• Paul Bröker

Biblia pauperum


Over type en anti-type



Hemelbestormers in de Grote Kerk van Naarden

Op 8 augustus jl. was ik in Naarden. Mijn reisgenoot had kaartjes geregeld voor een rondleiding in de plaatselijke Grote Kerk, een verlaat verjaardagscadeau. Het bleek geen rondleiding te zijn door de Grote Kerk, wat op zich ongetwijfeld al zeer te moeite waard was geweest. Wij behoorden echter tot een groepje ‘Hemelbestormers’ zoals onze rondleiding door de gids werd omschreven. Vanaf de begane grond van de kerk ‘bestormden’ wij de hemel: het 25 meter hoge tongewelf van de kerk waarop tussen 1510 en 1518 beschilderingen zijn aangebracht.

Ik was al vaker in de Grote Kerk geweest. Het bezoek beperkte zich echter steeds tot de begane grond. Zittend op een stoel merkte ik wel op dat het houten gewelf beschilderd was, maar het was er steeds druk en ik kon vanaf mijn plaats in de kerk ook niet echt goed onderscheiden wat er op dat gewelf nu precies allemaal geschilderd was.

Dat was wel anders toen wij, na onze beklimming via de tijdelijk trap op de tijdelijke verdieping bovenin de kerk aankwamen. Ik was werkelijk buitengewoon verrast en opgetogen over hetgeen wij te zien kregen: we stonden oog in oog met een ruim 500 jaar oude volledig bewaard gebleven gewelfschildering.

Tezamen vormen de afzonderlijke schilderingen één geheel. Het gaat om Bijbelse voorstellingen op een manier bij elkaar gebracht zoals die bekend is van de laatmiddeleeuwse Biblia pauperum: aan de noordzijde van de kerk zagen wij nieuwtestamentische voorstellingen uit de lijdensgeschiedenis van Jezus en op de tegenover liggende zijde corresponderende voorstellingen uit het Oude Testament.


Ondanks mijn voornemen om vanwege mijn vakantie en de geplande lezingen en cursussen in het najaar tot december van dit jaar geen artikelen op deze blog te laten verschijnen, voelde ik een bepaalde drang om toch iets over die gewelfschilderingen te schrijven. Ná 29 augustus (!!) wordt de trap naar boven en de verdieping namelijk afgebroken en kunt u de gewelfschilderingen weer alleen vanaf de begane grond bekijken. De tijd is dus beperkt!

Wanneer onderstaand artikel u enthousiast maakt en u de gewelfschilderingen op ooghoogte wilt bekijken kunt u het beste tickets reserveren via de site. Klik op:

tickets Hemelbestormers – Grote Kerk Naarden Wanneer u op de site bent klikt u in de menubalk rechtsboven op ‘bezoek’. Op de pagina waar u dan komt scrolt u een klein beetje naar beneden en klikt op ‘Bestel Ticket’ rechts op de pagina.


De Biblia pauperum / Armenbijbel

In de 13de eeuw ontstonden er varianten op de gangbare bijbel, waarin de verluchtingen geen illustraties bij de tekst zijn, maar een volkomen eigen leven leiden. De afbeelding zelf is hoofdzaak geworden! Hoewel er kostbare armenbijbels bestaan, zijn veel bewaarde exemplaren zogenaamde blokdrukken. De armenbijbel was een hulpmiddel bij het godsdienstonderwijs aan mensen die niet konden lezen: 'arme lieden'. De armenbijbel kon worden gebruikt door rondtrekkende, arme monniken. Aan de hand van de voorstellingen in de afbeelding konden zij in hun preek en onderwijs de Bijbelse verhalen aan de orde stellen.

In de Biblia pauperum / armenbijbel wordt het leven van Jezus op een typologi­sche manier in beeld ge­bracht. Op iedere pagina van dit type Bijbel staat een voorstelling van een nieuwtestamentische gebeur­tenis centraal. Deze wordt gekoppeld aan een aantal afbeeldingen uit het Oude Testa­ment die hebben aangekon­digd wat in het centrum van de afbeel­ding is ver­vuld.

In de Biblia pauperum fungeren oudtestamentische scènes als prefiguraties (typen) van nieuwtestamentische voorstellingen (anti-typen). We kunnen stellen dat dit systeem door Jezus zelf is ontwikkeld! In het Nieuwe Testament wijst Jezus namelijk geregeld op overeenkomsten tussen een verhaal uit het Oude Testament en hemzelf. Zo houdt hij in het Mattheusevangelie het volgende aan zijn toehoorders voor: “Want zoals Jonas drie dagen en nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal ook de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn”. (Mattheus 12: 40) In het Johannesevangelie zegt Jezus: “Net als Mozes de kope­ren slang in de woes­tijn op­richtte, zo wordt ook de Men­senzoon opgericht; opdat ieder, die in hem gelooft, het eeuwig leven zal hebben”. (Johannes 3: 14-15)


Augustinus

De kerkvader Augustinus (354-430) vatte het Oude en Nieuwe Testament op als één samenhangend geheel. De gedachte had langzaam maar zeker postge­vat dat niet alleen de oudtestamentische profeten bepaalde nieuwtes­tamentische gebeurtenissen zouden hebben voorspeld maar dat ook in veel verha­len uit het Oude Testa­ment vooruitwijzingen ver­scholen zitten van gebeurte­nissen die in het Nieuwe Testa­ment worden beschreven. Theologen zochten in het Oude Testa­ment naar verhalen die correspon­deren met verhalen uit het Nieuwe Testament. Bij een dergelijke overeenkomst werd het verhaal uit het Oude Testa­ment opgevat als een prefi­guratie (voorafbeel­ding) van die gebeurte­nis uit het Nieuwe Testa­ment. Dit soort verhalen tonen het onlosmake­lijk verband aan tussen het Oude en het Nieuwe Testa­ment en maken duidelijk dat het Oude Testa­ment zijn voltooiing kreeg in het Nieuwe Testa­ment.


Codex Palatinus latinus 871

Om u op het goede spoor te zetten beschrijf ik één pagina uit een Biblia pauperum, de zogenaamde Codex Palatinus latinus 871 (twee­de kwart vijftiende eeuw) die bewaard wordt in de Bibliothe­ca Apostolica Vatica­na in Vaticaanstad.

Op elke pagina in die Codex Palatinus latinus 871 treffen we in het centrum steeds een afbeelding aan van een nieuwtestamentische gebeurtenis. Rondom die voorstelling uit het Nieuwe Testament zien we vier medail­lons met voorstellingen van profeten die de nieuwtestamentische gebeurtenis hebben voor­speld. Rondom die bustes van de profeten lezen we steeds enkele typerende woorden van hun voor­spellin­gen die vooruitwijzen naar het nieuwtestamentische verhaal dat in het midden wordt voorgesteld. Links en rechts worden twee gebeurte­nissen uit het Oude Testa­ment getoond die opvallende overeenkomsten in zich dragen met het nieuwtestamentische verhaal dat in het centrum van de voorstelling is afgebeeld. Onder de oudtestamentische afbeeldingen staan teksten (in het geval van de Codex Palatinus latinus 871 in het Latijn en het oud-Duits) die het verhaal samenvat­ten én de overeenkomst met het verhaal uit het Nieuwe Testament verklaren. Al met al wordt op iedere pagina de nieuwtestamentische gebeurtenis zes keer(!) aangekon­digd, vier maal door profeten en twee maal door een oudtestamentische gebeurtenis.

De pagina met de Annunciatie in de Codex Palatinus latinus 871


De voorstelling van de Boodschap van de engel aan Maria wordt in Codex Palatinus latinus 871 geflankeerd door afbeeldingen van de Vervloeking van de slang (links) en Gideon met de wollen vacht (rechts).

De vervloeking van de slang

De beschrijving van de vervloeking van de slang volgt in het Boek Genesis vrijwel direct op de zondeval en de beschuldiging van Adam en Eva: “Toen sprak Jahwe tot de slang: omdat gij dit gedaan heb, zijt gij ver­vloekt onder alle tamme en wilde dieren; op uw buik zult gij kruipen, stof vreten uw leven lang. Ik zal vijandschap wekken tussen u en de vrouw, tussen uw kroost en haar kroost; dit zal u de kop verpletteren”. (Genesis 3: 14-15) De kerkvaders hebben in deze woorden een Messiaanse voorspelling gezien en noemden deze tekst het proto-evangelium, de eerste blijde boodschap. Niet in het minst omdat we in het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Mattheus lezen dat de engel tegen Jozef, die niet kon begrijpen dat zijn vrouw zwanger was en erover denkt haar te verlaten, zegt: “Dit alles is geschied, opdat vervuld zal worden wat de heer gesproken heeft door de profeet die zegt: 'zie de maagd zal ontvangen en een zoon baren en men zal hem Emmanuel noemen’ ”. (Mattheus 1: 22) De profeet die door de engel wordt aangehaald is Jesaja. Zijn buste zien we linksboven de voorstelling van de Boodschap van de engel aan Maria.

In rode letters lezen we vanaf midden onderaan rondom de afbeelding van Jesaja: “Ecce virgo concipiet et pariet filium et vocabitur nomen eius emanuel.” (Daarom geeft de Heer zelf u een teken.) Zie, de maagd zal ontvangen en een zoon baren; zij zal hem noemen ‘God met ons’”. De profeet wijst met de rechter wijsvinder naar de voorstelling van de Annunciatie, naar de eerste stap van de vervulling van zijn voorspelling.

De voorspelling van Jesaja wordt dus niet door een theoloog maar door een engel in het Nieuwe Testament in verband gebracht met de zwangerschap van de maagd Maria. Uiteindelijk zal door haar ‘kroost’ de slang, de duivel en het kwade verslagen worden.

De duivel had met de zondeval een belangrijke overwinning behaald. Maar hem wordt met de vervloeking van de slang in het vooruitzicht gesteld dat hij uiteinde­lijk het onderspit zal delven. Links dus de voorspelling van het uit­eindelijke einde van het rijk van de duivel. In het midden de eerste stap naar de vervul­ling van de belofte uit het Oude Testament in het Nieuwe Testament: de aankondiging van de geboorte van degene die de mensheid zal verlossen uit de aardse ballingschap én van de ellende die door de zondeval en de verdrijving uit het Paradijs over Adam en Eva en al hun nakomelingen kwam: honger en dorst, koude en hitte, oorlog en verdriet, ziekte en dood.


De tekst die begint met de blauwe letter ‘L’ linksonder de voorstelling van de vervloeking van de slang luidt: “Legitur in genesi tercio capitulo quod dominus dixit serpenti …” en daaronder beginnend met de rode letter ‘M’ dezelfde tekst in het oud-Duits: “Man liest in moyses ersten buche Genesis an dem dritten cappittel das Got sprach zu dem slangen ...” De gehele tekst vertaald vanuit de oud-Duitse tekst in het Nederlands: "Men leest in Mozes' eerste Boek Genesis in het derde hoofdstuk dat God tot de slang sprak: Op uw buik zult gij kruipen. En daarna lezen we over de vrouw en de slang: zij zal u de kop verplet­teren, en gij zult loeren naar zijn hiel. Dit alles werd vervuld, toen Maria God ontving, toen de engel tot haar sprak: Ben gerust, gij vol van genade. God is met u, de Heilige Geest zal over u neerdalen en de kracht van de allerhoogste zal u beschermen. U zal ontvangen en een zoon baren. Deze zal de Zoon van God worden genoemd."


De wollen vacht van Gideon

Gideon wilde van God weten of het werkelijk diens bedoeling was om Israël door hem te laten bevrijden. Hij vroeg daarom een teken: “Toen zei Gideon tegen God: 'Ik wil graag weten of het werkelijk uw bedoeling is door mijn toedoen Israël te bevrijden, zoals u hebt gezegd. Daarom leg ik hier op de dorsvloer een wollen vacht. Als er morgenochtend dauw ligt op de wol terwijl de grond eromheen droog is, dan weet ik zeker dat u inderdaad door mijn toedoen Israël zult bevrijden. En zo gebeurde het. De volgende morgen wrong Gideon de wol uit. En er kwam water uit, wel een kom vol.” (Rechters 6: 36-38)

De tekst rechtsonder die begint met de rode letter ‘L’ onder de voorstelling van Gideon met achter hem de wollen vacht luidt: “Legitur in libro Iudicum sexto capitulo quod gedeon petiuit …” en daaronder de tekst beginnend met de blauwe ‘M’ dezelfde tekst in het oud-Duits: “Man liest in der riechter buche an dem sesten cappittel das gedeon hiesch eyn zeichen des sieges …” De gehele tekst vanuit de oud-Duitse tekst vertaald in het Nederlands: “Men leest in het zesde hoofdstuk van het boek Rechteren dat Gideon om een teken van de overwinning verzocht, namelijk dat de wollen vacht nat zou worden door de dauw en dat de aarde droog zou blijven. Dit alles werd vervuld toen de achtenswaardige jonkvrouw ongeschonden van de Heilige Geest een zoon ontving. Dat was onze Heer Jezus Christus, Gods Zoon die met Hem en de Heilige Geest leeft en regeert als één God in Drie-eenheid over de wereld en de werelden. Amen.”

In het verhaal over het vlies van Gideon zag men een zinnebeeld van Maria’s ongeschonden maagdelijkheid. Het vlies staat in deze gedachte voor Maria die zwanger werd, terwijl in de niet nat geworden dorsvloer een voorafbeelding van haar maagdelijkheid wordt gezien. Bernardus van Clairvaux: “Het vlies is de maagd Maria die een zoon ontving; de droog gebleven dorsvloer is een teken van haar maagdelijke ontvangenis.”


In de Nederlandse vertalingen heb ik ‘Dit alles werd vervuld’ onderstreept om te benadrukken dat dit de tekst is die elke keer, de hele Biblia pauperum door aan het einde staat van het oudtestamentische verhaal en aan het begin van elk nieuwtestamentische verhaal. Met de woorden ‘Dit alles werd vervuld’ wordt de verbinding duidelijk gemaakt tussen het Oude en het Nieuwe Testament en dat de voorspelling in het oudtestamentische verhaal wordt vervuld in het nieuwtestamentische verhaal.

De teksten op de voorstelling

De teksten op de voorstelling bevestigen nog eens hetgeen wij er met behulp van de teksten onder de voorstelling al zo'n beetje uitgehaald hebben.

Boven God, geheel links op de voorstelling lezen we: D(o)mi(ni)ca p(e)r(s)ona (God de Heer); boven de slang: Serpens (slang). God houdt een banderol in de hand met de tekst waarmee hij de slang vervloekt: uff diner brust saltu gen alle dyn dage (Op jouw buik zal je kruipen, al jouw dagen.)

Boven Gideon lezen we: Gedeon dixit (Gideon zei) en op de banderol die hij in de hand houdt lezen wij hetgeen hij zegt: Hos in vellus descendens (Kom naar beneden in deze wollen vacht). Op de banderol die de engel vasthoudt lezen we ondersteboven van rechtsboven naar links beneden: Siech das du von gode hast begert Das ist gescheen (Zie, hetgeen je aan God hebt gevraagd is uitgekomen.)

Vooral het verzoek van Gideon 'Kom naar beneden in deze wollen vacht' verduidelijkt veel. Gideon vraagt God om ín de schapenvacht naar de aarde te komen. Wanneer we verder lezen vernemen wij dat het verzoek van Gideon vervuld wordt doordat God in de vorm van de dauw in die vacht naar beneden is gekomen. De aarde daaronder en daaromheen is 'maagdelijk' droog gebleven: "Zie, hetgeen je aan God hebt gevraagd is uitgekomen."



De ‘Biblia pauperum’ in de Grote Kerk van Naarden

De gewelfschilderingen in in de Grote Kerk dateren uit het tweede decennium van de zestiende eeuw. In deze periode doet de Renaissance zijn intrede in de Nederlanden. Dat kunnen we ook zien in de Grote Kerk. Hoewel wij niet te maken hebben met een groot meester, was hij wel op de hoogte van de nieuwe ontwikkelingen in de kunst. De anatomie van de voorgestelde mensen is redelijk overtuigend en ook de contacten tussen de mensen is goed. De expressie van het gelaat en het lichaam en ook de onderlinge contacten tussen de mensen is voor die tijd redelijk. Ook was de anonieme kunstenaar op de hoogte van het mathematische en atmosferische perspectief.

De typologische manier van voorstellen is echter ouderwets voor die tijd en past bij de late Middeleeuwen. Daarmee vertegenwoordigen de gewelfschilderingen in Naarden een mooi voorbeeld van de periode die door Huizinga is getypeerd als Herfsttij der Middeleeuwen, de periode die kenmerken vertoont van de oude, middeleeuwse tijd en de nieuwe tijd: de Renaissance.


De typologische manier van voorstellen in de Grote Kerk in Naarden is gebaseerd op de Biblia pauperum. Toch zijn er een aantal verschillen. De meest opmerkelijke is dat het steeds slechts om één voorstelling uit het Oude Testament gaat die vooruit wijst naar een bepaald moment uit het levensverhaal van Jezus. In de Biblia pauperum gaat het altijd om twee voorstellingen en vier profeten. Daar komt nog bij dat de onbekende kunstenaar van de gewelfschilderingen in de Grote Kerk zich beperkt tot het lijdensverhaal van Jezus. De Biblia pauperum vertelt het hele levensverhaal van Jezus en eigenlijk nog meer! Dit type Bijbel begint namelijk prenataal met de Boodschap van de Engel en het bezoek van Maria aan Elisabeth, daarna de Geboorte enz. en eindigt, net als in Naarden met de voorstelling van Pinksteren.

Er zijn nog wel andere verschillen vermeldingswaardig, maar die betreffen dan een specifiek paar voorstellingen. Die verschillen beschrijf ik daarom wanneer die voorstellingen hieronder ter sprake komen.


Jezus in de Hof van Olijven - Mozes op de berg Nebo

Het lijdensverhaal van de cyclus in Naarden begint met de voorstelling van Jezus in de Hof van Olijven. In een armenbijbel begint het lijdensverhaal van Jezus meestal met een voorstelling van de Intocht in Jeruzalem, daarna zien we onder andere voorstellingen van Jezus die de handelaren uit de tempel verjaagd, het Laatste Avondmaal en Judas die het verradersloon in de tempel in ontvangst neemt. Al deze voorstellingen uit het Nieuwe Testament worden omringd door vier profeten en twee gebeurtenissen uit het Oude Testament die ernaar vooruitwijzen.

Omdat Jezus weet wat hem te wachten staat richt hij zich angstig en dodelijk bedroefd tot zijn Vader: “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dan deze kelk aan mij voorbij gaan". (Matth. 26: 39) Links bovenaan zien wij de kelk. Na de smeekbede tot zijn Vader vraagt Jezus zijn apostelen om met hem te waken. Op de voorstelling zien wij echter dat er van een gemeenschappelijk waken geen sprake is: precies zoals de Bijbel vertelt hebben de apostelen zich overgegeven aan hun slaap. Rechts in de achtergrond komt Judas met de soldaten de Hof van Olijven binnen gelopen.


Het verhaal van Mozes die van God de opdracht krijgt om naar de berg Nebo te gaan (Deuteronomium hfst. 32, 33 en 35) komt bij mijn weten in geen enkele armenbijbel voor als prefiguratie van het verhaal van Jezus in de Hof van Olijven.

Mozes op de berg Nebo Jezus in de Hof van Olijven


Na veertig jaar was Mozes met zijn volk aangekomen bij het Beloofde Land. Ze stonden voor de muren van Jericho. Mozes verneemt dat zijn sterven nabij is en krijgt opdracht de berg Nebo te beklimmen. Op de berg richt hij zich in gebed tot God (bovenaan in het midden is hij te herkennen aan zijn hoorntjes). Vanaf de berg ziet Mozes het Beloofde Land. Niet lang daarna sterft hij.

Jezus had opdracht gekregen om naar Jeruzalem te gaan. Dat zou ook zíjn eindpunt zijn. Ook Jezus zou niet veel later sterven. Net als Mozes had hij de mensen de weg naar het Beloofde Land gewezen. De hele tocht van Mozes en zijn volk vanaf de bevrijding uit de Egyptische slavernij naar het Beloofde Land wordt door de kerkvaders opgevat als een prefiguratie van de reis van de mensen op aarde naar het Beloofde Land: de hemel.

Jozua was door Mozes benoemd als zijn opvolger. Onderaan de voorstelling in Naarden zien we dat hij het leger van de Israëlieten aanvoert in de strijd tegen de Amalekieten om het Beloofde om Land te veroveren.


Het verraad van Judas – Joab en Abner

Tegenover de afbeelding met het verraad van Judas zien we een voor­stelling van Abner die door Joab wordt vermoord. (2 Samuel 22: 27) De twee voorstellingen worden in armenbijbels standaard met elkaar in verband gebracht.

Joab en Abner Verraad van Judas


Joab en Abner waren oude vrienden. Op een gegeven moment koesterde Joab een hevige wrok tegen Abner. Met een list wist hij zijn oude kameraad naar zich toe te lokken. Hij veinsde dat hij een rustig ge­sprek onder vier ogen met Abner wilde hebben om een en ander bij te leggen. Toen ze vriendelijk met elkaar aan het praten waren, haalde Joab plotseling zijn zwaard tevoorschijn en door­boort daarmee ­het hart van Abner.

Op de afbeelding in de Grote Kerk staan de mannen in omhel­zing tegen elkaar aan. Het lijkt erop dat de schilder de ontmoeting van de twee mannen in de open lucht in beeld heeft gebracht. Op de voorstelling steekt Joab tijdens de begroeting zijn zwaard in de rug van Abner.

Joab die onder valse voorwendselen met Abner praat en de verra­derlijke dood van Abner is een vooruitwijzing naar de huichel­ach­tige kus en het verraad van Judas.

We zien dat Judas de rechterarm vriendelijk op de schouder van Jezus heeft gelegd en hem kust. Daarmee levert hij hem over aan de dood. Opvallend is dat de voorstelling in de Grote Kerk het moment toont waarop Jezus wordt verraden terwijl hij tegelijkertijd al door een soldaat is vastgebonden en wordt weggevoerd.


Geseling van Jezus - Geseling van de Zeven Broeders

In het Nieuwe Testament wordt verteld dat Pilatus het opdringerige volk genoegdoening hoopt te geven door Jezus te laten geselen. De geseling van Jezus heeft zijn voorafbeelding in 2 Makkabeen: 7.

Geseling van de Zeven Broeders Geseling van Jezus


Er wordt verteld dat zeven Makkabese broers met hun moeder gevangen worden genomen. De koning liet hen geselen om hen te dwingen het voor hen verboden varkensvlees te eten. De broers gaven te kennen liever te sterven dan de wetten van hun voorouders te overtreden. Ondanks verschrikkelijke martelingen hielden zij vol en stierven de marteldood.

De beschilderde planken tonen aan beide zijden een soortgelijke voorstelling. Jezus is vastgebonden aan de geselkolom en twee van de zeven broers staan vastgebonden aan een boomstam. De beulen slaan meedogenloos in op hun slachtoffers die geen kant uit kunnen.

Voor zover ik weet komt de voorstelling van de geseling van de Zeven Broeders niet voor in armenbijbels.

Op de voorstelling van de geseling van Jezus knielen twee echtparen. Het zijn ongetwijfeld de opdrachtgevers van het geschilderde tafereel.

De doornenkroning en bespotting van Jezus - de bespotting van Elisa

Tegenover de afbeelding met de doornenkroning en bespotting van Jezus­ zien we een voorstelling van de bespotting van Elisa. (2 Koningen 2: 23-24)

Bespotting van Elisa Bespotting van Jezus


De profeet Elisa was naar de stad Betel gegaan. Toen hij de stad naderde kwamen er jongens op hem af die spottende opmerkingen maakten over het kale hoofd van de profeet. Tot twee keer toe schreeuwen zij hem na: “Kom hier kaalkop! Kom hier kaalkop!” Toen de profeet de jongens vervloekte kwamen er onmiddellijk twee beren uit het bos die tweeënveertig van de jongens verscheurden.

Op de voorstelling in Naarden wordt de profeet natuurlijk voorgesteld met een kaal hoofd. Links achterin komen twee beren vanuit het bos gelopen. Op de voorgrond storten zij zich op twee van de brutale vlegels.

De bespotting van Elisa door de jongelui is een type voor de bespotting van Jezus door de beulen na de geseling.

Op de voorstelling van de bespotting van Jezus is hij door zijn beulen gekroond met een schertskroon in de vorm van een doornen kroon. Zij geven hem een koningsscepter in de vorm van een rietstengel in de handen. Uitgedost als een schertskoning knielt iemand voor hem op de grond en aanbidt hem zogenaamd eerbiedig als ‘de Koning der Joden’.


De Kruisdraging – Isaak draagt het offerhout

Tegenover de afbeelding met de kruisdraging van Jezus zien we een voorstelling van Isaak die het offerhout draagt. (Genesis 22: 1-9)

Isaak draagt het offerhout Kruisdraging van Jezus


Abraham werd ernstig op de proef gesteld omdat God van hem verlangde dat hij zijn enige zoon als brandoffer aan hem zou opdragen. Gehoorzaam ging Abraham met zijn zoon Isaak op weg naar de aange­wezen offer­plaats waarbij de jongen zelf het brandhout droeg voor het altaarvuur. Isaak vraagt zich af waar het offerlam is waarop Abraham hem gerust stelt door te zeggen dat God daar wel voor zal zorgen.

Isaak, die het hout draagt waarop hij aan God geofferd moet worden, is een vooruitwijzing naar Jezus die zijn offerhout, het kruis naar Golgotha draagt.

Maar theologen zagen nog meer prefiguraties in het oudtestamentische verhaal. Abraham die op het punt staat zijn enige zoon te offeren wijst vooruit naar God de Vader die zíjn enige zoon offert. Het bokje dat in plaats van Isaak geofferd wordt is een voorafbeelding van Jezus die als zondebok in plaats van de zondige mensheid wordt geofferd.

Er is nog een parallel! Het zal u al wel zijn opgevallen dat met name in de achtergrond er vaak het een en ander van de oorspronkelijke voorstellingen in de Grote Kerk is verdwenen. Dat lijkt ook op de voorstelling van het Offer van Isaak het geval te zijn. Heel vaag zien we in de achtergrond nog wel twee personen voor een grote rots staan. Het kan haast niet anders dat in het landschap ook te zien was dat het bokje, dat in plaats van Isaak werd geofferd met zijn hoorns verstrikt was geraakt in het struikgewas. Dit is een belangrijk onderdeel van het verhaal en wordt ook in vrijwel elke armenbijbel afgebeeld. Want ook hierin werd een prefiguratie gezien: het bokje dat met de horens vast zat in het struikgewas is een voorafbeelding van de doornenkroning van de nieuwtestamentische zondebok: Jezus.

Op de afbeelding in Naarden draagt Isaak een bundel takken over zijn schou­der en in zijn linkerhand draagt hij de stenen kruik met het offervuur. Abraham loopt, zoals in het Boek Genesis wordt verteld, met het offermes (in dit geval een flink zwaard) in de han­den naar de offerplaats. In Genesis wordt verteld dat Abraham en niet Isaak de kruik met het offervuur draagt: ‘’… zelf droeg hij het vuur en het mes”. (Genesis 22: 6)

Rechts bovenaan staat Abraham gereed om zijn zoon het hoofd af te slaan. Aan de linkerzijde van de voorstelling zien we de twee knechten van Abraham en de ezel die onderaan de berg moesten wachten op de terugkomst van Abraham en zijn zoon.

Aan de ander zijde draagt Jezus zijn ‘offerhout’ naar Golgotha. Hij wordt hierbij geholpen door Simon van Cyrene.


De kruisiging - de oprichting van de koperen slang

Tegenover de afbeelding met de kruisiging van Jezus zien we een voorstelling van de oprich­ting van de koperen slang door Mozes. (Numeri 21: 4-9)

Oprichting van de koperen slang Kruisiging


Toen de joden door de woestijn trokken waren zij huiverig voor de toekomst en zaten vol verwijten naar God en Mozes. God strafte hen door een plaag met giftige slangen. Velen werden door de dieren gebeten en stierven. Toen het volk zijn dwaling inzag, vroeg men Mozes God te verzoeken de slangen terug te sturen naar hun holen. God sprak tot Mozes: "Maak een slang en bevestig die aan een paal; dan zal ieder die gebeten wordt en ernaar opziet in leven blijven". Nadat Mozes een koperen slang had opgericht bleef iedereen die door een slang was gebeten en opkeek naar de koperen slang in leven.

In de inleiding van dit artikel zagen we al dat de koperen slang die Mozes in de woestijn oprichtte om zijn volk te redden, in het evangelie van Johannes door Jezus zelf wordt opgevat als een type van zijn kruisdood. Híj is de koperen slang van het Nieuwe Verbond door wie de dood overwon­nen zal worden: “Net als Mozes de kope­ren slang in de woes­tijn op­richtte, zo wordt ook de men­senzoon opgericht; opdat ieder, die in hem gelooft, het eeuwig leven zal hebben.” (Johannes 3: 14-15)

De overeenkomst in de helende werking is moeilijk mis te verstaan. Door de rol van de slang bij de zondeval en de daarmee gepaard gaande erfzonde zijn wij allen gebeten door de slang en zullen net als Adam en Eva sterven. God schonk de Israëlieten op wonderbaarlijke wijze genezing. Hij die, net als de Israëlieten, met geloof en ver­trouwen naar het kruis van Jezus opziet zal worden genezen van de beten van de helse slang en het eeuwig leven ontvangen.

Duidelijk is dat de symboliek van de slang tegenstrijdigheden in zich heeft. Door de zondeval heeft de slang een slechte reputa­tie. Net als in zoveel culturen wordt in de christelijke cultuur de slang opgevat als vertegenwoordiger van het kwade en de dood. De slang is symbool van de duivel die de mens tot het kwaad heeft verleid en hem daarmee in het verderf heeft gestort. Maar door zijn vervelling en ogenschijnlij­ke verjonging is het dier tevens symbool van nieuw leven. De esculaap (een staf waarom­heen zich een slang kronkelt) werd een symbool van genezing voor artsen en apothekers. Aan dat aspect van genezing moeten we denken bij het verhaal van de oprichting van de koperen slang en de genezing van de joden die daardoor moge­lijk werd.

In de Grote Kerk staan Mozes en Aaron (als hoge priester) rechts van de boom met de koperen slang. Op de voorstelling van de Kruisiging van Jezus wordt het kruis traditioneel geflankeerd door Maria en door de apostel Johannes. Onder het kruis knielt Maria Magdalena, de grote zondares uit het Nieuwe Testament. Zij kijkt op naar de gekruisigde. Zij wordt een volgeling van Jezus en haar zonden zullen worden vergeven. Zij zal net als de joden genezen en het eeuwige leven verkrijgen.


De graflegging van Jezus - Jonas wordt overboord gegooid

Tegenover afbeelding met de Graflegging van Jezus zien we een voorstelling van Jonas die in zee wordt geworpen. (Jonas 1: 1-15)

Jonas wordt overboord gegooid Graflegging van Jezus


God had Jonas opgedragen naar de heidense en zedeloze stad Nineveh te gaan om er te preken. Jonas voelde daar echter niets voor en probeerde zich aan de opdracht te onttrekken door zich in te schepen op een schip dat een geheel andere bestemming had. Tij­dens de reis brak er een enorme storm los. De opvarenden kregen al vlug in de gaten dat de storm bedoeld was om Jonas te straffen voor zijn ongehoor­zaamheid en men gooide hem over­boord waarna de zee tot bedaren kwam. Jonas wordt opgeslokt door een grote vis. Zuiver menselijk gesproken is Jonas dood. Maar net als Jezus die in zijn graf wordt gelegd en eruit zal opstaan, zo zal ook Jonas uit de maag van de vis ont­snappen en daarmee, net als Jezus,­ de dood overwin­nen.

In de inleiding besprak ik al even de betekenis van het verhaal in de woorden van Jezus zelf: “Want zoals Jonas drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal ook de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn”. (Mattheus 12: 40)

Op de afbeelding is het moment weergegeven dat zijn medepassa­giers Jonas met zijn hoofd naar beneden overboord gooien. Het ver­vaarlijke zeemonster heeft de bek al wijd opengesperd en zal zijn prooi aanstonds verslinden.

Aan de andere kant wordt Jezus in zijn graf gelegd. Beiden zijn dood en beiden zullen na drie dagen opstaan uit de dood.


De Opstanding van Jezus - Samson ontsnapt uit Gaza

Tegenover de afbeelding met de Opstanding van Jezus zien we een voorstelling van Samson die de stadspoorten van Gaza op de schouders draagt. (Rechters 16: 1-3)

Samson ontsnapt uit Gaza Opstanding van Jezus


Samson was ingesloten in de stad Gaza omdat men de stads­poorten gesloten hield. De inwoners van de stad waren van plan hem bij het aanbreken van de dag gevangen te nemen om hem vervol­gens te doden. Rond middernacht stond Samson op en verliet het huis van zijn geliefde. Hij liep naar de stadspoort, greep de deuren met de twee stijlen vast, rukte ze los met grendel en al, legde ze op zijn schou­ders en liep de vrijheid tegemoet.

Samson is ontsnapt aan een gewisse dood. Daarmee is hij een voorafbeelding van Jezus die ook in het holst van de nacht uit de dood opstaat.

Op de afbeelding draagt Samson de stadspoorten over zijn schouders en laat Gaza achter zich. Op de wand daar tegenover staat Jezus voor zijn gesloten graf.


Hemelvaart van Jezus - Hemelvaart van Elia

Tegenover de afbeelding met de Hemelvaart van Jezus zien we een voorstelling met de Hemel­vaart van Elia. (2 Koningen 2: 11)

Hemelvaart van Elia Hemelvaart van Jezus


De profeet Elia was niet op een normale manier gestorven. Voor de ogen van zijn opvolger Elisa verscheen er opeens een vurige wagen met vurige paarden waarin Elia werd opgenomen. Hij werd in een storm­wind naar de hemel gevoerd.

Op de voorstelling in de Grote Kerk wordt Elia in de met vuurrode paarden bespannen vuurrode wagen over de wolken naar de hemel gebracht. Normaal bij deze voorstelling is dat er vlammen uitgaan van zowel de paarden als van de wagen. In Naarden zien we die vlammen niet (meer?).

Terwijl Elia van de aarde wordt weggenomen geeft hij zijn profetenmantel aan Elisa waarmee hij hem bekleedt met de tekenen van zijn waar­dig­heid en hem zichtbaar als zijn opvolger aanstelt. (2 Koningen 2: 13) Op de voorstelling in de Grote Kerk houdt hij zijn enorme mantel vanaf de wagen naar beneden. Op aarde wordt de mantel door Elisa in ontvangst genomen.

De bijzondere manier waarop Elia van de aarde werd weggenomen en diens Hemelvaart worden opgevat als een voorafbeelding van de bijzondere wijze waarop Jezus van de aarde werd weggenomen en zíjn Hemelvaart. Dit vernemen we al in het Oude en het Nieuwe Testament. Net zoals de profeet Maleachi de terugkeer van Elia had voorspeld (Maleachi 3: 23), zo voorspelden de engelen bij de Hemelvaart van Jezus de apostelen dat Jezus zou terugkeren op aarde. (Handelingen 1:11)

In de Handelingen van de Apostelen (1:9) wordt verhaald over de Hemelvaart van Jezus: “Na deze woorden werd Hij voor hun ogen opgenomen en een wolk onttrok Hem aan hun blikken.” Op de voorstelling in Naarden zijn de apostelen en Maria verzameld rondom een berg. Bovenop de berg zien we de laatste voetafdrukken van Jezus. Dit wordt niet in de Bijbel vermeld, maar we zien het wel vaker. Bovenin de voorstelling zien we de wolk die het zicht ontneemt op Jezus. Wij zien boven de wolk nog de voeten van Jezus en het onderste gedeelte van zijn gewaad.


Pinksteren / uitstorting van de Heilige Geest – Mozes ontvangt de wetstafelen op de berg Sinaï

Tegenover de afbeelding van Pinksteren zien we een voorstelling van Mozes die de wet ontvangt. (Exodus 24, 1)

Mozes ontvangt de wetstafelen op de berg Sinaï Pinksteren


In het Boek Exodus wordt geschreven dat Mozes veertig dagen en nachten op de Berg Sinaï verbleef. In een lange monoloog zet God de wet en de leer voor zijn volk uiteen. Aan het einde gaf God hem twee stenen platen, waarop Hij de tien geboden geschreven had. Op de voorstelling ontvangt Mozes (weer te herkennen aan zijn hoorntjes) de wetstafelen uit de handen van God.

Aan de nieuwtestamentische kant van het gewelf is de uitstorting van de Heilige Geest voorgesteld. De apostelen hebben vurige tongen/vlammen boven hun hoofd. Zij zijn bezield door de Heilige Geest. Net als Mozes in het Oude Testament de opdracht kreeg om de leer en de wet van God onder het Uitverkoren Volk te verspreiden (de wet van Mozes / het Oude Verbond) kregen de apostelen met Pinksteren de opdracht om de christelijke leer en wet (het Nieuwe Verbond) over de aarde te verspreiden. Het is het begin van de Kerk. Daarom zien we ook Maria op de voorgrond in het midden van de voorstelling!

In geen enkele beschrijving van de Uitstorting van de Heilige Geest is Maria daadwerkelijk aanwezig. Maria is op de voorstelling in Naarden ook niet werkelijk aanwezig! Zij is hier voorgesteld als symbool van de nieuwe kerk, als Mater Ecclesiae (Moeder van de Kerk). De symboliek komt voort uit de gedachte dat Maria als moeder van Jezus, Jezus in zich droeg. De kerk als gebouw en instituut is eveneens de woonplaats van Jezus op aarde. Daar komt nog bij dat Maria, in de woorden van Bernardus van Clairvaux: ‘onze Middelares tot de Middelaar’ is. Maria is de middelares/voorspreekster voor de gelovigen bij haar Zoon. Dat is een rol die de (Katholieke) Kerk zich eigen heeft gemaakt.


Gebruikte literatuur

Christoph Wetzel, inleiding en commentaar, Biblia Pauerum, Armenbibel, Die Bilderhandschrift des Codex Palatinus latinus 871 im Besitz der Biblioteca Apostolica Vaticana, Stuttgart, 1995

414 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven