• Paul Bröker

Pasen II: Enkele voorvallen gedurende de Goede Week

Witte Donderdag De intocht in Jeruzalem en de aanleiding voor de gevangenneming van Jezus De bevolking van de stad had vernomen over de vele genezingen van Jezus en ook dat hij zelfs in staat bleek mensen uit de dood op te wekken. Wanneer de inwoners van Jeruzalem vernemen dat Jezus op weg is naar hun stad organiseren zij een groots welkom. Hoewel hij er geregeld over sprak dat het slecht met hem zou aflopen, leek het vanaf het moment dat Jezus Jeruzalem binnentrok één grote zegetocht voor hem te worden. Hij wordt triomfantelijk door de bevolking binnengehaald, hij veegt de tempel schoon door de handelaars en geldwisselaars uit de tempel te verjagen: “Mijn huis moet een plaats van gebed zijn, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt.” Hij geeft onderricht in de tempelschool en predikt voor een enthousiast gehoor het Rijk Gods. Hij vertelt mooie parabels en loste de hooggespannen verwachtingen in door zieken te genezen. De opperpriesters en schriftgeleerden waren bevreesd omdat de opgetogen menigte maar al te gemakkelijk gevoelig zou kunnen zijn voor de ideeën van zo’n groot wonderdoener. Daar komt nog bij dat hij tegenover het volk de hypocrisie van de joodse religieuze leiders blootlegt. In het Evangelie van Mattheus steekt hij een schitterende tirade af tegen de huichelachtige schriftgeleerden en farizeeën en concludeert: “Wie zich verheft zal vernederd worden en wie zich vernedert zal verheven worden.” en hij noemt hen “dwazen en blinden” (Mattheus: 23: 1-39). In het Evangelie van Marcus vertelt Jezus het fraaie verhaal over de schijnheiligheid van rijken: Het penninkje van de weduwe (Marcus 12: 41-44). Lucas schrijft: “En terwijl het hele volk het hoorde, sprak Jezus: Wacht u voor de schriftgeleerden die ervan houden in lange gewaden rond te lopen en op de markt te worden begroet; die de beste zetels begeren in de synagoge en de eerste plaatsen aan de gastmalen; die het goed der weduwen verslinden en voor de schijn lange gebeden prevelen. Zij zullen des te strenger worden gevonnist.” (Lucas 20: 45-47) Begrijpelijk dat de religieuze leiders niets van Jezus' optreden moesten hebben. Zij zochten naar een manier om hem uit de weg te ruimen; maar ze durfden het niet aan omdat ze inzagen dat Jezus buitengewoon geliefd was bij het volk.

Het Laatste Avondmaal Op de avond van zijn gevangenneming gebruiken Jezus en de apostelen ter voorbereiding op het Paasfeest de traditionele joodse Paasmaaltijd. Het zou hun laatste gemeenschappelijke maaltijd worden. Tijdens de maaltijd laat Jezus zijn tafelgenoten weten dat hij ervan op de hoogte is dat een van zijn leerlingen hem zal verraden: “Voorwaar ik zeg u: één van jullie zal mij verraden.” (Mattheus 26: 21)

Afb.1 Middenpaneel van het altaarstuk van het Laatste Avondmaal, Dirk Bouts

olieverf op paneel: ca. 87,6 x 71 cm, 1464-1468, Kapel van het Heilig Sacrament, Sint Pieterskerk, Leuven

Het is ook de maaltijd van de instelling van de eucharistie: “Terwijl zij aten nam Jezus het brood, zegende het en gaf het aan zijn leerlingen en sprak: neemt en eet, dit is mijn lichaam. Daarna nam hij de kelk, sprak een dankgebed uit, gaf de kelk door en zei: drink hier allen uit want dit is het bloed van het Nieuwe Verbond dat wordt vergoten ter vergiffenis van zonden. Doet dit telkens opnieuw om mij te gedenken.” (Mattheus 26: 26-28, Marcus 14: 22-24 en Lucas 22: 17-20). De instelling van de eucharistie is over het algemeen het hoofdthema van voorstellingen van het Laatste Avondmaal.

Afb.2 Laatste Avondmaal, Meester van Perea, laat 15de eeuw


Het brood en/of de kelk die Jezus in de handen houdt verwijzen naar de instelling van de eucharistie. Dat is zeker het geval wanneer het brood en de kelk zich duidelijk onderscheiden van het brood of de broden die op tafel liggen. Op het altaarstuk van Dirk Bouts zien we heel wat kleine ronde broodjes op tafel liggen en ook een aantal gewone bekers op tafel staan. Dat is allemaal heel anders dan het brood, de hostie die Jezus in de hand houdt en de beker, de kelk die daaronder staat. (afb. 1) Hostie en kelk verwijzen naar de eucharistie. Op het paneel van de Meester van Perea draagt Jezus zelfs een kazuifel (afb. 2): het plechtige misgewaad van de priester. Op voorstellingen van de Eerste Communie van de apostelen deelt Jezus als een priester vanuit de miskelk de hosties uit. (afb. 3 en 4)

Afb. 3 Eerste Communie van de apostelen (1438-1445) Fra Angelico

Fresco Museo di San Marco Florence





Afb. 4

Justus van Gent,

Eerste Communie van de apostelen

olieverf op paneel: 311x335 cm

1473/147

Afkomstig van het hoogaltaar Chiesa Corpus Domini (Urbino),

nu Galleria Nazionale delle Marche, Urbino

Wie is wie? Wanneer we de apostelen in een boog of pijler van een romaanse of gotische kerk bij elkaar zien, dan kunnen wij ze van elkaar onderscheiden door hun attributen: zwaarden, kruisen, een zaag, een knuppel, een mes of een knots en nog meer van die dingen. Deze attributen verwijzen naar hun martelaarschap: ze werden onthoofd, gekruisigd, doodgeslagen, levend gevild of de ledematen werden afgezaagd. Op de voorstellingen van het Laatste Avondmaal zijn de apostelen niet aan deze attributen te herkennen. Toch zijn een aantal van hen wel degelijk te identificeren wanneer we op de hoogte zijn van andere aspecten dan de manier waarop zij hun martelaarschap hebben ondergaan. Het gaat om de apostelen Petrus, Johannes, Jacobus de Mindere en Judas. Deze vier apostelen zijn dikwijls te herkennen aan hun uiterlijk, handelingen of de plaats die zij aan tafel innemen. De andere apostelen spelen op voorstellingen van het Laatste Avondmaal vrijwel altijd een anonieme rol.

Petrus, de eerste onder de apostelen De apostel Petrus is meestal vrij gemakkelijk te herkennen. Hij was de belangrijkste apostel. Waarschijnlijk om zijn vooraanstaande positie binnen het apostelcollege te benadrukken, heeft Petrus op vrijwel alle voorstellingen van het Laatste Avondmaal de ereplaats rechts van Jezus. (afb. 1, 2, 5, 7, 9, 10, 13, 14) Hij is dikwijls te herkennen aan zijn korte gekrulde witte haren en de korte kroezige baard. Vaak is hij enigszins kalend. Hij speelt verder geen speciale rol tijdens de maaltijd.

Afb. 5 Laatste Avondmaal, Raigerner Meester

ca. 1400, Stiftssammlungen Kremsmünster, Oostenrijk

Johannes, de geliefde leerling van Jezus Johannes heeft ook een voorname plaats aan tafel. Hij zit meestal direct links van Jezus. (afb.1, 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 16) Naar de traditie is Johannes Jezus' jongste leerling. Daarom heeft hij een jeugdig voorkomen, waarbij met name zijn jonge, soms bijna vrouwelijk uiterlijk opvalt. Zijn lange loshangende en krullende haren versterken het feminiene voorkomen. Tevens is Johannes vrijwel altijd de enige apostel zonder baard. Ook hiermee zinspeelt de kunstenaar op de jeugdige leeftijd van de apostel. Volgens traditie is Johannes de meest geliefde leerling van Jezus. Dit is gebaseerd op het Evangelie van Johannes. Daarin is een enkele keer sprake van: “de geliefde leerling van Jezus .” (Johannes 13: 23) Al in de vroegste verhandelingen over het Evangelie van Johannes ging men ervan uit dat de auteur hiermee zichzelf zou hebben bedoeld. Tekenend voor de hechte band tussen meester en leerling is de passage in het Evangelie van Johannes: “Een van zijn leerlingen die Jezus beminde, was aan zijn borst gelegen.” (Johannes 13: 23) Nadat Jezus tijdens de maaltijd duidelijk maakte dat hij ervan op de hoogte is dat een van zijn tafelgenoten hem zal verraden, lezen we bij Johannes: “Nu vlijde hij (de leerling die Jezus beminde) zich aan Jezus’ borst en sprak tot hem: Heer wie is het?” (Johannes 13: 25) Kunstenaars beeldden deze blijk van aanhankelijkheid uit door Johannes met zijn hoofd intiem tegen de borst van Jezus te laten rusten. (afb. 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 16)

Afb.6 Laatste Avondmaal, ca. 1418. Niedersächsische Landesgalerie, Hannover

Jacobus de Mindere, “de broeder des Heren” Er zijn twee apostelen die de naam Jacobus dragen. Ter onderscheiding van deze twee worden zij vaak aangeduid met het toevoegsel ‘de Mindere’ en ‘de Meerdere’. Jacobus de Meerdere wordt in verband met zijn patronage van de belangrijke pelgrimsplaats Santiago de Compostella als pelgrim voorgesteld. Bij voorstellingen van het Laatste Avondmaal heeft deze apostel een anonieme rol. Het gaat in dit artikel om Jacobus de Mindere.

Afb.7 Laatste Avondmaal, Meester van de Baden Menswording (werkzaam in Baden 15de eeuw), paneel van een altaarstuk in Musée des Beaux Arts, Dijon


Het Paaslam met de snee in de borst kan vooruitwijzen naar de kruisiging van Jezus. Jezus is het onschuldige offerlam die de zonden van de wereld op zich neemt. de rechterzijde van zijn borst werd ook doorstoken.

Op veel middeleeuwse voorstellingen van het Laatste Avondmaal valt op dat een van de apostelen zich van zijn tafelgenoten onderscheidt doordat hij exact hetzelfde gelaat als Jezus heeft. (afb. 1, 2, 3 vooraan in het groepje knielende apostelen, 5, 6, 7, 9, 17 en 18) Wanneer dit het geval is, gaat het om Jacobus de Mindere. Paulus noemt de apostel Jacobus: ”de broeder des Heren” (Brief aan de Galaten 1:19) In het Evangelie van Marcus zeggen omstanders: “Is hij (=Jezus) niet de zoon van de timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jacobus…?” (Marcus 6: 3) Het woord ‘broer’ kan natuurlijk anders zijn bedoeld dan alleen maar om een directe bloedverwantschap aan te duiden. Ook laat het Hebreeuwse woord ‘broeder’ de betekenis van ‘neef’ toe en het kan zelfs verwijzen naar elke mannelijke vriendschapsrelatie. Hoewel de Kerk van Rome altijd heeft volgehouden dat Jezus, in de directe zin geen broers heeft en dat zijn moeder altijd maagd is gebleven, komt Jacobus de Mindere in middeleeuwse verhalen voor als een werkelijke broer van Jezus. Om de verwantschap tussen beiden aanschouwelijk te maken wordt Jacobus vaak voorgesteld met exact dezelfde gelaatstrekken als Jezus. Daar komt nog bij dat zij dezelfde haardracht hebben: beiden hebben hun scheiding namelijk vaak precies in het midden en de haren vallen in krullen over de schouders. Midden op het voorhoofd valt een enkele keer een haarlokje op het voorhoofd naar voren (afb. 2, 7, 9). Ook hebben zij wel een zelfde soort baard die vaak in twee spitse punten uitloopt. (afb. 1, 2, 6, 7, 9) Een enkele keer dragen zijn dezelfde kleding. (afb. 7)

Judas, de verrader van Jezus We hebben al gezien dat Jezus het niet zo op had met de tempelpriesters, farizeeën en schriftgeleerden. Toen hij tegenover grote menigten met gelijkenissen ook nog eens hun huichelachtigheid en misleiding van het volk aan de kaak stelde zochten zij naar mogelijkheden om Jezus uit de weg te ruimen. Uit angst voor een volksoproer waren zij echter huiverig om deze plannen ten uitvoer te brengen. Zij zagen hun kans schoon toen een van de twaalf apostelen zich bij hen aandiende. Judas Iskariot bleek bereid om Jezus, in ruil voor dertig zilverlingen, aan hen uit te leveren. “Vanaf dat moment zocht Judas naar een gelegenheid om hem zonder volksoploop aan hen over te leveren.” (Lucas 22: 6)

Judas heeft de beurs Op voorstellingen van het Laatste Avondmaal is het verraad van Judas, of misschien nog meer de aanduiding van Judas als de verrader van Jezus een vaak voorkomend motief. Meestal heeft Judas een beurs in de handen of hangt er een geldbuidel aan een koord rondom zijn nek. (afb. 2, 4, 8, 9, 10, 15, 16, 17) Dit verwijst naar het feit dat hij bereid was Jezus voor geld te verraden.

Afb.8 Laatste Avondmaal, Meester van het Plockschen Altaar

middenpaneel van een altaar in de Kunigundenkirche, 1521, Rochlitz, Duitsland


Volgens vrij algemene uitleg verwijst de geldbuidel naar de dertig zilverlingen die Judas als verradersloon van de hogepriesters zou ontvangen. Volgens sommige kerkvaders zou pure geldzucht het argument voor Judas’ verraad zijn geweest. In de gevallen dat Judas de geldbuidel als een attribuut bij zich draagt, zou de kunstenaar hebben verwezen naar diens obsessie voor het aardse slijk. De geldbuidel kan echter ook verwijzen naar hetgeen in het Evangelie van Johannes wordt geschreven. Daarin valt te lezen dat Jezus Judas had aangewezen als zijn toekomstige verrader, maar niemand aan tafel begreep precies wat hij bedoelde: “Want omdat hij de beurs had meenden sommigen dat Jezus bedoelde: koop wat we nodig hebben voor de feestdag, of dat hij iets aan de armen moest geven.” (Johannes 13: 29) Dus niemand greep in toen Judas vertrok. (Johannes 13:29) De geldbuidel kan dus ook verwijzen naar Judas' verantwoordelijkheid voor de financiën binnen de groep van Jezus en de apostelen: hij deed de inkopen en gaf ook de aalmoezen: hij droeg de beurs!

Geel gewaad Op veel schilderijen onderscheidt Judas zich van de andere apostelen door de gele kleur van zijn gewaad. (afb 2, 4, 7, 8, 9, 10, 15, 16, 17, 19, 23)































Afb.9 Laatste Avondmaal, Meester van het Hausbuch, ca. 1480-1485, olieverf op paneel: 131 x 75,6 cm. Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie



Bijna alle kleuren hebben zowel positieve als negatieve symbolische betekenissen. Bij Judas moeten we natuurlijk alleen maar aan negatieve duidingen denken. Geel is dan bij uitstek de kleur die symbool staat voor ontrouw, haat en afgunst. De kunstenaar kon met de kleur van het kleed de slechtheid van Judas benadrukken.

Judas legt zijn hand in de schotel Op een aantal laatmiddeleeuwse afbeeldingen van het Laatste Avondmaal legt een van de apostelen (soms) samen met Jezus de hand op de rand van de schotel met het paaslam. (afb. 5, 13) Ook hieraan herkennen we Judas. De kunstenaars hebben zich hierbij laten leiden door hetgeen Jezus in het Evangelie van Mattheus tot de apostelen zegt: ”Diegene die met mij de hand in de schotel steekt, die zal mij verraden.” (Mattheus 26: 23)

Jezus geeft Judas het brood Doelend op het verraad van Judas had Jezus tijdens het Laatste Avondmaal gewezen op het tiende vers van Psalm 40 dat vervuld moest worden: ”Zelfs mijn vriend op wie ik vertrouwde en die mijn brood heeft gegeten, heft de hiel tegen mij op.” (Johannes 13: 18) Daarop hoorde Johannes, gelegen aan de borst van Jezus, hem iets anders zeggen dan waarmee Judas als verrader werd aangewezen in het Evangelie van Mattheus. (26: 23) Bij Johannes lezen we namelijk: “Hij is het, voor wie ik het stuk brood zal indopen, en wie ik het aanreik. Toen nam hij een stuk brood, doopte het in, en gaf het aan Judas.” (Joh. 13: 26) De schilders hebben zich door deze passage uit het Evangelie van Johannes laten leiden wanneer zij Jezus afbeelden terwijl hij het brood Judas aanreikt. (afb. 6, 7, 10, 11, 12, 16)

Judas' vertrek Terwijl de andere apostelen aan tafel zitten, herkennen we Judas nog al eens als degene die aanstalten maakt om van tafel op te staan. (afb. 10, 16)














Afb.10 Laatste Avondmaal

Martin Schongauer

paneel (ca. 1480) van het Hoogaltaar van de Dominicanenkerk in Colmar

nu in Musée Unterlinden, Colmar, Frankrijk


Jezus had Judas te verstaan gegeven nu snel te gaan doen wat hij moest doen (Joh. 13: 27). “Terstond nadat hij het brood had gegeten ging hij heen.” (Johannes 13: 30) Zoals we al gezien hebben begrepen de andere apostelen niet wat Jezus bedoelde. Zijn tafelgenoten ondernemen in ieder geval niets om Judas tegen te houden. Judas wist dat Jezus die avond naar de Hof van Gethsemane zou gaan. Hij ging naar de joodse priesters om hen deze nachtelijke verblijfplaats van Jezus te verraden. Kennelijk werd daar niet al te veel drukte verwacht, zodat men hem zonder volkstoploop gevangen zou kunnen nemen.

Judas handlanger van de duivel Wanneer we rekening houden met het voorafgaande is het niet vreemd dat Judas niet alleen wordt voorgesteld als diegene die Jezus zal verraden, maar ook als dienaar van de duivel. Het was niemand minder dan deze vertegenwoordiger van de macht van het kwade die bij Judas het plan had ingeblazen zijn meester te verraden (Joh. 13: 2). Met het brood dat Jezus aan Judas had aangereikt “voer de duivel in hem.” (Joh. 13: 27)

Afb. 11

Afb.12 Laatste Avondmaal, tegelijkertijd met het brood van Jezus neemt de duivel bezit van Judas, Evangelieboek van Speyer, ca. 1220

Badische Landesbibliothek Karlsruhe

Het kwade heeft zich dus van Judas meester gemaakt. Om dit te illustreren, zien we geregeld dat de duivel letterlijk bezit heeft genomen van het lichaam van Judas en dat hij zijn handelingen stuurt. (afb. 13, 15)

Afb.13 Laatste Avondmaal, paneel van het Retabel van de Kroning van Maria (1367-1381), Jaume Serra, werkzaam in Barcelona vanaf ca. 1358-1389/1395, afkomstig van het Klooster Santa Maria Sijena, Huesca, Spanje, nu in Museu Nacional d'Art de Catalunya, Barcelona

Afb.14 Laatste Avondmaal, Judas zit als enige vóór de tafel. De duivel heeft op zijn schouder plaatsgenomen en Judas draagt een zwarte nimbus.1481-1482, Cosimo Rosselli, fresco 349 x 570 cm, Sixtijnse Kapel, Rome






















detail afb.14


Een andere keer gaat een klein duiveltje met het brood dat Jezus aan Judas geeft via diens mond naar binnen (afb.12) of heeft de duivel op zijn schouder postgevat (afb. 14). Al zijn handelingen worden vanaf dit moment blijkbaar door de duivel bepaald. Op het fresco van Giotto is het de duivel in eigen persoon die Judas naar de tempel duwt om Jezus te gaan verraden. (afb. 15)

Afb.15 De duivel duwt Judas naar de hogepriester om Jezus te verraden. Hij heeft het verradersloon reeds in de handen, Giotto, fresco, 1303-1305, Cappella degli Scrovegni, Padua


Rood haar Als trawant van de duivel heeft Judas vaak rood haar (afb. 4, 8, 9, 10, 11, 15, 16, 17), hetgeen verwijst naar het hellevuur. Jezus had over hem immers gezegd: “De Mensenzoon gaat wel heen, zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon zal worden verraden! Het zou beter voor hem zijn, wanneer hij niet was geboren!” (Mattheus 26: 24). Deze uitspraak wordt wel uitgelegd alsof het leven voor Judas nutteloos was omdat na diens dood het eeuwige hellevuur zijn lot zou zijn.

De gevangen dode vis die Judas op het paneel van Conrad von Soest met de linkerhand onder het tafellaken verborgen houdt kan duiden op Jezus. De beginletters van de Griekse woorden Iesous CHristos Theou Uios Soter: Jezus Christus Gods Zoon Verlosser vormen in het Grieks het woord ἰχθύς (ichtus= vis). Een vis was vanaf de vroegchristelijke tijd een symbool voor Jezus. De vis in de hand van Judas kan verwijzen naar zijn voornemen zijn meester over te leveren aan de dood.

Op het schilderij van Justus van Gent (afb. 4) herkennen we Judas tegen de linkerzijde van het schilderij aan zijn rode haar, gele kleed en de beurs. Hij heeft zich al van de groep afgezonderd en staat op het punt de ruimte te verlaten.

Afb.16 Laatste Avondmaal, Conrad von Soest, Paneel van het Wildunger Altaar

54 x 79 cm, ca. 1403, Evangelischen Stadtkirche Bad Wildungen, Duitsland

Zwarte nimbus De apostelen worden nogal eens met een nimbus afgebeeld, een symbool van heiligheid. Wanneer de apostelen die hun leermeester trouw waren gebleven een goudkleurige nimbus hebben, is Judas er vanzelfsprekend aan te herkennen dat hij dit teken van heiligheid niet draagt. (afb 5, 9, 10, 11, 12, 13) De Meester van de Baden Menswording (afb. 7) stond de duiding van het verhaal blijkbaar niet helemaal helder voor ogen! Het komt voor dat Judas weliswaar een nimbus draagt, maar deze is zwart! (afb. 2, 3, 14) Zwart is bij uitstek de kleur die verwijst naar de zonden en de duivel. Dit aureool van zondigheid is natuurlijk hét symbool om iemand als handlanger van de duivel te typeren. Wanneer de gouden nimbus aanduidt dat de drager ervan in de hemel is gekomen, dan geeft de zwarte nimbus vanzelfsprekend aan dat de persoon in kwestie in de hel verblijft. Op het fresco van Fra Angelico (afb. 3) is het even zoeken, maar Judas is te herkennen aan zijn zwarte nimbus tussen het groepje knielende apostelen rechtsonder.

Hof van Gethsemane, de gevangenneming van Jezus Na de maaltijd ging Jezus met elf van zijn leerlingen de stad uit naar Hof van Gethsemane. De plaats wordt ook wel de Hof van Olijven genoemd. Judas had op dat moment wat anders te doen. Terwijl de meeste leerlingen in het begin van de tuin achterbleven volgden de meest vertrouwelijke leerlingen van Jezus: Petrus, Johannes en Jakobus hun meester nog verder de tuin in. Toen gebood hij ook dit drietal niet verder met hem mee te gaan, maar in zijn nabijheid met hem te waken. Zelf liep hij nog een stukje verder de tuin in. Toen hij alleen was, werd hij zich er pas goed van bewust dat zijn lijden en kruisdood zeer nabij waren. Een beklemmende angst maakt zich van hem meester. Nadat hij tot zijn Vader had gebeden en zich aan zijn wil had overgeleverd, keerde hij terug naar zijn leerlingen. Tot zijn verbijstering bemerkte hij dat er van een gemeenschappelijk waken geen sprake was: de apostelen die hem tot het laatste moment in de tuin waren gevolgd, waren in slaap gevallen. Diepbedroefd maakte hij hen wakker en kondigde aan dat hij spoedig verraden zou worden. Wanneer hij nog een tweede en zelfs een derde maal vertwijfeld had moeten constateren dat de apostelen zich opnieuw hadden overgegeven aan de slaap liet hij hen met rust. Op een van de panelen van het Hoogaltaar van de Dominicanenkerk bidt de eenzame Jezus tot zijn Vader terwijl op de voorgrond de drie apostelen in een diepe slaap zijn verzonken. (Afb. 17)

Afb.17 Hof van Gethsemane (ca. 1480), Martin Schongauer, paneel van het Hoogaltaar van de Dominicanenkerk in Colmar nu in Musée Unterlinden, Colmar

Ook op voorstellingen van de wakende en biddende Jezus en de slapende apostelen zijn die laatsten vaak weer goed te herkennen aan hun uiterlijk. Petrus wordt voorgesteld met zijn traditionele korte, krullende en witte haren en zijn kalend hoofd. Op het schilderij van Schongauer (Afb. 17) leunt Petrus op een zwaard dat hij blijkbaar had meegebracht. Het wijst vooruit naar zijn handgemeen met een van de mannen die Jezus gevangen zouden nemen. In een uiterste poging de gevangenneming van Jezus te voorkomen zou hij een van hen, Malchus ermee het oor afslaan.

Zowel op het schilderij van Schongauer als ook op het schilderij van de Meester van de Lünerburger Voetwassing herkennen we Jakobus omdat ook hier weer zijn gelaatstrekken identiek zijn met die van zijn `broer'. Johannes wordt beide keren afgebeeld met zijn gladgeschoren jeugdig gelaat en krullend haar. (afb. 17, 18)

Op de achtergrond van de schilderijen van Schongauer komt de groep tempelwachters en Romeinse soldaten, aangevoerd door Judas de omheinde tuin in. We herkennen hem aan zijn gele tenue en aan de geldbuidel. Judas wijst Jezus aan als degene die zij moeten hebben. Zijn hebzucht wordt nog eens onderstreept door de geldzak die hij in de hand klemt. (afb. 17)













Afb.18 Meester van de Lünerburger Voetwassing, paneel met het gebed in de Hof van Gethsemane, ca. 1490, St. Petrikirche, Hamburg


Toen Jezus voor de derde keer zijn leerlingen in slaap aantrof, zag hij Judas in de verte naderen. (afb. 17) Hij werd vergezeld door een groep met zwaarden en stokken bewapende joodse tempelbewakers. Zij waren door de opperpriesters met Judas meegezonden om Jezus gevangen te nemen.

Judas had een teken met hen afgesproken. Diegene die hij bij wijze van groet zou kussen, was de man die zij moesten arresteren. (Mattheus 26: 48) In de Legenda Aurea (1263 en 1273) legt Jacobus de Voragine (ca. 1228-1298) uit waarom Judas dit teken met de soldaten had afgesproken. De mannen die opdracht hadden gekregen Jezus in de Hof van Gethsemane gevangen te nemen mochten niet het risico lopen de verkeerde persoon te arresteren. Het zou al verschillende keren zijn voorgekomen dat mensen Jacobus abusievelijk voor Jezus hadden aangezien. Vanwege de grote gelijkenis was een verwisseling met Jacobus immers niet ondenkbaar! Judas kende Jezus en Jacobus natuurlijk goed. Hij had daarom met de soldaten afgesproken, dat degene die hij bij wijze van groet, een kus zou geven, dat dát de man is die zij moeten hebben.


Goede Vrijdag, de dood van Judas

Toen Judas de dag na zijn verraad bemerkte waartoe zijn handelen had geleid, realiseerde hij zich pas goed wat hij gedaan had. Hij kreeg spijt van zijn daad en bracht de dertig zilverlingen terug naar de tempel. Daar wilde men het bloedgeld niet terug hebben. Toch wilde hij het loon voor zijn verraad in de tempel achterlaten en wierp het op de grond.



















Afb.19 Miniatuur met Judas die zijn verradersloon ontvangt of terugbrengt naar de tempelpriesters. Links onder gooit hij de dertig zilverlingen (ik tel er maar negenentwintig!) uit zijn handen.


Buiten zinnen van schuldbesef vlucht hij wanhopig de stad uit en hangt zich op. (Mattheus 27: 3-7)

Afb.20 Evangelieboek van Rossano (6de eeuw), schatkamer van de Kathedraal van Rossano, Italië


In het Evangelieboek van Rossano treffen we een vroege voorstelling aan van de laatste momenten uit het leven van Judas aan. (afb. 20) Links brengt hij zijn verradersloon terug naar de tempel. Met een afwijzend gebaar maakt de hogepriester duidelijk dat hij het geld niet terug wenst te ontvangen. Judas laat de muntstukken vanuit zijn opgehouden mantel op de grond vallen. Rechts heeft de verrader zich aan een boom opgeknoopt.


Afb.21 Judas wordt door duivels opgehangen, kapiteel (ca. 1140) van Gislebertus

Église Saint Lazare, Autun, Bourgondië


Het kapiteel in Autun (afb. 21) toont twee enthousiaste duivels die een handje meehelpen bij het ophangen van Judas. Zij kunnen blijkbaar niet wachten om deze vette buit in hun rijk te verwelkomen.


Judas' buik scheurt open

Gebaseerd op de Handelingen van de Apostelen: “Hij (dit is de persoon die de akker van de pottenbakker had gekocht met de dertig zilverlingen van Judas) is voorover gevallen en open gebarsten en al zijn ingewanden puilden eruit.” (Handelingen 1:18) Deze ‘hij’ wordt in middeleeuwse verhalen geïdentificeerd met Judas die zich had opgehangen.

De beschrijving van dit voorval is terug te voeren op een blijkbaar veel voorkomende veronderstelling. In de buik van een bezetene zouden zich demonen hebben genesteld. Bij de dood van zo’n persoon scheurde de buik open en verlieten de boze geesten het lichaam. Bij Judas is die boze geest vanzelfsprekend de duivel.










Afb.22 zelfdoding van Judas

Miniatuur in een uitgave van de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant uit 1332, geïllustreerd door

Michiel van der Borch

Museum Meermanno, Den Haag



Michiel van der Borch (? - na 1364) is een boekverluchter en de eerste met naam bekende miniaturist die actief was in de Noordelijke Nederlanden. Over het verhaal van de dood van Judas schrijft Jacob van Maerlant (1230-1300): "Judas vertrok van daar en heeft zichzelf opgehangen. De buik van de 'keitijf' (ellendeling) scheurde, zijn darmen puilden uit zijn lichaam."


We hebben reeds gezien dat, op grond van bijbelteksten, men mocht aannemen dat Judas van de duivel was bezeten. Op voorstellingen van de zelfdoding van Judas bungelt hij aan een touw aan de tak van een boom. Het onderlichaam is opengebarsten en de ingewanden puilen eruit. Bij de dood van Judas treffen we dikwijls de duivel aan die zijn buit komt ophalen: de ziel van niemand minder dan de verrader van de Zoon van God. (afb. 23, 24)


































Afb.23 Detail van een paneel met zelfmoord van Judas

Nicholas Torün, tempera en olieverf op paneel

ca. 1480-1490

Sint Peterskerk in ?






















afb. 24 De zelfmoord van Judas, (ca. 1492), John Canavesio (1450–1500), Fresco in de Chapel de Notre Dame des Fontaines, La Brigue Frankrijk




Volgende week wordt de trilogie over Pasen afgesloten met één schilderij: het Panorama met de Passie van Christus met stichtersportretten van Tomasso Portinari en Maria Baroncelli van Hans Memling.



gebruikte literatuur

- Adama van Scheltema, F. Über die Entwicklung der Abendmahlsdarstellung von der byzantinischen Mozaikkunst bis zur niederländischen Malerei des 17. Jahrhunderts, Leipzig, 1912

- Bartmuss, M. Die Entwicklung der Gethsemane-Darstellung bis um 1400, Halle 1935

- Kirschbaum, E. Lexikon der christlichen Ikonographie, 8 delen, Rome, 1968-1976

- Hall, J. Hall's Iconografisch Handboek. Onderwerpen, symbolen en motieven in de beeldende kunst, Leiden, 1992

- Sander, Ingo, Spätgotische Tafelmalerei in Sachsen, Dresden, 1993

- Bröker, Paul, Rondom Pasen, Iconografie in de beeldende kunst rondom de opstanding van Christus, Utrecht, 1998

- Voragine, Jacobus da, Die Legenda aurea, vertaald uit het Latijn door Richard Benz, Gütersloh, 1999
















369 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven