• Paul Bröker

Johanna, een vrouwelijke paus; over de hoer van Babylon en de paus als antichrist


Enige tijd geleden kocht ik bij boekhandel Bijleveld in Utrecht het boek De pausen. Een geschiedenis van John Norwich. In de winkel bladerde ik het lijvige boek (565 pagina’s) vluchtig door, en las wat stukjes tekst. Ik dacht al vlug: als het minder dan €45,- kost, koop ik het. Het bleek €7,50 te kosten! Thuis gekomen natuurlijk wat intensiever ingekeken. Het was geen verrassing dat de geschiedenis van de pausen bepaald niet smetteloos is. Op een lichtvoetige, humorvolle wijze, met veel oog voor absurde details en gebruik makend van talloze historische bronnen en anekdotes beschrijft Norwich de geschiedenis van alle pausen als een aaneenschakeling van samenzweringen, leugens en intriges en hier en daar zelfs van rotsvast geloof, maar met name van machtswellust, eigen belang en seksuele uitspattingen. Smullen! Veel smeuïger dan Geschiedenis der pausen van Hans Kührer (Utrecht 1962) dat ik al in de boekenkast had staan en slechts gebruikte als naslagwerk.

Het eerste verhaal dat ik in het boek las, was dat over 'pausin' Johanna. (pagina 79-86)

In het boek van Norwich wordt duidelijk dat er ruim 300 pausen zijn geweest, 266 officieel erkend, 39 tegenpausen en 3 niet erkende pausen. De lijst uit de eerste drie eeuwen van de kerk is niet volledig betrouwbaar. Vanaf de tijd van keizer Constantijn de Grote (keizer 306-337) staat de lijst met namen historisch vast. In dit geval: helaas! Want Johanna wordt niet genoemd in die lijst. Zij is ook niet opgenomen in de lijst van niet erkende pausen. Het Johanna-verhaal moeten we daarom naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar…de kerk heeft wel vaker gemanipuleerd met een haar onwelgevallige waarheid! Je weet dus maar nooit! Het verhaal is in ieder geval fantastisch en heeft zich diep geworteld in de volkse overlevering en kreeg dus ook zijn weerslag in de beeldende kunst.


Het verhaal

Waar het verhaal vandaan komt, is helder. De dominicaner monnik Martinus Polonus tekende in 1265 in zijn Chronicum Pontificum et Imperatum het volgende op: Na Leo (dit is paus Leo IV, pontificaat 847-855, P.B.) was Johannes, een Engelsman geboren in Mainz, paus gedurende zeven maanden en vier dagen. Hij overleed in Rome waarna het pausdom een maand vacant was. Men heeft beweerd dat deze Johannes een vrouw was, die als meisje door een van haar minnaars in mannenkleren naar Athene was gesmokkeld, waar ze zich zo bekwaamde in een aantal takken van wetenschap dat niemand haar gelijke daarin was. Daarna onderwees ze in Rome in de artes liberales en onder haar gehoor en studenten telde ze tal van grote meesters. In de stad groeide de achting voor haar leven en haar geleerdheid. Unaniem werd ze tot paus gekozen. Tijdens haar pausschap raakte ze echter zwanger van haar vriend. Onwetend van het moment van de geboorte beviel zij tijdens een processie van de St. Pieter naar het Lateraanse Paleis (In de middeleeuwen was dit paleis de residentie van de paus in Rome. Nu is de kerk de kathedraal van de paus als bisschop van het bisdom Rome. P.B.). In een nauw steegje tussen het Colosseum en de kerk van de heilige Clemens (Bedoeld wordt de basiliek van San Clemente gewijd aan Paus Clemens I. De kerk is gesticht in de vierde eeuw en behoort daarmee tot de oudste christelijke kerken van Rome, P.B.). Na haar overlijden is zij naar men zegt op diezelfde plaats begraven. (Andere versies van het verhaal beweren dat een woedende menigte haar na de bevalling lynchte, P.B.) De heilige Paus wendt de blik altijd af van deze steeg en dat is, naar velen geloven uit afschuw voor de gebeurtenis die hier heeft plaatsgevonden (de bevalling van Johanna P.B.). Ook is ze niet op de lijst van heilige pausen geplaatst, zowel vanwege haar vrouwelijke sekse als vanwege de schandelijkheid van deze gebeurtenis.(citaat uit De pausen, Een geschiedenis) Johanna wordt als paus wel aangeduid als Johannes VII. Aangezien men het erover eens is dat het verhaal over paus Johanna genegeerd moet worden had het geen invloed op de nummering van de pausnaam Johannes.


Paus Johanna in de beeldende kunst

De variatie in de beeldende kunst is gering. In bijna alle gevallen gaat het om een vrouw in pauselijk ornaat en met de pauselijke driekroon op het hoofd. Vaak is zij aan het bevallen. Haar zoon komt direct vanuit haar buik, door de kleren heen ter wereld. In andere gevallen is zij tijdens de processie van haar paard gevallen en al van haar kind bevallen. Haar zoon ligt tussen moeders benen op de grond.

Paus Johanna bevalt tijdens de processie. Haar pasgeboren zoon ligt tussen haar benen. Kardinalen staan de paus ter zijde. De voorstelling is de enige afbeelding die ik ken waarop duidelijk is te zien dat Johanna van een zoon bevalt.

houtsnede in een Duitse vertaling van Boccaccio's De mulieribus claris gedrukt door Johannes Zainer in Ulm ca. 1474, British Museum, Londen


Onder het pauselijk processiebaldakijn bevalt paus Johanna. Zij wordt bijgestaan

door twee kardinalen. Andere kardinalen en bisschoppen omringen haar.

Links bovenaan trekt de processie verder.

Uit een geïllustreerd handschrift van De mulieribus claris van Boccaccio, ca 1538-1539


Franse vertaling De mulieribus claris, eerste kwart Franse vertaling 15de eeuw De mulieribus claris Bibliothèque Nationale, Parijs begin 15de eeuw

(zie detail hieronder) Bibliothèque Nationale, Parijs

Paus Johanna bevalt tijdens een processie van haar zoon, detail van een miniatuur in

De mulieribus Claris, eerste kwart 15de eeuw, Bibliothèque Nationale, Parijs




















Miniatuur van de Talbot Meester in een Franse vertaling van Boccaccio's

De claris mulieribus, ca.1440, British Library, Londen






























Paus Johanna bevalt tijdens een processie van haar zoon, miniatuur in een Italiaanse versie van De mulieribus claris, ca. 1403, Bibliothèque Nationale, Parijs





Paus Johanna is opgehangen gravure uit Lectionum memorabilium, 1600

Johanna draagt pauselijke kleding inclusief pauselijke schoenen met een kruisje en een tiara. Zij drukt haar zoon tegen de borst. Naast haar is een kardinaal opgehangen. De galgen staan in de onderkaak van de opengesperde muil van het hellemonster. Links een aantal verdoemden in de hel. Houtsnede uit de 16de eeuw.


De pauselijke kakstoel

Het is bekend: een vrouw kan in de Katholieke Kerk geen priester worden, laat staan paus. Om te voorkomen dat er nog ooit zo’n vernederende fout wordt gemaakt achtte men het noodzakelijk om te testen of de persoon die door het conclaaf van kardinalen tot nieuwe paus was gekozen aan het vereiste geslacht voldeed. Voordat de nieuwe paus zijn wijding ontving moest hij plaatsnemen op een zetel met een gat in de zitting.

Felix Hemmerlin (1389-1458) beschrijft in De Nobilitate et Rusticitate Dialogus (ca.1440) hoe een en ander daarna in zijn werk gaat: … tot op de dag van vandaag bevindt die zetel zich nog steeds op dezelfde plaats om gebruikt te worden bij de pausverkiezing. Om zijn waardigheid voor het ambt te beproeven, worden zijn testikels bevoeld door een jonge geestelijke. Wanneer deze heeft geconstateerd dat de uitverkorene aan de vereiste geslachtskenmerken voldoet, roept hij met luide stem: ‘Testiculos habet et bene pendentes!’, oftewel: Hij heeft testikels en ze hangen goed! Ik bedoel maar: dat is nog eens wat anders dan het saaie Annuncio vobis gaudium magnum; Habemus Papam!, Ik verkondig u met grote vreugde; wij hebben een Paus! Dat is de officiële tekst waarmee tegenwoordig de nieuwe paus vanaf het balkon van de Sint Pieter wordt aangekondigd. Na de witte rook moet het op het Sint Pietersplein samengestroomde volk het daar maar mee doen.

Hemmerlin vermeldt ook nog dat de opvolger van paus Johanna, paus Benedictus III (pontificaat: 855-858) voor de mannelijkheidstest een roodporfieren stoel heeft laten maken. In de Romeinse volksmond werd de zetel waarop de aanstaande paus voor deze gelegenheid moest plaatsnemen al snel de sedia stercoraria papa ‘pauselijke kakstoel’ genoemd. De zetel waarom het gaat wordt bewaard in de Vaticaanse Musea in Rome. Ondanks het feit dat reizigers, zoals Lawrence Banck die Rome bezochten beweren aanwezig te zijn geweest bij een pauskroning en er ook melding van maken getuige te zijn geweest van de seksetest zal het toch wel om folklore gaan. Volgens het opschrift onderaan de gravure in het verslag van Banck vond het onderzoek bij paus Innocentius X in 1644 plaats op de marmeren pauselijke zetel in de Basiliek van Lateranen ('Sedes marmorea Pontificis in Basilica Lateransi'). Hoe dan ook: een paus moet ballen hebben, ook al heeft hij daar, wanneer hij het celibaat tenminste serieus neemt in de praktijk maar weinig aan.

Vlakbij de basiliek van de heilige Clemens stond een stenen beeld van Johanna met haar zoon. Het stond er in ieder geval nog toen Maarten Luther in 1510 Rome bezocht. Hij spreekt er zijn verbazing over uit dat de pausen een dergelijke bron van schande tolereerden op een openbare plek. Hij beschrijft het beeld als ’een vrouw gehuld in pauselijke mantel, die haar zoon en een tiara draagt’.

Houtsnede naar het beeld Johannes VII in Rome, voorstellende paus Johanna VII afbeelding in Die Schedelsche Weltchronik van Hartmann Schedel, wiegendruk 1493













Johanna is gezeten op een draagstoel en is zojuist bevallen van haar zoon. De kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders die meelopen in de processie lijken hun verbazing of afschuw over het voorval uit te spreken. Ook Johanna is verbaasd! Gravure uit een Engelstalig boek: A present for a papist or the Life and death of Pope Joan uit 1675

Engelse tekst: Het verhaal gaat dat een vrouwelijke paus tijdens een processie barensweeën kreeg en beviel van een bastaard zoon. Vandaar dat (de kerk van) Rome wel de hoer van Babylon wordt genoemd.


Het is duidelijk dat de tekst onderaan de prent paus Johanna in verband brengt met de hoer van Babylon!


De hoer van Babylon en de paus als antichrist

In het Nieuwe Testament zinspeelt Jezus geregeld op zijn terugkeer op aarde.

Het laatste boek van het Nieuwe Testament verhaalt over de gruwelijke gebeurtenissen op aarde die direct voorafgaan aan de terugkomst van Christus op aarde. In het 17de hoofdstuk van de Apocalyps / Openbaring van Johannes wordt geschreven over de hoer van Babylon: 1 Toen kwam een van de engelen met de zeven schalen en zei tegen mij: `Kom, ik zal u het oordeel laten zien over de grote hoer, die aan de vele wateren zit. 2 Met haar hebben de koningen van de aarde ontucht bedreven, en de bewoners van de aarde hebben zich bedronken aan de wijn van haar ontucht.' 3 Hij voerde mij in de geest naar de woestijn. Daar zag ik een vrouw, gezeten op een scharlakenrood beest, dat overdekt was met godslasterlijke namen; het had zeven koppen en tien hoorns. 4 De vrouw was gekleed in purper en scharlaken, en getooid met goud en juwelen en parels. In haar hand hield zij een gouden beker, boordevol met de gruwelijke onreinheden van haar hoererij. 5 Op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheimzinnige naam: Babylon, de grote stad, de moeder van de hoeren en de gruwelen van de hele aarde. 6 Ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen en het bloed van Jezus' getuigen.


In de Tweede brief aan de Thessalonicenzen beschrijft Paulus in het tweede hoofdstuk de situatie voordat Jezus op aarde zal terugkeren. Dat zal een periode zijn van de heerschappij van de antichrist. Het is een tijd waarin de mensen van hun geloof vallen door de tot de verbeeldingsprekende wonderen van een persoon die beweert dat hij Christus is. De mensen zullen in deze persoon de teruggekeerde Christus zien en hem vereren en aanbidden. De antichrist wordt beschreven als ‘Man der goddeloosheid’ die de mensen misleidt met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke daden. Hij verheft zich tegen al wat God of heilig is. Hij zal zich neerzetten in Gods tempel en zich uitroepen als de teruggekeerde Christus.


Luther was er ook vast van overtuigd dat de periode die voorafgaat aan de wederkomst van Christus een tijdperk van dwaalleraren is. Gevolgd door een periode waarin de antichrist en zijn valse profeten de gelovigen misleiden. Vanaf het moment dat de paus zich had opgeworpen als stimulerende kracht achter de aflaathandel, was het voor Luther een uitgemaakte zaak: de eindtijd was begonnen en de antichrist was op aarde verschenen. Voor Luther en vele anderen was duidelijk dat de paus de vleesgeworden antichrist is.

Vergelijkingen tussen de paus en de antichrist liggen voor de tegenstanders van de paus voor het oprapen. De primaat draagt acht traditionele paustitels. Een daarvan is: Plaatsbekleder van Christus. Velen vinden dat hij zich werkelijk als God laat vereren. Hij omringt zich immers met hemelse pracht en praal en 'heeft zich 'neergezet in Gods tempel' (Tweede brief aan de Thessalonicenzen): de met alle denkbare kostbaarheden opgesierde Sint Pieter in Rome. De handel in aflaten bleek een doeltreffende financieringsmethode om de Sint Pieterskerk en het luxeleven van de paus te bekostigen. De paus misleidt de mensen met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen. Hij staat toe dat de aanhangers van het ware geloof (volgens Luther zijn dat natuurlijk de aanhangers van de Reformatie) bloedig worden vervolgd en ondersteunt de machthebbers die hen bestrijden.


Ook voor Calvijn is het duidelijk: Verder duidt Paulus de antichrist aan met dit kenmerk: hij zal God beroven van zijn eer om die aan zichzelf toe te kennen. (Tweede brief aan de Thessalonicenzen 2:4) En dat is de belangrijkste aanwijzing die we moeten volgen bij het zoeken van de antichrist. Vooral als zo’n hoogmoed ertoe leidt dat de kerk openlijk verstrooid raakt. Nu staat vast dat de paus van Rome zichzelf onbeschaamd heeft toegeëigend waar God en vooral Christus recht op hebben. Daarom hoeven we er niet aan te twijfelen dat hij de aanvoerder en vaandeldrager is van het goddeloze en weerzinwekkende rijk van de antichrist.


In navolging van Luther en Calvijn herkennen de aanhangers van de Reformatie in de paus de door Johannes aangekondigde antichrist, de door Satan gezonden vijand die voor de wederkomst van Christus op het einde der tijden zich zal voordoen als Christus. Het Beest uit de aarde en het Beest uit de zee zetten de mensen aan de antichrist te vereren.

De Reformatie had met de gedachte aan een vrouwelijke paus een uitgelezen mikpunt om de Kerk van Rome in diskrediet te brengen. Het verhaal wordt als waar verkondigd en wordt dankbaar gebruikt om het verval van het pausdom aan te tonen en om de paus en zijn aanhangers in een kwaad daglicht te stellen. De hoer van Babylon wordt gebruikt als personificatie van de kerk. Het beeld verwijst naar de corruptie van de kerkleiders. Net als een prostituee zijn zij voor geld, macht en aanzien te koop. Hoewel veel pausen er niet vies van waren zich over te geven aan seksuele uitspattingen wil het beeld van de paus en de hoer van Babylon niet alleen daarop wijzen. Het gaat erom dat zij hun ziel en zaligheid aan de duivel verkopen voor alle denkbare vormen van aardse genoegens.


Ook kunstenaars lieten zich niet onbetuigd. Lucas Cranach de Oude (1472-1553) was hofschilder van keurvorst Frederik de Wijze van Saksen. In Saksen was ook Wittenberg gelegen waar Luther de Reformatie begon. Aan het hof van de keurvorst leerde Cranach Luther kennen. De kunstenaar en de reformator raakten bevriend. Cranach stond actief achter de ideeën van Luther. Door diens betekenisvolle prenten en illustraties van de Lutherbijbel heeft de kunstenaar belangrijke bijdragen geleverd aan de verspreiding van de ideeën van de reformator. Op zijn illustratie van de hoer van Babylon in de Lutherbijbel uit 1522 zien we voor het eerst dat de vrouw duidelijk zichtbaar in verband wordt gebracht met de paus: zij draagt de pauselijke driekroon op het hoofd. Deze voorstelling zou buitengewoon veel navolging krijgen.
































Houtsnede in de eerste editie van het zogenaamde 'Septembertestament'

Lutherbijbel van september 1522, Wittenberg

Bibliothèque Nationale, Parijs


































Hans Holbein, de hoer van Babylon, houtsnede in de Bijbel van Thomas Wolff

1523, Bibliothèque Nationale, Parijs



Op de ingekleurde houtsnede van Lucas Cranach de Oude is te zien dat de vrouw precies zo verschijnt als beschreven wordt in de Apocalyps: zij berijdt het beest met zeven koppen en tien hoorns en gaat gekleed in kostbaar purper en scharlaken, afgezet met gouddraad en parels. De vrouw heeft zich verder getooid met een zware gouden ketting. In haar hand houdt zij 'de gouden beker boordevol met de gruwelijke onreinheden van haar hoererij'.

Zij is gezeten aan de wateren waarover in de Apocalyps geschreven wordt: ‘de grote hoer, die aan de vele wateren zit’. De machthebbers (we herkennen drie koningen) zijn in aanbidding op de knieën gevallen: 'Met haar hebben de koningen van de aarde ontucht bedreven, en de bewoners van de aarde hebben zich bedronken aan de wijn van haar ontucht.' In het midden van de voorstelling staan Johannes en de engel: 'Toen kwam een van de engelen ... die zei tegen mij: `Kom, ik zal u het oordeel laten zien over de grote hoer, die aan de vele wateren zit.

Er is geen twijfel mogelijk over de identificatie van deze vrouw en de bedoeling van de prent: het is niet best gesteld met de Kerk van Rome.

Lucas Cranach de Oude, de Babylonische hoer

ingekleurde houtsnede uit een Lutherbijbel uit 1534


Detail van een ingekleurde houtsnede uit een uitgave van het 'Septembertestament', een Lutherbijbel uit 1522


We sluiten af met een zijsprongetje. Op de gravure hieronder heeft Alva (‘Alba’) zich laten verleiden door de hoer van Babylon (‘Babilon’). Terwijl de IJzeren Hertog in innige omhelzing is met de vrouw trekt hij zich er niets van aan dat de economie van ons land in het slop geraakt. De schepen vervallen in de haven: de masten staan op breken; een zeeman, een koopman en de marskramer op de voorgrond kunnen niets uitrichten en moeten lijdzaam toezien hoe hun handel teloor gaat omdat de hertog van Alva zo zijn eigen besognes heeft.

Terwijl Alva vrijt met de hoer van Babylon raakt de economie in verval. Spotprent uit een serie van vier met als titel: Alva's opdracht in de Nederlanden en de gevolgen van zijn tirannie.

anonieme gravure ca. 1572, Atlas van Stolk. Rotterdam


Tekst linksboven en -onder in 16de-eeuws Nederlands: Die scepen vervallen die sciplieden connen nyet behelpen die copman en vercopt geen Waer babels hoer is vrolick met ducdalba Den cramer sit armelyck neder hy can Syn ware nyet vercopen doer ducdalbas ontlyven schatten en roven … door het moorden/ onthoofden onder het bewind van Alva, (door zijn) schattingen /belastingen en rooftochten.





Op een andere prent uit de serie krijgt Alva (‘Alba’) van paus Pius V (‘Pius V papa’) een zwaard aangereikt om de Reformatie te bestrijden. Tevens heeft de paus potten boordevol met geld en een goed gevulde schatkist aan de voeten van Alva gezet. De hertog ontvangt ook nog eens de zegen van de paus. Granvelle (‘Granvello’) houdt een slang bij het oor van Alva die hem duivelse raadgevingen influistert. Margaretha van Parma (‘Parma’), tja, wat heeft zij toch in haar handen? Ik kan er niet meer van maken dan dat het een gedeeltelijk uitgeklapt scheermes (?) is. De voorstelling maakt in ieder geval duidelijk dat de paus diegene ondersteunt die de aanhangers van het ware geloof (de Reformatie) bestrijden.


Margaretha van Parma, Granvelle en de paus steunen Alva’s missie.

anonieme gravure

ca. 1572, Atlas van Stolk, Rotterdam

Spotprent uit een serie van vier met als titel: Alva's opdracht in de Nederlanden en de gevolgen van zijn tirannie.


Opschrift rechts boven en onder: Den paus heeft duck dalba dat sweert gedaen Granvelle ende die herthogin van parma weeten O wee nederlant isser nu nyet wal aen (nederland is er niet goed aan toe) Met gelt ende goet doet hem den paus onder Stant dat die papen moehten houden Doverhant ock met gewelt en met brant… de aanhangers van de paus moeten met geweld en brandstichting de overhand/macht behouden.



gebruikte literatuur

- Utrecht, Museum Het Catharijneconvent, Ketters en papen onder Filips II; Het godsdienstige leven in de tweede helft van de 16de eeuw, Utrecht, 1986

- Utrecht, Museum Het Catharijneconvent, Duivels en Demonen. De duivel in de Nederlandse beeldcultuur, Utrecht, 1994

- Horst, Daniel R., De Opstand in zwart-wit. Propagandaprenten uit de Nederlandse Opstand 1566-1584,Zutphen 2003

- Norwich, John Julius, De pausen, Een geschiedenis, vertaald door R. Fagel, Amsterdam 2013







414 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven