top of page
  • Foto van schrijverPaul Bröker

Spotternijen: godsdiensttegenstellingen in de kunst van de 16de en de 17de eeuw. Deel II: Vooral de paus moet het ontgelden!



detail ’t Licht is op den kandelaer gestelt


Inleiding

Tijdens het lezen van het eerste artikel van het tweeluik over spotprenten en schilderijen die werden ingezet gedurende de godsdienststrijd in de Nederlanden kan het gevoel opkomen dat er wel een erg eenzijdig beeld werd geschetst. Het lijkt er sterk op dat de paus het enige mikpunt was van satire. Dat was in de tijd dat de godsdiensttegenstellingen hier hoog opspeelden natuurlijk niet het geval. Er waren ook anderen die het moesten ontgelden. Zo werden tijdens de Reformatie ook het losbandige gedrag in de kloosters en de hypocriete levensstijl van de priesters aan de kaak gesteld. Toch zal ook in het artikel van vandaag blijken dat de paus als het hoofd van de Katholieke Kerk het belangrijkste mikpunt blijft van al die spotternijen.

 

De paus en het losbandige leven in de kloosters

De seksuele onmatigheid onder de kloosterlingen is een dankbaar thema in de spotcultuur van de Reformatie. Daar komt bij dat vooral monniken werd verweten dat zij onder het voorwendsel van meditatie en gebed een lui en comfortabel leven hebben. Laten we wat betreft het onstuimige leven in de kloosters van die tijd maar eens beginnen met enkele typeringen en beschrijvingen van monniken van Desiderius Erasmus in Lof der Zotheid (1511). De Humanist beschrijft monniken als zelfingenomen, analfabeet, vuil, dom, brutaal en hypocriet. … Het biechtgeheim is bij hen een lachertje, want eenmaal dronken flappen zij er van alles uit … van hun verhoudingen met vrouwen maken zij geen geheim’.

Anoniem, Nederland, Een onmatige monnik en non, door de paus bespied, olieverf op paneel: 41,5 x 29,7 cm., 1600-1649,

Museum Catharijneconvent, Utrecht, bruikleen Rijksmuseum Amsterdam

  

In een tent gaan een monnik en een non volledig in elkaar op. De sensualiteit van de voorstelling wordt verhoogd door de wellustige blik van de monnik en het zwoele gezicht van de non. Bij haar is haar pij wat naar rechts geschoven zodat de man met zijn hand wat gemakkelijker bij de borst van zijn minnares kan. Zij lijkt helemaal verrukt te zijn door de aandacht die hij haar geeft. Het naar boven geslagen onderkleed en de naar beneden gezakte kousen van de twee verhogen de zinnelijkheid van de voorstelling. Het wijnglas in haar hand laat zien dat er ook drank in het spel is.

Op de stoel vóór het stel staat een brandende kaars. Die kaars kan er natuurlijk gewoon staan omdat de twee op dit nachtelijk uur natuurlijk wel iets moeten kunnen zien. De kaars staat er echter zo opvallend dat wij ook mogen denken aan de seksuele connotatie die een kaars in een kandelaar kan hebben. De kaars kan binnen een amoureuze context een fallussymbool zijn en de kandelaar kan verwijzen naar een vagina. De bedoeling van het beeld van de kaars in de kandelaar als metafoor voor de geslachtsdaad zal u nu vast niet ontgaan.

De flakkerende vlam van de kaars verwijst binnen de context van het vrijpartijtje naar de brandende liefde en de hartstocht ‘heet en geil’ die het paar in zijn greep houdt. Op de zitting van de stoel zien we verder nog een tinnen wijnkruik en een mes om het stuk gebraad aan te snijden. De kloosterlingen nemen het er goed van … het overdadige en feestelijke Roomse leven!

 

De monnik en de non zitten op een rieten mand met stro. In de broedmand en op de grond liggen de resultaten van hun verboden liefdesspel. De eieren zijn uitgebroed en er komen kinderen, eerder een soort gedrochten uit. Van een dergelijke gemeenschap kan niet veel goeds komen! Twee van hen gaan direct met elkaar op de vuist.

Onder zit stoel zit een kat met een mijter op het hoofd. Dit beeld verwijst ongetwijfeld naar de ongebreidelde seksuele wellust van de hoge geestelijkheid. De monnik op de broedmand zou een abt kunnen zijn die zijn mijter gedurende het vrijpartijtje heeft afgezet.

  

Als vanzelf komen nu de woorden van Marnix van Sint-Aldegonde (1540-1598) in De Byencorf der H. Roomscher Kercke bij ons op. Met betrekking tot het losbandige leven in de kloosters komt het er wat de schrijver betreft op neer dat alle priesters en monniken homoseksuelen zijn, maar omdat de kerk steeds weer nieuwe papen nodig heeft is er toch geen vrouw voor hen veilig. Alle nonnen raken op den duur dan ook in verwachting.


Titelpagina van De Byencorf der H. Roomscher Kercke van Marnix van Sint-Aldegonde, eerste uitgave 1569. In het satirische geschrift werd de Katholieke Kerk gehekeld. Het boek werd maar liefst 31 keer herdrukt. De titelpagina is van de uitgave uit 1631.

  

 Buiten de tent staat een paus die we herkennen aan zijn tiara. Hij heeft de zijkant van de tent opengeslagen. Met zijn lantaarn werpt hij licht op de monnik en de non. Hij onderneemt niets om het gedrag van de twee te stoppen. Met zijn rode konen lijkt hij eerder verhit toe te kijken naar wat zich voor zijn ogen afspeelt, de paus als een gluurder!

 

Broeder Cornelis

Door de biecht komen geestelijken gemakkelijk in contact met vrouwen en raken zij in een machtspositie waarvan zij maar al te graag misbruik maken. Als sprekend voorbeeld noemt Marnix van Sint-Aldegonde zijn tijdgenoot Broeder Cornelis (1521-1581)

Deze broeder was afkomstig uit Dordrecht en werkte als prediker in Brugge. De vrome man zou er een gewoonte van hebben gemaakt om vrouwen bij wie hij de biecht had afgenomen zich te laten uitkleden en daarna ter penitentie met een roede op de billen te slaan.

 

“In het tweede deel van het satirische geschrift De Historie van Broer Cornelis (1578) wordt in het gedeelte Discipline der devotarighen (‘Tuchtiging der vrome vrouwen’) uit de doeken gedaan hoe broeder Cornelis een geheim clubje aantrekkelijke vrouwen om zich heen verzamelde, voor wie hij zijn secrete penitentie [heimelijke straf] in petto had, die hen van de hemelse zaligheid zou moeten verzekeren. Die penitentie kwam hierop neer, dat de vrouwen zich in aanwezigheid van Broeder Cornelis moesten uitkleden en hem dan nederig moesten verzoeken hen te tuchtigen. Hij placht ze dan met een roe op de billen te slaan, wat hij lancsamich dede met een seker getal cleyner slaechskens, die niet seer seere en deden. Vervolgens meldt de satiricus ons, hoe dat geheim uitlekte en wat een opschudding daar het gevolg van was.” (Tekst grotendeels overgenomen uit: Wim Voortman, De Historie van Broer Cornelis. (zie gebruikte literatuur)

 

 Christoffel van Sichem, Afbeeldinghe ende corte Historie van Broeder Cornelis Adriaenszoon van Dordrecht Minnebroeder ende Predigher tot Brugghe1607

 

De prent toont broeder Cornelis in de pij van de kloosterorde van de kapucijnen of minderbroeders. Met zijn attribuut, de geselroede staat de prediker in de kuip van een preekstoel. In de achtergrond zit de biechtvader met de roede in de aanslag voor twee vrouwen die hun kleren hebben uitgetrokken.

 

Broeder Cornelis slaat een biechtelinge op de billen, gravure uit

Papekost opgedist in Geuse Schotelen, uitgave Blokzijl, 1720,

Museum Catharijneconvent, Utrecht

Teksten:

       Broer Kornelis, Pater te Brugge

 

       In Spyt van Brieven en Pasquillen,

       Slaa ik mijn Devotarissen op de billen:


    Ondanks Brieven en lasterschriften, sla ik mijn vrome volgelingen op de billen.

(Devotarissen: vrouwelijke vorm van overdreven vrome personen, kwezels.

 

        Het Kloosterlyk Gebouw van muuren, steen, en kalk

        Dekt meenig geile Vrouw, en Sodomitsen Schalk

 

De tekst komt er op neer dat in het klooster veel geile vrouwen worden gedekt alsook homoseksuele boeven.

 Detail pagina 32 Papekost opgedist in Geuse Schotelen

  

De ontmaskering van de paus 

 Pieter van der Heyden (1530-1572), De ontmaskering van de paus die een nest met monsterlijke eieren uitbroedt, gravure: 215 x 259 mm., 1584, Atlas van Stolk, ondergebracht in de Bibliotheek van Rotterdam.

 

De postuum uitgebrachte gravure van Pieter van de Heyden is een allegorische spotprent waarin de twee personificaties Tijd en Waarheid de paus onthullen als de oorsprong van het kwade.


Detail prent Pieter van de Heyden, de Waarheid en de Tijd onthullen het nest met eieren van de paus.


Door het kleed van de paus weg te trekken onthullen de personificaties van de Tijd en de Waarheid: ‘Die nacte waerheyt’ het broedsel van de paus.


De personificaties van de Tijd en de Waarheid worden beschreven door Cesare Ripa in Iconologia (1593). In 1644 verscheen een Nederlandstalige uitgave van dit buitengewoon invloedrijke boek.

In de Iconologia wordt duidelijk waarom de personificatie van de Waarheid naakt is en waarom wij nog steeds spreken van de naakte waarheid: zij draagt geen kleren omdat de waarheid niets te verbergen heeft.

De tijd wordt door Ripa omschreven als een oude man: Boven op het hoofd is hij grijs en kaal omdat de tijd niet te schatten oud is. De Tijd draagt volgens Ripa vleugels naar het gezegde: de tijd vliegt. De zandloper op zijn hoofd verwijst naar de almaar doorlopende tijd.

Door het kleed van de paus weg te trekken onthullen de personificaties de waarheid. Wij kennen nog wel het gezegde: na verloop van tijd zal de waarheid aan het licht komen.

 

Wanneer we de teksten op de eieren lezen en zien wat er uitkomt mogen we van addergebroed spreken.

Uit het ei links komt een draak ‘DRAGHON’ tevoorschijn. De draak richt zijn klauwen op het ei naast hem: ‘BALTE SERA – MORDER VAN DE PRINS', Balthasar Gerards, de moordenaar van prins Willem van Oranje. Rechts daarvan zien we het ei dat vol venijn zit: 'DITS VOL FENYN'. Uit dat ei komt de draak van de 'INQVISITION', de inquisitie. Uit het ei rechts daarvan komt het monster 'CAPVCYNEN', een lid van de orde van de Kapucijnen. Boven dat ei komen

'SPAENGNIAERS', de Spanjaarden ter wereld. Het ontgaat mij wat er met de tekst op het ei wordt bedoeld met 'VICTE LINVS'. Het enige wat bij mij opkomt is dat er zóu kunnen worden gewezen op paus Linus, de vermeende eerste in de rij van de opvolgers van Petrus. Met hem zou dan de 'de valse opvolging' van Petrus als plaatsvervanger van Jezus beginnen! (zie hieronder de bespreking van de gravure ‘Het licht is op de kandelaar gesteld') Met 'DE MORT VA PARYS' : de moord van Parijs op het ei daarnaast wordt naar mijn idee verwezen naar de Bartholomeusnacht (23-24 augustus 1572). Ook in Frankrijk stonden de verhoudingen tussen de twee geloofsgroepen op scherp. Tijdens de Bartholomeusnacht werden zo'n 2000 Hugenoten gedood. Bij de slachtoffers was ook Gaspard de Coligny (1519-1572), de leider van de Hugenoten zoals de Franse volgelingen van Calvijn in Frankrijk werden genoemd. Hij was de vader van Louise de ColIgny (1555-1622), de vierde echtgenote van Willem van Oranje (gehuwd: 1583-1584). De prent is in ieder geval uitgegeven in het jaar dat haar echtgenoot werd vermoord: 1584. Wellicht dat daarom de prent in dat jaar nog een keer werd uitgegeven.

 

Onder de voorstelling lezen we:

        Doer den tijt metter waerheijt wort ons ghetoont

        Den schadelijken nest ontdeckt met die brothen ghecroont. :

Door Tijd en Waarheid wordt ons het verderfelijke nest getoond met bovenop: ‘ghecroont’ de ‘brothen’: broedhen. De waarheid komt aan het licht: het is de paus, de broedkip die al het kwade en de ellende die over de Nederlanden kwam heeft uitgebroed.

 

Titiaan, Diana en Callisto, olieverf op doek, 183 x 200 cm., ca. 1566, Kunsthistorisches Museum, Wenen, Oostenrijk

 

Het uitgangspunt voor de prent van Pieter van de Heyden was het schilderij van Titiaan: Diana en Callisto. Ovidius vertelt in de Metamorfosen dat Diana, de maagdelijke godin van de jacht haar nimfen ten strengste had verboden omgang te hebben met mannen. Zij moesten haar absolute kuisheid zweren. Een van de nimfen, Callisto wordt zwanger van Jupiter. Haar medenimfen onthullen haar zondige zwangerschap aan Diana.

Op het schilderij van Titiaan trekken twee nimfen het rode overkleed van Callisto naar boven en onthullen daarmee haar verboden zwangerschap. De woedende Diana strekt bestraffend haar hand uit naar Callisto die afschuwelijk zal worden gestraft.

 

Op de prent van Van de Heyden hebben de personificaties van de Tijd en de Waarheid de plaats ingenomen van de nimfen van Diana die de zwangerschap van Callisto onthullen. Elisabeth I, de Virgin Queen van Engeland (te herkennen aan haar wapen) heeft de plaats van de maagdelijke godin Diana ingenomen. Onder en naast de Koningin Maagd, herkennen we de nimfen van Diana aan hun wapenschilden als de provinciemaagden van Holland, Zeeland, Gelderland en Friesland.

              

Luther onthult het misbruik en het bedrog van de paus

Dirck Volckertsz. Coornhert, Luther onthult het misbruik en het bedrog van de paus, gravure en ets op papier, plaatrand ca. 206 x ca. 121 mm, 1604, Rijksmuseum, Amsterdam

 

Fraai in de zin van onthullen is ook de postuum uitgegeven prent van de Nederlandse humanist, theoloog, kunstenaar en musicus Dirck Volckertszoon Coornhert (1522-1590). Door de mantel van de paus op te tillen is het in dit geval Maarten Luther die de waarheid onthult. Bijgelicht door een enorme fakkel  en op grond van het 'Testimonium Scripturae', de getuigenis van de Heilige Schrift toont de reformator aan dat de leider van de Katholieke Kerk in werkelijkheid de duivel is.

 

 

De prent heeft een Nederlands, Latijns en Frans onderschrift en maakt deel uit van een twaalfdelige serie met als titel De ontaarding van de katholieke geestelijkheid en de oorzaken van de opstand en de Beeldenstorm. In de prenten bracht Coornhert de voorgeschiedenis van de inquisitie, het machtsmisbruik van het Spaanse gezag en de opstand in beeld.

De tekst in het Latijn is het meest uitgebreid en loopt volledig onder de voorstelling door: 'Et fraudes Cleri et mendacia tecta tenebris 9. [prent 9] in de serie van twaalf) Admota primus face Luthere aperis': Het bedrog van de geestelijkheid en hun leugens die in duisternis zijn verhuld, brengt gij Luther, met uw bijlichtende fakkel als eerste aan het licht. Het is dus Luther die de waarheid aan het licht brengt.


Detail van de prent, een kwartslag gedraaid.

Luther houdt een flinke stok in de hand waarin de fakkel is geplaatst. Op die stok lezen we: ‘TESTIMONIVM SCRIPTURAE': de getuigenis van de Heilige Schrift.


 Door de mantel van de paus op te tillen onthult Luther het volk het grote bedrog en de misleiding door de paus.

 

Onder de mantel wordt duidelijk zichtbaar dat de paus het lichaam van de duivel heeft. Hij is dierlijk behaard en zijn armen en benen lopen uit in klauwen. Op zijn mijter lezen we het woord ‘Abusus’: misbruik: de paus maakt misbruik van het veelkoppige goedgelovige ‘Vulgus’: volk dat met stomme verbazing ziet wat Luther onthult: de paus is een duivel!

Op de schoot van de paus hebben zich allerlei dieren genesteld die in een kwaad daglicht kunnen worden gesteld: we herkennen een slang, een schorpioen, een wolf en aan zijn voeten zit een jakhals. In hun negatieve betekenis staan de dieren voor de trawanten van de duivel.


Detail gravure Dirck Volckertsz. Coornhert

 

Ook Erasmus, ‘Erasmus Rot’, van Rotterdam draagt zijn steentje bij aan de ontmaskering, in dit geval van van een schijnheilige monnik. Ten overstaan van zijn driekoppige publiek toont hij wat de monnik in feite is. Door hem zijn monnikskap van het hoofd te trekken openbaart hij dat de monnik een wolvenkop heeft. Met de Bijbel die hij aan zijn gordel heeft hangen is de monnik een huichelaar, een wolf in schaapskleren, in dit geval in monnikspij!

 

 De hoer van Babylon en de paus als antichrist

Lucas Cranach de Oude, De Hoer van Babylon met de pauselijke driekroon, illustratie in ‘Luther Bijbel’


In het Nieuwe Testament zinspeelt Jezus op zijn terugkeer op aarde. Het laatste boek van het Nieuwe Testament verhaalt over de gruwelijke gebeurtenissen op aarde die direct voorafgaan aan de terugkomst van Christus op aarde. In het 17de hoofdstuk van de Apocalyps / Openbaring van Johannes wordt geschreven over de Hoer van Babylon: “Toen kwam een van de engelen met de zeven schalen en zei tegen mij: 'Kom, ik zal u het oordeel laten zien over de grote Hoer die aan de vele wateren zit. Met haar hebben de koningen van de aarde gehoereerd en de bewoners van de aarde hebben zich bedronken aan de wijn van haar ontucht'. Hij [de engel] voerde mij in de geest naar de woestijn. Daar zag ik een vrouw, gezeten op een scharlakenrood beest, dat overdekt was met godslasterlijke namen; het had zeven koppen en tien hoorns. De vrouw was gekleed in purper en scharlaken, en getooid met goud, juwelen en parels. In haar hand hield zij een gouden beker, boordevol met de gruwelijke onreinheden van haar hoererij. Op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheimzinnige naam: Babylon, de grote stad, de moeder van de hoeren en van de gruwelijkheden van de aarde. Ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen en het bloed van Jezus' getuigen. (Apocalyps 17: 1-6)

 

In de Tweede brief aan de Thessalonicenzen beschrijft Paulus in het tweede hoofdstuk de situatie voordat Jezus op aarde zal terugkeren. Het zal een periode zijn van de heerschappij van de Antichrist. Het is een tijd waarin de mensen van hun geloof vallen door de tot de verbeeldingsprekende wonderen van een persoon die beweert dat hij Christus is. De mensen zullen in deze persoon de teruggekeerde Christus zien en hem vereren en aanbidden. De Antichrist wordt beschreven als ‘Man der goddeloosheid’ die de mensen misleidt met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke daden.

 

Voor Calvijn is het duidelijk: “Verder duidt Paulus de Antichrist aan met dit kenmerk: hij zal God beroven van zijn eer om die aan zichzelf toe te kennen. Dat is de belangrijkste aanwijzing die we moeten volgen bij het zoeken van de Antichrist. Vooral als zo’n hoogmoed ertoe leidt dat de kerk openlijk verstrooid raakt. Nu staat vast dat de paus van Rome zichzelf onbeschaamd heeft toegeëigend waar God en vooral Christus recht op hebben. Daarom hoeven we er niet aan te twijfelen dat hij de aanvoerder en vaandeldrager is van het goddeloze en weerzinwekkende rijk van de Antichrist.” 

 

In het eerste artikel van dit tweeluik werd het boek van Lucas Cranach de Oude en Melanchton besproken: Passional Christi und Antichristi. Het is het eerste geïllustreerde polemische pamflet van de Reformatie. In de tekst wordt de paus consequent als de Antichrist aangeduid.

Ook Luther was er vast van overtuigd dat de periode die voorafgaat aan de wederkomst van Christus een tijdperk van dwaalleraren zou zijn. Er zou een periode aanbreken waarin de Antichrist en zijn valse profeten de gelovigen misleiden. Vanaf het moment dat de paus zich had opgeworpen als stimulerende kracht achter de aflaathandel, was het voor Luther een uitgemaakte zaak: de eindtijd was begonnen en de Antichrist was in de gedaante van de paus op aarde verschenen. Voor Luther en vele anderen was duidelijk dat de paus de vleesgeworden Antichrist is.

Vergelijkingen tussen de paus, de Hoer van Babylon en de Antichrist liggen voor zijn tegenstanders van de paus voor het oprapen. De primaat draagt acht traditionele paustitels. Een daarvan is: Plaatsbekleder van Christus. Velen vinden dat hij niet alleen de plaatsvervanger van Jezus is, maar zich ook werkelijk als God laat vereren. Hij omringt zich immers met hemelse pracht en praal en 'heeft zich neergezet in Gods tempel' (Tweede brief aan de Thessalonicenzen): de met alle denkbare kostbaarheden opgesierde kerken Rome. De paus misleidt de mensen met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen. Hij staat toe dat de aanhangers van het ware geloof, de protestanten bloedig worden vervolgd en hij ondersteunt de machthebbers die hen bestrijden. In de woorden van de Apocalyps "Ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen en het bloed van Jezus' getuigen." (Apocalyps 17: 16)

 

De Hoer van Babylon wordt gebruikt als personificatie van de Katholieke Kerk. Het beeld verwijst in dit geval naar de corruptie van de kerkleiders. Net als een prostituee zijn zij voor geld, macht en aanzien te koop. Hoewel veel pausen er niet voor terug deinsden zich over te geven aan seksuele uitspattingen wil het beeld van de paus en de Hoer van Babylon niet alleen daarop wijzen. Het gaat erom dat zij hun ziel en zaligheid aan de duivel verkopen voor alle denkbare vormen van aardse genoegens.

Op zijn illustratie van de Hoer van Babylon in de Lutherbijbel uit 1522 zien we voor het eerst dat de vrouw duidelijk zichtbaar in verband wordt gebracht met de paus: zij draagt de pauselijke driekroon op het hoofd. Deze voorstelling zou buitengewoon veel navolging krijgen.


Lucas Cranach de Oude, de Hoer van Babylon op het beest uit de Apocalyps, houtsnede in de eerste editie van het zogenaamde 'Septembertestament', Lutherbijbel van september 1522, Wittenberg, Bibliothèque Nationale, Parijs


Op de houtsnede heeft de Hoer van Babylon plaatsgenomen op het zevenkoppige beest uit de Apocalyps. In de gedaante van de paus laat zij zich vereren als de op aarde teruggekeerde Christus.


Detail Lucas Cranach de Oude de Hoer van Babylon met de pauselijke tiara

 

Lucas Cranach de Oude, de paus als de Babylonische hoer op het het zevenkoppige beest uit de Apocalyps, ingekleurde houtsnede

in een Lutherbijbel uit 1534


Op de ingekleurde houtsnede van Lucas Cranach de Oude is te zien dat de vrouw precies zo verschijnt als wordt beschreven in de Apocalyps: "Daar zag ik een vrouw, gezeten op een scharlakenrood beest, ... het had zeven koppen en tien hoorns. De vrouw was gekleed in purper en scharlaken, en getooid met goud, juwelen en parels. In haar hand hield zij een gouden beker, boordevol met de gruwelijke onreinheden van haar hoererij. .... "

Zij bevindt zich in een riviergebied, de wateren waarover in de Apocalyps geschreven wordt: ‘de grote hoer, die aan de vele wateren zit’. De machthebbers (we herkennen onder andere drie koningen) die voor het beest en de Babylonische hoer in aanbidding op de knieën zijn gevallen: 'Met haar hebben de koningen van de aarde ontucht bedreven, en de bewoners van de aarde hebben zich bedronken aan de wijn van haar ontucht.'

De paus, als beeld van de Katholieke Kerk, als de Hoer van Babylon die haar aanhangers verleidt haar te aanbidden.

 

De Hoer van Babylon als de paus verleidt Alva

Het beeld van de Hoer van Babylon die machthebbers op aarde verleidt om hen aan te zetten zich voor haar doeleinden in te zetten wordt ook in verband gebracht met andere godsdienstige tegenstanders. Een fraai voorbeeld hiervan is de prent met de vrijage van Alva met de Grote Verleidster, de paus en/of de Katholieke Kerk.

 

Spotprent uit een serie van vier met als titel: Alva's opdracht in de Nederlanden en de gevolgen van zijn tirannie,

anonieme gravure, ca. 1572, Atlas van Stolk, Rotterdam

Bovenkant spotprent op het optreden van Alva

 

Tekst links boven de voorstelling:

Die scepen vervallen die sciplieden connen nyet behelpen die copman en vercopt geen Waer babels hoer is vrolick met ducdalba.

 

De tekst bovenin de gravure maakt duidelijk waarop de voorstelling zinspeelt. ‘Alba’: Alva heeft zich laten verleiden door de hoer van ‘babilon’ met een tiara op het hoofd. Terwijl hij in innige omhelzing is met de Roomse Kerk trekt hij zich er niets van aan dat de economie in de Nederlanden in het slop raakt. Terwijl de schepen in de haven vergaan, de masten staan op instorten, heeft de hertog zo zijn eigen besognes.

 

Achter Alva zien we het Apocalyptische beest met de zeven koppen en hoorns.

 

Onderkant spotprent op het optreden van Alva


Tekst links onder de voorstelling:

Den cramer sit armelyck neder hy can Syn ware nyet vercopen doer ducdalbas ontlyven schatten en roven.

 

In het onderste gedeelte van de prent zien we een zeeman, een koopman en een marskramer die niets kunnen uitrichten en lijdzaam moeten toezien hoe hun handel teloor gaat omdat de hertog van Alva veel mensen heeft laten ‘ontlyven’: terechtstellen, ‘schatten’: hoge belastingen heeft opgelegd en omdat er tijdens zijn bewind ‘roven’: rooftochten plaatsvinden.

 

Het Licht is op de kandelaar gesteld

Anoniem, Noord Nederland, ’t Licht is op den kandelaer gestelt, gravure op papier: 408 x 515 mm., na 1640, Atlas van Stolk, Rotterdam

  

Rondom een tafel is een groep vooraanstaande aanhangers, voorlopers en theologen van de Reformatie gegroepeerd. De mannen zijn vaak te identificeren aan hun kenmerkende gezicht. Zo zijn in het midden achter de tafel Luther en Calvijn goed te herkennen. Daarnaast zien we rondom het hoofd van de mannen letters die corresponderen met de letters in het onderschrift. Daar lezen we bij die letters de naam en ook een aantal wetenswaardigheden over de afgebeelde personen. Zo vernemen we van iedereen het geboortejaar en het jaar van overlijden. Daarmee wordt direct duidelijk dat zij nooit in deze samenstelling met elkaar aan tafel kunnen hebben gezeten. De jaartallen lopen daarvoor vaak te ver uiteen. Zij zijn op de gravure afgebeeld alsof zij met elkaar in overleg zijn over hun verschillende inzichten.

 

In het midden van de tafel ligt een Bijbel ‘Evangelium staat erop. Op de Bijbel staat een kandelaar met daarop een brandende kaars. Het ware licht van het evangelie is, naar de tekst van het evangelie ‘op de kandelaar gesteld'. Dat is ook de tekst die we links en rechts van grote kandelaar met een brandende kaars op het schilderij lezen: ‘t Licht is op den kandelaer gestelt’.

De tekst verwijst naar een korte gelijkenis waarin Jezus tegen zijn volgelingen zegt: ‘Jullie zijn het licht van de wereld. Jullie schijnen als lichten in de duisternis … men steekt geen licht aan om onder de korenmaat te zetten, maar om het te laten schijnen voor allen die in huis zijn. Zo moet ook uw licht voor de mensen schijnen omdat zij uw goede werken kunnen zien en onze Vader verheerlijken die in de hemel is.  (Mattheus 5:14-16)

Met de opmerking ‘… men steekt geen licht aan om onder de korenmaat te zetten’ zou Jezus hebben opgeroepen het licht niet uit te doven of het rondstralen van het licht te beletten.

 

De voorstelling van ‘het licht op de kandelaar’ wijst op de belangrijke plaats die de hervorming, toekende aan het evangelie. Het licht is de boodschap van Jezus die de ware christenen moeten navolgen en over de wereld moeten verspreiden. De mannen aan tafel voelen zich aangesproken: evenals de apostelen zijn zij '... het licht van de wereld'. Nu moeten zij 'schijnen als lichten in de duisternis'. De reformatoren voelen als ware christenen de verplichting het licht van de kandelaar naar alle kanten van de aarde te laten stralen, de verplichting om de boodschap van het evangelie te verkondigen.

  


Maar er ‘blaast’ een fikse tegenwind! Op de voorgrond doen een kardinaal, een duivel, de paus en een monnik hun uiterste best om het licht van de kaars uit te blazen ‘onder de korenmaat te zetten’. De lucht die zij uitblazen is gevisualiseerd.


In de luchtstroom kunnen we lezen met welke valse intentie er wordt geblazen: de kardinaal blaast met ‘verkeerde geleertheid’, de duivel blaast met ‘leugengeest’, de paus met ‘valssche sucessie’ (valse opvolging: hij stelt zich voor als de opvolger van Petrus) en de monnik blaast met ‘schynheilicheit’. 


Anoniem: ’t Licht is op den kandelaer gestelt, olieverf op doek: 96 x 126 cm., Nederland 2de kwart 17de eeuw, Museum Catharijneconvent, Utrecht

 

Het schilderij in Museum Catharijneconvent vertoont veel overeenkomsten met de anonieme gravure in de Atlas van Stolk. Links op de voorgrond is een bisschop toegevoegd die met ‘verkeerde geleertheid’ blaast. De kardinaal heeft plaatsgemaakt voor een Jezuïet, dé kloosterorde van de Contrareformatie. De andere teksten in de luchtstromen zijn niet meer leesbaar, maar we mogen een soortgelijke strekking verwachten als we op de gravure hebben aangetroffen.


Aardig is de grote barst die vanaf helemaal links vanaf de bovenkant van de rode mijter van de bisschop dwars over het schilderij loopt. Die beschadiging is vast redelijk gemakkelijk te herstellen. Ik ga er echter vanuit dat het museum dat weloverwogen niet doet. Het lijkt er zelfs op dat die barst geconserveerd wordt omdat het wel iets aardigs vertelt over de geschiedenis van het schilderij. 

Onder die barst zijn de belangrijke figuren van de Contrareformatie afgebeeld. Een vroegere eigenaar wilde waarschijnlijk niet voortdurend met die koppen van die katholieken worden geconfronteerd. Het doek werd uit de lijst gehaald en het deel waar aanstoot aan werd genomen, werd domweg naar achteren omgevouwen. Dat was gemakkelijker dan het af te knippen, dan zou het doek maar gaan rafelen.

Het schilderij was door de ingreep wel wat minder hoog geworden waardoor de eigenaar de lijst zal hebben moeten laten aanpassen. Heerlijk, vanaf nu niet meer die hijgende papen, maar  alleen nog maar die fraaie uitgestreken koppen van mensen die belangrijk zijn geweest voor de Reformatie.


De Bijbel op de weegschaal

Anoniem, De Bijbel op de weegschaal, gravure op papier: 243x 323 mm.,

1550-1599, Rijksmuseum Amsterdam

 

In een kerkruimte staan de twee partijen tegenover elkaar, links de katholieken en rechts een aantal prominenten van de Reformatie. Tussen de vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk is niemand persoonlijk te herkennen. Slechts door hun kleding herkennen we een paus, kardinalen, een pelgrim, een bisschop, geestelijken, een misdienaar, kloosterlingen en op de voorgrond een knielende vrouw.

In de tekst onder de gravure staat precies beschreven wie de personen in het kamp van de hervormers zijn. Net iets rechts van het midden van de voorstelling staat Luther. Rechts van hem staan onder andere Johannes Hus en Johannes Calvijn.

 

In het midden hangt een grote weegschaal aan het plafond. De voorstelling roept de retorische vraag op: wat weegt zwaarder? Zijn het de spullen die de katholieken in de schaal hebben gelegd, we zien onder andere een kruis, een reliekschrijn, een boek, de pauselijke sleutel en de tiara, of is het de Bijbel die Luther volgens het onderschrift in de schaal heeft geplaatst? De voorstelling geeft het antwoord. Het gewicht en het belang dat Luther en zijn aanhangers aan de Bijbel hechten is zo zwaar dat de weegschaal in hún voordeel uitslaat.

Luther heeft meerdere keren benadrukt dat de Bijbel het belangrijkste boek is dat ooit is geschreven. ‘Homerus en Vergilius uit de Oudheid hebben ons mooie boeken nagelaten, maar die zijn nietszeggend vergeleken met de Bijbel. Hij beargumenteerde dat er geen twijfel over bestond dat de Bijbel het Woord van God is. Tevens zag hij een groot verschil tussen de woorden die hij in de Bijbel las en de regels van de Katholieke Kerk. 

Detail van de gravure De Bijbel op de weegschaal, ca. 1560

 

Een monnik is in de schaal gaan staan en een andere monnik hangt aan de touwen van de wegschaal. Ondanks de verwoede pogingen van twee monniken om met hun eigen gewicht de weegschaal in het voordeel van het katholiek kamp te laten doorslaan, slaat de weegschaal uit in het voordeel van het kamp van de Reformatie.


Anoniem, Noordelijke Nederlanden, De weegschaal van het ware geloof: allegorie op de suprematie van de Reformatie over het Rooms-katholieke geloof, olieverf op doek: 101 x 155 cm., 1600-1625,

Museum Catharijneconvent, Utrecht

 

Het schilderij in Museum Catharijneconvent heeft veel beeldelementen van de gravure in het Rijksmuseum overgenomen. De Paus draagt zijn pontificale liturgische kleding en heeft de tiara op zijn hoofd. Achter hem herkennen we verschillende kloosterlingen aan de kleding van hun orde. De man met de zwarte bonnet is een Jezuïet. De bonte kleding van de katholieken staat in schril contrast met de sobere zwarte kleding van de protestanten. De katholieken hebben de schaal aan hun kant overladen met kostbare liturgisch gerei. De paus staat op het punt er nog een aflaatbrief aan toe te voegen. De monnik rechts van hen speelt ook op deze voorstelling weer gemeen spel door aan de rechterarm van de weegschaal te gaan hangen. Het mag weer niet baten, het gewicht van de Bijbel in de andere schaal overtreft alles, wát de katholieken ook aan gewicht aan hun kant toevoegen.

 


gebruikte literatuur

  • Utrecht, Museum Het Catharijneconvent, Ketters en papen onder Filips II; Het godsdienstige leven in de tweede helft van de 16de eeuw, Utrecht, 1986

  • Ilja M. Veldman, De Wereld tussen Goed en Kwaad, Late prenten van  

Coornhert, Den Haag, 1990

  • Rijksmuseum Het Catharijneconvent, Duivels en Demonen, De duivel in de Nederlandse beeldcultuur, Rijksmuseum Het Catharijneconvent, Utrecht 1994

  • Daniel Horst, De Opstand in zwart-wit. Propagandaprenten uit de Nederlandse Opstand 1566-1584, Zutphen 2003

  • Wim Voortman, De Historie van Broer Cornelis, geplaatst op internet: mei 2003, geraadpleegd: 9-2-2024

 




137 weergaven
bottom of page