top of page

De Distelvink/ het Puttertje: over ‘een vrolijke kwetterende vogel’ met een kleurrijke verenpracht

  • Foto van schrijver: Paul Bröker
    Paul Bröker
  • 7 dagen geleden
  • 14 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 5 dagen geleden

Carel Fabritius, detail van Het puttertje, Mauritshuis, Den Haag

 

 Inleiding

Een paar weken geleden schreef ik op deze blog over de distelvink en de symbolische betekenis die de vogel heeft in de christelijke kunst. De distelvink eet vooral zaden van distels. Daaraan dankt de vogel zijn naam, in het Latijn: Carduelis carduelis. Het rode, bloedendekopje van de distelvink werd op verschillende manieren in verband gebracht met het lijden van Jezus en meer in het bijzonder met zijn doornenkroning. (zie op deze blog het artikel van 20 dec. 2025: Over de twee panelen van het Johannes Altaar van de Meester van het Johannes-Altaar én over oorlog en vrede)

 

Het puttertje

De distelvink wordt bij ons in de volksmond ook putter genoemd. Deze bijnaam dankt het aan een populair kunstje dat hem werd aangeleerd en dat hij blijkbaar goed verstond. Hierbij liet het diertje vanuit zijn behuizing een mini-emmertje aan een ketting in een bakje water zakken en haalde het vervolgens zelf weer naar boven om eruit te drinken.

Tussen Kerst en Nieuw waren we een dagje in Den Haag. Wanneer we daar wat tijd over hebben, worden we bijna als vanzelf naar het Mauritshuis getrokken. Al was het alleen maar om me voor de zoveelste keer te laten verrassen door Vermeers Gezicht op Delft, Rembrandts Saul en David én diens laatste Zelfportret. Ik had die dag ook de (ijdele) hoop dat de restauratie van De stier van Paulus Potter klaar zou zijn.

Bij mijn favoriete schilderijen van het museum hoort in ieder geval ook Het puttertje van Carel Fabritius (1622-1654). Het schilderij is een van de trekpleisters van het Mauritshuis. Tijdens het schrijven van het genoemde artikel van 20 dec. jl. kwam het schilderij van Carel Fabritius natuurlijk af en toe in mijn hoofd en we liepen er direct op af toen we in het Mauritshuis waren.


Carel Fabritius, Het puttertje, olieverf op paneel: 33,5 x 22,8 cm, 1654, Mauritshuis, Den Haag

 

Tijdens het schrijven van het genoemde artikel voelde ik de neiging om uit te weiden over een typische vaardigheid waarmee de putter op schilderijen een rol speelt. Ik heb daar toen niet aan toegegeven en besloot direct na het bezoek aan het Mauritshuis dat ik het verhaal over de distelvink/ het puttertje en een en ander wat daarmee in de beeldende kunst te maken heeft met een kort artikel op deze blog moest afronden. Bij dezen dus.


Een vroege vermelding en afbeelding van de distelvink treffen we aan in Der naturen bloeme (1287) van Jacob van Maerlant (1230-1300).

Onder de miniatuur lezen we: Carduelis (Latijnse naam voor distelvink) es een clene dinc en heet met ons een desteluinc.’: De distelvink is een klein ding/ dier dat bij ons distelvink wordt genoemd.

Op de illustratie in Der naturen bloeme bevindt het dier met het kenmerkende rode kopje zich tussen het struikgewas op zoek naar zaadjes.

 

Abraham Mignon, Fruitstilleven met eekhoorn en putter, olieverf op doek: 80,5 x 99,5 cm, ca. 1668, Museum Schloss Wilhelmshöhe, Kassel, Duitsland

 

De vooral in Nederland werkende kunstenaar van Duitse afkomst Abraham Mignon (1640-1679) werd geboren in Frankfurt en begon zijn kunstopleiding bij Jacob Marrel (1629-1681). Later ging hij in de leer bij Jan Davidszoon de Heem (1606-1684) die in Antwerpen en Utrecht werkte. Mignon vestigde zich in Utrecht. Hij werd bekend om zijn gedetailleerde en kleurrijke bloem- en vruchtenstillevens, die hij voornamelijk in Utrecht schilderde.


 Detail Abraham Mignon, fruitstilleven met rechts de vlijtige puttende putter

 

Aan de rechterkant van het detail van het schilderij van Abraham Mignon is goed te zien wat het kunstje is dat de putter was aangeleerd: zijn eigen drinkwater putten met een miniatuuremmertje. Het diertje staat op een platvorm waarop hij slechts geringe bewegingsvrijheid heeft. Echt vliegen zat er voor hem niet in. De ketting waaraan hij vastzit is bevestigd aan een ring die verticaal kan bewegen langs een gebogen stang. Verder kon het dier naar boven fladderen om op die stang te gaan staan of zitten. Zo kon hij met zijn spitse snavel de klep van het bakje boven zijn staart openen om daaruit wat voer te pikken. In zijn snavel houdt de putter een ketting waaraan iets als een vingerhoedje hangt. Dat laat hij op het schilderij vanuit zijn snavel naar beneden zakken tot in het glazen waterbakje. Vervolgens haalt hij het met water gevulde vingerhoedje aan het kettinkje omhoog zodat de arme putter na al dat opgelegd gehannes eindelijk kan drinken. Leve de lol in de huiskamer!

 

 Gerard/ Gerrit Dou (1613–1675), Meisje in een venster met druiventros, olieverf op paneel: 38 x 29 cm, 1662, Galleria Sabauda, Turijn, Italië

 

Links van het venster op het schilderij van Gerard Dou is het verblijf van de putter opgebouwd als een huisje met een trapgevel die onder andere kenmerkend is voor de Hollandse renaissancegevels van de koopmanshuizen aan de Amsterdamse grachten uit de zeventiende eeuw.


Detail Gerard Dou Meisje in een venster met druiventros,

 

Het lijkt erop dat de jonge vrouw met de rechterhand het vensterraam heeft geopend en nu losjes voorovergebogen met haar arm op de vensterbank leunt. Zij kijkt de toeschouwer heel direct aan. Het ziet ernaar uit dat ze ons een druiventros aanbiedt. Rondom het venster groeit een druivenrank.

 

Het schilderij van Gerard Dou wordt een genretafereel genoemd. Dat betekent dat we te maken hebben met een realistische voorstelling van het leven van alledag in de Gouden Eeuw. Met de aandacht die we zullen hebben voor de symboliek van de voorstelling zullen we zien dat de voorstelling van het puttertje het realisme geweld aandoet: er wordt de beschouwer een wijze les voorgehouden. Eddy de Jongh introduceerde de term schijnrealisme

 


Vanitas vanitatum, omnia vanitas: IJdelheid der

ijdelheden, alles is ijdelheid (Prediker 1:2)

en wat heeft dat met de putter te maken?

 

Het Latijnse woord vanitas betekent letterlijk ijdelheid’, Leegteof

 vergankelijkheid. Het begrip vanitas verwijst naar ijdelheid omdat het zinloos en dus ijdel is om te streven naar aardse geneugten als pracht en praal, rijkdom, macht, plezier en aards genot als overvloedige maaltijden, overmatig drankgebruik en het toegeven aan seksuele genoegens. Dat zijn allemaal aardse zaken omdat ze de aarde toebehoren. Het streven daarnaar is ijdel omdat we ze uiteindelijk op aarde moeten achterlaten.  

Vanitas verwijst ook naar Vergankelijkheid, naar de vluchtigheid en tijdelijkheid van het leven op aarde. De vanitas-gedachte komt erop neer dat het beter is om gedurende de korte tijd die we hebben ons te richten op geestelijke zaken en ons voor te bereiden op het leven na de dood.

 

Eddy de Jongh, van 1976-1989 hoogleraar iconologie en kunsttheorie aan de Universiteit Utrecht, plaatst het schilderij Meisje in een venster met druiventros van Gerard Dou binnen het bredere oeuvre van de kunstenaar, die bekend is om zijn fijne detailweergave en verborgen symboliek, vaak met een moralistische boodschap. In essentie interpreteert De Jongh het schilderij als een subtiele maar krachtige waarschuwing voor het toegeven aan seksuele begeerten.

De tros met druiven die het meisje de beschouwer aanbiedt wordt in de kunst niet alleen als lekker fruit opgevoerd. Van de druiven kan immers ook wijn worden gemaakt. Verwijzend naar het euforische gevoel dat het drinken van wijn met zich kan meebrengen wordt een druiventros in de beeldende kunst opgeroepen als een symbool van overvloed en van onbezonnen en onzedelijk gedrag dat wordt aangemoedigd door overmatig gebruik van alcohol. De voorstelling van de vrouw met de druiventros is een waarschuwing tegen overmatig aards genot en in het bijzonder seksuele losbandigheid. De vrouw vertegenwoordigt de 'Vrouwelijke vrijstond'. Dit duidt op een ongetrouwde vrouw die niet onder de wettelijke voogdij van een echtgenoot stond. Het duidt op een vrouw die min of meer haar gang kon gaan en zich onbehoorlijk gedroeg.

De vrouw op het schilderij roept ook het beeld op van de personificatie van 'Laetitia' (Latijn voor Vreugde en Geluk). De vrouw zou dus ook verwijzen naar het losbandig genieten van aardse zaken.

Het beeld van de uitnodigende vrouw betekende binnen de religieuze context van die tijd een waarschuwing voor vergankelijkheid en voor het ijdele streven naar aardse pleziertjes. Binnen dat kader vertegenwoordigt de vrouw op het schilderij de grote verleidster die met een lachend gezicht de beschouwer uitdagend een druiventros (of ook wel bloemen of ander fruit) aanbiedt als een concreet beeld van de aardse gelukzaligheid die hem wacht wanneer op haar avances wordt ingegaan.

Het schilderij zou niet alleen wijzen op de gevaren van het najagen van aardse geneugten, maar werd in de tijd van Gerard Dou begrepen als een waarschuwing tegen de zondige verleiding van een vrouw in z’n algemeenheid. In die zin zou zij weleens kunnen worden opgevoerd als incarnatie van Eva.

 

De Jongh's interpretatie, benadrukt een algemene morele les: de toeschouwer moet zich bewust zijn van de vergankelijkheid van aardse geneugten, van de zintuiglijke en materiële genoegens die het leven op aarde te bieden heeft. Zaken die direct genot geven, zoals lekker eten, drinken, seksualiteit en luxe moeten worden vermeden.

Kenmerkend voor de Hollandse zeventiende-eeuwse kunst is dat deze serieuze boodschap werd verpakt in een aantrekkelijk beeld van het leven van alledag.

Wat heeft dat alles nu met de putter te maken?


Een aantal conclusies van De Jongh sluiten wat mij betreft goed aan bij de vroegste moralistische bron over het puttertje die ik in de Nederlanden heb aangetroffen: predikant J.J. Steendam (ca. 1615-na 1670), Den Distelvink (1649)


 In Den Distelvink (1649) van J.J. Steendam is de overheersende moraal dat ware vreugde en waardigheid in vrijheid liggen en niet in ijdele zaken als bezit, uiterlijk vertoon en genot.

 

De distelvink/ de putter wordt door Steendam opgevoerd als een levendige, vrolijk zingende vogel. Door het dier letterlijk en de mens figuurlijk in gevangenschap te plaatsen, laat Steendam zien dat mensen gevangenen zitten in ijdel gedrag van hebzucht en vermaak. Zij tonen zich niet bereid zich hiervan te bevrijden. De sterke gebondenheid aan aardse genoegens is daarvoor te prettig. De putter daarentegen accepteert zijn gevangenschap. Het verricht vrolijk en fluitend de taak die hem door God is opgelegd. Opgetogen accepteert het diertje zijn aardse gevangenschap in de krappe omgeving die hem is gegeven terwijl de mensen er niets aan doen zich te bevrijden uit hun moreel verwerpelijke gevangenschap van het goede en gezapige leven.

In Den Distelvink is de overheersende moraal dat de mens zich, net als het puttertje in zijn kooitje moet schikken in zijn lotsbestemming op aarde. Wanneer je als mens in zonden leeft ben je niet vrij. Het puttertje heeft een vrolijk en vrij gemoed omdat hij vrij is van zonden.

Hoe we ook mogen denken over het niveau van deze redenering en de vergezochte moraal: de putter staat in deze gedachte symbool voor huiselijkheid; vooral vanwege het ijverig waterputten en het zich goedgemutst tevreden stellen met zijn taak. De mensen zouden zich moeten spiegelen aan het vrolijk zingende puttertje dat met zijn lied vreugde brengt en met zijn gedrag een voorbeeld vormt.

 

Vanwege het ijverig waterputten staat het puttertje symbool voor een vrouw die haar tijd nuttig invult door haar taak in het huishouden ijverig en op een gepaste manier in te vullen. Door het ‘bestieren van het huis’ (zie hieronder) kunnen vrouwen aan ledigheid ontkomen.

Ik heb hierover uitgebreid geschreven in het artikel van 12 okt 2024 op deze blog: De gezusters Maria en Martha, keukenvlijt en luisteren naar Gods woord in twee Utrechtse musea, Deel III. In dat artikel wordt duidelijk dat voor vrouwen de dagelijkse werkzaamheden in het huishouden zowat de enige manier was om een deugdzaam leven te leiden en ledigheid te vermijden. 


De spinster, anoniem embleem, gravure uit:

Versameling van uytgeleesene Sinnen-beelden, Leiden 1696


De in het genoemde artikel aangehaalde moralisten als Jacob Cats en Roemer Visscher maken duidelijk dat behalve dagelijkse werkzaamheden als poetsen, boenen en schoonmaken ook handwerk als spinnen, weven, borduren, naaien en kantklossen voor vrouwen dé bezigheid bij uitstek was om zich aan ledigheid te onttrekken en zodoende een deugdzaam en zinvol leven te leiden.

Zoals we op het detail van het anonieme embleem kunnen lezen is de spinnende vrouw een symbool van de deugd der huiselijkheid.


De tekst onder de voorstelling maakt duidelijk dat het ijverig invullen van haar taak in het huishouden het kroonsieraad is voor een vrouw: 

HUISLYKHEID IS’T VROUWEN KROON CIERAAD

Wat kroon zoo om een vrouw te cieren

Als’t neerstig vreedzaam huis bestieren!

 

In het huidige Nederlands komt de tekst op het volgende neer:

Het huishoudelijk werk is het kroonsieraad voor vrouwen

Er is geen kroon die een vrouw mooier kan sieren

dan zich met toewijding en zonder verzet bezig te houden met het huishouden!

 

Hét puttertje van Carel Fabritius

Nu we wel zo’n beetje op de hoogte zijn van de betekenis van de putter in de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst kunnen we met een rustig gevoel kijken naar hét puttertje.

 

Carel Fabritius, Het puttertje, olieverf op paneel: 33,5 x 22,8 cm, middenonder gesigneerd en gedateerd: C FABRITIVS 1654

De signatuur en de datum zijn direct in de natte verf aangebracht; een bewuste keuze om de realistische illusie te versterken.

 

Carel Fabritius (1622-1654) was de meest getalenteerde leerling van Rembrandt. Hij schilderde portretten, stillevens, stadsgezichten en historiestukken. In het jaar dat hij Het putterje schilderde kwam de 32-jarige schilder om bij de ontploffing van een enorme hoeveelheid buskruit die in het centrum van Delft, op de plaats van de huidige Paardenmarkt lag opgeslagen. Omdat hij op jonge leeftijd overleed liet de kunstenaar slechts een klein oeuvre na van twaalf schilderijen.

Het schilderij met het puttertje stemt de beschouwer rustig. We treffen er geen verborgen symboliek in aan en er is op zich niet heel veel op te zien. Het schilderij zal, gezien het onderwerp, in de tijd dat het werd vervaardigd geen groot opzien hebben gebaard. We zagen immers al dat een putter een redelijk alledaags tafereel was in een zeventiende-eeuwse huiskamer. De vogel werd gehouden om zijn fraaie heldere kleuren en het enthousiaste gekwetter en getjilp dat hij voortbrengt. Het vogeltje was vooral geliefd als huisdier vanwege het kunstje dat men hem kon aanleren, maar verwijzingen daarnaar ontbreken vrijwel volledig op het schilderij van Fabritius. Alleen de lange ketting om de poten van de putter en de grote schakel links verwijzen ernaar. Toch kan ik mij voorstellen dat de mensen die het schilderij van Fabritius indertijd in huis hadden het een innemende voorstelling vonden van een putter en dat is nog steeds zo. Ondanks de ogenschijnlijke eenvoud van het kleinood is het samen met het Meisje met de parel van Vermeer de publiekslieveling van het Mauritshuis. Ik heb het schilderij al talloze keren gezien, maar het blijft intrigeren en het dwingt de beschouwer er eens lekker voor te gaan zitten, maar er staan helaas geen stoelen in de ruimte waar het hangt! Van de andere kant lijkt mij dat ook wel goed. De toeschouwer moet sowieso enige afstand nemen om alles op het schilderij goed te kunnen opnemen. Zeker op drukke dagen is het natuurlijk geen doen om er een paar stoelen voor te zetten om een enkele toeschouwer eens lekker de tijd te gunnen er op zijn gemak voor te gaan zitten. Het is sowieso beter vanaf een paar meter afstand langzaam naar het schilderij te lopen. Dan kan men ervaren wat de de kunstenaar heeft willen voorstellen.

trompe l’oeil

Het lijkt er namelijk sterk op dat Fabritius een trompe l’oeil heeft willen schilderen. De overtuigende illusie van driedimensionaliteit en realiteit op het platte oppervlak van het schilderij wordt vooral gevoeld wanneer we het schilderij langzaam naderen. Pas wanneer we dichter bij het schilderij komen merken we dat de kunstenaar ons voor de gek heeft gehouden. Dat is ook de bedoeling van een trompe-l’oeil. Het Franstalige begrip 'trompe l’oeil' wordt in Nederlandse teksten over het algemeen niet vertaald. Toen men het omstreeks achttiendhonderd het toch wilde vertalen kwam men op 'oogbedriegertje'.


 Detail van Het puttertje van Fabritius

 

Het schilderij met de putter wordt wel omschreven als een levensecht portret van een distelvink.

Voorgesteld is een putter tegen een witgekalkte muur. Het diertje is geketend aan een vrij lange ketting die is verbonden met de schakel links aan de bovenste stang. Die vrij grote schakel kan met de bewegingen van de vogel naar links en rechts over de stang schuiven. Het diertje zit nu lekker rustig op de stang voor zich uit te kijken. Naar zijn natuurlijke verschijning heeft de putter een deels zwart-wit kopje, een bruine rug, een zwarte staart en zwarte vleugels met felgele strepen. De rode verf van het kopje is in de loopt van de tijd vervaagd. Dat zal oorspronkelijk een veel sprekender en voor de putter een levensechter rood kleuraccent op het schilderij zijn geweest.  

 Detail II van Het puttertje van Fabritius

 

Het trompe-l'oeil effect van Het puttertje wordt onder andere bepaald door de illusie van een echte, gepleisterde muur waarin de signatuur van de kunstenaar en het jaartal in de natte verf is gekerfd.


Detail III van Het puttertje van Fabritius

 

Voor het oog lijkt het er sterk op dat de grof aangebrachte 'kalk' op een enkele plaats is afgebrokkeld. Dit is goed te zien aan de grijze plek rechts van de onderste stang.

Waarschijnlijk hing het schilderij zonder lijst op een muur die vergelijkbaar was met de door Fabritius geschilderde muur. Hierdoor werd de grens tussen werkelijkheid en fictie voor het oog opgeheven.

 

De onzichtbare lichtbron van linksboven werpt realistische donkere schaduwen van het puttertje op de gepleisterde muur rechts. Ook de schaduwen van de voederbak en de gebogen stangen waarmee de zaadbak aan de muur is bevestigd verhogen de illusie van werkelijkheid. Door de schaduwen lijkt het alsof het vogeltje, de voederbak en de stangen echt uit de muur naar voren steken; het lijkt alsof het zich allemaal vóór de gepleisterde muur bevindt, in de echte ruimte waarin de toeschouwer zich bevindt.   

 

Detail IV van Het puttertje van Fabritius


Wat het Trompe-l'oeil betreft zijn er nog een aantal kleine zaken  die de ogenschijnlijke werkelijkheid en tastbaarheid van het voorgestelde vergroten. Zo wordt de toeschouwer misleid door het voor hem bekende vogeltje dat op het schilderij met zijn natuurlijke grootte van ongeveer twaalf centimeter wordt voorgesteld. Het kettinkje en de metalen ring zijn uiterst precies weergegeven met subtiele reflecties, wat bijdraagt aan de tastbaarheid van het geheel en de herkenning van het materiaal.

Samen zorgen deze elementen ervoor dat de toeschouwer optisch wordt misleid en het vogeltje en zijn omgeving als echt ervaart... de putter ziet er zo levensecht uit dat hij elk moment zou kunnen wegvliegen, ware het niet dat het diertje zit vastgebonden.  


Detail V van Het puttertje van Fabritius

 

 

Gebruikte literatuur

  • J.J. Steendam, Den Distelvink, Amsterdam 1649 

  • E. de Jongh, Zinne- en minnebeelden in de schilderkunst van de zeventiende eeuw, Amsterdam-Antwerpen 1967

  • E. de Jongh, Erotica in vogelperspectief. De dubbelzinnigheid van een reeks 17de eeuwse genrevoorstellingen. Simiolus 3, (1) 1968-69, 22-74.

  •  E, de Jongh, Grape symbolism in paintings of the 16th and 17th centuries, Simiolus, jaargang 7 (1974-1974), nummer 3, pagina's 166–191.

  • E de Jongh e.a., tentoonstellingscatalogus bij tentoonstelling Tot lering en vermaak. Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw, Amsterdam Rijksmuseum, Amsterdam, 1976

  • Frederik J. Duparc, Carel Fabritius 1622-1654, Zwolle 2004

  

P.S.

Terugblik op het afgelopen jaar en plannen voor het komende jaar


Beste lezers van Kunstblikken

Velen van u zullen al vernomen hebben van mijn plannen voor dit nieuwe jaar. Voor degenen die het nog niet gelezen hebben vat ik een en ander nog even samen.

 

2025: het was mij het jaartje wel! Ik heb met veel plezier gewerkt aan de artikelen over de Apocalyps, maar lichamelijk ongemak van zowel Jantje als van mij zorgde ervoor dat ik mijn geplande doelstelling van zo’n dertig artikelen het afgelopen jaar niet heb gehaald. Zeker achteraf gezien was ik al blij dat ik de reeks artikelen over de tweeëntwintig hoofdstukken van de Apocalyps heb kunnen voltooien en dat ik de traditionele paas- en kerstartikelen ook nog heb kunnen schrijven.

 

Ik merk dat het afgelopen jaar zowel op geestelijk als lichamelijk gebied er flink heeft ingehakt. Wanneer je op mijn leeftijd gezond bent, denk je al vlug: “ik red het nog wel een paar jaar”, Ik ervaar echter het gevoel dat het afgelopen jaar mentaal en fysiek veel van me heeft gevergd. Ik moet het wat rustiger aan gaan doen, ook wat Kunstblikken betreft! Tijdens het schrijven over de laatste twee hoofdstukken van de Apocalyps dacht ik eraan om volledig met Kunstblikken te stoppen. Niet lang daarna begon het gelukkig weer zo te kriebelen dat ik besloot in ieder geval een aantal artikelen rondom kerstmis te maken. Dat deed ik weer met zoveel plezier, dat ik dacht: “stoppen met Kunstblikken kan geen optie zijn!” Ik stop wel definitief met het geven van lezingen en het begeleiden van reizen.

In overleg met Jantje, de kinderen en andere naasten heb ik besloten het komende jaar te proberen iedere drie weken een nieuw artikel te schrijven. Als ik die termijn van drie weken aanhoud, moet dat lukken. Wanneer ik mij zo goed blijf voelen als nu ligt het in de verwachting dat er in 2026 zo’n achttien à twintig artikelen zullen verschijnen. Ik heb mij voorgenomen te proberen de artikelen wat beknopter te houden. De eerste resultaten hiervan heeft u vast al opgemerkt bij het lezen van de laatste drie publicaties en het bovenstaande artikel. Zo kan ik op een prettige en rustige manier met kunst bezig blijven. Daarnaast ben ik wat beter gaan inzien dat er meer is in het leven dan kunst alleen. “Dat zal eens tijd worden!”, hoor ik in mijn directe omgeving al mompelen.

 

Met vriendelijke groet,

Paul Bröker

 

 

 

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

1 opmerking


Han van Hagen
Han van Hagen
6 dagen geleden

Dag Paul, dankjewel voor je uitgebreide verhaal van het puttertje. Het putttertje werd in de christelijke traditie ook gebruikt als metgezel van een jonge Jezus. Het rode kopje is een voorspelling van het lijdensverhaal. Des te opomerkelijker is het dat Giovanni de Medici als jongeling ook een puttertje in zijn handen gedrukjt kreeg, die hij met een glimlach lijkt fijn te knijpen. Een schilderij van Bronzino. Zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Portrait_of_Giovanni_de%27_Medici_as_a_Child

Like
bottom of page