top of page

Pasen 2026: Over de zoektocht en de strijd om het Ware Kruis van Jezus

  • Foto van schrijver: Paul Bröker
    Paul Bröker
  • 6 uur geleden
  • 13 minuten om te lezen

Byzantijnse icoon, Keizer Constantijn de Grote en zijn moeder keizerin Helena flankeren het Ware Kruis van Jezus


Voorwoord

In het artikel 'Pasen 2021 (dl.1), de betekenis van de voorstelling van het kruis in de vroegchristelijke wereld' (21 maart 2021) schreef ik indertijd: Over de geschiedenis van Helena die het kruis terugvindt schrijf ik later.Welnu, die toezegging vul ik met onderstaand artikel na vijf jaar in! Als voorschot op het paasartikel van dit jaar loont het de moeite het artikel van vijf jaar geleden nog eens te lezen.

Ook het artikel: 'Pasen 2022 (dl.II), de legende van het kruishout' (9 april 2022) vormt een goede inleiding op het onderhavige artikel. Samen geven de drie artikelen een aardig inzicht in de geschiedenis van het hout waaruit het kruis van Jezus werd gemaakt.


Bladvullende miniatuur in de Homiliën van Gregorius van Nazianze, Bibliothèque Nationale de France, Parijs.

Boven: droom van Constantijn; midden: slag bij de Milvische Brug; onder: keizerin Helena vindt het kruis. De homilieën (preken) van Gregorius van Nazianze (329-390) vormen een belangrijke hoeksteen van de vroegchristelijke en Byzantijnse theologie.


Op de miniatuur bovenaan in de Homiliën van Gregorius van Nazianze (329-390) is keizer Constantijn (ca. 280-337) in diepe slaap verzonken. Met de ogen gesloten beleeft hij het visioen dat het Romeinse Rijk voorgoed zou veranderen. In zijn droom ziet de keizer een kruis met de woorden: In hoc signo vinces, In dit teken zult gij overwinnen.



In het midden van de driedelige miniatuur galoppeert het paard van de keizer richting de Milvische brug waar de strijd zich afspeelt. De tegenstanders slaan op de vlucht en de paarden springen in paniek van de brug. In de lucht is het kruis verschenen dat de keizer in zijn droom al had gezien. Op het kruis lezen we in het Grieks de woorden van dat visioen: In dit teken zult gij overwinnen. Het Leger van zijn tegenstander Maxentius wordt de rivier ingejaagd en de manschappen verdrinken.

Het visioen en de daaropvolgende overwinning leidde ertoe dat het christendom in de vierde eeuw transformeerde van een vervolgd geloof naar een getolereerde godsdienst (313: Edict van Milaan). Onder keizer Theodosius1 werd het christendom uiteindelijk verheven tot staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk (380: Edict van Thessaloniki). Rond 400 ontstaat de traditie dat Helena, de moeder van Constantijn, het kruis van Jezus zou hebben teruggevonden.


Helena vindt het kruis

Keizerin Helena (ca. 248-ca. 329), de moeder van keizer Constantijn, had een bijzondere verering voor het kruis waaraan Jezus was gestorven en waaraan haar zoon de belangrijke overwinning te danken had. In 320 besloot zij naar Jeruzalem te gaan om dat zegebrengende kruis te gaan zoeken. Helena liet een aantal Joodse geleerden bij zich komen en, na enige druk te hebben uitgeoefend, vertelde een zekere Judas haar dat zijn vader hem op zijn sterfbed had meegedeeld dat diens grootvader, een neef van Stefanus, de eerste christelijke martelaar, hem de plaats had aangewezen waar het kruis verborgen lag. Judas bracht Helena naar die plek. Na de dood van Jezus werd deze plaats vanzelfsprekend vereerd door de vroege christenen. Keizer Hadrianus (regeerperiode 117–138), een verwoed christenvervolger, had hier een tempel voor Venus laten oprichten, opdat de christenen die deze plaats kwamen vereren, ook deze godin zouden aanbidden. Dat wilden de christenen natuurlijk koste wat kost vermijden. Daarom werd de locatie voortaan gemeden en raakte na verloop van tijd de plaats waar het kruis onder de grond verborgen lag, in de vergetelheid.


Op de miniatuur in de Homiliën van Gregorius van Nazianze wordt Helena, gehuld in een purperen mantel, omringd door Joodse geleerden. Rechts is de keizerin aanwezig terwijl Judas, na enig graafwerk de contouren van een kruis blootlegt.


Door een wonder wordt het ware kruis herkend.

Helena gaf opdracht de tempel af te breken. Toen dat gebeurd was, begon Judas in de grond te graven en na verloop van tijd vond hij drie kruisen: dat van Jezus en die van de twee moordenaars die samen met Jezus waren gekruisigd. De drie kruisen waren niet van elkaar te onderscheiden. Welk kruis was dat waaraan Jezus was gestorven? Judas hield een passerende begrafenisstoet aan. Hij legde de eerste twee kruisen op het lichaam van de gestorvene, maar deze reageerde niet. Toen het laatste kruis met de dode in aanraking werd gebracht, kwam hij terstond tot leven. Dat laatste kruis moest wel het kruis van Christus zijn.


Agnolo Gaddi, (Florence ca. 1350-1396), de vondst van het kruis van Jezus. Het fresco maakt deel uit van de cyclus met de Legende van het Ware Kruis ca.1380-1390, Cappella Maggiore, Basilica di Santa Croce, Florence.


Links van het midden wordt het kruis op het hoofd van de overledene gelegd, waarna hij uit de dood opstaat. Op het fresco is hij al rechtop gaan zitten.


Detail van het fresco met de Kruisvinding van Helena.


Twee opgegraven kruisen liggen op de voorgrond; het derde wordt uit een gat in de grond gehesen.

 

Helena brengt het kruis naar Jeruzalem

Fresco van Agnolo Gaddi Helena draagt het kruis naar Jeruzalem en schenkt het aan de stad.

Op het fresco is de bevolking van de stad massaal uitgelopen en knielt voor het kruis neer.


Het kruis werd in twee stukken verdeeld. Een deel gaf Helena aan haar zoon Constantijn, die het in Constantinopel bewaarde. Het andere stuk liet zij achter op de plaats waar het was gevonden.

Deze verdeling markeert het begin van de uiteindelijke versplintering van het kruis. Er werden namelijk steeds fragmenten van afgenomen, waardoor in de Middeleeuwen vrijwel elke plaats van enige betekenis claimde één of meerdere kruisrelieken binnen haar stadsmuren te hebben.


Khosrow II, koning der Perzen, rooft het kruis uit Jeruzalem

De Perzische koning Khosrow II (ook bekend onder de namen Chosroës, Khusro en Khosraw) regeerde van ca. 590–628. Hij speelde een centrale rol in een van de grootste conflicten tussen het Perzische en het Byzantijnse Rijk én in de Legende van het Ware Kruis. Door de mengeling van geschiedenis en legende is het vaak moeilijk om een exact onderscheid te maken. Tijdens de Byzantijns-Perzische oorlogen wist koning Khosrow in 614 Jeruzalem te veroveren op het Byzantijnse Rijk. Hierbij werd grote schade aangericht en werden veel christelijke heiligdommen geplunderd, waaronder het kruis waaraan Jezus werd gekruisigd. Dat moet dan het deel van het kruis zijn dat Helena had gevonden en in Jeruzalem had achtergelaten, nadat een wonderbaarlijke opwekking van een dode het had geïdentificeerd. Khosrow bracht de grote buit naar zijn paleis in de Perzische hoofdstad Ctesiphon. Deze stad lag aan de rivier de Tigris, in het huidige Irak. Het andere deel had Helena geschonken aan haar zoon, keizer Constantijn die het meenam naar Constantinopel.

 

Agnolo Gaddi, Khosrow, koning van de Perzen, rooft in Jeruzalem het kruis waaraan Jezus is gestorven.

In het midden van het fresco verlaat Khosrow (met kroon en in geelgekleurde kleding) Jeruzalem. De koning klemt het kruis strak tegen zich aan. Hij wordt op het fresco afgebeeld, omgeven door een gevolg van bedienden en soldaten, die met hun uitgestoken lansen onder de stadspoort door trekken.

 

Khosrow gebruikt het kruis om zichzelf als God te laten verheerlijken.

Door het buitmaken van het kruis uit Jeruzalem trof Khosrow het christendom in het hart en vernederde hij het christelijke Byzantijnse Rijk. Het deel van het kruis dat Helena in Jeruzalem had achtergelaten, bevond zich nu in het bezit van de vijand: de heidense Perzische koning. Behalve de vernedering van de vijand wordt nog een andere belangrijke reden genoemd waarom Khosrow het kruis in zijn bezit wilde hebben. Hoewel Khosrow geen christen was (hij hing het zoroastrisme aan), heerste er in die tijd een sterk geloof in de kracht van occulte voorwerpen. Hij hoefde dus niet als christen in het kruis te geloven: het gold, in de religieuze belevingswereld van die tijd als een object met bijzondere kracht. Het had immers blijk gegeven van het vermogen wonderen te verrichten, zoals het tot leven wekken van doden. Met de hulp van dit kruis zou Khosrow zijn goddelijkheid kunnen aantonen en zijn onderdanen zouden zijn goddelijke status bevestigen.


De toren van Khosrow

Fresco Agnolo Gaddi, Khosrow laat zich als God vereren


Na zijn expeditie naar Jeruzalem keert Khosrow met het kruis terug naar zijn thuisland. In de Legenda Aurea wordt verteld dat Khosrow, gedreven door het verlangen om als God erkend en vereerd te worden, een troonzaal liet bouwen van goud, zilver en edelstenen. Op het gewelf waren afbeeldingen aangebracht van de zon, de maan en sterren. Via voor bezoekers onzichtbare leidingen werd water naar ruimtes boven het gewelf geleid, zodat het op zijn teken als regen door sproeiers in het gewelf, naar beneden kon vallen. alsof hij God wasvoegt Jacobus de Voragine er nog aan toe. In die streken werd regen beschouwd als een geschenk van God of van de goden. De samensteller van de Legenda Aurea vermeldt ook nog een kelderruimte: In een onderaardse ruimte liepen paarden die wagens trokken om de indruk te wekken dat de toren schudde en om een gedreun voort te brengen als van donderslagen.Ook dit verwees naar de macht van de goden, die mensen met donder en bliksem straften als zij iets deden wat de hemelbewoners niet welgevallig was. Nu kon Khosrow laten zien dat hij de macht had om zijn onderdanen onder de duim te houden; hij was de goddelijke heerser over de natuurelementen.


Muurschildering, onderdeel van een serie voorstellingen van de Legende van het Ware Kruis ca. 1240-1250) met Chosroës COSSOROS lezen we boven de voorstelling, Sint-Blasiuskerk in Braunschweig.


De kwaliteit van de afbeelding is matig, maar vanwege de, voor zover mij bekend, unieke voorstelling heb ik de afbeelding toch opgenomen in dit artikel.

Vanuit een goddelijke en als een zon stralende mandorla regeert Chosroës/ Khosrow met een scepter als God, als Alheerser (een voorstelling van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest) over zijn kunstmatige miniatuuruniversum. Omdat de naam COSSOROS boven de gezeten gestalte is aangebracht is het wel zeker dat we hier te maken hebben Chosroës/ De ‘Alheerser-Khosrow’ is gezeten naast het kruis (links), dat een symbool is van Jezus. Ter hoogte van zijn voeten herkennen we iets van een vogel: het is de duif van de Heilige Geest, waarmee de Heilige Drie-eenheid compleet is.

Enkele details zijn soms wat beter te herkennen op de zwart-witfoto hieronder. Zo zien we rechts van de ‘Alheerser’ een derde persoon die Jezus, de mens geworden Zoon van God zou kunnen voorstellen.



Keizer Heraclius brengt het kruis terug naar Jeruzalem.

De Legenda Aurea opent het verhaal over de terugbrenging van het kruis naar Jeruzalem met keizer Herakleios, die tegenwoordig vooral bekend is als Heraclius, de gelatiniseerde vorm van zijn oorspronkelijke Griekse naam. Hij regeerde van 610 tot 641 als keizer van het Oost-Romeinse, Byzantijnse Rijk. Heraclius trekt met zijn leger op naar een brug over de Donau om daar de strijd aan te gaan met het Perzische leger, dat onder leiding staat van Kavadh, de zoon van Khosrow II. Na de overwinning van de Byzantijnen verklaart Kavadh zich bereid zich te laten dopen. Wanneer Heraclius vervolgens naar de troonzaal van Khosrow optrekt, weigert de koning in te gaan op het voorstel dat ook hij zich zal laten dopen. Wanneer zijn zoon zich laat dopen, tracht Khosrow dit te verhinderen door hem uit de doopvont te trekken. Daarop onthoofdt Heraclius de oude koning Khosrow.

Voor zover ik weet is er geen betrouwbare historische bron die een specifieke slag bij een brug over de Donau beschrijft tussen Heraclius en Kavadh. Het verhaal is een legendarische traditie rond de Legende van het Ware Kruis. Het is wel bekend dat Keizer Heraclius de Perzen versloeg in een reeks veldtochten en dat Khosrow in 628 werd afgezet en gedood. In 630 bracht Heraclius het kruis plechtig terug naar Jeruzalem.


 Angelo Gaddi, Heraclius brengt het Kruis terug naar Jeruzalem


Op het fresco van Angelo Gaddi is de bevolking van Jeruzalem uitgelopen om getuige te zijn van het historische moment dat het gestolen kruis door de Byzantijnse keizer naar hun stad wordt teruggebracht. In het midden zit Heraclius hoogmoedig op zijn paard en houdt het kruis voor zich uit. Hij kijkt naar de engel die hem op de gesloten (dichtgemetselde) stadspoort wijst.


De zelfvernedering van Heraclius

De Legenda Aurea vertelt dat keizer Heraclius de reliek van het ware kruis in een indrukwekkende triomftocht, omgeven door keizerlijke pracht, praal en eerbetoon, Jeruzalem wilde binnendragen. Toen hij bij de stadspoort aankwam, sloot deze zich op onverklaarbare wijze. Daarop verscheen een engel, die hem eraan herinnerde dat Jezus de stad in alle eenvoud en nederigheid was binnengetrokken: in simpele kleding en gezeten op een ezel. Het paste dan ook niet dat een keizer, getooid met alle uiterlijke tekenen van zijn waardigheid, de Heilige Stad met het kruis zou binnentrekken. De engel droeg Heraclius op zijn keizerlijke gewaden en kroon af te leggen en als boeteling het kruis nederig te dragen. Hij mocht het kruis alleen dragen zoals Jezus dat had gedaan toen hij de stad verliet, op weg naar Golgotha. Pas toen Heraclius zich vernederde en blootsvoets, gehuld in een wit boetekleed en met het kruis op zijn schouders, de stad naderde, gingen de poorten voor hem open.

Op het fresco van Gaddi lijkt het erop dat de stenen van de stadspoort uit de muur zijn gevallen zodat de keizer met het kruis naar binnen kan trekken. Heraclius nadert blootsvoets en in een wit boetekleed de stadsmuur. Opvallend is dat hij nog wel een kroon draagt, een detail dat vaker voorkomt op voorstellingen van dit thema. Blijkbaar moet er onderscheid blijven, zelfs op dit moment dat symbool staat voor uiterste nederigheid.

 

Gebroeders van Limburg, miniatuur In de Belles Heures du duc, de Berry 

(1408-1409), The Cloisters, New York.


Op de miniatuur van Herman, Paul en Johan van Limburg wordt het verhaal over twee pagina’s naast elkaar in beeld gebracht. Op de eerste bladzijde verschijnt Heraclius in een fraai uitgedoste wagen en in keizerlijk ornaat bij de stadspoort van Jeruzalem. De poorten zijn op een kier na al gesloten. De paarden trekken onstuimig met hun hoofden aan de teugels, onrustig als zij zijn geworden van de poorten die plotseling voor hun ogen dichtslaan.


Gebroeders van Limburg, miniatuur In de Belles Heures du duc, de Berry


Op de tweede miniatuur de Belles Heures du duc, de Berryheeft Heraclius zijn keizerlijk gewaad afgelegd en ingewisseld voor een wit boetekleed. Met zijn hoofd nederig gebogen en gebukt onder de last van het kruis loopt de keizer naar de stadspoort, waarvan de deuren zich nu wijd hebben geopend.


Gebroeders van Limburg, derde miniatuur In de Belles Heures du duc, de Berry, de aanbidding van het teruggevonden Kruis.


Naar het verhaal in de Legenda Aurea bracht Heraclius het kruis naar Golgotha. Daar werd het, op een altaar geplaatst in een gouden reliekhouder bezet met edelstenen. Op de plaats van de kruisiging van Jezus werd het ruis als eerste vereerd door keizer Heraclius. Hij is waarschijnlijk de knielende figuur in de blauwe Mantel.

Lange tijd herdacht de Katholieke Kerk de ontdekking van het kruis door Helena op 3 mei. Omdat de historische basis voor dit feest wel erg dubieus werd gevonden, werd de feestdag in 1960 afgeschaft. Het maakte plaats voor één centrale viering. Sindsdien ligt de focus op 14 september: de feestdag van de Kruisverheffing, die ook herinnert aan de inwijding van de Heilig Grafkerk in 335 en de plechtige opheffing (verheffing) van het kruis voor de gelovigen.


De reliekschrijn van Stavelot

Triptiek van Stavelot met geopende zijluiken


Op het middenpaneel van het Triptiek van Stavelot worden twee kleine Byzantijnse drieluikjes uit de elfde-begin twaalfde eeuw getoond, eveneens met geopende zijluiken. In de twee mini triptieken zijn deeltjes van het Kruis aangetroffen. De relieken bevonden zich al in de Byzantijnse drieluikjes voordat de panelen tussen 1154 en 1158 werden geïntegreerd in de grotere structuur van het Stavelot Triptiek. Dit gebeurde waarschijnlijk in opdracht van abt Wibald die van 1130 tot 1158 aan het hoofd stond van de benedictijnenabdij van Stavelot (België) Tegenwoordig maakt de beroemde reliekschrijn deel uit van de collectie van het Morgan Museum and Library in New York. Afmetingen van het Stavelot Triptiek:

·  Middenpaneel: hoogte: 480 mm, breedte: 318 mm 

·  Zijvleugels van het middenpaneel elk: hoogte: 484 mm, breedte: 158 mm

·  Doorsnede van de medaillons op de zijvleugels: diameter: 108 mm, met rand 


 

Middenpaneel van het Stavelot Triptiek

Het grootste van de twee Byzantijnse drieluikjes toont, in het midden van de onderste zone, keizer Constantijn en keizerin Helena, die traditioneel worden geassocieerd met de ontdekking en verering van het kruis. Zij flankeren een kruisvormige reliekhouder waarin fragmenten van het Ware kruis zijn gevat. Deze opstelling benadrukt zowel de historische legitimatie van de kruisverering als de keizerlijke bescherming ervan. Daarom werden aan weerszijden van deze centrale compositie vier Byzantijnse soldatenheiligen gepositioneerd.  

Boven de dwarsbalken van het grote Byzantijnse triptiek treffen we ten halve lijve Maria en de engel aan; het is een voorstelling van de aankondiging dat Maria de moeder van de Zoon van God zal worden. De voorstelling verbeeldt ook het moment waarop Jezus mens wordt. Het bij elkaar plaatsen van de annunciatie en het reliekenkruis kan worden opgevat als een visuele verbinding van de incarnatie van Jezus en de verlossing: de aankondiging van Christus menswording wordt hier direct in verband gebracht met het kruis, het instrument van zijn latere offer en verlossing. Hiermee wordt de theologische eenheid benadrukt: incarnatie en verlossing zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op de zijpanelen van de reliekhouder treffen we zes geëmailleerde medaillons aan (drie links, drie rechts) die momenten uit de Legende van het Ware Kruis in beeld brengen. Een aantal van de verhalen werd al toegelicht op deze blog in de artikelen uit 2021 en 2022 die in de inleiding van dit artikel worden genoemd.


Linkervleugel van het Stavelot Triptiek

Onderwerpen van de linkervleugel, het verhaal van keizer Constantijn van onder naar boven:

  1. Droom/ het visioen van Constantijn. Er is een engel aan het voeteneind van de keizer verschenen. De hemelbode wijst op het kruis dat de keizer de volgende dag de overwinning zal brengen: In dit teken zult gij overwinnen.

  2. Onder het teken van het kruis verslaat het leger van Constantijn het leger van zijn rivaal bij Milvische Brug.

Omdat er in de Legende van het Ware Kruis niet overvloedig met jaartallen kan worden gestrooid hecht ik eraan op momenten dat het mogelijk is met jaartallen een en ander in historisch perspectief te plaatsen. De Slag bij de Milvische Brug vond plaats op 28 oktober 312 n.Chr. Tijdens dit historische treffen bij de Tiber, vlakbij Rome, versloeg Constantijn zijn rivaal Maxentius, wat hem de heerschappij over het West- Romeinse Rijk opleverde.

3. Na de overwinning bekeerde Constantijn zich tot het christendom en zou zich volgens de legende hebben laten dopen door paus Silvester1, paus van 314 tot 335 n.Chr. In feite liet de keizer zich pas vlak voor zijn overlijden in 337 n.Chr. dopen

Hoewel de legende beweert dat paus Silvester1 hem doopte, wijzen historische bronnen zoals de christelijke theoloog, geschiedschrijver en bisschop Eusebius van Caesarea (260 tot 340) erop dat de keizer op zijn sterfbed werd gedoopt door bisschop Eusebius van Nicomedia, (Bisschop van Nicomedia vóór 325-338). Er bestaan veel verhalen over vroege christenen die hun doop zo lang mogelijk uitstelden, omdat zij geloofden dat de doop alle eerder begane zonden uitwiste en men zo zonder zonden kon sterven, waardoor de toegang tot de hemel verzekerd was.


Rechtervleugel van het Stavelot Triptiek

Onderwerpen van de rechtervleugel, het verhaal van Helena van onder naar boven:

  1. Helena ondervraagt Joden om de plaats van het kruis te weten te komen. De brandstapel rechts verwijst naar het verhaal dat Helena de mannen dreigde hen in het vuur te laten werpen wanneer zij zouden volharden in hun weigering te onthullen waar het kruis verborgen was.

  2. De vondst/opgraving van drie kruisen in Jeruzalem. Judas wordt door de Joodse mannen naar voren geschoven. Het was hen bekend dat hij de plaats kende waar het kruis verborgen lag.

  3. De herkenning van het ware kruis geschiedt door een wonder: een jongeman wordt door aanraking met het kruis uit de dood opgewekt, waarmee de verlossende en levenwekkende kracht ervan wordt bevestigd.


De zes scènes op de medaillons van de reliekschrijn vormen samen een beknopt middeleeuws beeldverhaal van de zoektocht en de strijd om de reliek van het ware kruis van Jezus.



Gebruikte Literatuur

  • De Belles Heures van Jean, duc de Berry met een Inleiding van Millard Meiss en Elizabeth Beatsom, Utrecht/Antwerpen 1974

  • Paul Bröker, Rondom Pasen, Iconografie en symboliek in de beeldende kunst rondom de opstanding van Jezus, Utrecht, 1998

  • Barbara Baert, Een erfenis van heilig hout, De neerslag van het teruggevonden kruis in tekst en beeld tijdens de Middeleeuwen, Leuven 2001

  • Jacobus de Voragine, Legenda aurea, Levens van de heiligen, vertaald uit het Latijn en ingeleid door Ton Hilhorst en Carolien Hilhorst-Boink, Amsterdam, 2023, pagina’s 410-418 (de vinding van het kruis door Helena), en 741-747 (Khosrow en Heraclius)



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page