• Paul Bröker

Anno 1529: niet getrouwd, wel zes kinderen! Portret van Agatha van Schoonhoven door Jan van Scorel


Het is al weer een tijd geleden dat Jantje mij, in verband met haar voorbereiding op De Nacht Van De Poëzie, attent maakte op een gedicht van de Utrechtse dichter Ingmar Heytze, getiteld Agatha. De titel van het gedicht verwijst naar Agatha van Schoonhoven. Zij werd in 1529 geportretteerd door de Utrechtse schilder Jan van Scorel (Schoorl 1495-1562 Utrecht). “Het is geen gewoon portret dat Jan van Scorel in 1529 van zijn vrouw Agatha van Schoonhoven maakte. Het is een liefdesverklaring.” schreef Carel Peeters.

Jan van Scorel, Agatha van Schoonhoven, olieverf op paneel: 37,5 x 28 cm, 1529

Galleria Doria Pamphilj, Rome


Bij de opening van de tentoonstelling Scorels Roem in 2009 las Ingmar Heytze, in dat jaar benoemd tot de eerste Utrechtse stadsdichter (2009-2011), zijn gedicht Agatha voor. De ik-figuur is de schilder die, in de woorden van Ingmar Heytze mijmert over zijn geliefde. In het gedicht maakt Heytze ons deelgenoot van de overpeinzingen van de kunstenaar die bezig is met het schilderen van haar portret én ongetwijfeld ook van de mijmeringen die de dichter zelf had bij het aanschouwen van een van de aantrekkelijkste vrouwenportretten uit de Nederlandse kunstgeschiedenis.


In het gedicht is Jan van Scorel zo ongeveer halverwege met het schilderen van het portret:

Agatha


Ik ben ergens halverwege als ik naar je kijk met deze ogen. Mijn testament kan wachten, er is tijd – misschien heb ik nog drieëndertig jaar, misschien te weinig dagen om jouw beeltenis te maken. Het kan me niet veel schelen als ik jou maar heb, mijn leven lang, Agatha – met je naam vol aah’s om te fluisteren in de nacht, met je handen en je lippen en het eeuwige geheim van wat er in je omgaat als je naar me kijkt en lacht terwijl ik laag op laag breng, heen en weer been, zoekend naar je ware kleur. Met jou zal ik nooit ergens anders zijn dan halverwege, in het midden van de wereld. Draag je mijn kinderen, later? Mijn werk is Mijn wapen tegen de tijd; mijn schild ben jij.


Agatha was de levensgezellin van Jan van Scorel. Hij portretteerde haar toen hij 34 jaar was. Over Agatha is maar weinig bekend. We weten niets over haar ouders. Nergens wordt vermeld waar zij is geboren en waar zij is opgegroeid en ook over haar geboorte- en stervensjaar blijven wij in het ongewisse.

Het schilderij is niet alleen om die persoonlijke relatie beroemd. Het vertoont een directheid van observatie die, samen met het naar de beschouwer gedraaide bovenlichaam en de op hem gerichte ogen, een gevoel van intimiteit geven ... en dan die enigszins schalkse blik en soms voel ik toch ook een klein beetje een verlegen glimlach opkomen van onder die hoofdkap. En een andere keer weer dat ontwapenende charmante meisjeskoppie. En wéér een andere keer, het ligt ongetwijfeld aan mijn eigen stemmingen, heeft zij een zweem van zelfgenoegzaamheid, iets superieurs.

De uitdrukking van de geportretteerde is getypeerd als die van de glimlach van Mona Lisa (1503), en als die van Het meisje met de parel (1665). Carel Peeters heeft het over ‘Meisje zonder parel’!

Leuk is ook dat wij bij het aanschouwen van het schilderij het idee krijgen dat de gekromde middenvinger van Agatha over de lijst van het schilderij de zichtbare werkelijkheid in lijkt te komen. Ik zag dit pas toen ik het schilderij in 2009 tijdens de tentoonstelling in het Centraal Museum weer eens goed bekeek. Jeetje, dat mij dat de vorige keren steeds was ontgaan! Ongetwijfeld teveel in beslag genomen door haar stralende ogen! Deze Trompe-l'oeil techniek, waarbij een optische illusie wordt gecreëerd, zal Van Scorel gezien hebben bij de Vlaamse kunstenaars. Zij waren daarin echte meesters.

We moeten nogal wat moeite doen om dit charmante schilderij in het echt te kunnen bekijken. Het is te bewonderen in de grote schilderijenverzameling van de Galleria Doria Pamphilj in Rome. Wanneer ik in Rome ben, breng ik vooral vanwege het portret van Agatha altijd wel een bezoek aan dat museum: even een kijkje nemen; even kijken hoe 'zij' erbij hangt en elke keer opnieuw kom ik onder de indruk van die eenvoudige en bescheiden oogopslag van die beeldschone jonge vrouw. De laatste keer dat ik het schilderij zag was echter niet in Rome, maar in Utrecht. Agatha was in 2009 even terug in haar oude woonplaats vanwege de tentoonstelling Scorels roem, om daarna helaas weer hardvochtig terug te keren naar Rome. Wat voel ik mij een ontrouwe bewonderaar, dat ik ‘haar’ sindsdien, alweer zo’n lange tijd niet heb bezocht!


De Galleria Doria Pamphilj is er blijkbaar erg verrukt over het fantastische portret in haar collectie te hebben. Het museum is gevestigd in het paleis van de familie Doria die hier nog steeds woont. De familie erfde in 1763 alle eigendommen van de Pamphilj-familie, vandaar: Galleria Doria Pamphilj. Met het overlijden van prins Don Filippo Doria Pamphilj Landi (1886-1958) stierf de tak Doria-Pamphilj in mannelijke lijn uit.

De audiotour van het museum werd - het is dus al te lang geleden dat ik er was om het met zekerheid te kunnen schrijven dat het nog steeds zo is - ingesproken door iemand die zich voorstelt als een hedendaagse telg uit de adellijke Romeinse familie. Er wordt in de audiotour verteld dat het portret van de Nederlandse schilder het lievelingsschilderij van de familie is en dat de ansichtkaart van het schilderij de best verkochte is in de museumwinkel van de Galleria. Dat wil heel wat zeggen wanneer we ons realiseren dat we in het museum werk tegenkomen van grote Italiaanse meesters als Bernini, Caravaggio, Titiaan en Rafaël en buitenlandse meesters als Pieter Bruegel de Oude, Quinten Matsijs en Hans Memling.


Jan van Scorel en Agatha van Schoonhoven

In 1529, het jaar waarin Jan van Scorel het portret schilderde, was Agatha zijn levensgezellin geworden. Het is een te koesteren gedachte dat de schilder zijn geliefde ter gelegenheid van die heugelijke gebeurtenis heeft geportretteerd.

Jan van Scorel en Agatha van Schoonhoven leefden in concubinaat, zoals dat zo fraai heet. Het stel kon namelijk niet trouwen. Het bezwaar daarvoor waren de kerkelijke functies van de kunstenaar. In een document uit 1524 noemt hij zich ‘canonick tUtrecht’. In archiefstukken komt hij inderdaad naar voren als kanunnik van het kapittel van Sint Marie, van de Mariakerk in Utrecht. Martin de Bruijn vond in Het Utrechts Archief dat Van Scorel in 1525 een vicariaat bij dat kapittel kreeg aangeboden. Voor die functie was het een vereiste dat de kandidaat tot priester was gewijd. Vanaf 7 augustus 1525 wordt hij in documenten blijkbaar ook als zodanig aangeduid. Het paar mocht dus niet trouwen en ook niet samenwonen. Nu werd er echter wel eens een oogje dichtgeknepen. Men hoefde immers niet Roomser te zijn dan de paus! Op het gebied van de omgang met vrouwen was het in die tijd ook niet zo moeilijk om het gedrag van een paus niet te overtreffen! In het al door mij al in een eerder artikel (klik hier) aangehaalde boek De pausen van Nulwich wordt duidelijk dat ook op dat gebied de geschiedenis van veel pausen niet bepaald smetteloos was. Lees bijvoorbeeld het achtste hoofdstuk: Nicolaas I en de Pornocratie of het hoofdstuk De monsters. En ook de reputaties van pausen gedurende het leven van Jan van Scorel zijn niet altijd even vlekkeloos als hun witte soutane moest doen vermoeden. Trouwens: Karel van Mander (1548-1606), de eerste biograaf van Jan van Scorel noteerde in zijn Schilder-boeck (1604) dat de schilder de bastaardzoon was van de dorpspastoor van Schoorel.

Hoe dan ook: erg celibatair leefde het stel blijkbaar niet. In 1530 werd hun eerste kind geboren, een jongetje. Er zouden nog vijf kinderen volgen. Al met al kregen zij vier zonen en twee dochters. In het testament dat Jan van Scorel in 1537 liet opmaken benoemt hij Agatha van Schoonhoven tot enige erfgenaam. Na zijn dood krijgt zij het beheer over alle roerende en onroerende goederen, het grondbezit en het geld, goud en zilver. In het testament wordt duidelijk dat Van Scorel inmiddels een vermogend man en iemand met een hoge maatschappelijke status is geworden. Dat laatste blijkt wel uit zijn praalgraf in de Utrechtse Mariakerk. Van de vele schilders uit de 16de en 17de eeuw was Jan van Scorel de enige die een dergelijk eerbetoon te beurt viel. Zo’n imponerend monument was alleen voor de meest aanzienlijke burgers weggelegd. Het Latijnse opschrift was: ‘FINIS MORS, SIC SUNT HOMINIS VANA OMNIA PRAETER / QUAM CUI DIVINO PECTUS AMORE CALET’. RELIQUUM SCORELII CANONICI’: ‘De dood is het einde, alles van de mens is ijdel, behalve voor hem, wiens borst gloeit van Gods liefde’. ‘De overblijfselen van de kanunnik Scorel’.


Toen ik in 2015 een stukje had geschreven over het portret wees Paul de Greef mij erop dat Agatha in ieder geval al een keer eerder dan tijdens de tentoonstelling in 2009 was teruggekeerd naar haar ‘geboortestad’. Dat was is 1955, voor een overzichtstentoonstelling van het werk van Jan van Scorel die domweg Jan van Scorel heette. Op de site van het Centraal Museum staan flink wat zwartwit foto’s van de zalen waarin de tentoonstelling plaatsvond. Bij het bekijken van die foto’s werd mij duidelijk dat het werkelijk een fantastische tentoonstelling moet zijn geweest. Ik kreeg niet de indruk een werk van de schilder te missen. Ik moet toen drie jaar zijn geweest, mijn vader vond mij toen vast nog te jong om mij mee te nemen…tss, daar ging meneer de kunsthistoricus in de notendop.

Overzicht van een van de zalen met schilderijen van de tentoonstelling Jan van Scorel, 1955 Centraal Museum, Utrecht

Op de foto waarop het portret van Agatha is te zien is het schilderij in een hoekje terecht gekomen. Dat vind ik een beetje respectloos, zeker wanneer we ons de moeite realiseren die de toenmalige directeur van het museum heeft genomen om het schilderij naar Centraal Museum te halen.

Aankomst op Schiphol van mejuffrouw M. Houtzager met het schilderij van Van Scorel (1955)


Dus volgens het onderschrift komt ‘mejuffrouw’ Maria Elisabeth Houtzager, van 1951-1972 directeur van het Centraal Museum, van de trap van het vliegtuig dat haar vanaf Rome had teruggebracht naar Schiphol. In Rome was zij persoonlijk naar prins Don Filippo Doria Pamphilj Landi gegaan om het schilderij van Agatha in ontvangst te nemen. Het persoonlijke bezoek van Houtzager was een voorwaarde die de prins had gesteld aan de bruikleen. Hij wilde haar waarschijnlijk graag ontmoeten. Zij was op veel manieren een befaamd directeur van het Centraal Museum. Bij de tentoonstelling Maria Elisabeth Houtzager, spraakmakende directrice (2012) konden we op een van de zaalborden het volgende lezen: 'Mejuffrouw Maria Elisabeth Houtzager was misschien wel de meest beruchte, of in elk geval de meest spraakmakende directeur die het Centraal Museum tot op heden heeft gekend.’ Een kans om haar te ontmoeten wilde de prins blijkbaar niet aan zich voorbij laten gaan. De KLM stelde een vliegtuig voor de reis beschikbaar en de kranten stonden er bol van.


Portret van een onbekende vrouw als Maria Magdalena, of misschien toch niet zo onbekend??

Wanneer we het over portretten van Jan van Scorel hebben, dan mag onderstaand schilderij met de voorstelling van Maria Magdalena in het Rijksmuseum niet ontbreken.

Jan van Scorel, Maria Magdalena, olieverf op paneel: 67 x 76,5 cm. ca. 1530

Rijksmuseum, Amsterdam


Het kwam indertijd vaak voor dat een vrouw zich als de schuldbewuste en boetvaardige Maria Magdalena liet portretteren. Men kon wijzen op parallellen met deze zondige vrouw, die na de ontmoeting met Jezus tot inkeer was gekomen en daarna een boetvaardig leven leidde. De geportretteerde kon zich dus met deze Bijbelse vrouw identificeren. Er waren natuurlijk genoeg andere Bijbelse vrouwen of heiligen waarmee men zich op dat gebied kon vereenzelvigen. Voorname vrouwen kozen toch massaal voor Maria Magdalena. De heilige werd naar de beeldtraditie immers als een wereldse vrouw met de meest fraaie kleding en loshangende haren voorgesteld. De dames konden daarom gemakkelijk met hun duurste kleren, hun fraaiste kapsel en al hun kostbaarheden, parels, gouden hangers en ringen op het portret worden weergegeven. Jan van Scorel toont een vrouw met dure kleding. Haar donkergroene bovenkleed is overvloedig bestikt met kostbare parels en op haar schoot ligt een fraaie omslagdoek. Buitengewoon zelfbewust kijkt zij de wereld in. Mevrouw zal tevreden zijn geweest.

Het komt mij af en toe voor dat het een geïdealiseerd portret is van Agatha, op een manier zoals Rafael zijn madonna’s en heiligen voorstelde. Het staat vast dat Van Scorel tijdens zijn verblijf in Rome het werk van Rafael goed heeft leren kennen.


Over het schilderij is nog heel wat meer te vertellen. Hierover schrijf ik vast nog wel wanneer ik in een artikel aandacht besteed aan de tentoonstelling in Museum Catharijneconvent … wanneer de tentoonstelling nu tenminste wel doorgaat. Vanwege de zaken die ons wereldwijd bezighouden is de opening al tweemaal uitgesteld. Maar er gloort hoop! Op dit moment zijn de geplande data van de tentoonstelling over Maria Magdalena: 25 juni 2021 - 9 januari 2022.*


Jeruzalembroederschappen

Jan van Scorel wordt beschouwd als een van de belangrijkste en invloedrijkste kunstenaars van de Renaissance in de Lage Landen. Met de schilderijen die hij vervaardigde van de Jeruzalembroeders staan we aan het begin van hetgeen zou uitgroeien tot een belangrijk genre in de Nederlandse kunst van de 17de eeuw: het groepsportret. Het zou uiteindelijke culmineren in De Nachtwacht en De anatomische les van Dr Nicolaes Tulp van Rembrandt en de regentenstukken en schuttersstukken van Frans Hals. Voor elke schrijver van boeken over dit genre heeft Van Scorel de spits afgebeten. Aan diens schilderijen met groepsportretten van de Jeruzalembroeders wordt in de kunstgeschiedschrijving dan ook terecht een prominente plaats toegekend. Het is tekenend voor de faam van Van Scorel als portretschilder dat hij zowel in Utrecht (twee schilderijen ca. 1525 en twee schilderijen na 1530), Haarlem (1528) alsook in Leiden (ca.1541) leden van de plaatselijke Jeruzalembroeders heeft geschilderd.


Jeruzalem is een van de belangrijkste bedevaartsplaatsen van het Christendom. Op allerlei gebied was de reis naar de stad indertijd een enerverende onderneming. Pelgrims die waren teruggekeerd naar hun woonplaats vertelden elkaar natuurlijk over de gebeurtenissen gedurende de reis. Aan hun bijeenkomsten werd in verschillende steden in de loop van de 15de eeuw een officiële status gegeven. Het Utrechtse Jeruzalembroederschap moet een van de oudste van Nederland zijn geweest; het werd namelijk al op het einde van de 14de eeuw opgericht. Iedereen die de tocht had volbracht kon lid worden. Gaandeweg valt echter op dat het steeds meer een eliteclubje werd waarvan het aantal leden veelal werd beperkt tot twaalf, analoog aan het aantal van de twaalf apostelen. De belangrijkste openbare taak van het broederschap was het organiseren van de plaatselijke processie op Palmpasen. Op de zondag voor Pasen werd de intocht van Jezus in Jerusalem in veel steden feestelijk nagebootst. Hoogtepunt van deze processie was en is zo hier en daar nog steeds de zogenaamde Palmezel; een houten beeld van Jezus op een ezel. Het gevaarte stond op wielen en wordt in de processie door de stad getrokken.











Boven: Palmzondagprocessie van het Jeruzalembroederschap in Amsterdam. Afbeelding uit Le Long Historische beschryvinge van de Reformatie der Stadt Amsterdam, Amsterdam 1729


Links: Anoniem, Palmezel, gepolychromeerd lindenhout: h. 193 cm,

Keulen ca. 1520, Schnütgen Museum, Keulen



We hebben al kunnen constateren dat Jan van Scorel een buitengewoon begenadigd portrettist was. Dat kunnen we ook vaststellen op het schilderij met de twaalf leden van het Jeruzalembroederschap te Haarlem. De mannen hebben allen hun eigen individuele gezicht met zeer persoonlijke gelaatstrekken en kenmerken. Het kan haast niet anders dat de mensen die een geportretteerde kenden deze direct moeten hebben herkend. Men zal over het aspect van de gelijkenis tevreden zijn geweest. Ze lijken wél allemaal naar dezelfde kapper te zijn geweest! Die barbier had blijkbaar slechts de mogelijkheid van één coupe: het naar voren kammen van het haar en dat boven het midden van het voorhoofd in een pony knippen. Het kan natuurlijk ook de haarmode van die tijd zijn geweest. Maar met de geschiedenis van de haardracht heb ik mij nooit beziggehouden en dat wil ik verder graag zo laten!

Jan van Scorel, Twaalf leden van het Jeruzalembroederschap te Haarlem

olieverf op paneel: 114,5 x 274,5 cm, 1528, Frans Halsmuseum, Haarlem


Over het aspect van de gelijkenis zullen de mannen vast tevreden zijn geweest. Maar een groepsportret stelt nog een tweede belangrijke eis: er moet levendigheid in de groep worden gebracht, anders zou het maar een saaie boel zijn. De schilder moet een soort van regisseur zijn die de onderlinge betrekkingen tussen de geportretteerden op een natuurlijke manier arrangeert. De eerste indruk is die van een statisch werk. Zonder nu te willen stellen dat we te maken hebben met een buitengewoon levendige groep mannen - ik schreef al dat de kunstenaar aan het begin staat van de ontwikkeling van het groepsportret - heeft Van Scorel er alles aan gedaan om enige beweging in de groep aan te brengen én die beweging ook betekenisvol te laten zijn! Om dat duidelijk te maken wil ik beginnen met de twee mannen helemaal rechts. Ze staan min of meer schouder aan schouder naast elkaar. Dat is ook het geval met de twee mannen vóór hen. En dan zien we ineens dat ze allemaal twee aan twee achter elkaar staan. Het is dus een groep van twaalf mannen die in paartjes achter elkaar staan. Ze lopen ergens naar toe! Deze optocht kan verwijzen naar de processie op Palmzondag. Dat is natuurlijk al een betekenisvolle beweging van de groep die immers als belangrijkste opdracht had om die processie te organiseren. Maar er is meer! De bestemming van de groep op het schilderij is hetzelfde als het belangrijkste doel van de pelgrimstocht. Zij lopen naar links, naar hetgeen de man in de linkerbovenhoek in de hand draagt: een ingelijste tekening van de opbouw boven de grafkelder met het graf van Jezus in de Heilig Grafkerk of Verrijzeniskerk in Jeruzalem. De voorstelling daarvan wordt opgehouden door de bediende van het broederschap, die blijkbaar Thijs Thomasz heet. Zijn naam én ook de reden waarom juist dit gebouw wordt getoond worden duidelijk in het versje onder het getoonde gebouw op de tekening:


Dit es de figuer van tgraf ons heren

dat ic thijs tomasz opelic toone

menigen tijt diende ic dees broeders in eeren

bid dat ic mach crigen goods rijc ten loone.


De bediende zegt dat hij Thijs Thomasz heet: ‘ic thijs tomasz’ en dat hij het graf van onze Heer ‘tgraf ons heren’ … duidelijk laat zien: ‘opelic toone’. Omdat hij de broeders lange tijd zo goed heeft gediend, vraagt hij voor hem te bidden om het rijk van god als loon voor zijn diensten te mogen ontvangen: ‘Menigen tijt diende ic dees broeders in eeren / Bid dat ic mach crigen goods rijc ten loone,’

We zien dat er onder elke persoon een versje staat. Het versje informeert ons over de persoon in kwestie en over het jaartal van de bedevaartstocht naar Jeruzalem. De derde persoon van rechts is Jan van Scorel. Dat kunnen we onder andere afleiden uit het wapenschild en zijn lijfspreuk daaronder: ‘Altijt getrou’. Daarna volgt het versje:


Iohan van scorel bin ic een scildere

Canonic tutrecht tot sinte Marien so scencte ic myn

Broeders wt ioste mildere

Was ter plaetsen dair ons bedildere

iesus christus starf om ons verblien

men screef vijftienhodert tot dyer tien

en twintich / na die geboert ons heren

bid dat ic in duechden mach procederen

hi starf 1562 de 6 decemtb

Het gedichtje onder het zelfportret van Van Scorel lijkt erop te wijzen dat hij het schilderij aan het broederschap heeft geschonken: so sc(h)encte ic myn Broeders wt io(n)ste(n) mildere: dit heb ik mijn broeders welwillend geschonken. Van Scorel noemt zich ‘een scildere Canonic tutrecht’, een schilder en kanunnik uit Utrecht, terwijl hij op dat moment Utrecht vanwege ongeregeldheden was ontvlucht. Jan van Scorel draagt het witte kerkelijke superplie. De sterfdatum van Van Scorel is natuurlijk later ingevuld.

Ook op het schilderij dat de schilder ca. 1525 in Utrecht maakte heeft hij zichzelf geportretteerd. Hij is de vijfde persoon van rechts. De kunstenaar is dus zowel in Haarlem als in Utrecht lid geweest van het plaatselijke Jeruzalembroederschap. Ook dat is tekenend voor zijn maatschappelijke status. Dit schilderij vervaardigde Van Scorel zo’n drie jaar eerder dan het Haarlemse schilderij van het Jeruzalembroederschap. Op het schilderij uit 1525 is het nog een beetje een saaie boel. De onderlinge betrekkingen tussen de geportretteerden zijn miniem. Waarschijnlijk vond de kunstenaar dat ook. Zo'n drie jaar later maakte hij op het schilderij in Haarlem de onderlinge betrekkingen zichtbaar en hij bracht wat meer levendigheid aan. Een belangrijke kunsthistorische ontwikkeling in het genre van het groepsportret.

Jan van Scorel, Portretten van de twaalf leden van het Utrechtse Jeruzalembroederschap, 40 x 275,8 cm., ca. 1525, Centraal Museum, Utrecht



*Wanneer die tentoonstelling doorgaat zal ik daarbij ook lezingen verzorgen in de steden waarin ik traditioneel zelf lezingen organiseer: Amersfoort, Den Haag, Gouda en Zutphen. Daarnaast heb ik al uitnodigingen ontvangen van Museum Catharijneconvent en van verenigingen, culturele instellingen en voor huiskamerbijeenkomsten. Over de lezingen die ik zelf organiseer zal ik u te zijner tijd informeren.



Gebruikte Literatuur

- Jonge, C.H. de, ‘Portretten van Jan van Scorel en Agatha van Schoonhoven’, in: Oud Holland – Journal for Art of the Low Countries, 2018, I vl III, Pages: 267–278. Oorspronkelijke publicatie in: Oud Holland deel 46, 01, januari 1929

- Cat. Utrecht 1977, catalogus tentoonstelling Jan van Scorel in Utrecht, Centraal Museum

- Kunst voor de beeldenstorm, Noord Nederlandse kunst 1525-1580, tentoonstellingscatalogus Rijksmuseum, redactie Filedt Kok, J.P. e.a., Den Haag, 1986

- Peeters, Carel, ‘Meisje zonder parel’ in: Vrij Nederland, 24 maart 2009

- Bruijn, M.W.J. de, Het huis van Jan van Scorel aan de Nieuwegracht in Utrecht, internet, geraadpleegd 14-5-2021

365 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven