geen andere plek op aarde waar de invloed van de Romeinse architectuur en beeldhouwkunst op de Romaanse kunst op zo’n grote schaal zo goed zichtbaar is als in de Provence. In steden als Arles, Nîmes, Avignon, Vaison-la-Romaine, Orange, Saint Gilles, Carpentras én Saint-Remy-de Provence zien we het antieke erfgoed én de ontleningen daaraan in de Romaanse tijd volop. Wie zijn ogen de kost geeft treft het Romeinse verleden aan in de open lucht, in zowel de steden als de dorpjes als in het veld en natuurlijk ook in de musea en de kerken. Vaak letterlijk naast elkaar of in elkaars gezichtsveld treffen ons de overeenkomsten van de Romeinse bouwkunst en beeldhouwkunst met de kerken en beeldhouwwerken uit de Romaanse periode. Vandaag schrijf ik vooral iets over de Romeinse bouwkunst.


Les Antiques


Wanneer u vanuit westelijke richting Saint-Remy-de Provence nadert treft u vlak voor het stadje vrij plotseling dit Romeinse mausoleum (links) en de Romeinse triomfboog aan, gewoon langs het weggetje vrijstaand in het landschap. Wanneer je er niet op bedacht bent, rij je er zo aan voorbij!

Romeinse kunst naast Romaanse kunst, want zo'n 70 meter verderop zien we de Romaanse kloosterkerk van het klooster Saint-Paul-de-Mausole dat dateert vanaf de elfde-twaalfde eeuw. Hier verbleef Vincent van Gogh van 8 mei 1889 tot 16 mei 1890.



De Romaanse kloostergang van het klooster Saint-Paul-de-Mausole


Romaans betekent Romeins

De Romaanse stijl overlapt een periode van circa twee eeuwen: ca. 1000- ca. 1200. In de periode daarvoor waren de herinneringen aan de Romeinse basilica’s en de eerste kerken en aan hun vormen zeker niet uitgewist. De plattegrond was op hoofdzaken nog hetzelfde: een middenschip dat naar de apsis of naar het koor leidt en dat twee of soms vier zijschepen telt.

Ook de voor Romaanse bouwkunst zo kenmerkende rondboog is iets dat we voor het eerst op grote schaal in de Romeinse bouwkunst tegenkomen. Hoewel we al prototypen van bogen, in baksteen in het oude Egypte aantreffen is de halfcirkelvormige rondboog opgebouwd uit wigvormige natuurstenen segmenten een vinding van de Etruskische en Romeinse bouwmeesters.

De vroege onderzoekers naar de middeleeuwse bouwkunst zagen onder andere de genoemde aspecten als opvallende kenmerken van de kerken die in de periode tussen 1000-1200 in Europa werden gebouwd. Men noemde die bouwkunst daarom naar het Romeins: Romaans. In het Engels wordt het woord Romanesque gebruikt als aanduiding van de Romaanse kunst. Roman betekent in het Engels Romeins, Romanesque kan vertaald worden als Romeinsachtig. Ook in andere Europese talen wordt ‘roman’ gebruikt als onderdeel van het woord dat aanduidt dat het om Romaanse kunst gaat. In het Duits wordt Römische Kunst gebruikt wanneer het om Romeinse kunst gaat en Romanische Kunst wanneer Romaanse kunst wordt bedoeld. De voorbeelden maken duidelijk dat de Romeinse kunst en de Romaanse kunst dicht bij elkaar liggen.


De rondboog

Voor velen onderscheidt de Romaanse bouwkunst zich het duidelijkst van de gotische bouwkunst door het verschil in bogen. De Romaanse bouwmeesters gebruikten rondbogen en de gotische kerken hebben spitsbogen. In grote lijnen klopt dat beeld wel. We zagen al dat de rondboog niet werd ontwikkeld door Romaanse bouwmeesters. Het is ook niet helemaal een Romeinse uitvinding, maar de Romeinen onderkenden wel als eersten de grootse mogelijkheden die het bouwen met rondbogen biedt! Zij gebruikten de rondboog voor steeds gewaagdere constructies.

De Egyptenaren en de Grieken pasten zogenaamde architraafbouw toe. Daarbij werd de ruimte tussen twee zuilen overspannen door horizontale natuurstenen balken.


architraaf

kapitelen


zuilen →



Het nadeel van de architraafbouw is dat de breedte van de overspanning beperkt is. Naarmate de lengte van de horizontale balken toeneemt wordt de kans op scheuren groter. Ze kunnen breken en naar beneden vallen waardoor het gebouw kon instorten. Daarom werden de zuilen dichtbij elkaar geplaatst zodat er slechts een kleine ruimte overbrugd hoefde te worden.

Om het dragende vermogen te vergroten werd de bovenkant van de zuilen ook nog eens verbreed met kapitelen. Zodoende bestaat een architraaf uit een aantal afzonderlijk balken. In het midden van elk kapiteel eindigt zo’n afzonderlijke balk en begint er een nieuwe.

Voorbeeld van architraafbouw. Griekse tempel van Athena, ca. 500 v.Chr. Paestum, Italië

Opvallend is de geringe ruimte die tussen de kapitelen wordt overbrugd.


Bij de bouw van tempels bleven de Romeinen veelal de traditionele architraafbouw toepassen. Bij andersoortige bouwwerken, zoals de arena’s, theaters, triomfbogen en de aquaducten overwonnen de Romeinen de problemen van de architraafbouw met behulp van de rondboog. Daarmee kunnen veel grotere afstanden overspannen worden. De rondboog is namelijk veel steviger en kan ook nog eens veel meer gewicht dragen.

Het systeem is gebaseerd op de sluitsteen die naar beneden taps toeloopt.

Voorbeeld van een rondboog met in het midden de sluitsteen



De boog werd ter plaatste gebouwd met behulp van een houten mal. Op die mal werden allereerst vanaf de linker- en rechterzijkant de wigvormige stenen geplaatst die goed op elkaar moesten aansluiten. Als laatste werd in het midden de sluitsteen toegevoegd. Daarmee werd de boog gesloten. De wigvormige stenen bleven op hun plek zitten omdat ze elkaar vastklemmen door de zwaartekracht.

Wanneer de houten mal wordt weggehaald ‘wil’ die sluitsteen door de zwaartekracht naar beneden vallen. Omdat de bovenkant van die steen breder is dan de benedenkant kan dat niet. De ruimte aan de onderkant is te smal, daar kan die sluitsteen niet doorheen! De naar beneden gerichte kracht wordt nu omgezet in een zijwaartse druk op de wigvormige stenen links en rechts van de sluitsteen die op hun beurt de druk afvoeren op de zuilen en vervolgens naar een het podium van de tempel, een betonnen fundering en/of of het natuurlijke gesteente waarop een bouwwerk is gebouwd.


Door de spanning op de boog zal de boog altijd een zijwaartse druk op de zuilen en de muren blijven uitoefenen. Omdat de druk van de bogen niet alleen naar beneden is gericht, maar ook zijwaarts moet aan de zijkant tegendruk worden gegeven. Dit werd gedaan met bijvoorbeeld steunberen, pijlers of verstevigde muren.

De vier pijlen die in het schema schuin naar beneden wijzen geven de zijwaartse druk van de rondboog en het tongewelf aan.

De gebogen lijnen duiden op de druk van het gewelf die door de muren naar beneden wordt afgevoerd.

De grote pijl die naar boven wijst geeft de tegendruk van de zijmuur aan.


De zijwaartse druk kon ook worden opgevangen door bogen naast elkaar te plaatsen. Wanneer een bouwwerk rondvormig is, zoals de muren van Romeinse arena’s of theaters kunnen de opeenvolgende bogen elkaars zijwaartse druk opvangen. Elke boog oefent immers zijwaartse druk uit op de twee bogen ernaast!

De krachtige constructie is er de oorzaak van dat er nog zoveel Romeinse theaters en arena’s bewaard zijn gebleven.

Dit voorbeeld van de toepassing van rondbogen bij de Romeinse Arena in Arles (gebouwd tussen 80 en 90 n.Chr.) geeft de ondersteunende kracht aan van de rondbogen aan de onderzijde van de ommuring die al eeuwen het gewicht torst van de verdieping er boven. Om ervoor te zorgen dat de bogen zichzelf niet uit elkaar drukken wordt de zijwaartse druk opgevangen ook nog eens tussen de bogen zware pijlers te plaatsen.


Er zijn ook nog veel Romeinse aquaducten bewaard. Toch ligt de opvang van de zijwaartse druk bij aquaducten net even anders! Aquaducten zijn immers niet rond, maar recht! Aan de uiteinden wordt de zijwaartse druk van de bogen opgevangen door de rotsen waartegen het aquaduct is gebouwd.

Romaanse rondbogen in de kloostergang van de

Cathédrale Notre-Dame de Nazareth in Vaison-la-Romaine

We zien dat de zijwaartse druk van de bogen zowel in het midden als aan de zijkanten wordt opgevangen door verstevigde muren en pijlers.

Romaanse rondbogen in de kloostergang én in de toren van de Saint-Trophime in Arles. In de kloostergang is duidelijk te zien dat de zijwaartse druk na een aantal bogen wordt opgevangen door in de muren verankerde pijlers.

Exterieur van La Colegiata de Santa María a Real do Sar,

Santiago de Compostela


De kracht van de zijwaartse druk die de rondbogen en het gewelf op de muren uitoefenen is goed te zien in de Collegiale kerk van Santa María a Real do Sar in Santiago de Compostela. Er ligt ongetwijfeld een constructiefout aan ten grondslag, maar ondanks de enorme steunberen aan de buitenkant van de kerk lukte het niet de zijwaartse druk van de bogen en het gewelf te temperen. Het gewelf en de rondbogen drukken de pijlers van de kerk opzij.

Interieur van La Colegiata de Santa María a Real do Sar,

Santiago de Compostela


Wanneer de constructie van de boog goed wordt uitgevoerd is door het toepassen van bogen een draagconstructie met grote overspanningen mogelijk … en dat dit stevig kán zijn blijkt wel uit de Pont du Gard. Het bouwwerk geldt als een van de meest stoutmoedige Romeinse architectuurconstructies.

Gezien deze foto van een van een brug in een van de Amsterdamse grachten was de constructie van de rondboog in 1722 nog niet veranderd.


De Pont du Gard, de brug over de rivier de Gardon

De bouw van de vele aquaducten en het daaraan verbonden waterleidingsysteem toont wel aan dat het de Romeinen er veel aan gelegen was om in hun steden over voldoende goed water te beschikken.

De Pont du Gard is een van de best bewaarde voorbeelden van het vernuft van de Romeinse bouwmeesters, in feite waterbouwkundige ingenieurs. Het bouwwerk is een van de belangrijke technische hoogstandjes van de Romeinse bouwmeesters.

Het aquaduct was een onderdeel van een waterleidingsysteem dat nodig was om water vanaf de bron van de Eure bij Uzès naar de stad Nîmes te leiden.


Pont du Gard, Romeins aquaduct, opgetrokken uit kalksteen,

vanaf 38 n.Chr. en voltooid in 52 n.Chr. De dateringen kunnen nogal verschillen.


De Pont du Gard is een drie verdiepingen tellende aquaductbrug die aan de uiteinden wordt gesteund door de steile rots oevers die de rivier de Gardon in het landschap heeft uitgesleten. Het aquaduct stelde het water in staat om de Gardon over te steken.


De lengte van de benedenverdieping bedraagt 142 meter. De twee andere verdiepingen worden gedragen door de 6 rondbogen op de benedenverdieping.

Het middengedeelte van de Pont du Gard is 242 meter lang en heeft 11 rondbogen. De afmetingen van de rondbogen op de eerste twee verdiepingen overspannen een lengte die varieert van 24,52 meter tot 21,87 meter.

Het aquaduct bereikt een hoogte van bijna 49 meter. Op dit hoogste niveau is de Pont du Gard 275 meter lang. Hier wordt de gracht waardoor het water liep gedragen door 35 kleinere rondbogen. Toen de brug nog volledig intact was, was het aquaduct op deze plaats 360 meter lang en bezat het 47 bogen. Van de bovenste arcade zijn twaalf bogen verloren gegaan.

Wanneer u naar de mensen op de boog boven het stromende water kijkt en ook naar de mensen in de bootjes onder die boog en op de oever rechts op de foto valt op hoe nietig zij zich moeten voelen bij dit kolossale bouwwerk.


Nog wat weetjes

De architecten en ingenieurs die het aquaduct hebben ontworpen creëerden een artistiek en technisch meesterwerk. Foto's volstaan nauwelijks! Wanneer u de grootsheid en de grootte van dit imponerende bouwwerk wilt ervaren kan dat alleen wanneer u aan de oevers van de Gardon staat. Bij laag water kunt u er ook ín gaan staan.

Staande bij het aquaduct komt welhaast iedereen onder de indruk van de schoonheid en het vernuft van deze machtige schepping uit de klassieke oudheid. Om u een idee te geven van dit ‘knap staaltje werk’ van Romeinse ingenieurs en het uitzonderlijk karakter van het bouwwerk geef ik hieronder nog wat feiten:

- Met de hoogte van 48,77 meter is de Pont du Gard het hoogste aquaduct uit de Romeinse tijd.

- Toen er nog water door de gracht van de Pont du Gard stroomde, daalde het water in de 360 meter lange gracht tweeëneenhalve centimeter. Dat zeer geleidelijke verval zegt wel iets over de buitengewoon grote nauwkeurigheid van de Romeinse ingenieurs en de technische vaardigheid van de constructeurs.

- De Pont du Gard is geheel opgebouwd uit kalkstenen blokken. De zwaarste stenen hebben een gewicht tot zes ton. Ze werden zó nauwkeurig uitgehakt en bewerkt en zijn zó passend op elkaar afgestemd dat er geen cement nodig was om de gehele constructie bij elkaar te houden. Op sommige stenen zijn nog coderingen met cijfers en letters aangetroffen die de positie van elke steen afzonderlijk op een specifieke plaats aangeeft. Alleen ten behoeve van die ene plaats was die ene steen precies op maat uitgehakt en glad geschuurd.


Het hoge water in de Gardon beukt tegen de pijlers van de Pont du Gard.

De Gardon is berucht om zijn plotselinge en verwoestende overstromingen. Desondanks heeft de machtige constructie de tand des tijds goed doorstaan.


De Pont du Gard gezien vanaf de verkeersbrug die in het begin van de twintigste eeuw ten behoeve van gemotoriseerd verkeer tegen de zijkant van de Pont du Gard werd aangelegd. Die brug is nu alleen nog maar toegankelijk voor voetgangers en fietsers.

De omtrek van de enorme pijlers van het aquaduct is een kleine zeven meter.


De loop van het water in het kanaal

De Pont du Gard is een onderdeel van een circa vijftig kilometer lange kunstmatige waterweg. Het water is afkomstig uit de Source d’Eure / de Fontaine d’Eure (van Latijn: Fons Urae), gelegen op enkele kilometers ten oosten van de stad Uzès. De bron bestaat uit een groep van zo’n tien meertjes die op ongeveer 71 meter hoogte liggen.

Bij de bron van de Eure gaat het om een zogenaamde karstbron. Het water van de rivier de Eure dat de bron voedt gaat ergens in zijn loop onder de grond. Door het gesteente waar het water doorheen loopt wordt het gezuiverd. Op de plaats waar het water uit de aarde weer aan de oppervlakte komt, ontspringen de bronnen met helder water. Daar was het de Romeinen natuurlijk om te doen! Want gebrek aan water had Nîmes niet! De Gardon stroomt immers ten noorden van Nîmes en de Rhônevallei ligt niet ver van de oostzijde van de stad verwijderd. Waarom zouden de Romeinen zich dat enorme karwei op de hals hebben gehaald wanneer het hen niet om goed water te doen zou zijn geweest?


Gedeelte van het stroomgebied van de Gardon (helder blauwe lijn) die uitmondt in de Rhône (grijsblauwe lijn rechts)

Op het kaartje wordt ook Uzès aangegeven. Ten oosten van die stad ontspringt de bron van de Eure (het dunne blauwgrijze stroompje op de kaart). Ten zuidoosten van Uzès ligt het stadje Vers-Pont-du-Gard. Direct daaronder ligt het aquaduct.

Recht boven Nîmes stroomt de Gardon. Vanaf die plaats was het redelijk eenvoudig om door het vrij vlakke gebied een kanaal naar Nîmes aan te leggen. Maar dat hebben de Romeinen niet gedaan. Het was hen om het zuivere water uit de bron van de Eure te doen!

Hemelsbreed bedraagt de afstand tussen de bron van de Eure en Nîmes slechts zo’n 20 kilometer. De Romeinen kozen echter voor een kronkelige route van 50 kilometer om het water naar dezelfde bestemming te leiden. De Romeinse ingenieurs wisten heus wel wat ze deden! Ze moeten de mogelijkheden van de route goed bestudeerd en berekend hebben. Op sommige delen van alternatieve routes was het landschap te geaccidenteerd om een gestage stroom te kunnen verzekeren. Op andere parcoursen zou het kappen van de enorme bossen en vooral het verwijderen van de wortels wel eens voor te grote problemen kunnen zorgen en op weer andere mogelijke routes moesten er lange tunnels in de rotsen worden uitgehakt.

Ongetwijfeld was men ervan overtuigd geraakt dat de langere weg én het slechten van de barrière van de Gardon met de aanleg van het enorme aquaduct over die rivier de meest voor de hand liggende route was. Men is er tot op heden van overtuigd dat de Romeinen indertijd voor de beste route hebben gekozen om het water in een regelmatige gang naar Nîmes te voeren.

Rechtsboven het midden van het tweede kaartje geeft de donkerblauwe lijn de loop van het kanaal aan. Het rechte schuine lijntje in de veelpuntige grijze ster markeert de plek van de Pont du Gard. Op de plaats van die ster kruisen de kunstmatige waterloop van de Pont du Gard en de natuurlijke waterloop van de Gardon elkaar. Rechtsonder op het kaartje stroomt het water van de Gardon bij de stad Tarascon in de Rhône.

Gedeeltelijk bewaard stukje van een tunnel van de voormalige

waterloop in de richting van Nîmes.

De plaats waar bovenstaande foto is gemaakt ligt dichtbij de bron van de Eure en markeert ongeveer het begin van de kunstmatige watertoevoer naar Nîmes.

Sporen in het landschap


De aanleg van het kanaal begon met het graven van een greppel in het landschap. De bodem en de zijkanten daarvan werden bedekt met stenen. Bovenop werd het geheel afgedekt met dekplaten of met rondbogen en vervolgens vaak met aarde.


Op weg naar Nîmes stroomde het water naar de diep uitgesleten steile oevers van de rivier de Gardon. Deze barrière moest letterlijk overbrugd worden! Vanwege dit natuurlijke obstakel moest een aquaduct worden gebouwd anders zou het water uit de bron van de Eure over de oevers van de Gardon naar beneden in die rivier stromen en dat was natuurlijk niet de bedoeling!


De gracht op het derde niveau van de Pont du Gard. Achterin wordt

nog een deel van de gracht overdekt met dekplaten.

Het kanaal is op deze plaats 1,2 m. breed en 1,8 m. hoog.


Op de plek waar het water langs de oever van de Gardon naar beneden zou stromen, stroomde het na het gereedkomen van de Pont du Gard in de gracht op de hoogste verdieping van het aquaduct. Op de andere oever van de Gardon vervolgde het water uit de bron van de Eure zijn weg door het landschap in de richting van Nîmes.


Westkant van de Pont du Gard met de trap van de Franse

architect Charles Laisné (1819-1891).

De trap werd geïnstalleerd om bezoekers in staat te stellen de gracht van het Aquaduct te betreden. De trap uit bij het opengevallen gedeelte van de gracht.

Het is werkelijk buitengewoon fascinerend om vanaf het verdwenen gedeelte van de Pont du Gard door de gracht van het aquaduct te lopen.

Op de foto gaan de leerlingen van een schoolklas onder leiding van hun leraar (de man met het rode t shirt) naar binnen. Daar moeten ze nog een vrij steile trap op om de bovenverdieping van het aquaduct te bereiken.

Nog een keer het kaartje met de loop van het kanaal


De Pont du Gard is het meest fascinerende onderdeel van het kanaal dat het water van de bron van de Eure naar Nîmes voerde. Maar er is meer! Vanaf de bron van de Eure en vanaf de Pont du Gard kunt u een mooie wandeling maken …wanneer het niet te warm is! In het landschap treft u nog een groot aantal sporen van de waterleiding aan die het gehele project nog indrukwekkender maakt. De plaatsen van die overblijfselen worden in oranje letters aangeven op de plattegrond.

Er rest nog één boog van de Pont Bonègre


De overblijfselen van de arcade van de Pont de la Lône zijn op een natuurlijke manier in het landschap geïntegreerd.


Pont du Gard


Wanneer we op onze wandeling de gracht van de Pont du Gard zijn gepasseerd en op de hoogte van de derde verdieping, rechts op de foto vanaf de gracht van het aquaduct de tocht door het landschap voortzetten zien we nog meer sporen van de loop van het kanaal. Deze sporen geven wel aan dat met de bouw van de Pont du Gard het karwei echt niet klaar was!


De overblijfselen van de Pont de Valmale


Het water liep vanaf linksonder door het kanaal. Na de bocht stroomde het in de (deels ingestorte) gracht over de drooggevallen bedding van de rivier de Valmale, een zijrivier van de Gardon.


De Pont de la Sartanette

Ook op dit stuk van het traject moesten de Romeinen een brug over een rivier bouwen. Door de boog stroomt nog steeds het water van de Sartanette.

De Pont du Sernhac in het Bois de Remoulin was de laatste grote klus die de constructeurs van het kanaal moesten bouwen.


De situatie van de brug op dit punt van de route lijkt veel op die bij de Pont du Gard. Vanaf het einde van de bocht in het midden van de foto liep het water in de gracht van het aquaduct. Vanaf hier stroomde het water rustig naar Nîmes.

Op weg naar Nîmes


De dekplaten van het voormalige kanaal zijn verdwenen en een persoon wandelt door de voormalige waterleiding.


Vanuit de bron van de Eure stroomde het water in ongeveer 27 uur naar Nîmes. Het gemiddelde verval van het water in het kanaal was zo’n 23 centimeter per kilometer. Vanaf de bron van de Eure op ca. 71 meter hoogte daalde het water zo’n elf meter voordat het op ongeveer zestig meter hoogte bij het distributiecentrum van Nîmes aankwam. De Romeinen noemden deze plaats: het Castellum divisorium (van Latijn dividere: verdelen en divisore: verdeler). Het verdeelbekken werd ook wel Castellum Aquae (letterlijk: waterburcht) genoemd. Er is berekend dat er indertijd zo’n 35.000 kubieke meter water per dag werd aangeleverd.


Het Castellum divisorium in Nîmes


In het Castellum, eigenlijk een soort watertoren viel het water ruim acht meter naar beneden. Vervolgens stroomde het via de opening in de achterzijde in het divisorium, een cirkelvormig bassin met een diameter van 7,5 meter en een diepte van ruim één meter. Na de val had het water voldoende druk om naar de verschillende plaatsen in de stad te stromen.

Vanaf het divisorium werd het water verdeeld via loden buizen die in de ronde gaten lagen van de muur rondom het bassin.

Vandaaruit stroomde het ondergronds naar onder andere de openbare badhuizen en fonteinen in de stad.

Gedeelte van het Castellum divisorium gezien van binnenuit.


Ter illustratie laat ik hieronder ook een aantal voorbeelden zien van voorwerpen die geen onderdeel uitmaakten van de waterleiding in Nîmes, maar afkomstig zijn van de Romeinse waterleidingen uit Arles en Vaison-la-Romain. In de musea van Nîmes heb ik maar weinig teruggezien van de klassieke waterleiding in de stad.


Bij opgravingen in Arles en Vaison-la-Romaine zijn tientallen klassieke loden leidingen gevonden. Toen ik in het Musée Archéologique Théo Desplans in Vaison-la-Romaine voor het eerst een aantal van dit soort loden buizen zag liggen en, later op de reis nog meer in Arles in het Musée départemental Arles antique én toen ik de beschrijvingen en de plattegronden van het aaneen geschakelde ondergrondse systeem van buizen en hun vertakkingen in kaart zag gebracht, was ik zo onder de indruk van dat alles, dat bij mij al vlug het idee opkwam om daarover iets te schrijven.





Deze waterleidingbuis werd gevonden in de grond van het toenmalige stadsniveau van Vaison-la-Romaine, Musée Archéologique Théo Desplans in Vaison-la-Romaine


Het water stroomde vanuit het divisorium naar de openbare badhuizen, de fonteinen en de publieke waterputten waar de meeste inwoners van de stad water konden putten. Er werden ook leidingen aangelegd naar de huizen van de rijkere inwoners van de stad.


Verdeelbak voor water in Musée Archéologique Théo Desplans, Vaison-la-Romaine


In huis kon de waterleiding gesplitst worden in dit soort stenen verdeelbakken. Op de achterkant stroomde het water uit een leidingbuis in de bak en kon via de twee buizen aan de voorkant naar verschillende bestemmingen worden geleid.


2 paar verticale uitsparingen

Bovenaanzicht van de verdeelbak in Musée Archéologique Théo Desplans, Vaison-la-Romaine


In de bak ziet u aan de lange zijkanten twee paar verticale uitsparingen.

In de twee uitsparingen rechts ligt een stenen dwarsstuk met nog twee min of meer ronde gaten. Deze steen droeg de splitser. De twee buizen die daarop konden worden aangesloten liepen door de twee ronde gaten aan de voorkant van de verdeelbak.


Dat systeem is in de loop van de tijd nauwelijks veranderd:

chromen 2-wegsplitser


In de twee uitsparingen links op de foto met het bovenaanzicht van de verdeelbak kon een stenen plaat worden geplaatst. Al naar gelang de behoefte aan water op een bepaalde plaats in huis kon die plaat naar boven worden opgetrokken en worden neergelaten. Het open en dichtdraaien van de kraan zouden wij zeggen! Zo kon de hoeveelheid water worden bepaald die naar een bepaalde plaats in huis stroomt.


Loden Romeinse waterboiler voor het verkrijgen van warm water,

Musée Archéologique Théo Desplans in Vaison-la-Romaine,

breedte ca. anderhalve meter. In de loden waterbak kon het water worden verwarmd.

Links op het schema loopt de leiding waarin het koude water in de boiler stroomde. Tussen de stenen opbouw werd vuur gestookt om het koude water te verwarmen. In de oven komt het verwarmde water onder druk te staan en verlaat het reservoir. De schuinoplopende buis geeft de plaats aan van de uitstroom van het warme water naar de bestemming.

De opstaande buis in het schema is open aan de bovenkant en fungeert als veiligheidsklep.

De stippellijn geeft de hoogte van het normale waterpeil aan dat bij hoge druk enigszins kon variëren.

Grotere, soortgelijke systemen werden gebruikt in de publieke badhuizen.

Romeins marmeren reliëf met Neptunes in de rol van

beschermer van de waterbronnen, hoogte ca. 65 cm.

Musée Archéologique Théo Desplans, Vaison-la-Romaine


Aan de achterzijde van dit reliëf eindige een leidingbuis. Uit het gat tussen de benen van Neptunes stroomde water dat in een bassin kon worden opgevangen en kon worden gebruikt door de bewoners van het huis.

Op de foto lijkt het erop dat de Romeinse god een kruis in de hand houdt. Het gaat echter om zijn gebruikelijke attribuut: de drietand. De tanden zijn in de loop van de tijd grotendeels afgesleten.

Rondom de steel van de drietand zwemt een dolfijn. In de klassieke mythologie is de waternimf Amphitrite de vrouw van Neptunus. Aanvankelijk ging zij niet in op zijn avances en vluchtte van hem weg. Neptunes stuurde daarop een dolfijn achter haar aan die haar op zijn rug naar hem terugbracht.


Openbare toiletten, Pecunia non olet

deel van divisorium in NÎmes met kanaal naar openbare toiletten:


Wanneer u goed naar de foto kijkt ziet u links, precies in het midden van de opstaande rand van het bassin nog een tweede opening. Deze opening correspondeert met eenzelfde opening aan de rechterzijde van het bassin. (niet te zien op de foto) Op beide plekken stroomde het water naar plaatsen waar men voortdurend stromend water nodig had. Rechtsonder op de foto zien we de stenen die het kanaal markeren waarin het water in de richting van de publieke toiletten werd geleid (zie pijltje). Onder de plaatsen waar de mensen zaten plonsden de uitwerpselen in het stromende water dat een en ander meenam in zijn loop. Dat water werd vervolgens naar de landerijen geleid waar het werd gebruikt als bemesting. Eigenaars van de toiletten verkochten de urine ook wel aan wasserijen waar het werd gebruikt als bleekmiddel. De Romeinen gebruikten urine ook om wollen stoffen te ontvetten.





Uitstroom














Door dit kanaal stroomde continue water om het toilet schoon te spoelen. In het kanaaltje rechts van de twee toiletten direct tegen de gemetselde muur op de achtergrond stroomde het water uit de ruimte van de openbare toiletten.

Romeinse openbare toiletten in het opgravingsgebied in Vaison -la-Romaine


Bij bovenstaande foto kan ik het niet nalaten om even uit te weiden over de oorsprong van de uitdrukking ‘Geld stinkt niet’.

Over keizer Titus Flavius Vespasianus (Romeins keizer 69-79 n.Chr.) wordt verteld dat toen hij op 1 juli 69 n.Chr. keizer Nero opvolgde de staatskas volledig leeg aantrof! Door strenge belastingwetten door de senaat te voeren wist hij de financiële situatie weer op orde te brengen.

De geschiedschrijver Suetonius (ca. 70 -122 n.Chr.) vertelt in De vita caesarum, (Over het leven van de keizers) het verhaal dat Vespasianus ook belasting wilde heffen bij de eigenaars van openbare toiletten. Titus, een zoon van de keizer liet zijn vader merken dat hij vond dat een eerbiedwaardig man als zijn vader het zich toch niet kon permitteren geld te verdienen aan menselijke uitwerpselen. Daarop nam de keizer een aantal muntstukken in de hand en liet zijn zoon eraan ruiken. Vervolgens zou hij Titus hebben toegevoegd: “Pecunia non olet”: Geld stinkt niet! Met de uitdrukking wil men nog steeds wel zeggen dat het niet uitmaakt hoe het geld wordt verdiend.

Jantje was zo vriendelijk om op bovenstaande toilet in het openluchtmuseum van Vaison-la-Romaine model te zitten! Zij neemt even rustig de tijd (‘alles voor jouw blog!’), … hoewel zij ook wel weer blij was toen deze fotosessie erop zat! Het gebruik van de Romeinse toiletten was blijkbaar geen enkel probleem. Er werden op grote schaal dit soort foto's gemaakt en de bewakers stonden het lachend toe.


De kunstmatige waterloop waar de Pont du Gard deel van uitmaakte heeft tot in de zesde eeuw dienst gedaan. In die tijd was het kanaal op verschillende plaatsen verwoest. In dit geval niet door oorlogsgeweld, maar door mensen die de stenen en de dekplaten gebruikten bij de bouw van woningen.

gracht van de Pont du Gard


Pont d’Arc

De opening in de Pont d'Arc heeft een lengte van 59 meter en een hoogte van 34 meter. Deze natuurlijke brug is gelegen op vijf kilometer van de stad Vallon-Pont-d'Arc. De brug wordt doorsneden door de Ardèche, de rivier die de boog heeft uitgesleten.

Uit de verhalen van gidsen en ook in Franse toeristenboekjes spreekt de te koesteren gedachte dat de Pont du Gard zou zijn geïnspireerd op dit natuurfenomeen. Dat lijkt mij echter onwaarschijnlijk omdat de Romeinen al aquaducten aanlegden ruim voor de tijd dat zij in Frankrijk arriveerden. De rondboog en de eerste aquaducten zouden natuurlijk best wel op dit soort natuurlijke bogen geïnspireerd kunnen zijn.


P.s. Om wat meer armslag te hebben schreef ik op het einde van het laatste artikel (27 mei j.l.) al dat ik besloten heb om gedurende de zomermaanden nieuwe artikelen in die periode eenmaal in de twee weken te laten verschijnen. Dit is mede ingegeven door het feit dat de artikelen in deze periode duidelijk minder worden gelezen.





320 weergaven

Comments


bottom of page