• Paul Bröker

Over de oorsprong der dingen XV

De noodlottige liefde tussen Venus en Adonis


In de Nederlandse taal wemelt het van woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong hebben in verhalen uit de Griekse en Romeinse oudheid. Wat te denken van: ‘achilleshiel’; 'adonis'; ‘hermafrodiet’; ‘narcisme’; ‘oedipuscomplex’; ‘sisyfusarbeid’; ‘Melkweg’; ‘de doos van Pandora’; de ‘draad van Ariadne’ en ‘tantaluskwelling’? Ik schrijf hierover regelmatig in de rubriek ‘Over de oorsprong der dingen’. In het artikel van vandaag wil ik iets vertellen over de oorsprong van het begrip 'een Adonis'.

Hendrick Goltzius, de dode Adonis


Detail Jacopo Amigoni, Geboorte van Adonis, olieverf op doek: 122x152 cm, 1743, National Gallery of Ireland, Dublin


Afgelopen week heeft u kunnen lezen over de zwangere Myrrha in een boom verandert. Ondanks de gedaanteverandering groeit het kindje door en de boom baart een jongetje, Adonis. Op het detail van het schilderij van de Italiaanse kunstenaar Jacopo Amigoni (1682-1752) zien we dat door de groei van de baby de schors van de boom is open gebarsten en dat het kindje naar buiten komt.

In het vorige artikel kon u ook lezen dat de vader van Myrrha Adonis had verwekt bij zijn dochter. Door de incestueuze verwekking van Adonis is Myrrha niet alleen de moeder van Adonis, maar tevens zijn zus! Dientengevolge is Adonis niet alleen de zoon van Myrrah, maar ook haar broer. Zij zijn beiden immers een kind van dezelfde vader! Ovidius heeft slechts een paar woorden nodig om de bloedband tussen de drie duidelijk te maken: “Die vrucht, die bij zijn zuster verwekt was door zijn moeders vader…” (Meth. X: 520-526) Ik meen echter dat die woorden een niet op te lossen raadsel zijn wanneer we geen kennis hebben van het voorafgaande. Het hele verhaal doet mij denken aan het aardige liedje uit mijn jeugd: Shame and Scandal in the Family van Shawn Elliot. Het moet uit het eerste jaar van mijn middelbare schooltijd dateren. Ik kende toen net een beetje Engels en was blij dat dat vak tenminste vruchten afwierp! Ik kon de hele tekst van het familieschandaal ontrafelen! Luister er maar eens naar, velen zullen het wel herkennen. Om het te beluisteren ga naar:

https://www.youtube.com/watch?v=k80pap9T0Rg


De liefde tussen Venus en Adonis

“Die vrucht, die bij zijn zuster verwekt was door zijn moeders vader, daarna door een boomstam gedragen en gebaard was, werd al snel een beeldschoon kind, snel ook een knaap, een man, zichzelf in schoonheid overtreffend en Venus’ lieveling - vergelding voor zijn moeders lust.” (Meth: X 520-524) Met de aangehaalde zin begint Ovidius het hoofdstuk over de geschiedenis van de liefde tussen Venus en Adonis. Het eerste deel van die zin is een fraaie samenvatting van het vorige hoofdstuk in Boek X dat de leidraad was in het verhaal van vorige week. Met het tweede deel van die zin wijst de dichter vooruit naar het verhaal dat hij nu gaat vertellen, de geschiedenis van Venus, de godin van de liefde die verliefd was geworden op de beeldschone Adonis. Zijn schoonheid leeft nog steeds voort in onze taal. Wanneer wij het hebben over ’een Adonis’ bedoelen we ‘een bijzonder mooie jongeman’.


Het verhaal over de liefde van Venus voor Adonis begint met een ongelukje: “Op een keer, toen Cupido met zijn boog bij Moeder Venus op schoot sprong, raakte een pijl die uitstak onbedoeld haar borst.” (Meth. X: 525-526) Het was dus niet de bedoeling, maar zoals altijd had de pijl het effect dat de aangeschotene op slag verliefd werd. Ook de godin van de liefde ontkwam daar niet aan! Zij werd smoorverliefd op de ‘hemelse Adonis’.

Toen Venus zich eenmaal had verwond aan een pijl van Cupido wist zij niet hoe snel zij naar de plaats moest gaan waar Adonis zich ophield. Met haar wagen, door zwanen voortgetrokken door de lucht bereikt zij vliegensvlug die plek. Wanneer zij hem ontmoet wordt zij door angstige gevoelens overvallen. Zij is doodsbenauwd dat haar geliefde zich tegenover haar stoer en heldhaftig wil gedragen. Hij zou daardoor zomaar eens alle behoedzaamheid uit het oog kunnen verliezen. “Venus vlijt zich op de groene bodem tegen hem aan, legt het hoofd naar achter in zijn schoot en doet Adonis haar verhaal, door kussen onderbroken.” (Meth. X: 550-757) Om haar beminde, vrees voor de jacht op wilde dieren te laten voelen, vertelt zij het verhaal over de noodlottige liefdesgeschiedenis van Atalante en Hippomenes. (Meth. X: 560-705) De godin eindigt dat verhaal met de waarschuwing: “Maar jij, mijn lief, - jaag niet op leeuwen, op geen enkele diersoort dat net als zij geen laffe rug, maar open aanvalskracht vertoont; want anders zal jouw moed ons beider noodlot zijn...Aldus haar sterke raad, waarna zij met haar zwanenspan wegvliegt. Helaas zijn vechtershart wil niet gewaarschuwd worden.” (Meth. X: 560-705)

De waarschuwingen van Venus kwamen te laat. De jachthonden van Adonis hadden al een wild zwijn uit zijn schuilplaats gejaagd. Adonis werpt zijn speer op het beest af en raakt het in diens zijde. Maar daarmee is het zwijn nog niet uitgeschakeld. Het aangeslagen dier weet de speer met zijn bek uit het lichaam te trekken en stort zich grimmig op de jager. Het zwijn stoot zijn tanden diep in de buik van Adonis en laat hem stervend in het zand achter. Op weg naar haar eiland Cyprus hoort Venus hoog in de lucht de doodsklachten van haar geliefde. Zij ziet Adonis’ lichaam liggen, badend in een plas bloed. Haar zwanen krijgen opdracht zich te keren en de wagen duikt omlaag. Overmand door machteloos verdriet scheurt zij haar kleed, beukt met haar vuisten op haar borst, trekt de haren uit het hoofd en richt zij zich geërgerd tot de Schikgodinnen (De godinnen van het niet afwendbare lot. Ook de goden kunnen dat lot niet beïnvloeden.): “Jullie macht zal toch niet alles krijgen! Mijn verdriet wordt nu voor eeuwig een eerbewijs aan jou, Adonis. Jaarlijks zal jouw dood worden vertoond en herbeleefd, een naklank van mijn klagen. Meer nog: jouw bloed zal in een bloem uitbloeien. Want als ooit Persephone de kans kreeg om een nimf te transformeren tot geurig pepermuntblad, is het mij dan niet vergund mijn jonge held een nieuwe vorm te geven? (Venus verwijst naar de gedaanteverandering van de nimf Mentha. Persophone had haar laten veranderen in een plant: munt.) Na de woorden van Venus ontluikt uit het bloed van Adonis een nieuw soort bloem “… rood als appels van een granaatboom…Maar de nieuwe bloem biedt korte vreugde, omdat zij broos van bouw en kwetsbaar door haar licht gewicht, geknakt wordt door de wind, waaraan zij ook haar naam dankt: windroos.” (Meth. X: 724-739) We kennen de windroos vooral onder de naam anemoon.


de Metamorfosen van Ovidius

De verhalen in de Metamorfosen van Ovidius zijn bewerkte navertellingen van vroegere verhalen uit de klassieke mythologie. Al in de Griekse tijd zijn er vele versies van de verhalen in omloop. Omdat een bepaalde variant van het verhaal van de liefdesgeschiedenis tussen Venus en Adonis ook veel wordt voorgesteld in de beeldende kunst, vertel ik hieronder het korte stukje uit die variant waarover Ovidius niet verhaalt.

In een Griekse versie van het verhaal speelt Mars een belangrijke rol. Er wordt verteld dat de oorlogsgod verliefd is op Venus. Door de liefde die Venus voor Adonis koestert voelt hij zich in zíjn plannen met de liefdesgodin gedwarsboomd en onderneemt verschillende pogingen om Adonis uit te schakelen. Zo probeert Mars tevergeefs Adonis in de tempel van Venus te doden. Dan realiseert hij zich dat Adonis een verwoed jager is. De oorlogsgod weet nu wat hem te doen staat! Hij laat in de buurt van de elkaar liefkozende Venus en Adonis een groot en krachtig zwijn verschijnen. De jachthonden merken het als eerste op. Hun geblaf maakt Adonis opmerkzaam op het schitterende dier. Hij wil voor de ogen van zijn geliefde maar al te graag de uitdaging aannemen. Hij maakt zich los uit de liefdevolle omarming met Venus en maakt zich gereed voor de jacht. Venus smeekt Adonis toch alsjeblieft voorzichtig te zijn. Maar Adonis trekt zich van haar waarschuwingen niets aan. Wanneer zijn speer het dier raakt, stort het zich op Adonis en doodt hem. Mars had zijn zin en had Venus nu weer voor zichzelf.

Giulio Romano, Mars verdrijft Adonis uit de tempel van Venus, fresco, 1526/28,

Palazzo del Te, Mantua, Italië


Op het schilderij van de Italiaanse kunstenaar Giulio Romano (1499-1546) verdrijft de oorlogsgod Mars Adonis uit de tempel van Venus. De godin probeert dat te verhinderen en Adonis zet het op een rennen.


Iets over de oorsprong van de verering van Adonis en de Tammuz- / Adonisfeesten

We vernamen het reeds: treurend bij het lichaam van Adonis spreekt Venus: “Mijn verdriet wordt nu voor eeuwig een eerbewijs aan jou, Adonis. Jaarlijks zal jouw dood worden vertoond en herbeleefd, een naklank van mijn klagen.” De herkomst van het verhaal over de liefde tussen Venus en Adonis is redelijk helder en ook de oorsprong van de jaarlijkse vruchtbaarheidsfeesten ter ere van Venus en Adonis is bekend.

Met de woorden ‘Jaarlijks zal jouw dood worden vertoond en herbeleefd’ verwijst Ovidius naar de riten die hun oorsprong hebben bij de Babylonische god Tammuz, de god van de vegetatie en de oogst. Zijn verhouding met Ishtar, godin van de vruchtbaarheid en de liefde leidde tot de dood van Tammuz. Evenals Ishtar was ook Venus een godin van de vruchtbaarheid én leidde ook haar relatie met Adonis tot de dood van haar geliefde.

Tammuz is als vegetatiegod de stuwende kracht achter de vegetatiecyclus: de opkomst en groei van de gewassen in de lente, het tot wasdom komen en de oogst in de zomer, het afsterven in de herfst en de dood in de winter. Daarna begint de cyclus opnieuw met de wedergeboorte gedurende de lente.

De aanspreektitel van Tammuz was Adon! ‘ (Fenicisch: ‘heer’). Het woord werd na verloop van tijd gebruikt als de naam van de god. De Adoncultus werd ook bekend op Cyprus, het eiland van Aphrodite (Grieks) / Venus (Romeins). De cultus van Tammuz/Adon werd tijdens de Hellenistische periode op het eiland ingepast in de cultus en de vruchtbaarheidsfeesten rond Aphrodite. ‘Adon’ werd ‘Adonis’. Gedurende de jaarlijkse vruchtbaarheidsfeesten in de lente werd zijn dood herhaald en werd hij herboren. “jaarlijks zal jouw dood worden vertoond en herbeleefd” had Venus immers voorspeld. De cultus verspreidde zich gestaag over de Griekse wereld en later ook over de Romeinse wereld.

Ook in het Oude Testament lezen we over de verering en de bewening van de dood van de Babylonische god van de vruchtbaarheid. De profeet Ezechiël spreekt zijn afkeer uit over de riten die blijkbaar ook tot de tempel van Jeruzalem waren doorgedrongen: “Daarna bracht hij mij naar de ingang van de noordelijke poort van Jahweh’s huis; daar hielden zich vrouwen op die rouwden om de god Tammuz.” (Ezechiël 8:14)

Er wordt geschreven dat Bethlehem een belangrijk centrum was van de verering van Tammuz/Adon/Adonis als god van het graan. Het graan dat ‘sterft’ onder de molensteen om tot meel vermalen te worden zodat er brood van gebakken kan worden en tot voedsel kan dienen, werd als metafoor opgevat van de mens die sterft en herboren wordt.

‘Bethlehem’ betekent letterlijk ‘huis van brood’ Onder andere in de Legenda aurea (laatste kwart van de 13de eeuw) schrijft Jacobus de Voragine dat de plaats die naam heeft gekregen omdat daar Jezus als ‘levend brood’ geboren zou worden.


Terug naar de bewening van Adonis door Venus: “Mijn verdriet wordt nu voor eeuwig een eerbewijs aan jou, Adonis. Jaarlijks zal jouw dood worden vertoond en herbeleefd, een naklank van mijn klagen.” Hoogtepunt van de Adonisfeesten was de jaarlijkse opvoering, beleving en bewening van zijn dood én wedergeboorte in het begin van de lente. Verbanden met de menselijke levenscyclus en de vegetatiecyclus werden benadrukt.

William Waterhouse, Venus wekt Adonis uit zijn doodslaap, olieverf op doek: 96 x 188 cm, 1899-1900, Andrew Lloyd Webber Collection, Londen


De Engelse kunstenaar William Waterhouse (1849-1917) sluit met het schilderij niet aan bij een verhaal uit de mythe van Venus en Adonis, maar bij de cultus rondom het verhaal: Venus kust Adonis wakker uit zijn doodslaap, hij wordt herboren…een nieuwe lente…!

Tussen het gras bloeien anemonen in verschillende kleuren.


Het verhaal van Venus en Adonis in de kunst

De liefdesgeschiedenis van Venus en Adonis werd buitengewoon vaak door kunstenaars in beeld gebracht. De variatie is echter gering. In grote lijnen beperken kunstenaar zich tot twee momenten uit het verhaal: Venus die Adonis liefdevol omarmt en/of hem tegen wil houden op jacht te gaan terwijl hij zich voorbereidt op de jacht. Het tweede hoofdthema stelt de treurende Venus voor bij het lichaam van Adonis.

Hieronder wordt een aantal kunstwerken in chronologische volgorde besproken.

Titiaan, Venus en Adonis, olieverf op doek: 186x 207 cm, 1554, Museo del Prado, Madrid


De Italiaanse schilder Titiaan (1488/90-1576) heeft het onderwerp meerdere keren in beeld gebracht. Het schilderij in het Prado wordt beschouwd als de vroegste versie.

Venus probeert uit alle macht Adonis te beletten op jacht te gaan. Het is duidelijk dat Adonis andere plannen heeft! Hij houdt de jachtspies in de hand en heeft zijn jachthonden aangelijnd. De jager heeft zich losgemaakt uit de omhelzing van Venus. De godin kijkt haar geliefde smekend aan en haar liefdevolle omarming heeft nu plaatsgemaakt voor een uiterste poging hem in haar armen vast te klemmen. Door de kracht waarmee Adonis aan Venus tracht te ontkomen trekt hij het lichaam van de godin naar achteren.

detail: Titiaan, Venus en Adonis


Rechtsboven gaat de hemel open. Daar verschijnt de oorlogsgod Mars. De brede stralen die van hem uitgaan brengen het moment in beeld dat hij het zwijn in de buurt van Adonis laat verschijnen.


Paolo Veronese, Venus en Adonis, olieverf op doek: 162x191 cm, ca. 1580,

Museo del Prado, Madrid


De Italiaanse kunstenaar Paolo Veronese (1528-1588) heeft waarschijnlijk het moment in beeld gebracht dat Venus haar geliefde het verhaal van de liefdesgeschiedenis van Atalante en Hippomenes vertelt. Er lijkt nog geen vuiltje aan de lucht op het schilderij! Adonis ligt met het hoofd op de schoot van Venus en de hond op de voorgrond kijkt rustig voor zich uit. Toch zijn er aanwijzingen dat elk moment het noodlot kan toeslaan. De hond links heeft waarschijnlijk het zwijn al opgemerkt. Met geblaf wil hij zijn baasje wakker maken. Cupido probeert de hond uit alle macht tegen te houden en Venus kijkt niet meer naar haar geliefde, maar angstig naar het gedoe van haar zoontje met de hond.

Bartholomeus Spranger, Venus en Adonis, 135 x 109 cm, 1585/90,

Rijksmuseum, Amsterdam


Op het schilderij van de Antwerpse kunstenaar Bartholomeus Spranger (1546-1611) neemt Adonis afscheid van Venus. Hij lijkt haar op het voorhoofd te kussen terwijl de godin er alles aan doet om hem bij zich te houden. Vergezeld door twee jachthonden gaat hij op jacht. Linksonder zit Cupido.

In het bergachtig landschap treffen we saters en nimfen aan. Zij benadrukken de amoureuze context van het schilderij. Saters komen in de klassieke mythologie veelal naar voren als verleiders van nimfen. Rechts van het midden is een sater in een boom geklommen. Hij heeft appels geplukt. De aanbieding van de vruchten aan de nimf onder de boom mag in de sfeer van het schilderij als een verleidingspoging worden opgevat. Met het aanbieden van de appel zou verwezen worden naar het verhaal uit Genesis en de noodlottige gevolgen daarvan. Er wordt gewezen op paralellen met de trieste afloop van de liefde tussen Venus en Adonis.

Links volgen twee nimfen een sater die ongetwijfeld verleidelijke muziek op zijn panfluit(?) speelt. Achter de nimfen spoort een tweede sater de nimfen enigszins aan de voorste sater te volgen.

Rechts drinken twee duiven uit een beekje. (niet helemaal te zien op de foto die ik ter beschikking heb)

detail: Bartholomeus Spranger, Venus en Adonis


detail: Bartholomeus Spranger, Venus en Adonis ...

Ik mis de linker voorpoot van de witgrijze hond op de voorgrond!


Hendrick Goltzius, Dode Adonis, olieverf op doek, ruit: 76,5 x 76,5 cm, 1609, Rijksmuseum Amsterdam


Op het schilderij van de Duitse, in Haarlem werkende kunstenaar Hendrick Goltzius (1558-1617) ligt het lichaam van Adonis languit op de grond. Onder de lendendoek stroomt bloed over zijn rechter bovenbeen op de grond. Uit het plasje bloed ter hoogte van de rechterknie van Adonis zijn twee anemonen opgekomen, een in bloei en de ander nog in knop…

Hendrick Goltzius, Venus en Adonis, olieverf op doek: 114 x 191,5 cm, 1614,

Alte Pinakothek, München


Het lijkt erop dat Goltzius het moment voorstelt dat Venus nog vol liefde de armen om de nek van Adonis heeft geslagen. Adonis kijkt zijn geliefde nog aandachtig aan. Ook de jachthonden zijn niet gereed voor de jacht en links vermaakt Cupido zich met een van de honden.

Adonis houdt wel de werpspies in de hand. Daarmee geeft Goltzius hem een attribuut in handen dat Adonis typeert als jager. Het kan ook zijn dat de schilder met die speer tevens vooruit wijst naar de gebeurtenissen die zullen volgen.

In het verhaal van Ovidius konden we al lezen dat de godin van de liefde zich door de lucht voortbeweegt in een wagen die wordt getrokken door zwanen. Rechts achter Adonis staat de hemelwagen van Venus, bespannen met twee zwanen.

detail: Hendrick Goltzius, Venus en Adonis


Zwanen horen bij de godin van de liefde. Als geen andere vogel doet hun liefdesspel denken aan menselijk liefkozen, alleen al de manier waarop zij met hun snavels ‘kussen’! We moeten ook denken aan de lichamen van zwanen die tijdens de paring wel heel sierlijk in elkaar opgaan en hun halzen die zo innig met elkaar verstrengeld zijn…je vergeet de zwanen…de twee lichamen worden zo één dat zij een nieuwe vorm vormen, iets abstracts. Niet gek daarom die dans in dat Zwanenmeer van Pjotr Iljitsj!

In de verhalen uit de klassieke oudheid wordt de wagen van Venus vaak door een koppel zwanen getrokken.


Rubens, Venus en Adonis, olieverf op doek: 276 x 183 cm, ca. 1610,

Museum Kunstpalast, Düsseldorf, Duitsland


Op het schilderij van de Vlaamse kunstenaar Peter Paul Rubens (1577-1640) stapt Venus uit de achterkant van haar wagen. Gezien de serieuze manier waarop zij elkaar aankijken mogen wij aannemen dat Venus Adonis direct na hun eerste ontmoeting deelgenoot maakt van haar angst voor zijn jacht op wilde dieren. Dat is in overeenstemming met Ovidius’ beschrijving van het eerste treffen van Venus en Adonis. Zij omhelst haar geliefde en probeert hem tegelijkertijd ervan te weerhouden op jacht te gaan. Gezien de jachtspeer in zijn handen en de jachthonden laat Adonis zich niet overtuigen. De twee zwanen hebben de tijd om zich over te geven aan hun liefdesspel.

Rubens, de dood van Adonis met Venus en de Drie Gratiën, olieverf op doek:

212 x 325 cm, ca. 1614, The Israël Museum, Jeruzalem


De drie Gratiën zijn de dienaressen van Venus. Zij zijn de behoeders en de personificaties van vooral vrouwelijke schoonheid, bevalligheid en gratie. Met vertrokken gelaat delen zij mee in de droefenis van Venus. Twee van hen wringen de handen in verdriet. De derde lijkt haar kleed over het lichaam van Adonis te draperen. Venus hurkt treurend bij het hoofd van Adonis. Het hoofd van haar geliefde houdt zij met haar linkerhand bij de kin vast terwijl zij het ondersteunt met de andere hand. Cupido houdt de ogen ook niet droog en trekt de haren uit zijn hoofd.

Peter Paul Rubens, Venus en Adonis, olieverf op doek: 83 x 90,5 cm, ca. 1614,

Hermitage, Sint Petersburg


Terwijl de honden ongeduldig opspringen, proberen zowel Venus als Cupido de jager ervan te weerhouden op jacht te gaan. De zwanen gaan volledig op in hun eigen liefdesspel.


Abraham Bloemaert, Venus en Adonis, olieverf op doek: 134 x 191 cm, 1632,

Statens Museum for Kunst, Kopenhagen, Denemarken


Ook op het schilderij van in Utrecht werkzame kunstenaar Abraham Bloemaert (1564-1655) proberen Venus en Cupido de jager van zijn onzalige plannen af te houden. Rechts in het midden zien we de gevolgen van Adonis' roekeloosheid. Het zwijn staat bij het ontzielde lichaam van Adonis.

detail: Abraham Bloemaert, Venus en Adonis

In Uitlegginghe op den Metamorphosen, het derde hoofdstuk van het Schilder-boeck (1604) van Carel van Mander, heeft de schrijver de verhalen van Ovidius van een moraliserende uitleg voorzien. Volgens Van Mander is Adonis het voorbeeld van de roekeloze en onverstandige jeugd die goede raad in de wind slaat. Hij moet het met zijn leven bekopen.


Cornelis Holsteyn, Venus en Cupido betreuren de dood van Adonis,

olieverf op doek: 99 x 206 cm, ca.1638/58, Frans Hals Museum, Haarlem


Op het schilderij van de Haarlemse schilder Cornelis Holsteyn (1618-1658) ligt Adonis met de rug op de grond met aan zijn linkerzijde de werpspies. Bij Venus vallen dikke tranen uit de ogen. Ook Cupido is hevig aangedaan. Met de handpalm droogt hij zijn tranen.

detail: Cornelis Holsteyn, Venus en Cupido betreuren de dood van Adonis

detail: Cornelis Holsteyn, Venus en Cupido betreuren de dood van Adonis


Twee jachthonden, een grote zwarte en een klein keffertje zitten het wegrennende zwijn achterna.


Lorenzo Lippi, Venus bij het lichaam van Adonis, ca 1640/55


Op het schilderij van de Italiaanse kunstenaar Lorenzo Lippi (1606-1665) vliegt linksboven een koppeltje duiven.

In de nabijheid van de godin van de liefde zien we niet alleen zwanen, maar ook duiven. Ook haar hemelwagen kan in plaats van door zwanen ook door duiven worden getrokken. Op het schilderij van Bartholomeus Spranger zagen we ook al duiven.

Net als zwanen zijn dus ook duiven verbonden met Venus. In dat verband moeten we denken aan hun getortel, hun minnekozen, hun gedoe met de snavels die tegen elkaar aan schuiven en tikken … we herkennen hun ‘kussen’ nog wel in ons woord tortelduifjes. Dat woord wordt vooral gebruikt om een jong verliefd stel aan te duiden dat maar moeilijk van elkaar kan afblijven.


Venus wordt op het schilderij van Lorenzo Lippi voorgesteld met een achtpuntige ster. Hoewel de planeet vanaf de zon gezien de tweede planeet van ons zonnestelsel is, is Venus, vanaf de aarde gezien, op de zon en de maan na, het meest heldere object aan de hemel.

In dit verband is het wellicht aardig om nog een keer op de godin Ishtar te wijzen. Ishtar werd de ‘Ster van Babylon’ genoemd en de puntige ster is ook háár symbool! De ster van beide godinnen verwijst naar dezelfde heldere planeet: Venus.

detail: Lorenzo Lippi, Venus bij het lichaam van Adonis

Venus tilt het kleed van Adonis op en wijst op de grote wond in diens bovenbeen. Het bloed vloeit tussen zijn benen op een kleed. Op de voorgrond is een rode anemoon uit het bloed gegroeid.


Bartholmeus Breenbergh, Venus treurt bij het dode lichaam van Adonis, olieverf op paneel: 240x189 cm, 1646, Harvard Art Museums, Cambridge, Engeland


Op het schilderij van de uit Deventer afkomstige kunstenaar Bartholmeus Breenbergh (1598-1657) is Venus vanuit haar zwanenwagen in de wolken naar Adonis gekomen. Op haar knieën en met een van verdriet vertrokken gelaat omhelst zij het lichaam van haar geliefde. Er stroomt veel bloed uit de grote wond waar het zwijn zijn tanden in de buik van Adonis heeft gezet. Ook Cupido toont zich behoorlijk aangeslagen door hetgeen er met de geliefde van zijn moeder is gebeurd.


Cupido als honingdief

In de Metamorfosen van Ovidius worden overwegend liefdesgeschiedenissen verteld die slecht aflopen! We hebben gelezen in het artikel van de vorige week en ook in het verhaal van deze week dat Cupido scheutig is met het schieten met zijn pijlen. Hij lijkt zich daarbij niet te bekommeren om de gevolgen van zijn vrijgevigheid met het kwistig uitstrooien van de liefde. Zo lijkt mij dat ook het geval met de grote liefdesverhalen in de wereldliteratuur.


In een dichtwerk van de Griekse dichter Theocritus (ca. 300 v.Chr- na 260 v.Chr.) wordt Cupido opgevoerd als iemand die honing steelt! De bijen reageren zoals bijen dat doen: zij steken het liefdesgodje en Cupido loopt huilend naar zijn moeder. Venus reageert anders dan Cupido had verwacht: “Ben jij niet als de bijen, zo klein maar toch in staat tot het toebrengen van wrede wonden?”

Albrecht Dürer, Cupido de Honingdief, pentekening in gewassen inkt op papier, 1514, Kunsthistorisches Museum, Wenen, Oostenrijk

De Duitse schilder Albrecht Dürer (1471-1528) moet een van eerste kunstenaars zijn geweest die het thema oppakte. Met een gestolen honingraat in de hand vlucht Cupido bij de bijenkorven weg, achterna gezeten door een flinke zwerm bijen die het op hem hebben voorzien. Rechts zijn moeder Venus die hem vermanend toespreekt. Dit zal hem leren!


Na de voorstelling van Dürer werd het thema van de honing stelende Cupido buitengewoon populair in de 16de en 17de-eeuwse schilder- en dichtkunst. De Duitse kunstenaar Lucas Cranach de Oude (1472-1553) heeft minstens twintig versies met het thema geschilderd. Op zijn schilderijen met dit onderwerp staat vaak een tekst in het Latijn met een moraliserende boodschap. Zo wordt op een van die schilderijen de lezer op het hart gedrukt zijn lusten te bedwingen ‘opdat Venus, de liefde, u niet zal overheersen of verblinden’: stort je niet al te lichtzinnig op het pad van de liefde, het zou je helemaal in beslag kunnen nemen en je zou het zomaar kunnen bezuren!

'DVM PVER ALVEOLO FVRATVR MELLA CVPIDO/

FVRANTI DIGITVM SEDVLA PVNXIT APIS/

SIC ETIAM NOBIS BREVIS ET MORITVRA VOLVPTAS/

QVAM PETIMVS TRISTI MIXTA DOLORE NOCET'
















Kopie naar Lucas Cranach de Oude, Venus en Cupido die honing steelt,

privé collectie, olieverf op paneel, 37,9 x 25,3 cm, na 1607


Op de kopie naar een schilderij van Lucas Cranach de Oude houdt Cupido een honingraat in de hand. Enkele bijen zoemen om hem heen of bevinden zich op zijn lichaam. Hij doet zijn beklag bij Venus. Linksboven wordt de beschouwer de moraal voorgehouden. In de vertaling in E.de Jongh gaat het als volgt:

‘Wanneer de kleine Cupido de honing steelt uit de korf, steekt hem de bij met zijn angel in de vinger. Zo doet ook het kortstondig liefdesgenot dat wij nastreven pijn, met droeve smart gemengd.’


Gebruikte en aangehaalde literatuur

- Gustav Schwab, Griekse mythen en sagen, Utrecht, 1956

- Bosque, André de, Mythologie en Maniërisme in de Nederlanden, Antwerpen, 1985

- Eric Noorman en Wilfried Uiterhoeve, Van Achilles tot Zeus, Thema’s uit de klassieke mythologie in literatuur, muziek, beeldende kunst en theater, Nijmegen, 1987

- James Hall, Hall’s Iconografisch Handboek; Onderwerpen, symbolen en motieven in de beeldende kunst, Leiden, 1992

(Wanneer u één boek wilt kopen over de invloed van zowel de Christelijke en Klassieke mythologie en verhalen op de kunst, raad ik u dit boek aan.) - Ovidius Metamorphosen, vertaling M. D'Hane-Scheltema, Amsterdam, 1998 (Alle aanhalingen van Ovidius zijn afkomstig uit deze vertaling.)

- E. de Jongh, Amor als honingdief, in: 'Dankzij de tiende muze, 33 Opstellen uit Kunstschrift' , p 45-52, Leiden 2000

- Wikipedia, trefwoorden: ‘Adonis’, ‘Tammuz’ en ‘Ishtar’, geraadpleegd: 30-9-2022




200 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven