• Paul Bröker

Johannes in disco

Over de schotel met het afgehakte hoofd van Johannes de Doper



Het verhaal in het Nieuwe Testament

De verhalen over de aanleiding voor de gevangenneming van Johannes de Doper, zijn terdoodveroordeling én het verhaal over zijn executie en over hetgeen er met zijn afgehouwen hoofd gebeurt worden verteld door Mattheus (14: 1-12) en Marcus (6: 14-29). Samenvattend komen de verhalen van de evangelisten op het volgende neer: Johannes had zich ontpopt als een buitengewoon begenadigd en populair prediker. Ten overstaan van zijn toehoorders had hij het gewaagd zich kritisch uit te laten over de relatie van Herodes met Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus. Dat kon de viervorst natuurlijk niet tolereren. Hij gaf opdracht de profeet in de boeien te slaan. Ondanks de berispingen van Johannes: ‘Gij moogt de vrouw van uw broer niet hebben’ (Marcus 6: 18) kwam Herodes tijdens gesprekken met zijn gevangene steeds meer onder de indruk van hem: ‘Want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was en hij beschermde hem. Telkens wanneer hij hem sprak, raakte hij in grote verlegenheid, toch luisterde hij graag naar hem.’ (Marcus 6: 20). Herodias daarentegen moest niets hebben van Johannes. Door de waardering die haar man voor Johannes had en de aanmerkingen die de gevangene maakte op hun huwelijk was zij bang om haar aanzienlijke positie aan het hof te verliezen. Zij deed van alles om Herodes ertoe aan te zetten Johannes te laten doden. Herodes was dat echter niet van plan, niet alleen uit respect voor Johannes, maar ook omdat Johannes populair was bij het volk en de koning bang was voor een opstand. Herodias zag haar kans schoon zich van Johannes te ontdoen toen haar dochter uit het huwelijk met Filippus, tijdens een banket zó mooi en uitdagend danste dat haar stiefvader daarvan buitengewoon onder de indruk was: ‘Toen sprak de koning tot het meisje: Vraag van mij wat ge wilt en ik zal het je geven. En hij zwoer haar: Wat ge ook vraagt, ik zal het u geven… .’ (Marcus: 6-23) Zij wist echter niet wat zij moest vragen en vroeg haar moeder of zíj misschien een idee had. Om wraak te nemen op Johannes, fluisterde Herodias haar dochter in om diens hoofd te vragen. Toen het meisje haar wens aan Herodes kenbaar maakte kreeg hij meteen spijt van hetgeen hij had beloofd. Maar omdat hij een eed had afgelegd in het bijzijn van zijn gasten kon hij niet anders dan iemand naar de kerker te sturen met de opdracht Johannes te onthoofden. ‘De man ging heen, en onthoofdde Johannes in de gevangenis. Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje. Zij gaf het aan haar moeder.’ (Marcus 6: 27-28).

Benozzo Gozzoli, Feestmaal van Herodes, tempera op paneel: 23,8 x 34,5 cm, 1461-62, National Gallery of Art, Washington


Het paneel van Benozzo Gozzoli (1420-1497) brengt de belangrijkste gebeurtenissen in beeld rondom het overlijden van Johannes. Achter de tafel zit Herodes met zijn gasten. Met haar dans verpoost de dochter van Herodias de disgenoten. De terugkaatsing van het licht van de zijden jurk van Salomé moet een hele uitdaging voor Benozzo zijn geweest. Door de lichtinval vanuit verschillende hoeken kunnen wij in werkelijkheid effen zijde ervaren alsof de stof bestaat uit verschillende kleuren. Dit wordt in de textielverwerking 'changeant' genoemd: effen stof die afhankelijk van lichtinval verschillende kleuren aanneemt. Op het schilderij zien we de jurk goudkleurig oplichten en vanuit andere hoeken is de jurk blauw.

Gecharmeerd door de elegante houding van zijn stiefdochter legt Herodes de hand op zijn borst. In de belendende ruimte links heft de beul het zwaard. Met gebogen hoofd en de handen gevouwen is Johannes in gebed op de knieën gevallen. In de achtergrond zit Herodias in een fraai rood gewaad. links van haar houdt haar dochter een schotel vast met daarop het afgehakte hoofd van Johannes. Zij biedt het haar moeder aan.


Flavius Josephus

De bekende naam van de dochter van Herodias wordt in Bijbel niet genoemd. In De Oude geschiedenis van de Joden (ca. 94 n. Chr.) van de Romeins-Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (Jeruzalem, 37 - Rome, ca.100) vernemen we haar naam: Salomé.

De geschriften van Josephus maken het mogelijk sommige gebeurtenissen in het Nieuwe Testament in de context te plaatsen van de geschiedenis. In deze belangrijke bron vernemen we waarom Herodes met Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus wilde trouwen: het kwam hem politiek goed uit! Josephus vermeldt dat Herodes meende dat zijn positie bij de Romeinen sterker zou worden wanneer hij met de vrouw van zijn broer zou trouwen. Herodias woonde al in het paleis van Herodes toen hij nog niet officieel van zijn eerste vrouw gescheiden was. Daar komt nog bij dat Herodias Filippus had verlaten terwijl haar man niet was overleden. De Joodse wet verbood een huwelijk met de vrouw van iemands broer wanneer deze niet was overleden. Tegen beide zaken zou Johannes in het openbaar geprotesteerd hebben.


De Johannes in Disco in de Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek

In de jaren 1976-1981 was het Kunsthistorisch Instituut Utrecht betrokken bij onderzoek naar de bouwgeschiedenis van de Sint-Servaaskerk in Maastricht. Het was een onderzoek ter voorbereiding van de restauratie van de kerk die duurde van 1981-1993. In dat kader werd er in het tweede jaar van mijn studie (1978) een werkgroep ingesteld die zich richtte op een aantal objecten uit de Schatkamer van de toen nog Sint Servaaskerk. (In 1985 verhief paus Johannes Paulus II de kerk tot basiliek.) Het was mijn taak onderzoek te doen naar een zogenaamde Johannes in Disco (letterlijk: Johannes in de schaal).

Johannes in Disco, Anoniem (Duits?) houten beeld, middellijn: 52 cm, 15de eeuw, Schatkamer, Sint-Servaasbasiliek, Maastricht


Het motief in de beeldende kunst betreft een (meestal) driedimensionale voorstelling van een schaal waarop het afgehouwen hoofd van Johannes de Doper is ligt. Het beeld verwijst naar de manier waarop Herodes’ beloning voor Salomé haar door de beul werd aangeboden en/of de manier waarop het hoofd de eetzaal van Herodes werd binnen gedragen. Oorspronkelijk vormde het motief alleen een onderdeel van verhalende voorstellingen met momenten die volgden op de onthoofding van Johannes. Vanaf de 15de eeuw werd het ook een zelfstandige voorstelling. Henri Defoer vraagt zich af of de zelfstandige voorstelling zich wellicht ontwikkelde uit een van de belangrijkste relieken in het westen, namelijk een flink stuk van de schedel van Johannes. Vanaf 1419 wordt de reliek vereerd in de kathedraal van Amiens. De schedel lag op een met edelstenen versierde schaal.

Kathedraal van Amiens, reliek van de schedel van Johannes de Doper in een moderne vatting op een moderne schaal (beide 1876)


Defoer wijst op het iconografisch verband dat bestaat tussen een bijzonder detail van veel Johannes-in-discoafbeeldingen en de schedel in Amiens. Deze vertoont boven het rechter oog een gat, dat, volgens een oude traditie, die teruggaat op de kerkvader Hieronymus (overleden 420 n. Chr.) veroorzaakt zou zijn door Herodias. Zij zou na de dood van haar tegenspeler niet hebben kunnen nalaten diens hoofd nog extra te verminken, door met een naald zijn tong te doorboren en met een mes in het voorhoofd te steken.

We zien bij veel voorstellingen van het hoofd van Johannes boven het rechteroog een inkerving in het hout, maar even vaak missen wij deze uiting van de wrok van Herodias. Defoer: ‘In dat geval moeten we echter rekening houden met de mogelijkheid dat deze postume verwonding oorspronkelijk alleen door de beschildering was aangeduid, die nu vaak is verdwenen.’

Quinten Massijs, detail van de linkervleugel van het Altaarstuk van het Schrijnwerkersambacht, olieverf op paneel: hoogte detail ca. 185 cm, 1511,

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen


Op de linkervleugel van het Altaarstuk van het Schrijnwerkersambacht van Quinten Massijs (1466-1530) wordt de schotel met het hoofd van Johannes door Salomé op tafel gezet. Achter de tafel zitten Herodes en zijn vrouw. Herodias gebruikt de punt van een mes om een verwonding boven het rechter oog van Johannes aan te brengen

Detail Johannesschotel, Schatkamer Sint-Servaasbasiliek, Maastricht


De onbekende beeldsnijder van het beeld in de Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek heeft een flink deel van de weelderige haardos van Johannes aan de rechterzijde van het hoofd achter het oor geslagen. Hiermee bereikte de kunstenaar dat de beschouwer een vrije blik heeft op de plaats waar het zwaard de hals doorkliefde. Door de schaduw kunnen we op de foto echter niet zien dat die plek fel rood is beschilderd én dat er, in het midden van de hals een flink gat is aangebracht. Het detail hieronder laat de donkere holte wat beter zien.

Detail Johannesschotel, Schatkamer Sint-Servaasbasiliek, Maastricht


Wellicht was de holte bedoeld om relieken in op te bergen. De populariteit van het motief van Johannes in disco wordt vooral verklaard door de genezende krachten die men Johannes toekende in geval van hoofd- en keelaandoeningen. Wanneer er in zo’n beeld een reliek van de heilige was gestopt hielp dat natuurlijk om genezing te bewerkstelligen.


Het hoofd van Johannes op een schotel

Na de voltooiing van die scriptie blijf ik in een museum met een Johannesschotel altijd wel even stilstaan bij zo’n beeld. In de afgelopen zomermaanden maakten wij onder andere een reis naar Keulen, Aken, Frankfurt am Main, Neurenberg, Bonn en München. In plaatselijke musea kwam ik het motief opvallend vaak tegen. Vooral omdat het thema niet erg bekend is besloot ik er een artikel op Kunstblikken aan te wijden. Ik moest mij enigszins haasten! Het was afgelopen maandag immers 29 augustus! Vandaag dus eigenlijk al te laat om, volgens de rooms-katholieke heiligenkalender met dit verhaal nog actueel te kunnen zijn! Op die 29ste augustus wordt sinds de zesde eeuw namelijk het feest van de onthoofding van Johannes gevierd. Heiligen hebben hun feestdag vaak op de dag van overlijden. ‘Nou, een vrolijke feestdag!’ reageerde Jantje toen ik haar iets vertelde over de eerste Johannesschotel die wij tijdens onze reis tegen kwamen. Maar het is toch niet zo vreemd als het lijkt! Wanneer we ons verdiepen in de data van de feestdagen van heiligen dan merken we al vlug dat de feestdag van een heilige altijd in de heiligenkalender is geplaatst op de vermeende datum van het overlijden. De dag van hun gewelddadige dood wordt opgevat als de dag waarop zij opnieuw geboren worden in een nieuw en eeuwig leven in de nabijheid van God. Dát wordt op de feestdag van veel heiligen gevierd! Een en ander wordt fraai voorgesteld op een reliëf in de Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek. Ook dit reliëf behandelde ik indertijd in mijn scriptie.

Johannes in Disco omringd door heiligen, albasten reliëf met resten van polychromie: hoogte x breedte x diepte: 32 x 22 x 4 cm, ca. 1450-1500,

Collectie Neutelings, Bonnefantenmuseum, Maastricht


Bij een vluchtige blik lijkt het erop dat het hoofd van Johannes op het reliëf wordt omgeven door een nimbus. Bij nadere beschouwing valt echter op dat aan de linker- en rechterkant van de lokken van de heilige een verdieping in de cirkel is aangebracht. Dat geeft aan dat we met een schotel van doen hebben. Daarmee wordt meteen het hoofd geïdentificeerd als dat van Johannes de Doper.

Boven het hoofd zien we de knielende en met de armen ten hemel gerichte zielepop van Johannes. Direct na zijn gewelddadige dood wordt de ziel van Johannes in een mandorla door twee engelen naar de hemel gedragen.

Rondom het hoofd van Johannes zien we nog vier andere heiligen. Aan de onderzijde van het reliëf staat Jezus op uit zijn graf. Het kruis en de triomfvaandel symboliseren de behaalde overwinning op de dood. De vijf heiligen op het reliëf delen door het offer van Jezus in de overwinning op de dood. Na de aardse dood konden zij opstaan ten eeuwige leven.


Een aantal voorbeelden

Zonder al te veel commentaar laat ik hieronder in chronologische volgorde een zestal voorbeelden zien van Johannesschotels. De dingen waarop u moet letten heb ik hierboven al wel zo’n beetje beschreven. Met de opsomming wil ik vooral duidelijk maken dat er veel voorstellingen met het motief bewaard zijn gebleven … en dit zijn bij lange na niet alle voorbeelden die wij zijn tegengekomen! Ik schat dat wij er alleen al tijdens onze laatste reis zo’n twintig hebben gezien.

Johannesschotel, eikenhout, ca. 1430, Bode-Museum, Berlijn


detail Johannesschotel, Bode-Museum, Berlijn


Ter hoogte van de kruin is een flinke holte in de kop uitgespaard. Ongetwijfeld was de holte bedoeld om een reliek in te bewaren. Voor de afsluiting zal men wel een gouden of zilveren deksel hebben gebruikt.

Johannesschotel, albast en hout, ca. 1430, Bode-Museum, Berlijn


Johannesschotel, ca. 1450, Museum Schnütgen, Keulen


Op de rand van een Johannesschotel zijn geregeld teksten aangebracht. Deze teksten zijn vaak gebaseerd op de verhalen over Johannes in de evangeliën of hymnen die op de feestdag van de heilige tijdens de liturgie werden gezongen.

Johannesschotel, ca. 1490, hout met oude polychromie, Liebieghaus, Frankfurt am Main


Meester van het Kefermarkte Altaar (werkzaam in Oostenrijk van ca. 1470-1510, Martin Krichbaum?), Johannesschotel, lindenhout en esdoornhout, ca 1500, Oberösterreichisches Landesmuseum, Linz


Van de Johannesschotel in Linz staat vast dat deze tot in de 19de eeuw op feestdagen van Johannes gedurende de mis op het altaar werd opgesteld. Vermoed wordt dat deze functie voor veel Johannesschotels heeft gegolden.


Johannesschotel, zandsteen en kalksteen met resten van originele polychromie,

ca. 1500, afkomstig uit de parochiekerk Sint Johannes de Doper in Nideggen, Duitsland, nu: Museum Schnütgen, Keulen


Evenals de Johannesschotel in de Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek is ook de kop in Museum Schnütgen op de plaats waar het zwaard het hoofd van de romp scheidde fel rood geschilderd. In Keulen is de plaats van de holte in de hals beter te zien dan op de foto van de Johannesschotel in Maastricht. De ruimte is met rode was dicht gestopt. Ook boven op het hoofd is een gat uitgespaard om relieken in op te bergen.

Op de foto van het zijaanzicht van de Johannesschotel in Museum Schnütgen is de verminking die door Herodias op het hoofd van Johannes werd aangebracht goed te zien.

Opvallend is de open mond van Johannes met de duidelijk zichtbare tanden. Het is een realistische weergave van het gelaat direct na de executie van de heilige. We zien dit motief ook bij de al eerder behandelde Johannesschotel in Museum Schnütgen én de schotel in het Oberösterreichisches Landesmuseum.


Enkele schilderijen met verhalende voorstellingen

We zagen hierboven al dat het motief van de Johannesschotel een zelfstandig thema werd dat is geïsoleerd uit verhalende voorstellingen met afbeeldingen van de onthoofding van Johannes de Doper en het banket van Herodes.

Ik sluit dit artikel af met een aantal schilderijen waarop de voorstelling van het hoofd van Johannes op een schotel een onderdeel is van een groter geheel.

Giovanni Baronzio, Feestmaal van Herodes, tempera op paneel: 44,1 x 49, 8 cm, ca. 1330-35, Robert Lehman Collection, Metropolitan museum of art, New York


Giovanni Baronzio (ook bekend als Giovanni da Rimini) was gedurende het tweede kwart van de 14de eeuw werkzaam in Emilia-Romagna en in Marche (beide regio's in Italië). Het schilderij met het Feestmaal van Herodes is een zeldzaam voorbeeld van de schilderkunst uit Rimini uit het begin van de 14de eeuw. Op het Feestmaal van Herodes wordt duidelijk dat in de eerste helft van de 14de eeuw de schilders in Rimini onder invloed stonden van Giotto (1266 of 1267-1337), die in de eerste jaren van die eeuw in de stad werkte.

Op het paneel herkennen we Herodes achter de tafel aan zijn kroon. Hij zit te midden van twee mannelijke gasten. Herodias zit een paar plaatsen naar links tussen twee vrouwelijke genodigden. Ook zij onderscheidt zich met haar kroon van de twee vrouwen die haar flankeren. Salomé staat in een elegante danshouding vóór de tafel. Zij richt de ogen vanuit de ooghoeken op Herodes die op zijn beurt zijn gezicht naar Salomé wendt. Links heeft de beul het hoofd van Johannes al een keer in de nek geraakt. Op die plaats bloedt het slachtoffer hevig. Het hoofd is blijkbaar nog niet van de romp gescheiden en de beul heft het zwaard voor een tweede poging. Met uitgestrekte en opgeheven armen draagt Salomé de schotel met het hoofd van Johannes naar de tafel. Zij draagt dezelfde rood-witte kleding als tijdens haar dans.

Onthoofding Johannes Het hoofd van Johannes

wordt aan Herodes aangeboden

Giovanni di Paolo (1399-1482), twee van de elf bewaard gebleven panelen uit een oorspronkelijke groep van twaalf schilderijen, die de deuren vormden van een reliekschrijn van Johannes de Doper, tempera op paneel: elk paneel: ca. 69 x 36 cm, 1453, Art Institute of Chicago


Op het paneel met de onthoofding van Johannes zijn de twee onderste tralies van de cel van de heilige aan een kant losgemaakt en de ijzeren staven hangen nu aan de rechterzijde van het kozijn. Evenals op het paneel van Giovanni Baronzio werd ook op het paneel van Giovanni di Paolo Johannes gedwongen zijn bovenlichaam naar buiten te steken zodat de beul zijn werk kon doen.

Giovanni di Paolo heeft er alles aan gedaan het tafereel zo bloedig mogelijk voor te stellen. We zullen zien dat dit vaak voorkomt. De intentie hiervan zal ongetwijfeld zijn geweest het offer van Johannes op deze manier te benadrukken. Hij is gestorven omdat hij niet bang was de waarheid te vertellen over het huwelijk van Herodes met zijn schoonzus.

De onthoofding heeft een enkel moment geleden plaats gevonden. Het bloed spuit krachtig uit de hals en druipt in dikke stralen langs de muur naar beneden.

Na de onthoofding is het hoofd op de tegelvloer gevallen. Een bediende heeft het opgepakt en legt het nu op de schotel. Rondom het hoofd is ook veel bloed te zien.

Alsof het een routine klus was steekt de beul het zwaard emotieloos terug in de schede. Deze onthoofding zit erop!

Op het tweede paneel concentreert Giovanni di Paolo zich op de reacties van de tafelgenoten op het moment dat zij zich realiseren dat er nu geen volgend exquise gerecht op een schotel wordt aangeboden, maar een menselijk hoofd!

Achter het gordijn, dat de ruimte waar de mensen aan tafel zitten scheidt van de ruimte op het tweede plan staat een in het blauw geklede bediende met een gerecht op een schotel. Hij staat op het punt de ruimte binnen te gaan waar Herodes en zijn gasten aan tafel zitten. In het midden, tegen de rechterzijde van de voorstelling loopt een tweede bediende met een schotel in de handen. Hij heeft echter heel wat anders op de schotel liggen! Aan zijn kleren en de blauwe sokken en zijn schoeisel herkennen we hem! Het is dezelfde man die we al zagen op het eerste paneel. Hij is de man die na de executie het hoofd van Johannes oppakt en op een schotel legt. Nu loopt hij met het hoofd op de schotel vanuit de paleistuin onder een boog naar binnen. Drie andere mannen in de ruimte achter het gordijn reageren verschrikt wanneer zij zien wat die laatste bediende op zijn schotel heeft liggen. Drie mannen heffen van schrik hun handen op. De bediende in het blauw kan zijn handen natuurlijk niet opheffen! De schotel zou dan immers op de grond vallen. Hij draait daarom zijn hoofd van het macabere tafereel af.

De man met de schotel met het hoofd van Johannes zien we nog een tweede keer op het paneel. Op de voorgrond knielt hij voor de trappen van de troon van Herodes en biedt het hoofd aan. In de Bijbel lezen we niet dat het hoofd aan Herodes werd aangeboden. De beul gaf het aan Salomé die het op haar beurt aan Herodias aanbiedt. Bij het zien van het hoofd op de schotel deinst de koning van schrik achteruit. De twee andere mannen aan tafel kunnen het niet aanzien: zij verbergen het gezicht achter hun handen en wenden het hoofd af. Door de reacties van de mensen aan tafel ontstaat er een relatieve leegte op de voorgrond waardoor ons oog meteen op de schotel met het hoofd valt. Hierdoor deelt de beschouwer mee in de schrik van de mensen aan tafel.


Rogier van der Weyden, Johannesaltaarstuk, olieverf op paneel: drie panelen, elk paneel 77 x 48 cm, ca. 1455, Gemäldegalerie der Staatlichen Museen zu Berlin


Het Johannesaltaarstuk van Rogier van der Weyden (1399/1400 – 1464) toont over drie panelen de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven van Johannes de Doper. Van links naar rechts: de geboorte en de naamgeving van Johannes, de doop van Jezus in de Jordaan en de onthoofding van Johannes.

Rogier van der Weyden, detail van het rechter zijluik van het Johannesaltaar


Op dat laatste paneel heeft de executie van Johannes al plaats gevonden. Het onthoofde lichaam ligt voorover gevallen op een trap die hij vanuit de kerker heeft moeten beklimmen. Op de derde trede van boven liet de beul Johannes neerknielen en kon de man zijn werk doen. Met de ellenbogen en geboeide handen lijkt het lichaam nog enige steun te vinden op tegelvloer.

Ook hier hechtte de kunstenaar er blijkbaar aan het moment direct na de onthoofdding zo afschuwelijk mogelijk in beeld te brengen. In krachtige en brede stralen gutst het bloed uit het lichaam. De beul houdt het bebloede zwaard nog in de hand. Met de andere hand hield hij tijdens de onthoofding het hoofd aan de haren vast en legt het nu op de schaal die Salomé voor zich houdt. Ook hier delen wij mee in de ontzetting die de gebeurtenis oproept. Zowel de beul als Salomé kunnen het blijkbaar niet aanzien: beiden wenden ontzet het gelaat af van de lugubere schotel.

details van het rechter zijluik van het Johannesaltaar van Rogier van der Weyden

De gang waarin de executie van Johannes wordt voltrokken loopt uit in de eetzaal. Daar zien we Herodes en Herodias de maaltijd gebruiken. Salomé biedt het hoofd van Johannes haar moeder aan. Zíj had er immers om gevraagd! Met een haarpriem kerft de koningin een wond in het hoofd.

Albrecht Bouts (atelier van?), Hoofd van Johannes de Doper, tempera op paneel: diameter: 38,8 cm, ca 1460. Nationaal Museum van Warschau, Polen

Albrecht Bouts, hoofd van Johannes de Doper op een schotel, olieverf op paneel: diameter 30,4 cm, ca. 1500, Landesmuseum für Kunst und Kulturgeschichte Oldenburg, Nedersaksen, Duitsland


Op beide schilderijen isoleerde Albrecht Bouts (1460-1549) het hoofd van Johannes uit de verhalende voorstellingen; net als dat bij de gebeeldhouwde voorstellingen van het motief het geval was. Op beide schilderijen zien we de verwonding die Herodias boven het rechteroog van Johannes heeft aanbracht. Het zal u wel voldoende duidelijk zijn geworden dat het legendarische verhaal over de postume haat die Herodias jegens Johannes koesterde van grote invloed is geweest op de beeldtraditie van het thema.


Hans Memling, Triptiek van Johannes de Doper en Johannes de Evangelist / Johannesretabel, 1474-1479, olieverf op paneel: middenpaneel: 176,3 x 173,7 cm, buitenluiken elk: 176 x 79 cm, Sint-Janshospitaal, Brugge

- Middenpaneel: Mystiek huwelijk van Catharina

- Linkerpaneel: Onthoofding van Johannes de Doper

- Rechterpaneel: Johannes de Evangelist op Patmos

detail Hans Memling, linker paneel van het Triptiek van Johannes de Doper en

Johannes de Evangelist


Op het linker zijluik van het Johannesretabel schilderde ook Hans Memling (1430-1494) het moment vrijwel direct na de onthoofding van Johannes.

Op de voorgrond is Johannes al onthoofd. Na zijn onthoofding is hij languit voorover gevallen. De houding van het bovenlichaam herinnert aan de voorstelling van het motief door Rogier van der Weyden. Ook de houding van de beul en de wijze waarop hij met de rug naar de beschouwer staat, de manier waarop de man het hoofd van Johannes aan de haren vasthoudt en op de schaal van Salomé legt én de manier waarop wij in de hevig bloedende hals van Johannes kijken lijken te zijn gemaakt met kennis van het schilderij van Van der Weyden.

details Hans Memling, linker paneel van het Triptiek van Johannes de Doper en

Johannes de Evangelist


De deelnemers aan het drama lijken echter een stuk minder aangedaan dan bij Rogier het geval is. Zij lijken het gebeuren veel ingetogener te overwegen.


De Vlaamse schilder Juan de Flandes, ‘Jan uit Vlaanderen’ (1460-1519) was in Castilië hofschilder van koningin Isabella. Tussen 1496 en 1499 schilderde hij een altaarstuk voor het kartuizerklooster Miraflores bij Burgos: het Miraflores altaarstuk. Het veelluik was gewijd aan leven van Johannes de Doper, patroonheilige van de vader van koningin Isabella.

Juan de Flandes, reconstructie van het Miraflores retabel,

olieverf op vijf eikenhouten panelen, ca. 1496-1499


Na de opheffing van het klooster in 1809 werd het altaarstuk ontmanteld. Fritz Mayer van den Bergh kocht in 1899 het paneel met het banket van Herodes aan voor zijn privé collectie, nu: Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen. De overgebleven panelen worden bewaard in andere musea.

Vanaf links boven:

1. De geboorte van Johannes de Doper, Cleveland Museum of Art

2. De Prediking van Johannes de Doper/ Johannes wijst Jezus aan als het Lam Gods, Nationaal Museum Belgrado

3. Het middenpaneel, De doop van Jezus in de Jordaan, privécollectie Madrid

4. De onthoofding van Johannes de Doper, Musée d’Art et Histoire de Genève

Juan de Flandes, Feestmaal van Herodes, paneel van het Miraflores retabel,

olieverf op eikenhouten paneel: 75,9 x 50,1 cm, 1496-1499,

Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen

detail Juan de Flandes, Feestmaal van Herodes


Op het paneel in Museum Mayer van den Bergh zitten Herodes en Herodias achter de eettafel. Op de tafel ligt een prachtig wit damasten laken, maar is verder leeg. De schitterend geklede Salomé zet de schotel met het hoofd van Johannes op tafel. Door het felle wit en de lege tafel valt de aandacht meteen op de schotel met het hoofd. In haar rechterhand houdt Herodias een mes waarmee zij zich op Johannes zal wreken.

Salomé met het hoofd van Johannes de Doper, Jacob Cornelisz. van Oostsanen,

olieverf op paneel: 73 x 53,5 cm, 1524, Rijksmuseum, Amsterdam

detail: Jacob Cornelisz. van Oostsanen, Salomé met het hoofd van Johannes de Doper


Cornelisz. van Oostsanen (1470-1533) heeft op een originele manier een onderdeel van de voorstelling van Salomé die de schotel met het hoofd van Johannes vasthoudt geïsoleerd uit de verhalende voorstellingen rondom het thema.

De dochter van Herodias draagt een enorme tinnen schotel. Wanneer u het schilderij in het Rijksmuseum bekijkt valt op dat het hoofd van Johannes nog druipt en een flinke plas nog niet gestold bloed in de schotel vormt. Het afschuwelijk realistisch weergegeven hoofd contrasteert sterk met het onschuldig ogende gelaat van het meisje dat haar gezicht enigszins afwendt van het hoofd. Doordat Salomé op het schilderij ten halve lijve wordt voorgesteld en er geen voorgrond is wordt de toeschouwer wel heel direct geconfronteerd met het hoofd van de heilige. In het Bijbelverhaal biedt zij het hoofd aan haar moeder aan, nu lijkt het er echter sterk op dat zij haar beloning aan de toeschouwer presenteert!

Lucas Cranach de Oude, Salomé met het hoofd van Johannes de Doper,

olieverf op paneel, ca. 1530, Museum van Schone Kunsten, Boedapest


Op het schilderij van de Duitse kunstenaar Lucas Cranach de Oude (1472-1553) is Salomé buitengewoon modieus gekleed. De schotel die zij in haar handen houdt komt wel heel dicht bij de veelal Duitse Johannesschotels die in het begin van het artikel werden behandeld.

Gebruikte literatuur

- Henri Defoer, Een albasten Johannes-in-disco in de St. Willibrorduskerk te Utrecht, in: Miscellanea I.Q. van Regteren Altena, 1969

- Dirk De Vos, Hans Memling. Het volledige Oeuvre, Antwerpen, 1995

- Dirk De Vos, Rogier van der Weyden, Antwerpen, 1999

- Antwerpen 2010: catalogus tentoonstelling Juan de Flandes en het Miraflores Retabel, Museum Mayer van den Bergh




346 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Sarcofagen I