Tentoonstelling Metamorfosen in het Rijksmuseum, Deel IV (slot): Over twee geliefden van Jupiter: Io en Danaë … én over de oprechte liefde van Pygmalion
- Paul Bröker

- 16 mei
- 16 minuten om te lezen

Detail David Teniers, Juno vraagt de koe aan Jupiter, van links naar rechts: Jupiter Juno en Io, de koe
Inleiding In het eerste artikel van de reeks artikelen bij de tentoonstelling Metamorfosen zagen we al dat Jupiter (Grieks: Zeus) het niet zo nauw nam met zijn huwelijkstrouw. In dit laatste artikel bij de tentoonstelling zullen we zien dat Jupiter zijn reputatie als rokkenjager volledig waarmaakt. De wraak van Juno, zijn echtgenote (Grieks: Hera), richt zich niet op haar almachtige en overspelige echtgenoot, maar op degenen met wie hij haar heeft bedrogen. In de Metamorfosen van Ovidius lezen we dat Jupiter allerlei gedaantes aanneemt om zijn buitenechtelijke verhoudingen voor zijn gemalin verborgen te houden.
De mensen stammen af van de goden In de klassieke mythologie verwekten Jupiter en andere goden kinderen bij hun aardse geliefden. In de klassieke tijd zag men daarin een teken dat de mensen van de goden afstammen. Ovidius formuleert weliswaar nergens in de Metamorfosen expliciet de algemene stelling dat mensen van de goden afstammen; we zien de redenering echter wel bevestigd in meerdere episoden verspreid over het werk, een paar voorbeelden:
Boek I (regels ca. 568–750): het verhaal van Io die door Jupiter wordt verleid. Ook hun zoon Perseus (Grieks: Epaphus) is een voorbeeld van zo’n halfgod.
Boek III regels 138–252: Europa wordt door Jupiter in de gedaante van een stier ontvoerd; hun kinderen zijn koningen van goddelijke afkomst.
Boek IX regels 134–272): De geboorte van Hercules uit de relatie van Jupiter en Alcmene is een bekend voorbeeld van een sterfelijke moeder en een goddelijke vader. Kinderen die door Jupiter bij een aardse vrouw waren verwekt, waren halfgoden en dus sterfelijk. Hercules (Grieks: Herakles/Heracles) had echter daden verricht die alleen goden konden volbrengen, daarom werd hij na zijn dood tussen de goden opgenomen. hij werd vergoddelijkt en dus onsterfelijk. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld Asclepius (Grieks: Asklepios). Vanwege zijn verdiensten voor de mensheid onderging Asclepius na zijn dood een apotheose; hij werd opgenomen tussen de goden, waar hij voortleefde als de god van de geneeskunst. Metamorfosen Boek 15, regels: 622 t/m 744. Het verhaal van Jupiter en Io, Metamorfosen Boek I: 583-750
Ovidius begint de tragische geschiedenis van de riviernimf Io met het moment waarop Jupiters oog op haar schoonheid viel. Hoewel de god haar liefdevol toesprak, vond Io zijn toenadering zo bedreigend en ongepast dat ze voor hem wegvluchtte. “Om haar vlucht te stuiten liet de oppergod een sluier van dichte nevel over de velden vallen. Maar hij wist dat hij behoedzaam moest zijn; Juno hield hem immers altijd scherp in de gaten. Om aan haar waakzame oog te ontsnappen, nam Jupiter de gedaante aan van een wolk die opging in de nevel. In de gedaante van een wolk had hij gemeenschap met haar.”

Jupiter en Io, Antonio da Correggio, ca. 1531-1532, olieverf op doek: 164 x 74 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen
(Het schilderij hangt op de tentoonstelling in het Rijksmuseum)
Correggio (1489-1534) brengt de stevige omhelzing van Io door de wolk van Jupiter op een geloofwaardige manier in beeld. De ‘wolkenarm’, met een soort hand met mensenvingers, heeft hij stevig om haar heen geslagen.

Detail Jupiter en Io, Antonio da Correggio
Wanneer we voor het schilderij staan én het voorgestelde verhaal kennen, gaan we als vanzelf op zoek naar nog meer aanwijzingen die kunnen duiden op de aanwezigheid van Jupiter. Ter hoogte van het puntje van de neus van Io ontdekken we ook de neuspunt van Jupiter, die de neus van Io aanraakt. Daarboven zien we zijn ogen en daarboven zijn voorhoofd. Hij brengt zijn mond naar de wang van zijn geliefde en staat op het punt haar te kussen. Na haar eerder verzet lijkt zij zich nu helemaal over te geven en op te gaan in het liefdesspel.
De reviernimf Io verandert in een koe
Juno had op de Olympus gemerkt dat er iets vreemds op aarde gaande was. Hoewel het een zonnige dag betrof, verbaasde het haar dat zich over het land een nevel verbreidde, die niet opsteeg vanuit een rivier. Zij was ondertussen wel bekend met de streken van haar echtgenoot en meteen kwam bij haar de gedachte op: “Als ik mij niet bedrieg, word ik bedrogen.” Zij ging naar de aarde om polshoogte te nemen. Al vlug zag zij wat er aan de hand was, haar voorgevoel had de godin niet bedrogen. Jupiter had ondertussen argwaan gekregen. Hij voelde aan alles dat zijn echtgenote hem bespiedde. Hij moest nu snel handelen voordat zijn vrouw het overspel zou ontdekken. Hij veranderde Io in een koe om voor Juno te verbergen dat ze zijn geliefde was. Wanneer Juno ter plaatse komt, houdt ze zich tegenover Jupiter van de domme. Ineens, zo veinst ze, valt haar oog op die schitterende koe en vraagt haar man of hij haar die koe wil schenken. Jupiter kon niet zo vlug een reden bedenken om dat verzoek niet in te willigen en gaf de koe aan Juno.

David Teniers de Oude, Jupiter, Juno en Io, Olieverf op paneel: 55x74 cm.,1638, Kunsthistorisches Museum, Wenen
(Niet aanwezig op de tentoonstelling in het Rijksmuseum)
Het schilderij van David Teniers de Oude, (1582–1649) toont het moment waarop Juno de fraaie koe aan haar echtgenoot als geschenk vraagt. Juno trekt haar vriendelijkste gezicht om haar man te verleiden haar het mooie dier te schenken. Zogenaamd liefdevol aait zij haar rivale, maar innerlijk kookt zij van woede. Een aardig detail vormen de vogels in de rechterbenedenhoek, die bij Jupiter (de adelaar) en bij Juno (de pauw) horen. De dieren maken ruzie met elkaar. Op speelse wijze zinspeelt Teniers hiermee op de ruzie tussen de echtelieden, die ieder moment kan losbarsten. Nadat de ruzie tussen Jupiter en Juno was bijgelegd, hield de ellende voor Io nog niet op. Over haar tragische lotgevallen leest u verder in het artikel dat ik eerder op deze blog heb geschreven: Jupiter en Io: over een onmogelijke liefde, de oorsprong der dingen IV: Argusogen en de ogen in de pauwenstaart. (14 maart 2021) De wraak van Juno zal nog lang duren; Io wordt op last van de godin opgejaagd door zwermen bijen en steekvliegen. Pas na jarenlange omzwervingen komt ze uiteindelijk in Egypte: “Aan de oever van de Nijl zakt zij van uitputting door haar knieën. Met haar nek schuin omhoog gestrekt heft ze haar kop, wat kan ze anders? naar de hoge sterren. Met klagende geluiden, tranen en droevig geloei lijkt ze Jupiter om hulp te vragen en om verlossing te smeken.”
Op verzoek van Jupiter, en na zijn belofte haar nooit meer te bedriegen, toont Juno erbarmen en geeft de koe haar menselijke gedaante terug: "haar gezicht komt terug, haar vacht verlaat haar, de horens groeien weg, de ogenrand verkleint zich en de brede bek wordt smaller; schouders en armen worden zichtbaar, de hoef loopt weer in vijf gescheiden vingernagels uit. De nimf heeft niets meer van een koe, alleen die blanke schoonheid. Ze is gelukkig dat ze weer mensenbenen voelt en richt zich op, maar zegt nog niets, uit angst dat zij nog altijd koe-achtig loeit. Pas heel voorzichtig spreekt zij weer als eerst." In Egypte wordt zij later vereerd als Isis. Naar de mythologische traditie is zij de stammoeder van de laatste faraodynastie, die van de Ptolemaeën.
Jupiter verschijnt in de gedaante van gouden regen aan Danaë
Het verhaal van Akrisios (Latijn: Acrisius), koning van Argos en zijn dochter Danaë is een van de oudste en meest invloedrijke mythen uit de Griekse oudheid. De vroegste bron voor de mythe van koning Akrisios , is de Griekse dichter Pindarus (ca. 518-438 v.Chr.). De dichter beschrijft hoe Danaë door haar vader werd opgesloten, waarna zij door Zeus (Latijn: Jupiter), in de gedaante van gouden regen, werd bevrucht en zwanger raakte. Ovidius stipt deze gebeurtenis kort aan in de Metamorfosen, onder andere in het verhaal over Perseus, de zoon van Danaë en Jupiter (Boek IV, rond regels 610-611 en 697-698; Boek VI, regel 113; en Boek XI, regel 117).
De mythe van Danaë, Jupiter Koning Akrisios van Argos had van het orakel van Delphi vernomen dat hij door toedoen van de zoon van zijn dochter Danaë zou omkomen. De koning meende zijn lot te kunnen ontlopen door haar in een toren op te sluiten; op deze manier zou geen enkele man haar kunnen benaderen. Akrisios had echter niet op Jupiter gerekend! In de gedaante van gouden regen wist de oppergod tot Danaë door te dringen en gemeenschap met haar te hebben. Uit de relatie van Jupiter en Danaë werd Perseus geboren; hij zou uitgroeien tot een van de grote helden uit de klassieke mythologie. Lees over Perseus en de grote invloed die zijn mythe heeft gehad op de beeldende kunst het artikel op deze blog: Het verhaal achter drie beelden van Italiaanse beeldhouwers, Deel II: Perseus en Medusa door Cellini en over het hoofd van Medusa als een kwaad afwerend amulet (21 jan 2023)

Danaë, Jan Gossaert van Mabuse (1478-1532), olieverf op paneel: 114,3 × 95,4 cm., Alte Pinakothek, München, Duitsland (Het schilderij is niet aanwezig op de tentoonstelling)
Op het prachtige schilderij van Jan Gossaert van Mabuse dwarrelen minieme regendruppeltjes als zachte, gouden mist naar de geopende schoot van Danaë. Haar gezicht straalt een innerlijk gevoel van warmte en vreugde uit; ze lijkt hoopvol uit te kijken naar nog meer liefdesblijken van haar goddelijke minnaar.
De dood van koning Akrisios
Het verhaal van Danaë begon met koning Akrisios die van het orakel van Delphi had vernomen dat hij door toedoen van de zoon van zijn dochter Danaë zou sterven. Zoals altijd komt ook in dit verhaal de voorspelling van het orakel uit! Perseus neemt op een gegeven moment deel aan de atletiekwedstrijden in Larissa. Zijn grootvader is daarbij aanwezig. Onopzettelijk werpt Perseus zijn discus in het publiek en treft zijn grootvader Akrisios dodelijk in zijn hoofd.

Titiaan, Danaë en Jupiter, olieverf op doek: 192,5 x 114,6 cm., ca. 1551–1553, Wellington Collection, Apsley House, Londen (Het schilderij hangt op de tentoonstelling in het Rijksmuseum.)
Titiaan (ca. 1489–1576) schilderde minstens zes versies van Danaë, die door Jupiter wordt benaderd in de gedaante van gouden regen. De oranje gloed die op het tentoongestelde werk door het donkere wolkendek breekt, suggereert dat Jupiter zich op de Olympus voorbereidt op zijn naderende ontmoeting met Danaë. Terwijl Danaë gepassioneerd op haar bed ligt, ontvangt zij de zachte, uiterst kleine goddelijke regendruppels tussen haar gespreide benen.

Versie van Titiaan’s Danaë in het Prado, olieverf op doek: 129,8 x181 cm. ca.1560-1565, Prado Madrid
(Het schilderij is niet te zien op de tentoonstelling in het Rijksmuseum.) Ook op het schilderij in het Prado lijkt Danaë met een smachtende blik hoopvol en verlangend uit te kijken naar de komst van haar minnaar … of is het meer de kostbare regen van goud waarnaar ze uitziet? We zullen het zien!

Op dit detail van de versie van Titiaan’s Danaë in het Prado. Lijkt het er sterk op dat de gouden regen als grote gouden muntstukken door de verzorgster van Danaë in een jutezak wordt opgevangen. Dat element wordt vaker gebruikt op schilderijen met dit onderwerp en verdient daarom een uitgebreide toelichting.

Titelpagina Wtleggingh op den Metamorphosis van Karel van Mander, Uitgegeven door ‘Paschier van Westbvsch, Boeck vercooper’, Haarlem 1604
(Niet te zien op de tentoonstelling in het Rijksmuseum.)
Zoals u al vaker op deze blog heeft kunnen lezen, eindigt Het Schilder-boeck (1604) van Karel van Mander (1548–1606) met een deel dat is getiteld Wtleggingh op den Metamorphosis. Hierin bespreekt de Haarlemse schilder en schrijver de verhalen uit de Metamorfosen van Ovidius, die hij op christelijke wijze uitlegt, symbolisch duidt en van een eigentijdse moraal voorziet. Hij doet dit om de heidense mythologie van Ovidius acceptabel en nuttig te maken voor de zeventiende-eeuwse (christelijke) lezers én kunstenaars: “Seer dienstich den schilders”, zo lezen we immers op de titelpagina. Met als uitgangspunt de mythe van Danaë verwijt Van Mander (en voor en na hem ook vele andere moralisten) vrouwen amoreel gedrag. De moraal die hij in het verhaal van Danaë herkent, is dat vrouwen hun lichaam maar al te gemakkelijk verkopen wanneer daarmee macht, status of geld te verkrijgen valt. Vooral het geldelijk gewin staat in de moralisaties voorop; met haar lichaam verkoopt zij haar ziel en zaligheid. Danaë stelt zich immers volledig open wanneer ze wordt overspoeld door het goud van Jupiter dat op het schilderij van Jan Gossaert van Mabuse letterlijk in haar schoot valt. Ook op de twee versies van Titiaan zagen we dat: Op het schilderij in de Wellington Collection ligt Danaë sensueel op een bed terwijl er een wolk van goud over haar neerdaalt. Op het schilderij in het Prado werd de moralistische boodschap door Titiaan zelfs versterkt door de gouden regen te verbeelden als tastbare gouden munten die Danaë vanuit de hemel toevallen. Vrouwen die zich door dit soort gewin laten verleiden zullen uiteindelijk eeuwig gestraft worden.
Bij de bespreking van het schilderij van Hendrick Goltzius zal blijken dat de moraliserende ondertoon nog explicieter wordt uitgewerkt.

Hendrick Goltzius, Danaë wordt door haar verzorgster voorbereid om Jupiter te ontvangen, olieverf op doek, 173,4 x 200 cm., 1603, Collectie LACMA in het Los Angeles County Museum of Art, Los Angeles, Verenigde Staten. (Het schilderij hangt op de tentoonstelling in het Rijksmuseum)
Op de tentoonstelling wijst de zaaltekst bij het schilderij van Goltzius erop dat Danaë door haar verzorgster wordt voorbereid op de ontvangst van Jupiter. De oudere vrouw aan haar rechterzijde houdt een gouden kruikje met kostbare olie in de hand. Met haar andere hand wrijft zij wat van de welriekende, glanzende olie op de schouder van de half slapende Danaë. De situatie op het schilderij zal indertijd door velen zijn opgevat als die van een prostituee die zich in haar kamer laat verzorgen ter voorbereiding op een klant, of als die van een vrouw die zich voorbereidt potentiële cliëntèle ertoe te verleiden gebruik te maken van haar diensten. Dat het bij haar niet om oprechte liefde maar om geld gaat, wordt benadrukt door de details op het schilderij.
Betaalde liefde
Op het schilderij van Goltzius houden de twee mollige, gevleugelde amoretten (links van de verzorgende vrouw) ieder een zogenoemde koopmansbeurs of stokbeurs in de handen.

Detail 1 van Goltzius’ schilderij Danaë die door haar verzorgster wordt voorbereid op de komst van Jupiter.
De amoretto draagt een flinke, goedgevulde koopmansbeurs. Amoretten (afgeleid van het Italiaanse amoretti) zijn jeugdige liefdesgodjes die vaak worden afgebeeld in het gevolg van de Romeinse liefdesgod Cupido, ook wel Amor genoemd (Grieks: Eros). Op het schilderij kijkt hij schalks naar Danaë.

Koopmansbeurs of stokbeurs, zestiende eeuw, Fries Museum, Leeuwarden (De beurs is niet te zien op de tentoonstelling in het Rijksmuseum.)
De koopmansbeurs in het Fries Museum heeft vier verschillende buidels van zeemleer. Kooplieden reisden veel en hadden te maken met verschillende lokale valuta die vaak ter plaatse werden geslagen en waarmee in zo’n plaats betaald moest worden. Die buidels waren handig om de verschillende soorten munten gescheiden te houden.
De stokbeurzen op het doek geven aan dat de liefde waarop Goltzius zinspeelt, van puur zakelijke aard is. Dat daarmee een behoorlijk inkomen te genereren valt, blijkt uit de gouden munten die op het schilderij achteloos over de vloer verspreid liggen. Ook de goedgevulde geldkist links op de voorgrond en de gouden pronkbeker (rechts) geven aan dat er met deze handel goed geld te verdienen valt.
De oude vrouw
De rol van de oude vrouw is cruciaal voor de duiding van de behandelde schilderijen van Titiaan, het werk van Goltzius en vele andere zestiende- en zeventiende-eeuwse kunstwerken waarop een bordeel — destijds aangeduid als ‘hoerenkast’ of ‘hoerkot’ — is afgebeeld." De oude vrouw zorgde voor voldoende klandizie en voor de verzorging en de bescherming van de vrouwen die er werkten; ze ontving de klanten, onderhandelde over de prijs en zorgde ervoor dat de betaling verliep zoals was afgesproken. De koppelaarster kreeg een percentage van de opbrengst en had zodoende baat bij een goede toeloop. Waarschijnlijk is de vrouw die op de schilderijen van Titiaan de jutezak openhoudt om de regen van goud (schilderij in de Wellington Collection), of de gouden munten (schilderij in het Museo del Prado), op te vangen, wel een verwijzing in de richting van haar geldzucht.
De oude vrouw vervult hier grotendeels de rol van een vrouwelijke pooier, destijds 'koppelaarster' genoemd. In zowel de beeldtraditie als de zeventiende-eeuwse emblemataliteratuur staat zij in bordeelscènes symbool voor hebzucht, sluwheid en moreel verval. In plaats van Danaë te beschermen, faciliteert zij juist haar verleiding. De koppelaarster brengt ons bij een schilderij van Gerard van Honthorst.

Gerard van Honthorst, de Koppelaarster, olieverf op paneel: 71 x 104 cm., 1625, Centraal Museum, Utrecht (Het schilderij is niet te zien op de tentoonstelling in het Rijksmuseum.)
In de promotie en berichtgeving rondom de tentoonstelling Gerard van Honthorst: Meester van de nacht (25 apr. t/m 13 sept. 2026) in het Centraal Museum, Utrecht wordt met betrekking tot De Koppelaarster gesproken over “De meest vermaarde boezem van Utrecht”. Met de “Meester van de nacht” wordt verwezen naar de nachttaferelen waarmee Van Honthorst in Italië beroemd werd. Daar werd hij 'Gherardo delle Notti', oftewel ‘Gerard van de Nachten’, genoemd. De belichting van de foto is helaas wel te donker uitgevallen.
De bezoeker van de vrouw keert de beschouwer de rug toe ...

... in de linkerhand houdt hij de beurs waarvan het sluitingskoord alweer grotendeels is dichtgetrokken ...

... Vanuit zijn geopende rechterhand biedt de man aan de jonge vrouw de met de koppelaarster afgesproken gouden muntstukken aan..

Detail van De Koppelaarster van Honthorst De koppelaarster, wijst de jonge vrouw op het geld in de hand van de man op de voorgrond. De jongedame kan er, gelukkig maar, wel helemaal blij om lachen.
Terug naar het schilderij van Goltzius

Detail II van het schilderij van Goltzius
Nu Danaë door haar verzorgster op zijn komst is voorbereid, stort Jupiter zich, in de gedaante van een adelaar, op zijn doelwit. Wanneer zij toegeeft aan de verlangens van Jupiter, zal hij haar overspoelen met “een regen van goud”. Daarmee verschuift de nadruk van een puur goddelijk wonder naar een moralisatie over aardse begeerte en menselijke hebzucht.

Detail II van het schilderij van Goltzius, Jupiter stort zich als een adelaar op zijn prooi in de richting van de kamer van Danaë.
Pygmalion en Galatea: over oprechte liefde

Auguste Rodin (1840-1917), Pygmalion en Galatea. ca. 1908-1909, marmer: hoogte: 97,2 cm, Metropolitan Museum of Art, New York.
(Het beeldhouwwerk is te zien op de tentoonstelling.)
Op de tentoonstelling in het Rijksmuseum wijst de zaaltekst bij het beeldhouwwerk erop dat de beeldhouwer Auguste Rodin zichzelf voorstelt als Pygmalion, de Griekse beeldhouwer die verliefd werd op het beeld dat hij van een jonge vrouw had gemaakt.
Het beeld toont Galatea terwijl zij tijdens haar metamorfose langzaam van harde steen in een levende menselijke gestalte verandert. Het lijkt alsof zij geleidelijk als mens verrijst uit een onafgewerkt blok marmer. Haar onderbenen zijn nog even ruw als de onafgewerkte marmeren steun waartegen zij leunt, en even ongepolijst als het blok waaruit zij tevoorschijn lijkt te komen. Haar bovenlichaam oogt daarentegen al zacht en levend; de gedaanteverandering is nog in volle gang. Het beeldhouwwerk verbeeldt op fraaie wijze de overgang die in de mythe wordt beschreven.
De mythe van Pygmalion en Galatea: Metamorfosen, Boek 10: 243-298
Het verhaal van Pygmalion verscheen voor het eerst in een hellenistische tekst van de schrijver en historicus Philostephanus (3de eeuw v.Chr.): Geschiedenis van Cyprus. In Philostephanus’ versie van het verhaal is Pygmalion de koning van Cyprus, die verliefd werd op een beeld van een niet bij naam genoemde kunstenaar. Het verhaal werd in het Latijn door Ovidius herverteld in de Metamorfosen. Ovidius noemt de naam van het gebeeldhouwde meisje niet, maar in andere versies van het verhaal heet zij Galatea. Volgens de overlevering woonde de beeldhouwer Pygmalion op Cyprus, het eiland van Aphrodite, de Griekse godin van liefde en schoonheid (in de Romeinse mythologie, en dus ook bij Ovidius: Venus). Op Cyprus bevond zich de belangrijkste tempel van de godin. Daar werden, vooral tijdens haar feestdagen, dierenoffers op het altaar gebracht. Ovidius: “Omdat Pygmalion jarenlang had gezien dat vrouwen in ontucht leefden en hij daarom een afkeer voelde voor het kwaad dat de natuur zo ruimschoots in de vrouwenziel heeft gelegd bleef hij vrijgezel … en zijn bed was eenzaam … Zijn afkeer van vrouwen hield hem niet tegen om een beeldhouwwerk te maken van een vrouw uit het mooiste witte ivoor dat hij ooit had bewerkt. De voorgestelde vrouw bezat een schoonheid en gratie zoals die op aarde niet bestond. De gestalte leek zo levend dat Pygmalion zich voorstelde dat zijn beeld ook werkelijk leefde … Hij betastte het geregeld en raakte steeds meer teleurgesteld doordat het beeld zo hard bleef aanvoelen en niet liet merken dat de liefde wederzijds was. Hij was smoorverliefd geworden op zijn schepping en voelde een steeds groter verlangen naar haar. Ovidius: “Steeds voelt hij met zijn vingers aan het beeld om te weten of het ivoor of lichaam is, en hij maakt zichzelf wijs dat dit toch geen ivoor is. … Hij kust haar, proeft haar kussen en, zo denkt hij, spreekt tot haar. Hij houdt haar in zijn armen en voelt zijn vingers in haar lichaam drukken … Hij vleit haar met verliefde woorden en geeft haar cadeautjes waar meisjes verzot op zijn. … Hij geeft haar bloemenkransen en barnsteenkralen, tooit haar met kleren … steekt ringen aan haar vingers, hangt lange snoeren om haar hals en parelhangers aan haar oren … De beeldhouwer raakte in steeds grotere nood, omdat hij merkte dat zijn schepping zijn liefde niet kon beantwoorden; het beeld bleef koud en hard als steen.” Toen brak de dag aan waarop jaarlijks op Cyprus het grote feest ter ere van Aphrodite werd gevierd. Tijdens de vieringen werden traditioneel jonge runderen aan de godin geofferd.
Wat oprechte liefde vermag Na het offer bleef Pygmalion bij het altaar staan en sprak stamelend tot Aphrodite: “O godin, als u alles kunt geven, geef mij dan een vrouw … ”, Hij durfde niet te zeggen: “Die van ivoor”, maar stamelde: "Iemand die lijkt op mijn ivoren … ", verder kwam hij niet. De godin van de liefde begreep echter maar al te goed wat hij bedoelde, en zij wist dat de liefde van Pygmalion oprecht was.“ De beeldhouwer mist zijn geliefde en spoedt zich na het feest zo snel mogelijk naar huis. Thuisgekomen omhelst hij het beeld. Vervolgens beschrijft Ovidius de metamorfose van het beeld op een meeslepende manier. We kunnen ons voorstellen dat, áls het werkelijk heeft plaatsgevonden, het ongeveer zo moet zijn gegaan als de dichter het beschrijft: “Hij kust haar mond. Het beeld lijkt erdoor te smelten, hij kust haar weer en raakt met een vingertop haar borsten aan; plotseling voelt hij dat het ivoor zacht begint te worden zoals bijenwas in de zon [!], hij streelt nu een vrouw en zijn liefkozingen doen haar bloed sneller stromen … het beeld was lichaam geworden en het meisje voelde zijn kussen, … en zij bloosde toen ze merkte gekust te worden. Nog wat onwennig sloeg zij haar ogen open en op dat moment keek zij haar minnaar aan.” Hun huwelijk krijgt de zegen van Aphrodite; negen maanden later wordt hun kind geboren, een zoontje: Paphos, naar wie later een belangrijke stad op Cyprus werd genoemd.

Jean-Léon Gérôme, Pygmalion en Galatea, olieverf op doek, 88,9 x 68,6 cm, 1890, Metropolitan Museum of Art, New York.
(Het schilderij hangt op de tentoonstelling in het Rijksmuseum.)
Op het schilderij van de Franse schilder én beeldhouwer Jean-Léon Gérôme (1824-1904) zien we het atelier van de beeldhouwer Pygmalion. Hij stapt op zijn beeldhouwersbok om bij het beeld te komen, zodat hij zijn geliefde kan omhelzen. De mythe bereikt hiermee haar hoogtepunt.

Detail Jean-Léon Gérôme, Pygmalion en Galatea
Rechtsboven op de wolken verschijnt Cupido, de liefdesgod schiet een pijl op Galatea af; vanaf dat moment verandert het beeld geleidelijk in een menselijk lichaam en wordt Galatea verliefd op haar minnaar.
We zien hoe het eerder levenloze beeld verandert in een levende gestalte. De weergave van de metamorfose van Galatea is dusdanig realistisch, dat het lijkt alsof zij daadwerkelijk tot leven komt. Van belang hierbij is het kleurverschil in het lichaam.
De onderbenen op het schilderij lijken nog glanzend hard, maar vanaf de knieholtes trekt er langzaam meer kleur in de bovenbenen. Ter hoogte van haar billen oogt het lichaam van Galatea steeds meer doorbloed, zacht en soepel. We herkennen ook het verschil in bewegingsmogelijkheid. Vanaf de sokkel tot aan de knieholtes staan de benen stijf tegen elkaar en de voeten zijn nog niet losgekomen van de ruwe sokkel; maar naarmate we verder naar boven kijken zien we dat het lichaam steeds meer de mogelijkheid heeft om te bewegen. Galatea buigt haar bovenlichaam naar haar geliefde; ze sluit hem in haar armen en de kus die hij zo vaak aan het koude ivoor gaf, wordt nu eindelijk warm en tastbaar beantwoord.
Gebruikte literatuur
Eric Noorman en Wilfried Uiterhoeve, Van Achilles tot Zeus, Thema’s uit de klassieke mythologie in literatuur, muziek, beeldende kunst en theater, Nijmegen, 1987
Ovidius Metamorphosen, vertaling Marietje d'Hane-Scheltema, Amsterdam, 1998, vrijwel al de aangehaalde teksten en de regelnummering in het artikel zijn gebaseerd op deze vertaling. Houd er rekening mee dat de regelnummering in de diverse vertalingen kan afwijken!
Wikipedea: ‘Pygmalion en Galatea’, ‘Pygmalion’, ‘Galatea’, geraadpleegd 11 en 12 juni 2021




Opmerkingen