top of page

Een verhaal uit de Decamerone: over Nastagio en de dochter van Paolo Traversaro én over de schilderijen van Botticelli

  • Foto van schrijver: Paul Bröker
    Paul Bröker
  • 14 feb
  • 20 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 23 feb

Miniatuur in een Franstalige uitgave van de Decamerone,

onbekende Vlaamse kunstenaar uit de tijd van Filips de Goede (1396-1467)


De miniatuur brengt twee cruciale scènes uit de geschiedenis van Nastagio in beeld: aan de linkerzijde wordt hij hovaardig afgewezen door de dochter van Paolo Traversaro en aan de rechterzijde doodt een ruiter op een zwart paard een jonge vrouw. Zij wordt besnuffeld door de honden van de ruiter.



Inleiding

Het verhaal over Nastagio en de dochter van Paolo Traversaro uit de Decamerone is waarschijnlijk zo bekend vanwege de schokkende combinatie van liefde, gruwelijkheid en moraal. De wrede, helse strafscène, de eeuwige jacht waarbij een vrouw door honden wordt verscheurd is ongewoon gewelddadig.

De geschiedenis van Nastagio werd nog beroemder door de reeks van vier panelen (1483) van Sandro Botticelli. De wreedheden van het verhaal werden door de Florentijnse kunstenaar eerder benadrukt dan verdoezeld. Vrijwel iedereen die het Prado heeft bezocht zal zich de panelen van Botticelli herinneren. Het verhaal erachter blijft echter voor velen duister. welnu...






















Andrea del Castagno, Florentijnse schilder ca. 1421-1457) portret van Giovanni Boccaccio (links) en portret van Francesco Petrarca (rechts),

fresco’s, ca.1450, Galleria Uffizi, Florence, Italië   



Inleiding: een enkele opmerking

over de waardering van de Decamerone

Giovanni Boccaccio was een invloedrijke Florentijnse schrijver en dichter uit de vroege Renaissance. Hij geniet met name nog bekendheid als de auteur van de Decamerone (eerste versie van het manuscript waarschijnlijk rond 1353).

 

Boccaccio (1313–1375) en Francesco Petrarca (1304-1374) hebben elkaar goed gekend. Ze waren bevriend en er is veel van hun briefwisseling bewaard gebleven. Wat de Decamerone betreft getuigt de correspondentie echter niet van een hechte band tussen de twee. Vooral Petrarca blaast in zijn brieven aan Boccaccio hoog van de toren. Petrarca verzamelde en bestudeerde oude manuscripten, zoals de werken van Cicero, Vergilius en Seneca die in zijn tijd vaak vergeten of in ongebruik waren geraakt. Door de herontdekking van klassieke bronteksten legde hij de basis voor het Renaissance-humanisme. Hij vond de Decamerone te luchtig, te erotisch en te volks. Veel verhalen in de Decamerone pasten niet bij de serieuze, moralistische en klassieke opvattingen van Petrarca. In de correspondentie met Boccaccio geeft hij hautain te kennen de Decamerone maar vluchtig te hebben gelezen en dat het naar zijn gevoel voor de massa is bedoeld, maar uw leeftijd in ogenschouw genomen (Petrarca was hooguit elf jaar ouder dan Boccaccio!) en het publiek voor wie het is bestemd kunt u verontschuldigd worden. Zo koud kan de wind van de Parnassus blazen.schrijft Kees Fens over de aangehaalde teksten van Petrarca Hij deed dat in zijn bespreking van de nieuwe vertaling van de Decamerone*1


De Decamerone speelt zich af tegen de historische achtergrond van de pestepidemie die vanaf de vroege lente van 1348 tot in de winter van dat jaar Florence in zijn greep hield. In de inleiding schrijft Boccaccio dat zeven jonge vrouwen uit de gegoede burgerij besluiten de pestepidemie in Florence te ontvluchten. Zij beramen plannen om zich terug te trekken in het zacht glooiende heuvellandschap rond de historische stad Fiesole, een kleine tien kilometer buiten Florence. Vooral de gezonde berglucht trekt hen sterk aan. Nog voordat ze de stad verlaten sluiten drie jongemannen zich bij de jongedames aan.

We zullen zien dat het verhaal over Nastagio elementen bevat die kenmerkend zijn voor een ridderroman, terwijl de bovennatuurlijke verschijning van de jagende ruiter in het bos bij Ravenna doet denken aan de fantastische elementen die kenmerkend zijn voor de Arthurromans en de ridders van de ronde tafel.


Het gezelschap verblijft in een fraai landhuis, dat omgeven is door een idyllisch landschap. Naarmate de raamvertelling zich ontvouwt, zien we dat de jongelui zich overgeven aan muziek en dans, verrukkelijke maaltijden en wijn, lange wandelingen, verkoeling in bosmeertjes én het uitwisselen van verhalen. De groep verblijft in totaal tien dagen op het landgoed, Decamerone betekent letterlijk ‘tien dagen’. Op de eerste dag werd afgesproken dat ieder lid van de groep elke dag een verhaal vertelt, al met al komt dat neer op precies honderd verhalen.


Nastagio en de dochter van Paolo Traversaro

Het verhaal dat ons vandaag bezighoudt gaat over Nastagio en een niet met name genoemde dochter van Paolo Traversaro. Van de negende tot de dertiende eeuw vormde het geslacht van de Traversari een van de invloedrijkste adellijke families in Ravenna.

Het verhaal over Nastagio degli Onesti (geen historische persoon) en de dochter van Paolo Traversaro is de achtste vertelling op de vijfde dag. Het verhaal wordt in de Decamerone verteld door Filomena, een van de zeven vrouwen uit het gezelschap. De geschiedenis speelt zich af in Ravenna en in een bos in de omgeving van de stad.

 

Het verhaal

Nastagio degli Onesti had na het overlijden van zijn vader en zijn oom een flinke erfenis ontvangen. Hij koesterde de ijdele hoop dat hij een goede partij was voor de verblindend mooie dochter van Paolo Traversaro en hij deed er alles aan om haar liefde te winnen.

Nastagio is weliswaar erg rijk, maar van lage komaf. Daarom zou Paolo Traversaro (ca. 1145–1191) het aanzoek om de hand van zijn dochter zeker hebben afgewezen, maar de hooghartige dochter was haar vader voor. Hoe haalde Nastagio het in zijn hoofd om te denken dat hij het met al zijn geld haar liefde zou kunnen winnen? "Door haar oogverblindende schoonheid en hoge adellijke afkomst nam zij een zelfgenoegzame houding aan tegenover Nastagio" lezen we in de Decamerone. Al zijn avances werden door de jongedame met grove minachting afgewezen.

 

Door zijn onbeantwoorde liefde kreeg Nastagio het steeds moeilijker. Hij raakte zo zwaarmoedig dat hij zich van het leven wilde beroven. In de hoop dat hij haar zou vergeten probeerden zijn vrienden hem ervan te overtuigen dat het verstandig was een poos weg te gaan uit Ravenna. Pas na flink aandringen stemde hij daarmee in en vertrok. Hij vestigde zich in Classe, een antieke havenplaats niet ver buiten Ravenna. Daar begon hij een leven te leiden dat qua rijkdom en luxe ieders voorstellingsvermogen te boven ging. Het leek er sterk op dat hij zijn geliefde uit het hoofd had verbannen. "Toen gebeurde het op een vrijdag in het begin van mei dat zijn gedachten toch weer uitgingen naar zijn wrede geliefde…"


Nastagio besloot te gaan wandelen in een uitgestrekt bos om eens rustig te kunnen nadenken over de situatie waarin hij verzeild was geraakt. Wanneer hij afdwaalt, lijkt hij een visioen te ervaren: een soort helse jacht, opgelegd aan twee mensen als straf voor de zonden die zij tijdens hun leven hebben begaan.


Nastagio werd ruw uit zijn mijmeringen over de dochter van Paolo Traversaro gerukt toen hij het hartverscheurend geschreeuw hoorde van een vrouw. Toen hij om zich heen keek zag hij uit het dichte struikgewas een jonge, naakte vrouw op hem afrennen. Haar haar was verward en haar lichaam was getekend door schrammen van takken en doornen. Ze werd opgejaagd door twee agressieve mastiffs (een groot hondenras dat werd gebruikt bij de jacht op groot wild). De honden sprongen onophoudelijk tegen haar op en beten haar waar ze maar konden. Luidkeels smeekte het meisje om genade. Uit het niets verscheen achter haar een in het zwart geklede ruiter op een zwart paard. Met een van woede vertrokken gezicht en zwaaiend met zijn zwaard overlaadde hij haar met ijzingwekkende doodsbedreigingen. Nastagio werd heen en weer geslingerd tussen zijn angst voor de grimmige ruiter en zijn medelijden met het meisje. Uiteindelijk besloot hij er alles te doen om haar afschuwelijke lot te voorkomen. Hij was ongewapend en pakte daarom een stevige tak uit het struikgewas. In zijn poging het meisje ten koste van alles te beschermen stormde Nastagio daarmee af op de ruiter en diens honden.

 

De helse jacht, verluchting in een anonieme Italiaanse uitgave van de Decamerone, 15e eeuw, Bibliothèque nationale de France, Parijs, Frankrijk


Op de illustratie zat Nastagio in gedachten op de grond. Nu trekt het met bloed overdekte naakte meisje zijn aandacht. Hopeloos schreeuwend om hulp rent ze op hem af. Ze wordt opgejaagd door een ruiter met getrokken zwaard en twee honden die bijtend en blaffend naar haar opspringen. Nadat Nastagio de aandacht van de ruiter had getrokken, spreekt hij zijn afschuw uit. Hij laat hem merken het buitengewoon laf te vinden dat een gewapende man een weerloze naakte vrouw met honden opjaagt alsof ze een wild dier is. Nastagio verzekert de ruiter dat hij het meisje met alle macht zal beschermen tegen haar belager. De ruiter sprong van zijn paard en sprak Nastagio toe. Hij begint ermee zich voor te stellen: Nastagio, mijn naam is Guido degli Anastagi, ik woonde in dezelfde stad als jij. Toen jij nog een kleine jongen was, was ik op deze feeks hier nog veel verliefder dan jij nu bent op de dochter van Paolo Traversaro. Maar zij bleef hooghartig en onbarmhartig mijn liefdesbetuigingen afwijzen. Op een dag ontnam ik mij uit wanhoop het leven met het zwaard dat ik nu in mijn hand heb. Voor deze daad werd ik veroordeeld tot het eeuwig hellevuur. Kort daarna blies ook dit kreng hier, die zich buitensporig had pleziert om mijn dood, haar laatste adem uit. Vanwege haar wreedheid en leedvermaak werd zij eveneens in de hellepoel gestort. Daar werd ons een gruwelijke straf opgelegd. Zij werd ertoe veroordeeld om eeuwig voor mij uit te vluchten en ik, die haar zo teder beminde, moest haar als mijn aardsvijand achtervolgen. Tot zover het begin van Guido's verhaal, maar zijn gruwelijke relaas is daarmee nog niet ten einde.


  Het eerste paneel van Sandro Botticelli: de helse jacht

Sandro Botticelli, de helse jacht, eerste paneel van een serie van vier schilderijen met scènes uit Boccaccio’s geschiedenis van Nastagio degli Onesti, olieverf op paneel, alle schilderijen: 83 x 138 cm, 1483, Museo del Prado, Madrid (uitgezonderd het vierde paneel).

 

Detail I van het eerste paneel

 

Dreigend met zijn zwaard achtervolgt Guido de jonge vrouw. Twee honden springen tegen haar op en bijten zich tot bloedens toe vast in haar billen. De wanhopig vluchtende vrouw rent op Nastagio af. Hij heeft een stok in de handen genomen om de ruiter op zijn aanstormende paard tegen te houden en de honden ervan te weerhouden het meisje nog langer te belagen. De zwarte hond is moeilijk te zien op de foto. Wanneer u goed kijkt ziet u zijn achterpoten onder het lichaam van de witte hond. De nagels van zijn rechtervoorpoot heeft het dier in het rechterbovenbeen van het meisje gezet. Daarboven zien we nog iets van zijn zwarte kop.


Detail II van het eerste paneel

 

Bloed vloeit uit de wonden die de opspringende witte hond met zijn scherpe tanden en nagels heeft aangebracht.

 

 

Het tweede paneel van Sandro Botticelli: de straf van Guido degli Anastagi en het meisje zal eeuwig duren.

Guido degli Anastagi gaat verder met zijn relaas: Telkens wanneer ik haar inhaal, word ik door een onzichtbare kracht gedwongen mijn geliefde neer te steken met het zwaard waarmee ik ook mijzelf van het leven beroofde. Daarna moet ik haar lichaam openrijten om haar koude, wrede hart, dat nooit liefde en medeleven heeft gekend, samen met haar ingewanden uit het lichaam te rukken en die voor de honden werpen. Korte tijd later zal zij volgens Gods almachtige wil weer opstaan alsof zij nooit dood is geweest. Zij zal dan opnieuw huilend en krijsend op de vlucht slaan. De honden en ikzelf gaan weer achter haar aan. Zo haal ik haar elke vrijdag in, op deze plaats en precies op dit uur, waarna ik het bloedbad aanricht dat je zo meteen met eigen ogen zal aanschouwen. Denk vooral niet dat we de andere dagen rusten, want hetzelfde tafereel speelt zich dagelijks af op andere plaatsen waar zij snode plannen tegen mij beraamde of uitvoerde.

De ruiter bezweert daarop: Nastagio laat de goddelijke gerechtigheid de vrije loop en staak elk verzet tegen het onvermijdelijke


Sandro Botticelli, Guido degli Anastagi doodt het meisje, tweede paneel van de serie van vier met gebeurtenissen uit de geschiedenis van Nastagio.

 

detail I van het tweede paneel, Guido doodt het meisje,

 

Nadat de ruiter zijn betoog heeft beëindigd voert hij de hem opgedragen helse straf uit: Terwijl zij luidkeels op haar knieën om genade smeekt, stort Guido zich meedogenloos op haar lichaam en steekt met al zijn kracht het zwaard in haar rug". 

 

detail II van het tweede paneel, Guido snijdt de ingewanden uit het lichaam van het meisje

 

"Huilend en kermend valt zij voorover languit op de grond. Daarna snijdt hij haar rug open en haalt het hart en de andere ingewanden uit haar lichaam."

 

Op het detail ligt het meisje met gesloten ogen op de grond. Met het zwaard in de hand snijdt Guido haar rug open. Met de andere hand haalt hij het hart en de ingewanden uit het lichaam van zijn slachtoffer…

 

… en gooit die voor de honden. De ogenschijnlijk uitgehongerde dieren storten zich op hun dagelijkse maaltijd en in een oogwenk is alles verslonden, detail III van het tweede paneel.


detail IV van het tweede paneel

 

Voor Nastagio werd het blijkbaar allemaal te veel. Terwijl hij angstig de plaats des onheils verlaat kijkt hij nog een keer achterom. De stok waarmee hij het meisje tegen de verschrikkingen wilde beschermen, ligt op de voorgrond naast haar lichaam; het heeft niet mogen baten.


detail V, van het tweede paneel.

Op de achtergrond is het meisje uit de dood opgestaan

 

De honden hadden hun laatste hap nog maar nauwelijks naar binnen gewerkt of het meisje sprong alweer op alsof er niets was gebeurd. Haar opstanding zal haar niet tot grote vreugde hebben gestemd. Zij moest immers opnieuw op de vlucht slaan. De ruiter sprong weer op zijn paard en greep zijn zwaard en zette de achtervolging in. Ook de honden dreven haar weer op en beten haar op alle mogelijke plaatsen. Nog voordat Nastagio goed en wel besefte wat er gebeurde, waren de ruiter en zijn honden al uit het zicht verdwenen.

De tegenstelling op het schilderij van Botticelli is groot. Op de voorgrond ligt het meisje dood op de grond. Op de achtergrond van het tafereel is zij tot leven gekomen. Weer moet zij rennen voor haar leven. Zoals Boccaccio het beschrijft rent zij nu over het strand bij de zee waar zij opnieuw achterna wordt gezeten door de ruiter die dreigt met zijn zwaard en de honden die tegen haar opspringen.

 

Het derde paneel van Sandro Botticelli: het plan van Nastagio, het banket in het dennenbos

 Wanneer Nastagio weer wat is bekomen van wat hij zojuist heeft meegemaakt, komt hij tot een ingenieus plan dat uiteindelijk is gericht op het alsnog winnen van de liefde van de dochter van Paolo Traversaro. Het verhaal dat Guido degli Anastagi hem had verteld zou hem daarbij weleens goed van pas kunnen komen. Diens woorden: Zo haal ik haar elke vrijdag in, op deze plaats en precies op dit uur, waarna ik het bloedbad aanricht dat je zo meteen met eigen ogen zal aanschouwen, vormden het uitgangspunt voor zijn plannen.

 

Nastagio besloot zijn familieleden en vrienden uit te nodigen. Hij richtte zich allereerst tot zijn vrienden: Jullie willen allang dat ik mijn onbeantwoorde liefde opgeef en mijn geld niet langer verspil. Ik ben bereid jullie je zin te geven op één voorwaarde: jullie moeten ervoor zorgen dat Paolo Traversaro en zijn vrouw, zijn dochter en alle vrouwelijke leden van zijn familie, hoe meer vrouwen hoe beter zelfs, volgende week vrijdag met mij het middagmaal komen gebruiken. De reden van mijn verzoek zal jullie wel duidelijk worden wanneer het zover is. 

Dat vonden zijn vrienden geen enkel bezwaar. Ze nodigden de gasten uit waarom Nastagio had gevraagd. Alle genodigden gingen op de uitnodiging in, alleen de dochter van Paolo Traversaro maakte bezwaar, maar uiteindelijk stemde ook zij in om van de partij te zijn.

Toen dit probleem was opgelost, liet Nastagio op die vrijdag een vorstelijk banket aanrichten. De tafels werden gedekt op de onheilspellende plek waar hij kort tevoren had gezien hoe het hooghartige meisje zo meedogenloos werd omgebracht. Bij de aanwijzing van de plaatsen aan tafel zorgde hij ervoor dat zijn hoogmoedige geliefde op de plaats zou komen te zitten met het beste zicht op het bloedige tafereel dat zich zou afspelen.


Sandro Botticelli, het banket in het bos, derde paneel uit een serie van vier met gebeurtenissen uit de geschiedenis van Nastagio degli Onesti

 

En inderdaad: "kort nadat de laatste gang was opgediend werd in de verte het wanhopige gehuil en gejammer hoorbaar van een opgejaagde vrouw. Kort daarna kwam zij ongekleed in het zicht van de genodigden. Ze werd op de voet gevolgd door de woeste ruiter met zijn agressieve honden. Vrijwel op hetzelfde moment stond het helse gezelschap oog in oog met de gasten aan tafel. Velen van hen wilden het meisje te hulp schieten. De man in het roze kleed heft zijn vuist op naar de ruiter.


detail I van het derde paneel, het banket in het bos


Op het paneel lijkt het alsof Nastagio als een regisseur het schouwspel naar zijn hand zet. Achter de tafel deinzen mannelijke toeschouwers van schrik achteruit. Ze zijn ontzet wanneer ze zien dat het meisje haar belagers probeert voor te blijven. Tevergeefs, de honden bijten zich vast in haar bovenbenen en Guido degli Anastagi richt dreigend het zwaard op zijn slachtoffer.

 

detail II van het derde paneel, het banket in het bos,


Op dit detail rent het achtervolgde meisje af op het gedeelte van de tafel waar de dames zitten. Ook zij reageren heftig en springen ontzet van hun stoelen op. Op de tafel valt van alles om en een deel van het eten, het eetgerei en de broodmanden zijn op de grond beland. Het achtervolgde meisje steekt de handen uit naar de vrouwen links en kijkt hen smekend aan. Vlak voor hun ogen zal zij op de grond vallen en zal Guido zijn dagelijkse helse opdracht opnieuw ten uitvoer brengen. Voor de zoveelste keer zal hij haar ombrengen en haar rug opensnijden om de ingewanden uit haar lichaam te trekken om die vervolgens aan zijn honden te voeren. Nastagio had de vrouwen niet voor niets op de voorste rij laten plaatsnemen. Vanaf die plaats zouden zij niets van het spektakel missen. Het lijkt mij dat de derde vrouw van links de geliefde van Nastagio is. Het lijkt er sterk op dat hij zich met zijn blikken op haar richt en in de gaten houdt hoe het meisje reageert op het bloedbad.


Nadat de ruiter de gasten hetzelfde verhaal had verteld als een week eerder aan Nastagio en de pointe ervan tot hen was doorgedrongen, was de stemming aan tafel flink omgeslagen.

Boccaccio benadrukt dat vooral veel vrouwen onder de gasten familie waren van de achtervolgde vrouw of van haar achtervolger. Haar arrogante houding en de oprechte liefde van Guido wiens wanhoop door de afgewezen liefde hem tot zijn zelfdoding had gedreven, stonden hen nog helder voor de geest. "Het verhaal van de ruiter bracht vooral onder de geschrokken vrouwen heftige emoties teweeg. De tranen vloeiden rijkelijk en het leek er zelfs op dat zij voor zichzelf bang waren het tragische lot van het meisje ook te moeten ondergaan".

Zodra Guido zijn taak had volbracht was hij na de dood en opstanding van het meisje opnieuw achter haar aangegaan en begonnen de geschrokken toeschouwers commentaar te leveren op het voorval en het verwerpelijke gedrag van het meisje.

Decamerone: "Wie echter het meest was geschrokken was de hartvochtige geliefde van Nastagio. Dat kwam niet alleen doordat zij door Nastagio op de eerste rang was geplaatst, maar ook omdat haar gedachten onmiddellijk uitgingen naar haar aanbidder en de laatdunkende manier waarop zij hem had afgewezen. Toen zij de straf van het meisje eenmaal begreep en vooral toen zij haar straf vlak voor haar ogen zag plaatsvinden, voelde ze dat juist zíj het lot van het meisje als eerste onverbiddelijk zou moeten ondergaan. In haar gedachten zag zij zich al voor de ruiter uitrennen terwijl hij haar met een van woede vertrokken gezicht achtervolgde en de honden haar aanvielen".

Haar angst voor dit vooruitzicht was zo groot dat ze geen moment meer wilde verliezen: haar afkeer van Nastagio sloeg om in liefde en nog diezelfde avond liet zij hem een brief bezorgen waarin zij liet weten dat hij welkom was en dat zij bereid was al zijn wensen in te willigen. Nastagio reageerde gepast: Hij liet haar weten dat het bericht hem veel vreugde gaf, maar dat zijn eigen genoegens niet de boventoon mochten voeren. Hij wilde haar eer niet bezoedelen en daarom eerst met haar trouwen. In het besef dat het alleen maar aan haar lag dat zij niet allang zijn vrouw was, stemde zij meteen in met het voorgestelde huwelijk en bracht haar ouders opgetogen op de hoogte van haar plannen. Ze reageerden nu helemaal enthousiast op het voorgenomen huwelijk van hun dochter.

 

Op het derde schilderij kom ik hieronder nog terug om duidelijk te maken waarom er tegen de bomen op de achtergrond een aantal wapenschilden is aangebracht.

 

Het vierde paneel van Sandro Botticelli: Het huwelijksfeest van Nastagio met de dochter van Paolo Traversore

Sandro Botticelli Botticelli, Het huwelijksfeest, vierde en laatste paneel van de serie met gebeurtenissen uit de geschiedenis van Nastagio Onesti


Nastagio zit links in het midden op de tafel met de wijnkoelers, recht tegenover zijn in het wit gestoken kersverse bruid… enfin, je moet er wel wat voor over hebben om je liefje te veroveren!

 

Domenico Ghirlandaio, detail fresco (ca. 1483-1485), Sassetti-kapel in de Santa Trinità, Florence met en rechts van hem Lorenzo de' Medici (149-1492), de beroemdste telg uit het geslacht De' Medici. Helemaal rechts staat Francesco Sassetti (1421-1490) met zijn zoon Teodoro. Francesco was de stichter van de familiekapel en opdrachtgever van het fresco. Helemaal links staat Antonio Pucci.  


De familie Pucci en de panelen van Botticelli

In tegenstelling tot de andere panelen van Botticelli in het Prado bevindt het vierde paneel van de Nastagio-reeks zich in het Palazzo Pucci in Florence. In dit historische zestiende-eeuwse stadspaleis, niet ver van de Duomo wordt de private kunstcollectie en het familie-erfgoed bewaard van de huidige mode- en oude adellijke familie Pucci.

 

Het vierde paneel verbeeldt het huwelijksfeest van Nastagio en de dochter van Paolo Traversaro. De voorstelling van het huwelijksfeest kan naar mijn gevoel worden opgevat als een exemple d’histoire. Ook in Nederlandstalige teksten wordt de Franse term gebruikt voor een kunstwerk met een voorstelling uit de literatuur of de geschiedenis. Met een exemple d’histoire werd de moraal van het oorspronkelijke verhaal via het kunstwerk overgebracht om de opdrachtgever, of degene voor wie het kunstwerk was bestemd die moraal voor te houden.

We zullen zien dat de moraal van de geschiedenis van Nastagio en de dochter van Paolo Traversaro door Antonio Pucci, met Botticelli’s panelen werd voorgehouden aan zijn zoon Giannozzo en wellicht vooral aan diens bruid. De reeks van vier schilderijen was een huwelijkscadeau! 

Het staat vast dat de panelen door Boccaccio werden gemaakt in opdracht van Antonio Pucci (ca. 1309–1388) die behoorde tot de adellijke Pucci-familie in Florence. Deze invloedrijke familie onderhield nauwe banden met De' Medici-familie en andere politieke en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders in Florence. De panelen werden in 1483 bij Botticelli besteld ter gelegenheid van het huwelijk tussen Lucrezia Bini en Giannozzo, de zoon van Antonio Pucci."

 

Uit archiefstukken komt naar voren dat na de dood van Gianozzo's eerste vrouw er een tweede huwelijk voor hem werd gearrangeerd, nu met de dochter van Piero Bini die in de vijftiende eeuw behoorde tot de stedelijke elite van Florence. Het huwelijk vond in hetzelfde jaar plaats als de opdracht voor de vier panelen van Botticelli. De huwelijksdatum is goed gedocumenteerd in zowel de archieven van beide families als in kunsthistorische bronnen. Daaruit valt ook op te maken dat niemand minder dan Lorenzo de' Medici (1449 -1492) als zakelijk bemiddelaar optrad tussen de families Pucci en Bini.


 We treffen het wapen van de familie Pucci aan op de voorgevel van het Palazzo Pucci. De opvallende Moorse kop met witte hoofdband zou verwijzen naar de deelname van de Pucci-familie aan de Reconquista waarbij christelijke legers op het Iberisch Schiereiland het opnamen tegen de Moren die grote delen van Spanje en Portugal bezet hielden.

 

Nu we een en ander weten over de familie Pucci, is het goed om opnieuw te kijken naar het derde paneel uit de serie van Botticelli.


 Detail IV van het derde paneel, Botticelli, het banket in het bos

 

Tegen de stammen van drie bomen zijn achter het gezelschap drie wapenschilden bevestigd. Linksboven herkennen we het wapenschild van de familie Pucci aan de donkere man met de witte band om het hoofd.

 

Ook de familie Bini (de familie van Gianozzo's bruid Lucrezia) claimde deelname aan de Reconquista en heeft daarom vrijwel hetzelfde wapenschild als de Pucci. Het familiewapen van de Bini treffen we helemaal rechts aan op het detail van het derde paneel van Botticelli, boven de hand van Guido degli Anastagi die het zwaard opheft naar het meisje.

De wapens van de Pucci en de Bini familie flankeren op het derde paneel het bekende wapenschild van Ik trof het door mij indertijd uitgeknipte krantenartikel aan in de hierboven genoemde uitgave van de Decamerone van Frans Denissen.; we komen het nog steeds veel tegen in Florence: zes bollen op een gouden achtergrond en een blauwe bol met daarop Franse lelies in het midden van het schild.                             

 

In z’n algemeenheid kunnen de wapenschilden van de drie families fungeren als een visuele claim van status en bontgenootschap in de vijftiende-eeuwse Florentijnse maatschappij, waarmee families hun afkomst en verbondenheid konden benadrukken.

Het wapen van De' Medici staat op het derde paneel centraal tussen de twee andere wapenschilden. Hoewel Lorenzo d' Medici bemiddelde tussen de families Pucci en Bini, was geen van zijn eigen verwanten als bruid of bruidegom bij de verbintenis betrokken. Het kon in ieder geval geen kwaad om politieke loyaliteit en onderworpenheid aan deze machtige familie te tonen.


Op het vierde paneel van Botticelli vindt het huwelijksbanket min of meer in de openlucht plaats. Links en rechts zien we een arcade met Romeinse rondbogen en in de achtergrond een Romeinse triomfboog die wel in verband wordt gebracht met de gedachte dat oprechte liefde (van Nastagio) overwint. Het gezelschap heeft plaats genomen in een opgeknapte ruïne van een klassiek bouwwerk dat in niets lijkt op het Palazzo Pucci waar volgens sommigen het huwelijksfeest van Giannozzo Pucci en Lucrezia Bini zou hebben plaatsgevonden.

Bovenop de zuilen links en recht op de voorgrond treffen we de wapenschilden aan van de familie Pucci en van de familie Bini. Met enige moeite herkennen we in het midden het wapen van De' Medici.


De moraal van het verhaal van Nastagio en de

dochter van Paolo Traversaro:

op de breuklijn van hoofse liefde en burgerlijke moraal

Boccaccio besluit het verhaal met: "De zondag daarop vond de huwelijkssluiting plaats. Dat was echter niet het enige directe gevolg van de geschiedenis, want voortaan schikten de vrouwen van Ravenna, bij wie de schrik er behoorlijk in zat, zich een stuk makkelijker dan vroeger! naar de verlangens van de mannen" De slotwoorden hebben naar mijn mening een belangrijke morele strekking, zeker omdat Boccaccio de geschiedenis van Nastagio met deze conclusie afsluit.

Met de aangehaalde opmerking sluit Boccaccio aan bij de positie van vrouwen in zijn eigen tijd. In die tijd gold hun gehoorzaamheid als noodzakelijk om de maatschappelijke orde in stand te houden; angst en dwang golden toen blijkbaar als aanvaardbare middelen om de vrouwelijke onafhankelijkheid te beknotten. Boccaccio sluit daarmee aan bij de opkomende burgerlijke moraal van zijn tijd. De ridderlijke hoofse moraal tegenover vrouwen liep ten einde...

Aanvankelijk lijkt Boccaccio met het verhaal over Nastagio nog aan te sluiten bij de moraal van de hoofse liefde, waarbij de onbereikbare liefde van de vrouw-dienende ridder centraal staat. In de middeleeuwse ridderromans is de hoofse ridder onderdanig en beschermend en bepaalt de vrouw wie zij liefheeft of afwijst. De houding van Nastagio was in het begin van zijn ontmoeting met de ruiter nog kenmerkend voor de hoofse liefde. Hij spreekt tegenover de ruiter immers zijn afschuw uit over diens optreden en vindt het buitengewoon laf dat een gewapende man een weerloze vrouw met honden opjaagt alsof ze een wild dier is. Nastagio maakt de ruiter duidelijk dat hij er alles aan zal doen om het meisje tegen haar belager te beschermen.

Nadat Guido zijn verhaal aan Nastagio had verteld en het herhaalde voor het gezelschap in het bos, sloeg de stemming in beide gevallen om. Men toonde nu veel meer begrip voor wat de ruiter het meisje aandeed.

In de tijd van Boccaccio was de hoofse ridderlijke actieve opoffering ten opzichte van vrouwen omgeslagen. In het verhaal van Nastagio worden vrouwen uiteindelijk juist aangemoedigd de liefde van mannen te beantwoorden en zich niet afwijzend op te stellen. In die tijd werd er steeds meer de nadruk op gelegd dat het afwijzen van oprechte liefde van mannen een zonde is tegen de natuur of de sociale orde. De 'helse jacht' werd, in ieder geval door Boccaccio, als een expliciet waarschuwingsmiddel opgevat.

Binnen de context van het verhaal was het primaire doel gericht op het overtuigen van vrouwen om de attenties van mannen te accepteren, teneinde een soortgelijk lot als als dat van de achtervolgde jonge vrouw te voorkomen.

Boccaccio concludeert in zijn slotzin dat de vrouwen van Ravenna zich na deze gebeurtenis 'heel wat makkelijker dan vroeger bij de wensen van mannen neerlegden'. 'Vroeger' slaat op de tijd waarin het verhaal zich afspeelt: in de tijd van Paolo Traversaro (ca. 1145–1191). Dat is dus zo'n 200 jaar vroeger dan rond 1353, toen het eerste manuscript van de Decamerone verscheen. In die tweehonderd jaar is er dus heel wat veranderd. In de tijd van Paolo Traversaro golden nog de idealen van de hoofse liefde. In de tijd van Boccaccio waren de ridderlijke, hoofse hoogachting voor vrouwen én de ridderlijke erecodes van de oude feodale adel overboord gegooid en kwam daarvoor de moraal van de burgerlijke klasse in de plaats, de moraal van de kooplieden. Zij hadden de economische en politieke macht van de oude adellijke stand grotendeels overgenomen. De houding tegenover vrouwen werd 'burgerlijker', in de zin van 'platter'!


 Gebruikte literatuur

  • Giovanni Boccaccio Decamerone, vertaald door Frans Denissen met aantekeningen en een nawoord van René Stipriaan, Amsterdam, 2003

  •  *1 Kees Fens Bijna alle deugd is huichelarij, Volkskrant december 2003. Ik trof het door mij indertijd uitgeknipte krantenartikel aan in de hierboven genoemde uitgave van de Decamerone van Frans Denissen. Naar aanleiding van Fens' lovende commentaar op de vertaling heb ik het boek toen direct aangeschaft. Ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt en ruim uit geciteerd in ‘mijn’ vertelling van de geschiedenis van Nastagio.


Vrijwillige bijdrage

Vier weken geleden heb ik u gevraagd om een vrijwillige bijdrage ten behoeve van de kosten die ik maak om Kunstblikken in de lucht te houden. Ik dank u hartelijk voor de royale manier waarop u daaraan gevolg heeft gegeven. Uw

bijdrage betekent voor mij niet alleen een financiële ondersteuning maar is ook een blijk van waardering voor de artikelen.




 
 
 

Opmerkingen


bottom of page