• Paul Bröker

Sterke vrouwen: over angst voor vrouwen, een abt met borsten en een bruid met een baard


Benedictus, Eugenia en Wilgefortis / Ontcommer


Afgelopen maandag was het 8 maart, internationale vrouwendag. Dit jaar was 8 maart de start van de internationale vrouwenweek. Met dit artikel over sterke vrouwen wil ik daaraan op mijn eigen manier van harte een bijdrage leveren.


Benedictus van Nursia

De angst voor de seksuele macht van de vrouw blijkt uit een groot aantal kluizenaarsverhalen. De vrouw fungeert hierin als personificatie van de zinnelijke lust of ‘vleselijke bekoring’. Mannen die een kuis leven wilden leiden en daardoor het leven in de normale maatschappij te gevaarlijk achtten, trokken zich terug in kloosters. Maar ook daar wisten zij zich bedreigd door vrouwelijke belagers. Omdat het leven in een klooster dus ook niet altijd even veilig werd bevonden trokken velen zich terug in onherbergzame streken, de woestijn of andere kluizenaarsoorden. Maar ook daar werd hun kuise levenswandel op de proef gesteld. Net als Eva door de grote bekoorder is aangezet om Adam te verleiden zo zal de duivel vrouwelijke nakomelingen van Eva aanzetten mannen te verleiden om hen in het verderf te storten. De benaming 'Grote Bekoorder' voor de duivel las ik bij Gregorius de Grote (paus 590-604). De paus wijdt het tweede boek van Dialogos (Dialogen, eind 6de eeuw) geheel aan het levensverhaal van de grote kloosterstichter Benedictus van Nursia (480-547). Citaat uit de Dialogen: 'De grote bekoorder was Benedictus niet vergeten. Deze werd zo gekweld door de herinnering aan een mooie vrouw die hij vroeger had gekend, dat hij op het punt stond zijn eenzaamheid te verlaten en zijn ascetische leven op te geven om haar op te zoeken. Maar plotseling kwam hij tot bezinning en wentelde zich in doornstruiken en brandnetels en vanaf dat ogenblik was de bekoring van het vlees zó goed getemd dat hij nooit meer iets dergelijks ondervond.'


Op het fresco van Signorelli zit Benedictus voor zijn kluizenaarsgrot. De heilige ondersteunt met de linkerhand het gelaat, een klassieke pose van onbehagen. Boven in de lucht zien we zijn angstvisioen: een vrouw met een bekoorlijk gezicht die is gekleed in een doorzichtig gewaad. Alles is er op gericht om de kuise levenswandel van de heilige op de proef te stellen.

Bekoring en zelfkastijding van Benedictus, Fresco uit de cyclus van 29 voorstellingen uit het leven van Benedictus in de Grote Kloostergang van het Benedictijner klooster Monte Oliveto Maggiore. Begonnen in 1497 door Luca Signorelli (1445-1523) en voltooid door Sodoma (1477-1549) in 1508.



Bij nader inzien is de vrouw helemaal niet zo aantrekkelijk! Het is een duivelse verschijning: zij heeft hoorns, drakenvleugels en de klauwen van een roofvogel. Benedictus grijpt naar een manier om de gedachten aan de vrouw uit zijn hoofd te zetten: het lichaam tuchtigen. Lichamelijke kastijding is een beproefd middel om zinnelijke gedachten uit lichaam en geest te verdrijven. Wanneer het lichaam volledig is overdekt met bloedende, pijnlijke en jeukende wonden is er wel iets anders dat je bezig houdt dan sensuele gedachten en gevoelens. Op de afbeelding heeft de heilige het kleed uitgetrokken en schuurt het naakte lichaam tegen de doornen. Dat heeft het beoogde effect. In de lucht zien we wat er zich nu in het hoofd van Benedictus afspeelt: een engel belaagt de vrouw met een zwaard. De verleidster vlucht en het duivelse visioen verdwijnt uit de de gedachten van Benedictus.


De miniatuur in het Breviarium Mayer van den Bergh toont Benedictus die voor zijn kluizenaarsgrot aan het lezen is. Boven zijn hoofd zien we een klein duiveltje. De gedachten van de heilige zijn ongetwijfeld al niet helemaal meer bij zijn gewijde literatuur. Hij wordt vast al geplaagd door zinnelijke gedachten. Rechts hangt zijn kleed over de tak van een boom. Daaronder wentelt de kluizenaar het ontblote lichaam in de doornstruiken.

Verleiding en zelfkastijding van Benedictus, miniatuur in het

Breviarium Mayer van den Bergh, Gent-Brugge, ca. 1510

Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen



Eugenia van Alexandrië

De geschiedenis van het kloosterleven is ook de geschiedenis van angst voor en bedreigingen door vrouwen. De hele Middeleeuwen door lezen we dat vrouwen allerlei listen verzinnen om in kloosters door te dringen om daar verderf te zaaien door hun uitdagende gedrag. Het levensverhaal van Eugenia verloopt net even anders.

Kapiteel met het verhaal over Eugenia, ca. 1125. In het midden van het linker zijschip van de de Basiliek Sainte-Marie-Madeleine, een oude abdijkerk in Vézelay, Bourgondië


We kunnen met zekerheid vaststellen dat er in het vroegchristelijke Rome een vrouw heeft geleefd met de naam Eugenia. Er schijnt namelijk een gedeelte van een grafopschrift uit een christelijke catacombe te bestaan waarop deze naam wordt vermeld. Wellicht is haar legende op dat bewuste grafopschrift gebaseerd.

Volgens de legende was zij de dochter van een hooggeplaatste persoon uit Alexandrië tijdens het bewind van keizer Valerianus. Helaas wordt niet duidelijk of hiermee keizer Valerianus I (regeerperiode: 253-260) of diens kleinzoon Valerianus II wordt bedoeld.

Een van de versies van haar legende verhaalt dat zij zich in het geheim voorbereidde op haar doop. Alleen haar moeder en een priester wisten hiervan. Samen met haar moeder ontvluchtte Eugenia in mannenkleren de stad en kwam terecht in Heliopolis. Daar werd zij, nog steeds in mannenkleren, gedoopt door Helenus, bisschop van de stad. De bisschop stuurt haar na de doop naar een mannenklooster. Andere versies vertellen dat zij de orde en tucht in nonnenkloosters te slap vond en dat zij zich daarom in de vermomming van een man aandiende bij een mannenklooster. Vanaf nu zijn de verhalen over het verloop van haar leven redelijk eenduidig. In het mannenklooster valt zij op door haar vroom en voorbeeldig gedrag en als een monnik die de strenge kloosterregels als geen ander navolgt. Na het overlijden van de abt werd Eugenia dan ook als zijn opvolger aangewezen. Op een zekere dag geneest zij een jonge vrouw van een ernstige kwaal. Deze vrouw is blijkbaar zo onder de indruk van de verschijning van de abt dat zij deze met allerlei fraaie beloftes bij haar in bed probeert te krijgen. Beledigd door het feit dat de abt niet op haar avances ingaat beschuldigt zij hem nu van aanranding. De zaak komt voor de rechter en de bewijzen en argumenten van de vrouw zijn blijkbaar zo sterk dat de rechter voornemens is de abt te veroordelen. De rechter geeft de abt het laatste woord. Eugenia ziet wel in dat woorden haar niet zullen helpen. Zij ziet geen andere mogelijkheid om uit de benarde situatie te komen dan haar vrouwelijkheid te tonen. Zij opent het kloosterkleed en laat haar borsten zien. Hiermee toont zij aan een vrouw te zijn. Het is duidelijk dat de aanklaagster een valse getuigenis heeft afgelegd.

Het kapiteel in het midden van het linker zijschip van de Basiliek van Vézelay brengt het verhaal in beeld. Links wijst de aanklaagsters met een beschuldigende vinger naar Eugenia. Rechts de rechter die met opgeheven armen zijn verbazing toont over wat hij ziet: in het midden van het kapiteel toont Eugenia met de tonsuur van een monnik haar vrouwelijkheid door het habijt te openen.




















kapiteel met Eugenia in de Basiliek Sainte-Marie-Madeleine, Vézelay



Voor de duidelijkheid had de kunstenaar de borsten van Eugenia naar mijn smaak iets uitbundiger in beeld mogen brengen. Nu moeten we echt zoeken, zeker wanneer wij op de vloer van de kerk staan. Maar de monniken van het klooster zouden wellicht verleid kunnen worden en zich onzedelijke gedachten in het hoofd halen wanneer al dat fraais te duidelijk in beeld was gebracht. Daarom kon de vrouwelijkheid van Eugenia ook weer niet al te opzichtig worden getoond. Daar komt nog eens bij dat een bezoek aan de kerk van Vézelay een dure plicht was voor pelgrims die op weg waren naar Santiago de Compostella. In de crypte bewaarde men namelijk de lichamelijke overblijfselen van de boetvaardige zondares Maria Magdalena. In het Evangelie van Lukas wordt geschreven over 'een vrouw die in de stad bekend stond als zondares'. Jezus heeft het over '... haar zonden, haar vele zonden zijn haar vergeven ...' (Lukas: hfst.7). Hoewel theologen er tegenwoordig verschillend over denken, was indertijd de vrij algemene theologische opvatting dat met deze zondige vrouw Maria Magdalena wordt bedoeld en dat met haar vele zonden naar de prostitutie wordt verwezen. Het kon voor de pelgrims geen kwaad om juist bij het graf van deze bekeerde zondares stil te staan. Zij kenden natuurlijk haar vermeende zonden. Zeker bij haar graf mochten de overwegingen natuurlijk niet al teveel worden vertroebeld met zinnelijke voorstellingen van een vrouw die open en bloot haar borsten laat zien. Stel je toch eens voor!

Na het verhaal over het bewijs van haar vrouwelijkheid zou Eugenia met haar moeder naar Rome zijn gegaan waar zij beiden de marteldood stierven door onthoofding.


Wilgefortis / Ontcommer

Zo’n twee weken geleden vroeg Willemien, een trouwe vriendin uit Nijmegen of ik ook aan verzoekjes deed. Ze herinnerde mij aan ons gezamenlijk bezoek aan de Sint Stevenskerk in Nijmegen die ik toen met haar voor het eerst bezocht. Dat is al weer heel wat jaren geleden, maar ik kan mij dat bezoek nog goed herinneren, al was het alleen maar omdat ik in die kerk een muurschildering zag die ik goed kende van afbeeldingen in boeken, maar dus nog nooit in werkelijkheid had gezien. Het ging om een vrouw met een baard die gekruisigd is en of ik daarover wellicht een stukje zou willen schrijven. Natuurlijk Willemien, geen probleem, leuk zelfs. Het betreft een voorstelling van Sint Ontcommer of Sint Wilgefortis.






































'Santa Ontcommer', muurschildering van de heilige Ontcommer / Wilgefortis (ca. 1400) in de

St. Stevenskerk in Nijmegen.



Vroegchristelijke vrouwelijke martelaren

Het verhaal van Wilgefortis speelt in de tweede eeuw, een periode waarin christen zijn een groot persoonlijk risico betekende. De eerste eeuwen waren een tijd van vervolging van christenen en dus een tijd dat het van heldhaftigheid getuigde om als christen door het leven te gaan. Velen stierven de marteldood. Hun namen kennen we veelal alleen van de opschriften op de grafplaten waarachter de overledenen in het uitgehakte gesteente begraven lagen. Men had dus veelal alleen een naam. Aan zo’n naam werden later verhalen verbonden, legendes dus.

Die vroege verhalen vertellen vaak iets over de laatste dagen van een martelaar, de standvastige volharding in het geloof ondanks verschrikkelijke dreigementen en folteringen en de manier waarop zo iemand aan zijn einde kwam. Er ontstaat een nieuw literair genre, de zogenoemde passiones, lijdensverhalen over martelaren. Er wordt vooral verhaald over gebeurtenissen rondom het sterven van een martelaar. Sommige van die korte berichten groeiden uit tot uitgebreidere verhalen. We spreken dan over vroegchristelijke heiligenlevens.

Het staat vast dat het verhaal rondom Wilgefortis niet teruggaat op een vroegchristelijk martelaarsverhaal. Het is niet zoals bij Eugenia dat haar naam op een vroegchristelijke grafplaat is gevonden. De vroegste bronvermeldingen die ik ben tegengekomen dateren uit de 14de eeuw. Toch treffen we in haar legende een aantal motieven aan die we vaak tegenkomen in de berichten over vroegchristelijke vrouwelijke martelaren. Stereotiep is het geloof dat in het geheim wordt beleden. In de verhalen speelt de tot in de dood volgehouden maagdelijkheid vrijwel altijd een belangrijke rol. Uit de levensverhalen van een vroegchristelijke vrouwelijke martelaar blijkt vaak dat zij afzag van een door de ouders gearrangeerd huwelijk. Zij had reeds gekozen voor een andere bruidegom. Zij heeft haar hart geschonken aan Christus, haar mystieke hemelse bruidegom die haar heeft geleerd als maagd door het leven te gaan. Ook is er vaak een bruut optredende vader en/of minnaar die op haar is gevallen vanwege haar schoonheid. Om het verhaal een historische context te verlenen speelt het dikwijls tegen de achtergrond van de regeringsperiode van een met naam genoemde Romeinse keizer of een plaatselijke gouverneur wiens bewind zich kenmerkt door vervolgingen van christenen. Veel vrouwen hebben zware martelingen doorstaan en werden gedood zonder hun maagdelijkheid te hebben verloren.


Het verhaal van Wilgefortis

Hoewel de oorsprong van de legende van Wilgefortis van veel latere datum is, speelt haar levensverhaal tegen de achtergrond van de regeringsperiode van keizer Diocletianus (284-305). Het verhaal is een combinatie van bekende vroegchristelijke motieven.

Wilgefortis is de dochter van een heidense koning van Portugal (de naam van de koning wordt niet vermeld). Zij heeft zich in het geheim tot het christelijk geloof bekeerd. De koning van Sicilië (ook hier geen vermelding van een naam) heeft zijn oog op haar laten vallen. Haar vader is erg ingenomen met deze belangstelling. Tot zijn verbazing en woede wil zijn dochter echter niets van een huwelijk weten. Zij geeft te kennen niet met de door haar vader uitgekozen man te kunnen trouwen omdat zij haar hart al aan een ander heeft geschonken: zij was een mystiek huwelijk met Christus aangegaan. Zij beroept zich erop bruid van Christus te zijn en als maagd door het leven te willen gaan. Om zijn dochter op andere gedachten te brengen liet hij haar geselen en in een donkere kerker opsluiten. Maar Wilgefortis blijft krachtig achter haar liefde voor haar hemelse bruidegom staan. Toch wil haar vader het huwelijk doorzetten. In de nacht voorafgaande aan de huwelijksdag bidt zij vurig tot God om haar zo lelijk te maken dat zij onaantrekkelijk is voor haar beoogde echtgenoot. Wanneer Wilgefortis ontwaakt bemerkt ze dat zij die nacht een baard heeft gekregen. Die baard heeft het effect waarvoor zij 's nachts heeft gebeden. Toen zij, ongeschoren natuurlijk, bij de huwelijksceremonie voor haar aanstaande echtgenoot verscheen, was het snel gedaan met de verliefdheid van de bruidegom in spe. Hij verloor terstond zijn interesse in de bruid en het voorgenomen huwelijk ging niet door. De vader van Wilgefortis is buiten zinnen dat het voor hem zeer gunstige huwelijk van zijn dochter nu niet doorgaat. Hij geeft in blinde woede opdracht haar te kruisigen. Zij sterft de marteldood maar verkrijgt hiermee het eeuwige leven bij haar hemelse bruidegom.

Wilgefortis (L) en Maria van Egypte (R)

Hans Memling, buitenluiken van het Triptiek van Adriaan Reins, 1480

Sint Janshospitaal / Memlingmuseum, Brugge

Memling beeldt Wilgefortis af met een kruis en een vlasbaardje. In aanmerking nemend dat het een baardgroei van slechts één nacht betreft, is het toch niet slecht.
























Wilgefortis

detail van een fresco tweede helft 15de eeuw

Buurkerk, Utrecht,

nu: Museum Van Speelklok tot Pierement




Twee namen, dezelfde heilige

De namen Ontcommer of Wilgefortis zijn heel verschillend. Hoewel er regionale voorkeuren zijn kunnen de namen door elkaar gebruikt worden. De naam Ontcommer verwijst naar haar patronage: zij biedt hulp en steun in moeilijke tijden. De heilige wordt vooral aangeroepen door vrouwen bij alle mogelijke noden, maar vooral bij liefdesverdriet en huwelijksproblemen. Zij heeft het vermogen om mensen te helpen bij kommer, te ‘ontkommeren’. In het Duits heet zij de heilige Uncumber (van ‘ontzorgen’). In het Duitse taalgebied is zij ook bekend onder de naam Kümmernis.

De naam Wilgefortis is afgeleid van Virgo Fortis ‘Sterke maagd’ of ‘Sterk van wil’. Zij heeft verschrikkelijke martelingen ondergaan, maar bleef standvastig achter haar geloof staan. Met recht een sterke vrouw dus.

Houten kruisbeeld met Wilgefortis, 'Virgo Fortis O.P.N' lezen we op het kruis

onder haar voeten: Sterke maagd, Ora Pro Nobis: bid voor ons

Meester van Elsloo (werk 1490-1550)

eerste helft 16de eeuw, Lambertuskerk, Horst
























Hieronymus Bosch

middenpaneel van het Altaarstuk met H. Wilgefortis (?)

ca.1495 - 1505

olieverf op paneel: 104 x 63 cm

Palazzo Ducale di Venezia, Venetië




De verering in Steenbergen

Vroege sporen van haar verering vinden we in de 14de eeuw in Vlaanderen en Brabant. Een belangrijke vroege pelgrimsplaats was Steenbergen. In 1482 wordt voor het eerst het Sint Ontcommeraltaar in de plaatselijke kerk vermeld. Op haar feestdag (20 juli) werd de stad jaarlijks door vele pelgrims bezocht. De plaats van de marteling en de dood van de heilige en haar begraafplaats worden zowel in Steenbergen als in Portugal gesitueerd. Wellicht gaat het hier om Poortugal, een dorp iets ten noorden van Steenbergen. Misschien wordt daarom in haar legende de koning van Portugal als vader van de heilige vermeld.

Bij haar graf gebeuren talrijke wonderen. Willem van Ham: Een optekening van door Ontcommer bewerkstelligde mirakelen is in een verzamelhandschrift bewaard gebleven. Een zestal 15de-eeuwse wonderen zijn erin genoteerd: een kind werd weer tot leven gebracht nadat een vrouw een bedevaart beloofde; een vrouw uit Holland is na een visioen van Ontcommer genezen van kreupelheid; een kind van een vrouw uit Zeeland werd ziende toen de vrouw op bedevaart naar het graf van de heilige was gegaan; een kreupele vrouw werd na een gebed in de kerk weer gezond; een kreupele man uit Zandvliet, Wouter Wouters, is na een ziekbed van een jaar op een kar gelegd en naar Steenbergen gereden. Na het uitspreken van een gebed stond hij weer op. Een man die gevangen was genomen, deed 's nachts een verzoek tot Ontcommer en beloofde 'hem op te doen weghen mit terwen ender silver mit was ende mit vlas', waarop hij direct uit de gevangenis werd verlost.In Steenbergen herinnert de Sint Ontcommerstraat nog aan haar verering.





















Volto Santo

hoogte 2,28 m,

kruis en corpus worden gedateerd tussen 770–880, polychromie is van latere datum

kathedraal van Lucca



De Volto Santo en het ontstaan van een legende

De verering van Wilgefortis nam vanaf de 14de eeuw een grote vlucht. Vooral gedurende de Barok verspreidde de cultus van Wilgefortis zich over heel Europa. Uit die tijd tot in de 19de eeuw treffen we buitengewoon veel voorstellingen aan van de gekruisigde vrouwelijke heilige. De Kerk van Rome zag wel in dat haar verering op zwakke gronden was gebaseerd en verkondigde dat het verhaal op een misverstand berust. In Italië werd namelijk allang een beroemd kruisbeeld vereerd, de Volto Santo ofwel Heilig Gezicht in de kathedraal San Martino van Lucca. Volgens Middeleeuwse legendes zou het zijn vervaardigd door Nicodemus die samen met Jozef van Arimathea het lichaam van Jezus van het kruis heeft gehaald. Opvallend is dat Christus op het kruisbeeld in Lucca niet de traditionele lendendoek draagt. De gekruisigde is van top tot teen gekleed. Die kleding doet wel heel veel aan vrouwenkleding denken. Als herinnering aan de pelgrimsreis namen pelgrims plaatjes van het kruisbeeld mee naar huis. Daar werd de kleding al vlug opgevat als vrouwenkleding en er werd verondersteld dat het om een vrouwelijke gekruisigde met een baard zou gaan. De legende van een vrouwelijke gekruisigde met een baard begon vorm te krijgen. Het Tweede Vaticaanse Concilie schrapte de naam Wilgefortis in 1965 van de heiligenkalender. Alweer een traditie verdwenen!


Haar voorstelling in de beeldende kunst

Op voorstellingen van de gekruisigde Wilgefortis nam men niet alleen de kleren en de baard van Jezus over. Ook wonderen die aan het kruisbeeld in Lucca worden toegeschreven worden overgenomen. Populair wordt de voorstelling van de gekruisigde Wilgefortis met aan haar voeten een vioolspeler. De speelman op de voorstellingen van de gekruisigde Wilgefortis gaat terug op een verhaal rondom het kruisbeeld in Lucca. De legende verhaalt over een arme speelman die voor het kruisbeeld zijn fraaiste nummer ten gehore bracht. Als beloning kreeg hij op miraculeuze wijze een zilveren (in ander versies een gouden) schoen van de gekruisigde toegeschopt. De man werd van diefstal van het kostbare muiltje beschuldigd en werd veroordeeld. Om zijn onschuld aan te tonen speelde hij opnieuw voor het beeld, waarop het wonder zich herhaalde. De legende wordt ook verteld bij en afgebeeld op voorstellingen van de kruisiging van Wilgefortis. Houtsnede van Hans Burgkmair (1473-1531)






















De voorstelling van de Speelman bij het Volta Santo in Lucca wordt hier in beeld gebracht met betrekking tot het verhaal van

'St. Kümmernis'.

De legende van de speelman wordt op de houtsnede in het Duits verteld. 16de-eeuwse houtsnede door

Hans Burgkmair


Let bij de anonieme afbeeldingen hieronder op het uitgetrapte schoentje en de kroon op het hoofd van Wilgefortis. Die kroon kan verwijzen naar haar koninklijke afkomst, maar kan ook als martelaarskroon worden opgevat.



















gebruikte literatuur

- Ham, Willem van, Steenbergen, H. Ontcommer (Wilgefortis), internet

- Linden, Stijn van der, De heiligen, Amsterdam, 1999

- Goossen, Louis, Van Afra tot de Zevenslapers. Heiligen in religie en kunsten,

Nijmegen,, 1992











































534 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven