top of page
  • Foto van schrijverPaul Bröker

Augustinus loopt wat over het strand te mijmeren … en dan komt hij plotseling tot inzicht ...

over een groot geleerde en de eenvoud van een kind



Pinturicchio (1454-1513) Augustinus met het jongetje aan de kust bij de zee, een paneel van de predella van het altaarstuk van de kerk Santa Maria dei Fossi, 1496, Galleria Nazionale dell’Umbria, Perugia



Enkele opmerkingen bij het levensverhaal van Augustinus van Hippo

Augustinus van Hippo werd geboren in de laat Romeinse tijd, in de tijd dat het Christendom binnen het Romeinse Rijk als godsdienst was erkend (vanaf 311) en hij heeft meegemaakt dat het Christendom in 381 staatsgodsdienst werd én dat Rome in 410 door de Visigoten werd geplunderd!

Augustinus is een historische figuur waarover veel exacte informatie bekend is. Hij behoort tot de weinige personen uit de klassieke oudheid waarover we zo veel weten. Zo weten we precies waar en wanneer hij is geboren en is gestorven: Thagaste, 13 november 354Hippo, 28 augustus 430. Hij werd geboren in een gekerstend deel van de Romeinse provincie Afrika, tegenwoordig het Noordoostelijke deel van Algerije en het Noordelijke deel van Tunesië. Augustinus was de zoon van een heidense vader en een christelijke moeder, Monica. Zijn vader was een Romeinse raadsheer. Augustunus was nog jong toen zijn vader overleed. In zijn geschriften komt vooral zijn moeder Monica naar voren, zij is een vrome Christelijke vrouw. Zij bracht haar zoon naar de plaatselijke school in Thagaste.

Benozzo Gozzoli, Monica (links in witte kleding) brengt Augustinus naar de school van Thagaste, fresco: 220 x 230, 1464-’66, fresco in de apsis van de Chiesa di Sant Agostino, kloosterkerk van de Augustijnen in San Gimignano


In de apsis van de kerk maakte Benozzo Gozzoli (1420-1497) een reeks van zeventien fresco’s met het levensverhaal van de kerkvader, naamgever van de orde van de Augustijnen en patroonheilige van hun kerk in San Gimignano. Gozzoli flankeert de fresco's met imitatie decoratieve architectuur elementen. Ook de houten lijst en de kapitelen zijn volledig plat. We kunnen zien dat een enkel element van de basis van de zuilen en de kapitelen doorlopen op de 'houten' lijst. De schijnwerkelijkheid op het fresco loopt voor het oog door op de muur. Dat is al typisch voor de vroege Renaissance.

Links op het fresco brengt de moeder van Augustinus haar zoon naar school. De leraar ontvangt zijn nieuwe leerling allervriendelijkst door hem onder de kin te strelen. Rechts daarvan zien we een leerling met een boek. Rechts achter hem hebben we een kijkje in een klasslokaal. Daar is een aantal leerlingen bezig met een schrijfplankje en een schrijfstift. Er heerst blijkbaar orde en tucht op de school. De leraar die Augustinus nog zo vriendelijk ontving slaat rechts een jongetje, dat blijkbaar niet goed zijn best gedaan, met een soort roede op zijn blote billen. Het jongetje wordt door een andere jongen op zijn rug vast gehouden en kijkt angstig achterom. De voorstelling van de leraar is ongetwijfeld geïnspireerd op de oude voorstelling van Grammatica.

Personificatie van Grammatica, Kathedraal van Chartres,

west-portaal, rechter ingang, ca. 1190


Op de boog rondom het timpaan aan de rechter zijde van de westkant van de Kathedraal van Chartres worden de Zeven vrije kunsten voorgesteld. De personificatie van Grammatica wordt afgebeeld terwijl zij les wil geven. Dreigend houdt zij een roede omhoog om een van de twee kinderen er flink van langs te geven. Die leerling is niet geïnteresseerd in de lesstof. In plaats van in zijn boek te leren houdt hij zijn medeleerling van zijn studie af door hem aan de haren te trekken.

De leraar op het fresco in San Gimignano wijst met zijn linker wijsvinger op het schrijfplankje waarop de ijverige leerling aan het lezen is. De bron voor dit detail op het fresco van Gozzoli is Augustinus zelf die in zijn Confessiones (‘Belijdenissen’) met ergernis terugdenkt aan de lijfstraffen die de school oplegt.

Detail: Benozzo Gozzoli, Monica brengt Augustinus naar de school in Thagaste


Na de klassen aan de school in Thagaste te hebben doorlopen laat Monica haar zoon studeren aan de universiteit van Carthago. Daar legde hij zich aanvankelijk vooral toe op de studie van de retorica, de leer van het overtuigen met schrijven en spreken. Uit de Confessiones vernemen we dat hij in die tijd zijn moeder veel verdriet deed met zijn losbandige levenswijze.

Na zijn studie werd Augustinus docent retorica in Thagaste en in Carthago.

Rond 383 trekt Augustinus naar Rome. Daar kwam hij in aanraking met het werk van de Romeinse filosoof Cicero, waarop hij besloot filosofie te gaan studeren. In Confessiones schrijft hij dat hij tijdens zijn studie filosofie vooral op zoek was naar de waarheid, met name de waarheid over een zuiver Godsbegrip in relatie met de oorsprong van het kwaad: hoe bestaat het dat God het goede vertegenwoordigt en er zoveel kwaad en ellende op aarde is?

In 384 trok Augustinus naar Milaan. Daar bekleedde hij functies aan het keizerlijk hof van Theodosius I. In die tijd was Ambrosius (339-397) bisschop van Milaan. Uit pure nieuwsgierigheid ging hij luisteren naar een preek van Ambrosius. Gesprekken met de bisschop leidden ertoe dat Augustinus zijn intellectuele bezwaren tegen de Bijbel opzij kon zetten.

Benozzo Gozzoli, Chiesa di Agostino, Augustinus arriveert in Milaan


Te paard is Augustinus naar Milaan gereisd. Op het fresco is hij van zijn rijdier afgekomen en in het midden ontdoet een bediende hem van de sporen. Rechts in de achtergrond van deze scène knielt Augustinus voor keizer Theodosius I. Helemaal rechts ontmoet hij Ambrosius. Uit eerbied voor de bisschop gaat Augustinus licht door de knieën.


Augustinus, bisschop, theoloog en kerkvader

In Milaan schrijft Augustinus zijn eerste theologische werken. Hierin wordt onder meer duidelijk dat zijn bekering tot het christendom niet voortkwam uit een plotselinge ingeving maar het resultaat was van intellectueel zoeken en innerlijke worsteling. Dat was bijzonder in de tijd dat de overgang tot het Christendom vaak het gevolg was van dwang of van rationele afwegingen.

Fresco Benozzo Gozzoli Chiesa di Agostino in San Gimignano, Doop Augustinus


In de paasnacht van 387 wordt Augustinus door Ambrosius gedoopt. Rechts achter hem vouwt zijn moeder Monica dankbaar de handen. Zij was naar Milaan gekomen om zich te beijveren voor de bekering van haar zoon.

In Confessiones noteert Augustinus dat terwijl de bisschop het water over zijn hoofd liet stromen deze de woorden uitspreekt: Te deum Laudamus (‘wij prijzen u onze Heer’), waarop Augustinus antwoordde: te Dominum confitemur (‘wij erkennen u als onze Heer’). We lezen de woorden boven de voorstelling van de doopplechtigheid.


Na zijn doop keerde Augustinus terug naar Thagaste. Daar stichtte hij een Christelijke gemeenschap van lekenmonniken. In die tijd houdt hij zich bezig met Bijbelstudie. In 391 wordt Augustinus tot priester gewijd en in 395 tot bisschop van Hippo Regius, een oude Fenicische handelsstad, het huidige Annaba in Algerije. Die functie zal hij tot aan zijn dood in 430 blijven vervullen.

Van een zondaar die in zijn studententijd de beest uithing, die op 33-jarige leeftijd werd gedoopt, priester werd gewijd op zijn en 36ste en tot bisschop toen hij 41 jaar was … voorwaar een snelle carrière!

De vroegste nog bestaande voorstelling van Augustinus,

fresco 6de eeuw, Sint-Jan van Lateranen, Rome


Op het fresco in de Sint-Jan van Lateranen wordt Augustinus voorgesteld als een klassieke filosoof. Hij zit in een stoel achter een leestafel met een opengeslagen boek. De klassieke toga die hij draagt past bij zijn waardigheid als filosoof.


In de periode in Hippo heeft Augustinus buitengewoon veel geschreven. Zijn geschriften behoren tot de basis voor de christelijke theologie en tot op de dag van vandaag vormen zij het uitgangspunt van vooral de katholieke theologie. Augustinus behoort tot de vier westerse of Latijnse kerkvaders: theologen waarvan de geschriften zoveel gezag hebben, dat hun ideeën als maatgevend voor het geloof kunnen worden beschouwd.

Als de vier westerse kerkvaders gelden de heiligen Ambrosius (339-397), Augustinus (354-430), Hiëronymus (347-420) en Gregorius de Grote (540-604).

Tot de belangrijkste werken van Augustinus behoren Confessiones (‘Belijdenissen’) en De Civitate Dei (Over de Stad van God’)

Nicolo Polani, Augustinus schrijft De Civitate Dei, miniatuur in een uitgave van De Civitate Dei,1495, Bibliotheque Saint Genevieve, Parijs


De Civitate Dei ontstond als een reactie op de plundering van Rome door de Visigotische koning Alarik I in 410. Augustinus begon zijn werk in 412; in 426 schreef hij de laatste vier delen. In de eerste vijf boeken bestrijdt Augustinus de beschuldigingen van niet-christenen dat de val van Rome een straf van de goden zou zijn voor het verlaten van de oude Romeinse godsdienst ten gunste van het Christendom.

Het werk bestaat verder uit een reeks verhandelingen over uiteenlopende onderwerpen, zoals de klassieke filosofie, het ontstaan van de stad van God en de wereldse stad en de strijd tussen die twee. Ook sociale, juridische, economische en politieke kwesties komen aan de orde. Het Romeinse concept van bellum iustum (‘rechtvaardige oorlog) werd in dit werk geïntegreerd in de christelijke traditie.

In Conffesiones schrijft Augustinus over de ontwikkeling van zijn relatie met God en het proces van zijn bekering na de ontmoeting met Ambrosius.


De ontmoeting van Augustinus met een kind op het strand

Het bovenstaande is slechts bedoeld als inleiding en om uit te komen bij een derde belangrijk werk van Augustinus, namelijk De Trinitate ('Over de Drie-eenheid'), geschreven ongeveer tussen 397 en 426. Ik heb wel delen in de vorm van samenvattingen tot mij genomen, maar het is voor een niet geschoolde theoloog wel een erg complexe materie! Ik beperk mij daarom tot de opvatting van Augustinus dat God de Vader, God de Zoon en de Heilige Geest volledig gelijkwaardig en dus mede-eeuwig, onveranderlijk en oneindig zijn. De mens geworden Zoon, Jezus Christus, die in zijn tijdelijke aardse bestaan zijn goddelijke natuur bewaarde, is in deze eenheid begrepen. De drie ‘Personen’ vormen een volmaakte eenheid.


De kwestie van de Drie-eenheid zorgde onder Christenen al in de Late Oudheid en de Vroege Middeleeuwen voor grote theologische geschillen: vooral het Arianisme, de Arianen, volgelingen van Arius (256-336) hebben zich verzet tegen de erkenning hiervan. Het Eerste Concilie van Nicea (325) heeft de leer van Arius en de aanhangers als ketters verworpen. Met De Trinitate heeft Augustinus de verwerping van de leer van Arius van een deugdelijk theologisch fundament willen voorzien.


Met de legende van de ontmoeting van Augustinus met een kind op het strand wordt aangetoond dat Augustinus het zelf ook niet echt gemakkelijk had met de onderbouwing, de ordening en het omschrijven van de ingewikkelde materie waarnaar ‘De Heilige Drie-eenheid’ verwijst. In tegenstelling tot De Trinitate is het verhaal een pareltje vanwege de eenvoud, beknoptheid én de moraal.

De grondslag voor het verhaal van het gesprek van Augustinus met een kind over het mysterie van de Drie-eenheid treffen we aan in een apocriefe brief van Cyrillus van Jeruzalem (313-386).


Het verhaal vertelt dat in de tijd dat Augustinus bezig was met zijn boek Over de Heilige Drie-eenheid, hij over het strand liep om na te denken over het onderwerp. Hij had het er maar moeilijk mee! Plotseling werd hij tijdens zijn gepieker afgeleid door een jongetje dat druk heen en weer loopt tussen het water en een kuiltje dat hij op het strand had gegraven. Het kind blijft maar enthousiast op en neer lopen en lijkt niet te stoppen. Augustinus komt wat dichter bij en ziet nu dat het jochie een lepel in zijn hand houdt. Het kind loopt naar de kustlijn om met die lepel wat zeewater op te scheppen. Vervolgens loopt hij daarmee voorzichtig naar zijn kuiltje en laat het water erin vallen. Augustinus knoopt een gesprekje aan en vraagt het jongetje wat hij toch aan het doen is. Het kind zegt dat hij de hele zee in zijn kuiltje aan het scheppen is. Dan kan Augustinus een glimlach niet onderdrukken en zegt tegen het kind: “De zee is groot, jouw lepel maar klein en de kuil te ondiep.” Het kind is niet uit het veld geslagen: “Ik kan dit gemakkelijker doen dan dat u kunt verklaren waarover u aan het nadenken bent.” Door dat antwoord is de grote geleerde wel even uit zijn evenwicht gebracht en vraagt het kind waarover hij dan aan het nadenken is. Het jongetje zegt tegen Augustinus: “U piekert en zwoegt om met uw geringe verstand in uw kleine boek het onoplosbare geheim van de Drie-eenheid te begrijpen en te verklaren.” Na die woorden was het kind verdwenen. Augustinus begrijpt de boodschap; het kind heeft gelijk! Sommige zaken die het geloof betreffen zijn ondoorgrondelijk voor de menselijke rede. Het verstand van de mensen is domweg te beperkt om bepaalde geloofsmysteries te kunnen bevatten. Augustinus zal ook wel begrepen hebben dat het jongetje met ‘het kleine boek’ een vergelijking heeft gemaakt met het kleine kuiltje waarin hij de hele zee zou hebben willen scheppen.


Evenals het verhaal over Christoffel van vorige week behoorde ook dit verhaal in mijn kinderjaren tot mijn favorieten. Mijn moeder begon altijd groots uit te wijden over de wijsheid van Augustinus. Ze sleepte er werkelijk van alles bij…. en dan ineens komt die kleine wijsneus in het verhaal, die oh zo veel slimmer was dan die wijze Augustinus!

Fresco Benozzo Gozzoli, Chiesa di San Agostino in San Gimignano


Links op het fresco zien we Augustinus in de pij van de Orde van de Augustijnen. Hij is in gesprek met het jongetje dat bij zijn kuiltje knielt. De jongen wijst Augustinus op het water in het kuiltje en lijkt met de lepel in de andere hand nog wat water te willen scheppen. Rechts daarvan geeft Augustinus het geschrift met de orderegel van de Augustijnen aan de monniken van het klooster in San Gimignano.


Sandro Botticelli, Visioen van Augustinus, tempera op paneel:

20 x 38 cm, ca. 1480-‘88, Galleria degli Uffizi, Florence


Het schilderij van Botticelli is schitterend in eenvoud. De oude bisschop richt zich vaderlijk tot het jongetje. Zo vriendelijk mogelijk lijkt hij duidelijk te willen maken dat het kind zichzelf met een onmogelijk opdracht heeft opgezadeld. De uitgestrektheid van de zee wijst de beschouwer nog eens extra op de onuitvoerbaarheid van de plannen van het kind.

Het jongetje knielt voor de kuil die hij heeft gegraven. In zijn rechterhand houdt hij de lepel waarmee hij al het zeewater in zijn kuiltje wil scheppen. Met enig onbegrip over het antwoord kijkt de jongeman de bisschop aan: “Ik kan mijn taak gemakkelijker vervullen dan dat u kunt verklaren waarover u aan het nadenken bent.” Nu komt Augustinus tot het inzicht dat het voor een mens met zijn beperkte verstand letterlijk onbegrijpelijk is om dit geloofsmysterie te bevatten.

Fra Filippo Lippi, Visioen van Augustinus, tempera op paneel: 28 x 51,5 cm, 1450-’60, Hermitage, Sint Petersburg


Het verhaal spreekt van de zee en het strand. Het was op het schilderij van Botticelli al moeilijk om in die groene vlakte op de voorgrond een kustgebied te herkennen. Dat wordt nog moeilijker bij dit schilderij van Fra Filippo Lippi. De hoofdpersonen zijn gesitueerd aan de oever van een rivier. Beiden zijn het trapje afgekomen. Augustinus rust op iets dat wellicht een waterput zou kunnen zijn. Hij richt zich tot het jongetje dat een nimbus draagt! Natuurlijk is er in sommige versies sprake van dat het Jezus zou zijn geweest die duidelijk maakt hoe de vork in de steel zit.

Detail Fra Filippo Lippi, Visioen van Augustinus


Het jongetje heeft een klein lepeltje in de hand en knielt bij zijn kuiltje waar al wat water in zit. Tegelijkertijd richt hij zich op de bisschop. Met de linkerhand wijst hij naar rechtsboven op het schilderij. Daar zien we drie koppen in wat ooit ongetwijfeld een goudstralend licht moet zijn geweest. De drie koppen lopen in elkaar over. Zo zien we slechts vier ogen, maar elke kop lijkt er toch twee te hebben! Dit is een wel vaker voorkomende manier om de Drie-eenheid in beeld te brengen: drie personen die met elkaar tot één God zijn versmolten.

Detail van Fra Filippo Lippi, Visioen van Augustinus


Benvenuto Tisi da Garofalo (c.1481-1559), Augustinus met de Heilige Familie en de heilige Catharina van Alexandrië (‘Het visioen van de heilige Augustinus'), 64,5 x 81,9 cm, ca. 1520, National Gallery, Londen

Detail Benvenuto Tisi da Garofalo, het visioen van de heilige Augustinus


Franciscus Huybrechts (1630-1687), Visioen van Augustinus, bidprentje, met aquarelverf ingekleurde gravure op perkament: 8,5 x 6,2 cm, 17de eeuw


Het Jongetje wijst op de Drie-eenheid die in de lucht verschijnt. Het kind vergelijkt zijn poging om de zee met een lepel te legen met de pogingen van Sint Augustinus om het idee van de Heilige Drie-eenheid te doorgronden.


Augustinus in de beeldende kunst

Meester van de Heilige Augustinus, middenpaneel van het Altaarstuk met episoden uit het leven van Augustinus, olieverf op paneel: 137,8 x 149,9 cm, Brugge ca. 1490, The Cloisters, Metropolitan Museum of Art, New York


Het schilderij vormde het middenpaneel van een drieluik.

In de scène linksonder preekt Augustinus in Milaan. Ambrosius en de heilige Monica, de moeder van Augustinus zijn als toehoorders aanwezig. In de kerk daarboven wordt Augustinus tot priester gewijd. In het midden wordt Augustinus in de kerk van Hippo tot bisschop gewijd. In de scène rechtsonder onderwijst Augustinus de bevolking van Hippo.

Rechtsboven ontmoet Augustinus het jongetje dat hem duidelijk maakt dat het probleem waar Augustinus mee worstelt op z’n minst een even groot probleem is als voor elkaar te krijgen het water van de zee in zijn kuiltje te scheppen. Beide dingen zijn onmogelijk!

Detail van de preek van Ambrosius


Links van het preekgestoelte zit de heilige Monica, moeder van Augustinus. Dit is een anachronisme, want Monica stierf voordat Augustinus vanuit Milaan naar Afrika terugkeerde, maar dat geldt ook voor haar rozenkrans.

Toegeschreven aan Gerard Seghers, Augustinus van Hippo, olieverf op doek: 114,5 x 142, ca. 1620-1651, Kingston Lacy, Dorset, Engeland


Het schilderij maakt deel uit van een serie van vier schilderijen met de vier westerse kerkvaders.

Het jongetje met het schepje in zijn hand groeit uit tot een van attributen van Augustinus. Op het aan Gerard Seghers (1591-1656) toegeschreven schilderij verschijnt het kind aan de geleerde die bezig is met het schrijven van een theologisch werk. De schrijver wordt afgeleid! Het jochie lijkt de grote theoloog duidelijk te willen maken hoe het zit: Besef dat niet alles voor het menselijk brein te bevatten is: ben nederig, ook jij kunt niet alles uitleggen! In sommige dingen die het geloof betreffen moet je geloven, anders wordt het geloof immers 'weten'!

De Civitate Dei is een tweede herkenningsteken van Augustinus. Naast hem ligt namelijk een schriftrol met bovenaan (vanuit Augustinus gezien, dus voor ons ondersteboven): ‘De Civitate Dei’.

Philippe de Champaigne, Sint Augustinus met een brandend hart, olieverf op doek: 94 x 77 cm, ca. 1645-’50, County Museum of Art, Los Angeles

Detail van Philippe de Champaigne, Sint Augustinus


Op het schilderij van Philippe de Champaigne wordt Augustinus afgebeeld in zijn studeervertrek. In de ene hand houdt hij een schrijfveer en in de andere een vlammend hart. Ook op dit schilderij wordt de schrijver afgeleid. Hij kijkt om naar de verschijning van het Goddelijke licht. Daarin staat: VERITAS, de waarheid. De waarheid kan alleen van God zelf komen. Achter Augustinus staat een opengeslagen Bijbel, het woord Gods, ‘Biblia Sacra’ kunnen we met enige moeite bovenaan in kapitalen op de rechter pagina lezen. De Bijbel werd door Augustinus opgevat als hét uitgangspunt om tot de waarheid te geraken.

Nadat hij de Goddelijke waarheid heeft omarmd, vertrapt Augustinus de ketterse geschriften onder zijn voeten.

Detail van Philippe de Champaigne, Sint Augustinus


We kunnen de namen van de schrijvers van de ketters lezen op de boekrol en op de boeken: CAELESTIVS, PELAGIVS en IULIANVS. De twistgesprekken die Augustinus met hen voerde betroffen vooral de verschillen van inzicht over de erfzonde en de Goddelijke genade. Mogelijk dat daarmee wordt bedoeld dat Augustinus zijn ideeën daarover in het boek op het schilderij aan het opschrijven is.

Het Goddelijke licht, de Goddelijke waarheid en de Goddelijke liefde verlichten het hoofd én het hart van Augustinus. Het brandend hart is een van de belangrijke attributen van Augustinus. Het symboliseert de liefde van God waarmee het hart en de geest van Augustinus zijn vervuld.


Het brandend hart van Augustinus lijkt vooral te zijn gebaseerd op enkele passages uit Confessiones. Daarin beschrijft hij dat hij God ervaart als zijn grote liefde. Zo ongeveer in de gedachte: Mijn hart staat in vuur en vlam, wanneer ik denk aan u mijn God.

Belijdenissen 4,8: Zoals ik toen in vuur en vlam stond, mijn God om van het aardse terug te vliegen naar u!

Belijdenissen 4,9: Ach toe, Heer, toe, wek ons op en roep ons terug, zet ons in vuur en grijp ons, word gloed en word lieflijkheid.

Belijdenissen 4,11: En ik las maar en mijn hart stond in vuur en vlam door het vuur van uw eeuwige liefde.

Schelte Adamsz Bolswert, Augustinus met een brandend en met een pijl doorschoten hart, gravure, plaatrand: 133 x 92 mm, naar ontwerp van Rubens, uitgegeven door Cornelis Galle


Soms zien we dat een pijl het hart doorboort. De oorsprong hiervan ligt in de klassieke mythologie waar de pijlen van de Amor/Cupido symbool staan voor de goddelijke liefde.

Confessiones: 2,3. Gij hebt ons hart met uw liefde doorschoten en wij droegen uw woorden met ons mee, als pijlen die ons hart doorboren.


Peter Paul Rubens, Sint Augustinus, olieverf op doek:

264 x 175 cm, 1636-’38, Národní Galerie, Praag


Op het schilderij van Rubens herkennen we gemakkelijk het verhaal van Augustinus met het jongetje dat met een schelp water uit de zee schept. Rechts van het hoofd van Augustinus schilderde Rubens een tweede jongetje. Augustinus krijgt van hem het brandende hart én de uiterlijke tekenen van zijn bisschopsambt: de mijter en de bisschopstaf. Veel schrijvers komen tot de conclusie dat het tweede jongetje Amor is, hier opgevat als symbool van de goddelijke liefde die Augustinus ervaart.


De vier kerkvaders en de eucharistie

Abraham Bloemaert, Vier westerse kerkvaders verheerlijken de eucharistie, olieverf op doek, 206,5 x 155 cm, 1632, Museum Catharijneconvent Utrecht


De vier westerse kerkvaders worden vaak samen voorgesteld. Aan het hoofddeksel dat bij hun kerkelijke functie past zijn zij met enige moeite op het schilderij van Bloemaert te herkennen: Augustinus en Ambrosius waren bisschop, zij dragen een mijter. Gregorius de Grote draagt als paus een tiara. Hiëronymus zou kardinaal zijn geweest. Daarom wordt hij vaak met een rood kleed en een rode hoed voorgesteld. Hij heeft de functie van kardinaal echter nooit bekleed! Hiëronymus had zich, voordat hij naar Rome werd geroepen als kluizenaar in de woestijn teruggetrokken. Daarom wordt hij door Bloemaert voorgesteld als een persoon in schamele kleding.

De herkenning van de twee bisschoppen vormt ook enig probleem. Beiden dragen immers een bisschopsmijter op het schilderij van Bloemaert. Toch moet de bisschop links Augustinus zijn. Hij is het geweest die met zijn geschriften de andere kerkvaders heeft overtuigd van hetgeen er naar zijn inzichten tijdens de liturgie werkelijk plaatsvindt. Hij wordt op het schilderij door Bloemaert net iets prominenter dan zijn drie collega’s in beeld gebracht én hij wijst naar de monstrans met de hostie die op het altaar staat.


De eucharistie wordt beschouwd als het ‘sacrament der sacramenten’. Hierop is de katholieke gedachte over de Goddelijke genade gebaseerd. Tijdens de eucharistie herhaalt de priester de woorden van Jezus toen hij tijdens het Laatste Avondmaal het sacrament van de eucharistie instelde, toen hij het brood nam en zei ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam'. Daarna wordt tijdens de consecratie de kelk met wijn getoond. Dan herhaalt de priester Jezus’ woorden: ‘Drink allen hieruit, want dit is mijn bloed van het Nieuwe Verbond, dat wordt vergoten voor velen ter vergeving van de zonden.' (o.a. Mattheus 26: 26-28) Lucas is wat uitgebreider. Over het brood zegt Jezus bij Luacs: 'Dit is mijn lichaam; het wordt voor jullie gegeven. Blijf dit doen om mij te gedenken.' (Luc 22: 19-20) In de Brief van Paulus aan de Korintiërs: 'Dit is mijn lichaam dat voor u wordt overgeleverd. Doe dit tot mijn gedachtenis'. ... 'Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn bloed. Blijf dit doen om mij te gedenken, telkens wanneer jullie eruit drinken'. (1 Kor. 11: 24-25)

Nadat de priester de zogenoemde instellingswoorden heeft herhaald is, naar het inzicht van Augustinus en naar de geloofsovertuiging van de Rooms-Katholieke Kerk de transsubstantiatie een feit! Brood en wijn zijn, onveranderd voor de menselijke waarneming veranderd in het lichaam en bloed van Jezus. Daar komt nog bij dat volgens de leer van de Rooms-Katholieke Kerk tijdens het misoffer op het altaar, de offertafel het offer van Jezus steeds opnieuw daadwerkelijk plaatsvindt opdat telkens Goddelijke genade vrijkomt om de zonden van de mensen te vergeven.


Tijdens de Contrareformatie werden de vier Latijnse kerkvaders met hun geschriften opgevat als de verdedigers van de waarheid van de eucharistie, zoals die vooral door Augustinus was uitgewerkt. De drie kerkvaders rechts op het schilderij zijn nog met elkaar in discussie over hun verschillende inzichten. Augustinus wijst zelfbewust naar de monstrans met de hostie.


Ruud Priem schrijft in zijn artikelen over het schilderij dat het thema van de vier kerkvaders die de eucharistie verheerlijken na het Concilie van Trente (1545-1663) in de tijd dus van Abraham Bloemaert (1566-1651) actueel was geworden. De Reformatie had de gedachten van de kerkvaders met betrekking tot de eucharistie als bijgeloof verworpen. Het concilie daarentegen had de leerstelling van Augustinus met betrekking tot de eucharistie als geloofsartikel bevestigd. Daarom legt de Rooms-Katholieke Kerk er na het Concilie van Trente extra de nadruk op. Het schilderij draagt die boodschap uit en zal dus in de tijd van Bloemaert als uiterst Rooms-katholiek zijn ervaren! Het was daarom een gewaagde afbeelding die de schilder en de opdrachtgever behoorlijk in de problemen kon brengen.

Met het schilderij keert Bloemaert zich tegen de opvattingen van de protestanten. Voor hen is het brood namelijk slechts een symbolische verwijzing naar het lichaam van Jezus. Zij zijn ervan overtuigd dat Jezus alleen door het woord bij de gelovigen kan binnenkomen. Voor katholieken ligt dat anders. Zoals we al zagen veranderen in hun beleving het brood en de wijn tijdens de eredienst in het lichaam en bloed van Jezus. Hij is dus fysiek aanwezig op het offeraltaar en zijn lijden en sterven vinden daadwerkelijk, maar onzichtbaar plaats. Katholieken stellen dat door het eten van het brood en het drinken van de wijn Jezus zélf bij de gelovige binnenkomt. Bij het breken van het brood bij het Laatste Avondmaal had hij immers gezegd: ‘neemt en eet, want dit is mijn lichaam’.


Op het schilderij achter het altaar zien we een voorstelling van het Laatste Avondmaal, het moment dat Jezus het sacrament van de eucharistie zou hebben ingesteld. De figuur van Jezus die het brood breekt wordt aan het oog onttrokken, want precies daar plaatst Bloemaert de monstrans met de geconsacreerde hostie. De Rooms-Katholieke boodschap is duidelijk: de hostie vertegenwoordigt het lichaam van Jezus, dat is zijn brood!



Tot slot

Het spreekt naar mijn gevoel van groot zelfinzicht dat Augustinus op het einde van zijn leven zijn werken nog eens heeft doorgelezen. Het verslag daarvan lezen we in Retractationes ('Nalezingen'). Het werk geeft een goed inzicht in de ontwikkeling van Augustinus als persoon, als gelovige en als theoloog. Het boek geeft blijk van ruimhartigheid en laat zien dat wij niet te maken hebben met een halsstarrig denker; hij houdt niet perse vast aan ingenomen standpunten.


Augustinus in Retractationes: “Ik zou niet willen dat iemand heel mijn leer aanvaardt, maar alleen op het gebied waar hij zelf inziet dat ik me niet heb vergist. […] Ik ben mezelf ook niet op elk punt gevolgd. Ik denk dat ik dankzij Gods barmhartigheid voortgang gemaakt heb bij mijn schrijven, maar ik heb allerminst de volmaaktheid bereikt. […] Een mens mag goede hoop hebben als de laatste dag van zijn leven hem aantreft bij zijn pogingen om iets bij te leren.” … een mooie levensles!


Gebruikte Literatuur:

- Ruud Priem: De vier kerkvaders een schilderij van Abraham Bloemaert, Catharijne, Magazine van Museum Catharijneconvent Utrecht, 2011.3

- Online: Belijdenissen Augustinus, Een bloemlezing door Bernard Bruning OSA. De citaten uit het werk van Augustinus in bovenstaand artikel zijn overgenomen uit dit boek.

- Ruud Priem: De vier kerkvaders verheerlijken de eucharistie, een schilderij van Abraham Bloemaert, online geraadpleegd: 16-2- 2023

- Wikipedia: ‘De Civitate Dei’, 'Drie-eenheid', ‘Arius, ‘Arianisme’, ‘ Arianen’, geraadpleegd: 17 en 18 febr. 2023


P.S. Volgende week zal er geen nieuw artikel verschijnen!

231 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page