• Paul Bröker

Een universele kerstgedachte op een schilderij van Rogier van der Weyden

Een kunstwerk centraal VIII


Het Triptiek met de Geboorte van Christus (1445-48) van Rogier van der Weyden (1400-1464) was een opdracht van Pierre Bladelin (Brugge 1408-1472). In de tijd dat Vlaanderen deel uitmaakte van het Hertogdom Bourgondië was Bladelin op politiek en cultureel gebied een invloedrijke figuur. Hij was een belangrijk financieel ambtenaar, raadgever en diplomaat bij de hertogen Filips de Goede en Karel de Stoute.

Rogier van der Weyden, Triptiek met de Geboorte van Christus /

‘Bladelin-triptiek’, middenpaneel: 93,5 x 92 cm, zijluiken: 93,5 x ca. 41,5 cm,

ca. 1445-1448, Staatliche Museen, Berlijn


Op het middenpaneel is de geboorte van Jezus afgebeeld. De zijluiken tonen keizer Augustus en de Sibille van Tibur (links) en de Drie Koningen (rechts). We zullen zien dat het geheel de beschouwer een fraaie totaal-boodschap voorhoudt. Voor een goed begrip moeten we eerst naar de afzonderlijke panelen kijken.


Het linker zijluik, keizer Augustus en de Sibille van Tibur

linker paneel van het Triptiek met de Geboorte van Christus


Sibillen zijn maagdelijke priesteressen die verbonden waren aan orakels uit de klassieke oudheid. Wanneer iemand wilde weten wat de goden met hem of haar in de toekomst voor hadden, kon men een orakel raadplegen. De sibillen brachten zichzelf vervolgens in trance zodat zij ontvankelijk waren voor goddelijke ingevingen. De priesteressen komen in de klassieke literatuur naar voren als waarzegsters met een gedegen reputatie. Hun voorspellingen komen altijd uit!


Keizer Augustus (63 v.Chr.-14 n.Chr.) had vanaf het begin van onze jaartelling politieke stabiliteit in de landen rondom de Middellandse Zee gebracht. Deze zogenaamde Pax Romana zou ongeveer twee eeuwen duren. Onder meer in de Legenda Aurea (1270) van Jacobus de Voragine wordt het verhaal verteld over Augustus en de Sibille van Tibur (het huidige Tivoli niet ver van Rome). Omdat de keizer vrede had gebracht had de Romeinse senaat het plan opgevat hem een goddelijke status te verlenen. De keizer wilde zich het goddelijke eerbetoon pas laten welgevallen wanneer hij er zeker van kon zijn dat er nooit meer iemand over de aarde zou regeren die groter en machtiger was dan hij. Om zich daarvan te overtuigen raadpleegde hij de Tiburtijnse Sibille. De Legenda Aurea gaat dan verder: “De sibille toonde hem een gouden stralenkrans rondom de zon en in het midden daarvan een maagd van wonderbaarlijke schoonheid met een kind in de armen. De sibille zegt nu tot de keizer: ‘Dit kind, geboren uit de maagd, zal groter worden dan u, ga het aanbidden.’” Het was nu voor de keizer duidelijk dat er in de toekomst een grotere vorst over de aarde zou regeren dan hijzelf. Hij zag daarom af van alle vormen van vergoddelijking.

Christelijke interpretaties zagen in de maagd uit het visioen natuurlijk Maria en in het kind werd Jezus herkend. Het verhaal werd opgevat als zou de sibille met haar boodschap een voorspelling hebben gedaan van de maagdelijke geboorte van Jezus. Vanaf de 14de-15de eeuw wordt door goedbedoeld devoot onderzoek en goedwillende christelijke interpretaties van passages uit de verschillende overgeleverde geschriften van de sibillen, vastgesteld dat niet alleen de Sibille van Tibur maar ook nog andere sibillen de komst van Christus op aarde zouden hebben voorspeld. Zij worden in de kunst vaak gelijkgesteld aan profeten uit het Oude Testament die de Joden de komst van Jezus hebben voorspeld.

detail van het linker paneel van het Triptiek met de Geboorte van Christus


Op het schilderij van Rogier van der Weyden staat de sibille achter Augustus. Zij wijst hem met haar linkerhand op het visioen van de Madonna. De keizer geeft gehoor aan de opdracht van de sibille. Hij is eerbiedig op de knieën gevallen om Jezus te aanbidden. Uit eerbetoon voor de toekomstige vorst heeft hij zijn kroon afgezet en legt deze met de linkerhand op de grond. De keizer zet zijn verering ook nog eens kracht bij door moeder en kind met een rokend wierookvat lof toe te zwaaien.

Gebroeders van Eyck, Boodschap aan Maria met de profeten Zacharias en Micha en de Sibille van Tibur en de Sibille van Erythrea, gedeelte van de buitenluiken van de Aanbidding van het Lam Gods, 1432, Sint Baafs Kathedraal, Gent


Als voorspellers van de geboorte van Jezus worden de sibillen nog al eens bij kerst­voorstellingen afgebeeld. Zo schilderden de Gebroeders van Eyck op het buitenluik van de Aanbidding van het Lam Gods de verkondiging aan Maria. Daarboven zien we links en rechts de profeten Zacharias en Micha. Zacharias (links) wijst in een reusachtig boek op de tekst van zijn voorspelling. De profeten worden direct in verband gebracht met de menswording van God waarvan de Boodschap aan Maria (onderaan voorgesteld) de eerste stap is. In het midden herkennen we aan hun teksten op de banderollen de Sibille van Erythrea en de Sibille van Tibur. Zij worden hier minstens even voornaam voorgesteld als de profeten én met dezelfde bedoeling: de voorspelling van de maagdelijke geboorte van de Verlosser. Op de banderol die de Sibille van Erythrea (rechts van het midden) in haar handen houdt kunnen we een deel van de tekst lezen. De gehele tekst vinden we onder andere bij Jacobus de Voragine: “In de laatste tijden zal God zich vernederen en zal Gods Zoon mens worden. Het Lam zal op het stro liggen en aan een maagd zal het gegeven zijn de Godmens op te voeden”.


Middenpaneel, de Geboorte van Jezus


middenpaneel van het Triptiek met de Geboorte van Christus


Na het eerste kwart van de 15de eeuw verandert de gebruikelijke voorstelling van de Geboorte van Jezus volledig. Er herinnert vrijwel niets meer aan kerstvoorstellingen van vóór die tijd. Maria ligt niet meer op haar kraambed en drukt haar zoon niet meer liefdevol tegen zich aan. Ook de huishoudelijke rol van Jozef wordt niet meer in beeld gebracht. Vanaf ca. 1425 knielt Maria voor haar pasgeboren zoon en aanbidt hem. Haar kind ligt vaak naakt op de grond van de stal.


Birgitta van Zweden

De nieuwe geboorte-iconografie is ontstaan onder invloed van de Openbaringen van de mystica Birgitta van Zweden. (1302/03 – 1373) Tijdens een pelgrimstocht die deze kloosternon in 1370 naar Jeruzalem ondernam, wordt zij in een visioen door Maria nauwkeurig op de hoogte gesteld van wat er zich in de kerstnacht heeft afgespeeld. Zij beschrijft haar ingevingen dan ook alsof zij er zelf bij aanwezig is: “Daar ik te Bethlehem was, in de stal waar onze Heer werd geboren, zag ik een zeer mooie maagd die zwanger was.” Ook richtte Maria het woord tot haar: “Mijn dochter, weet dat wanneer de Drie Koningen in de stal kwamen om mijn zoon te aanbidden, ik van te voren van hun komst op de hoogte was.”

Geboortevisioen van Birgitta, Andreas Giltlinger,1522, Rosgarten Museum, Konstanz



Niccolò di Tommaso: Geboorte visioen van Birgitta, 1373–1375, Pinacoteca Vaticana, Rome

De schilderijen van Andreas Giltlinger en van Niccolò di Tommaso zijn géén voorstellingen van de geboorte van Jezus! Het zijn voorstellingen van Birgitta die het visioen van de geboorte in de geest voor zich ziet. Innerlijk ziet Birgitta Maria die haar mantel en sluier naast zich heeft neergelegd. Zij is slechts gekleed in een wit kleed. Haar schoenen liggen achter haar. Het haar valt in lange lokken over de schouders. Zij knielt op de vloer en aanbidt haar pasgeboren zoon. Jezus ligt naakt op de harde grond en strekt zijn armpjes uit naar zijn moeder. Jozef is binnengekomen en ook hij aanbidt zijn zoon. Het voorgestelde visioen is precies zoals Maria het aan Birgitta heeft geopenbaard.


Birgitta kreeg haar visoenen in een tijd dat men in gebed en meditatie innig meeleefde met het lijden van Jezus. Franciscus van Assisi (ca. 1182-1226) was zijn volgelingen hierin voorafgegaan. Hij hield de mensen voor dat het lijden van Jezus niet pas begon in de dagen die voorafgingen aan zijn kruisdood. Het lijden begon al direct na zijn geboorte. Onze spreekwoordelijk bekende franciscaner monnik, de vermaarde volksprediker Johannes Brugman (1400-1473) moet indertijd tijdens zijn preek over de gebeurtenis­sen in de kerstnacht welhaast in huilen zijn uitgebarsten wanneer hij vertelt over de juist díe nacht enorme vrieskou­de en Jezus’ naaktheid. Zo goed kon hij zich de menselijke ellende van de Zoon van God voorstellen.

De volgelingen van Franciscus voelden zich buitengewoon gesterkt en aangesproken door de beschrijvingen van de visioenen van Birgitta. De franciscaner kloosterorde heeft er daarom enorm toe bijgedragen dat haar geschriften snel over de West-Europese christelijke gemeenschap werden verspreid. In de meer volkse kerstliederen, de kerstver­halen én in de jaarlijkse kerstspelen wordt hier direct op ingespeeld. Beeldende kunstenaars die altijd aansluiten bij heersende gedach­ten en gevoelens van hun tijd, nemen de uitbeelding van het kerstver­haal volgens Birgitta vrijwel direct over. Met de nieuwe voorstelling van de geboorte van Jezus willen zij de beschouwer innig laten meeleven met de ontberingen van Jezus.


Voorafgegaan en ingegeven door de nadruk die Franciscus had gelegd op Christus’ menselijkheid, verschijnen vanaf het einde van de dertiende eeuw allerlei beschouwingen over het lijden van Jezus als mens. Belangrijk in dit verband is het geschrift Meditationes Vitae Christi. Het boek werd omstreeks 1300 geschreven door een onbekende franciscaner monnik. We kennen hem als Pseudo-Bonaventura omdat het geschrift lang op naam heeft gestaan van de heilige kerkleraar en mystieke theoloog Bonaventura (1221-1274). In het Middelnederlands verscheen in 1409 een vertaling met als titel Tleven ons Heren Jhesu. De lezer wordt in het boek vurig aangespoord zich in te denken getuige te zijn van de lijdensmomenten van Jezus. Hij moet een van de omstanders zijn die het schouwspel daadwerkelijk meemaakt. Ook de opdrachtgever van het triptiek van Rogier van der Weyden, wilde zich zó sterk inleven in de omstandigheden rondom de geboorte van Jezus dat hij er, net als Birgitta in de geest bij aanwezig is. Evenals de ouders van Jezus is ook hij in aanbidding voor het pasgeboren kindje op de knieën gevallen.


De os en de ezel

Voor een goed begrip van de totaal-boodschap van het schilderij van Rogier van der Weyden is het van belang dat wij stilstaan bij de aanwezigheid van de os en de ezel. De dieren staan op het schilderij van Rogier van der Weyden weliswaar wat in het donker en hebben een plaats op de achtergrond, maar hun aanwezigheid op de kerstvoorstellingen uit de late Middeleeuwen heeft een diepere betekenis.

Bijna overal lezen we dat Jozef de stal vóór de bevalling had verlaten. We weten dat Maria gedurende zijn afwezigheid haar Zoon baarde. Behalve zijn moeder was er dus geen mens getuige van Jezus’ geboorte. De enige ‘aanwezigen’ waren blijkbaar twee dieren. We kunnen ons afvragen waarom en hoe men er toe is gekomen een ezel die de zwangere Maria tijdens de reis naar Bethlehem droeg en een os, die Jozef onderweg wilde verkopen om aan zijn financiële verplichtingen bij de volkstelling te voldoen, als enige ‘getuigen’ aanwezig te laten zijn van Gods menswording.

Over de aanwezigheid van de os en de ezel bij de geboorte van Jezus hullen de evangelisten zich in een stilzwijgen. Toch staat de Bijbel aan de basis van de beeldvorming van de twee dieren bij de geboorte. We moeten daarvoor te rade gaan bij twee profeten uit het Oude Testament.

In het Boek Habakuk wordt geschreven: “En openbaar het in het midden der tijden.” (Habakuk 3:2) Blijkbaar is de Hebreeuwse tekst makkelijk op een foutieve wijze te interpreteren want in de Septuagint, de Griekse vertaling van Oude Testament (circa 250 en 50 v.Chr.) lezen we: “In het midden van twee dieren zult Gij herkend worden.” (Habakuk 3:2) De foutieve vertaling werd door de auteur van het apocriefe Evangelie van Pseudo-Mattheus overgenomen: “Op de derde dag na de geboorte van onze Heer Jezus Christus liep de zalige Maria uit de grot, ging een stal in en legde haar Zoon in een kribbe, en de os en ezel aanbaden het. Toen werd vervuld, wat door de profeet Jesaja verkondigd is, die zegt: “De os kent zijn bezitter en de ezel de kribbe van zijn heer.” (Jesaja 1:3) Zo aanbaden de os en ezel, hem voortdurend, terwijl zij Hem tussen zich in hadden. Toen werd vervuld, wat door de profeet Habakuk verkondigd is, die zegt: ‘Tussen twee dieren wordt u erkend.’”


Giovanni dei Grassi, miniatuur met de Geboorte in het Getijdenboek voor de Visconti, voor 1395-na 1412, Galleria degli Uffizi, Florence


Op kunstwerken zien we nog al eens dat de os en de ezel als teken van hun her- en erkenning voor Jezus knielen. Op de miniatuur in het Getijdenboek voor de Visconti buigen de dieren daadwerkelijk de knieën in aanbidding voor Jezus.


Het rechter zijluik, de Drie Koningen

rechter paneel van het Triptiek met de Geboorte van Christus


In het tweede hoofdstuk van het Mattheusevangelie wordt verhaald over wijzen die naar Jeruzalem trekken. “Toen nu Jezus geboren was in Bethlehem, in Judea, in de dagen van koning Herodes, kwamen er wijzen (in andere vertalingen “magiërs”) uit het oosten in Jeruzalem aan. Daar vroegen zij: “Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.” (Mattheus 2: 1-12)

Rondom de reis van de wijzen naar Bethlehem, hun aanbidding van Jezus en de terugtocht zijn heel wat Middeleeuwse legenden ontstaan. De belangrijkste verhalen werden opgenomen in de Historia Trium Regum van de karmeliet Johannes van Hildesheim (†1375). Uit de vele overgeleverde handschriften blijkt hoe populair deze Latijnse tekst moet zijn geweest. De populariteit is ook af te lezen aan de verschillende vertalingen die al spoedig verschenen in het Engels, Duits, Frans en in het Deens. Vóór 1389 verscheen een Middelnederlandse versie: Historie van die heilighe drie Coninghen.

Mattheus vertelt niet waarom de wijzen zich ineens geroepen voelden een ster te volgen. De legende weet het! De verteller baseert zich allereerst op de voorspelling van Bileam in het Boek Numeri, (24:17). Hierin is sprake van een voorspelling van een ster die uit Jacob omhoog zal rijzen en een scepter die uit Israël opkomt. De ster en de scepter werden opgevat als een Messiaanse profetie over een goddelijke koning die in de toekomst over Israël zal heersen. Men wilde het moment van de verschijning van de ster niet missen. De legende vertelt dat de wijzen geleerden zijn die zich onder andere bezighielden met het bestuderen van sterren. Vandaar dat de wijzen ook als magiërs worden aangeduid. In de nacht van de geboorte viel hen een ster op die zo'n heldere glans had dat de duisternis van de nacht verdween alsof het dag was. Overdag verbleekte zelfs het licht van de zon bij de schittering van de ster. Er werd een kinderstem gehoord. In de versie van de Historie van die heilighe drie Coninghen: “Het kind in de ster sprak de mannen toe: ‘Ga nu snel naar Judea, daar zal u het pasgeboren kind vinden, hij is de koning die u verwacht.” De mannen gaan op reis en wanneer zij bij de geboorteplaats aankomen aanbidden zij Jezus en erkennen hem als hun koning.

detail van het rechter paneel van het Triptiek met de Geboorte van Christus


Op het rechter paneel van het schilderij van Rogier van der Weyden wordt verwezen naar het verhaal dat de wijzen als astrologen zich op de berg Vaus bevinden om sterren te observeren. Dit wordt ook verteld in de Legenda Aurea en ook uit de Historie van die heilighe drie Coninghen. De mannen kijken op naar de ster waarin zij het kind zien. Eerbiedig hebben zij voor het kind hun kronen afgezet en knielen in aanbidding. Het kind droeg hen op de ster te volgen, dan zouden zij de pasgeboren koning vinden. Zij geven gehoor aan deze oproep en volgen de ster naar Bethlehem.

In veel verhalen zijn de mannen koningen. Dat komt omdat men in de aanbidding de vervulling herkende van Psalm 72:10-11: “De koningen van Tarsis en de kustlanden zullen hem geschenken brengen. De koningen van Seba en Saba, zullen hem schatting betalen. Alle koningen zullen zich voor hem neerwerpen, alle volken hem dienen.” In de profetie van Jesaja 49:7: “Koningen zullen dit zien en opstaan; vorsten zullen neerknielen ter wille van de Heer.”

Aanbidding van de Koningen, miniatuur in de Graduale van Friedrich Zollners, 1442


Aan de bovenkant van de miniatuur in de Graduale van Friedrich Zollners is het kind in een stralende ster boven de berg verschenen. Het heeft een banderol in de hand met daarop de woorden waarmee het de koningen opdracht geeft om de ster te volgen en het kind te gaan aanbidden.

Links boven in de miniatuur vereren de koningen het kind en rechts gaan zij op paarden op weg naar Bethlehem. Zowel in het groepje links als rechts dragen de koningen kronen.

Onderaan zien we het einddoel van de reis. De oudste koning knielt al voor Jezus. Hij heeft zijn kroon afgezet en biedt een kist met gouden munten aan. De twee mannen achter hem wachten op hun beurt. Zij dragen hun kronen nog op het hoofd en houden hun geschenken in de handen.

Het kindje dat in de ster boven de berg verschijnt en het kindje op de schoot van Maria dragen beiden een aureool. In beide gevallen zal het dus wel om Jezus gaan.


Conclusie

Rogier van der Weyden heeft er op het besproken altaarstuk alles aan gedaan om de voorstelling van de Geboorte één groots en universeel schouwspel te laten zijn van aanbidding en verering van het pasgeboren kindje. We hebben gezien dat de belangrijkste vertegenwoordigers van de mensheid op het schilderij zijn opgevoerd. Tezamen maken zij er een groot feest van herkenning en dankzegging van.

Op het linker paneel is de keizer van het Romeinse Rijk voor het kind op de knieën gevallen. Op het rechter paneel hebben de koningen van de aarde zich op hun knieën geworpen om het kind dat in een ster aan hen verschijnt te aanbidden. Zij gaan daarop naar Bethlehem om Jezus te aanbidden. Naar psalm 72 brengen de koningen hem niet alleen kostbare geschenken, maar zij zullen zich ook voor hem neerwerpen, hem dienen en schatting afdragen. Dat was een oud vertoon van onderdanigheid en trouw van onderworpen volkeren aan het gezag van hun nieuwe machthebber.

Linksboven op het middenpaneel zien we de aankondiging van de geboorte van Jezus aan de herders in het veld. Ook zij spoeden zich nu naar de stal waar Jezus is geboren om hem te vereren. Zij worden beschouwd als de eersten uit het jodendom die Jezus komen vereren. De koningen worden opgevat als de eersten buiten de joodse gemeenschap die Jezus her- en erkennen.

We hebben gezien dat, in de woorden van Pseudo Mattheus zelfs de dieren voor de pasgeborene knielen.

Op het middenpaneel zijn niet alleen Maria en Jozef voor hun pasgeboren kind in eerbiedige verering op de grond gevallen. Ook de opdrachtgever Pierre Bladelin manoeuvreert zich op het schilderij in het Bijbelse gebeuren. Te midden van de groten der aarde is ook hij op de knieën gevallen.

Van alle kanten wordt Jezus dus herkend en aanbeden. We kunnen het schilderij opvatten als een grootse en allesomvattende aanbidding, verering en herkenning van het pasgeboren kind als de opperheer van hemel en aarde. Al met al een fraaie universele kerstgedachte.


Gebruikte literatuur

• J. de Voragine, Die Legenda Aurea, uit het latijn vertaald door Richard Benz (Gütersloh 1999).

Rogier van der Weyden, Dirk De Vos, (Antwerpen 1999).

• Tentoonstellingscatalogus, Gebed in Schoonheid, Schatten van privé-devotie in Europa, 1300-1500 (Amsterdam 1995).

• Paul Bröker, Rondom Kerstmis, Iconografie en symboliek in de beeldende kunst rondom de geboorte van Jezus (Utrecht 1995).

• Erich Weidinger, Die Apokryphen, Verborgene Bücher der Bibel, (Augsburg, 1990).

• Tentoonstellingscatalogus, Birgitta van Zweden 1303-1373, 600 jaar kunst en cultuur van haar kloosterorde (Uden 1986).

• C.C. de Bruin (ed), Tleven Ons Heren Ihesu Christi: het Pseudo-Bonaventura-Ludolfiaanse leven van Jezus (Leiden 1980).

• H. Hofmann, Die Heiligen Drei Könige. Zur Heiligenverehrung im kirchlichen, gesellschaftlichen und politischen Leben des Mittelalters (Bonn 1975).

• P. Gerke, Die drei Weisen aus dem Morgenlande. Ihre Entstehung und Bedeutung in der christlichen Kunst des Abendlandes (Mainz 1963).

• J.J. Mak, Middeleeuwse kerstvoorstellingen (Utrecht 1948).



384 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven