top of page
  • Foto van schrijverPaul Bröker

Het bad van de godin Diana en de verhalen over Actaeon en Callisto


Over toeval en noodlot, behoud van

kuisheid en maagdelijkheid én over

niets verhullende naaktheid


 

Detail gravure Jacques de Gheyn de Jonge, Diana en Actaeon


Inleiding, Diana: Godin van de kuisheid, de maan en de jacht

Het idee van het onderwerp voor het artikel van vandaag kwam bij mij op toen ik afgelopen week en passant iets over de godin Diana schreef naar aanleiding van een gravure van Pieter van der Heyden. Voor die gravure had de kunstenaar de compositie en de voorstelling van het schilderij Diana en Callisto van Titiaan als uitgangspunt genomen.

Diana was de dochter van de oppergod Jupiter (Zeus in de Griekse mythologie) en Leto en de tweelingzus van Apollo. De nimfen die zich in haar gezelschap bevonden mochten geen omgang met mannen hebben; zij moesten hun godin absolute kuisheid zweren. In de Romeinse mythologie komt Diana (Griekse mythologie: Artemis) naar voren als de godin van de maan en van de jacht.

 

Anoniem, Diana / de maan, rijdend in haar zegenwagen,

Karolingisch handschrift, 10de eeuw.

 

Als godin van de maan is Diana te herkennen aan een maansikkel die zij als een soort diadeem op haar hoofd draagt. De wagen waarin zij zich over het hemelgewelf beweegt en naar de aarde komt wordt traditioneel getrokken door ossen. Ook in veel mythologische verhalen komen stieren naar voren als een seksueel erg actief dier. Na zijn castratie is hij als os veel handelbaarder en kan daarbij ook niet veel anders dan een kuis leven lijden en past daarom perfect bij de maagdelijke godin. De gekromde hoorns van het dier riepen ook associaties op met de maansikkel met de punten naar boven. De maansikkel op het hoofd van Diana en de hoorns van de ossen in het Karolingisch handschrift hebben een vrijwel identieke vorm.

 

Prentmaker: Johann Sadeler de Oude naar tekening van: Maerten de Vos De Maan en zijn invloed op de wereld, prent uit de serie: De zeven planeten,

gravure op papier: plaatrand: 238 x 246 mm., 1585, Rijksmuseum

 

Op de gravure wordt Diana voorgesteld als Godin van de maan: ‘Luna’. Zij draagt een maansikkel op het hoofd en trekt met haar zegenwagen over het universum.

De gravure toont Diana ook als de godin die waakt over de kuisheid. Haar wagen wordt door twee maagden voortgetrokken. De twee maagden hebben een boog in handen. Diana draagt zelf ook een boog en heeft een pijlenkoker aan haar zijde. Diana is namelijk ook de beschermvrouwe van de jacht. Als zodanig wordt zij dan ook vaak afgebeeld met pijl en boog, een werpspies en een hert.

Zogenaamde Artemis van Versailles, Diana als godin van de jacht, met een hert en een pijlenkoker, Romeins beeld naar een Grieks origineel,

1ste-2de eeuw na Chr., marmer, hoogte 201 cm., Musée du Louvre, Parijs.

 

In de klassieke mythologie speelt Diana een belangrijke rol in talrijke verhalen. In het artikel van vandaag schrijf ik over Diana en de lotgevallen van Callisto en Actaeon. We zullen zien dat zowel Actaeon als Callisto ongewild en onbedoeld in lastige situaties terechtkomen. Ze dragen geen schuld aan wat hen door Diana wordt verweten, maar worden wel door de godin gestraft. Misschien is dat wel het centrale thema van beide onderwerpen: toeval, in de betekenis van lot, noodlot. Het was blijkbaar haar lotsbestemming dat Callisto door Jupiter werd verkracht en het was een noodlottig toeval dat Actaeon bij een bron verzeild raakte waar hij Diana en haar nimfen naakt zag baden. Ovidius begint het verhaal over Actaeon dan ook met de opmerking: Wie vraagt naar schuld, zal deze moeten vinden in het noodlot, niet in dwaling.

 

Zowel de geschiedenis van Diana met Actaeon als het verhaal van Diana met Callisto komen buitengewoon vaak voor in de beeldende kunst. Dat is opvallend omdat die verhalen en de kunstwerken nu niet direct een grootse of opzienbarende moraal lijken te hebben. Omdat Diana in beide verhalen hard optreedt tegen wat zij opvat als onkuis gedrag mogen we misschien denken aan een oproep tot zedelijk gedrag en kuisheid. Daartegen spreekt dat bij beide onderwerpen Diana en haar nimfen zonder kleren baden in een bosvijver. De overvloedige hoeveelheid naakte dames zou weleens het hoofdmotief kunnen zijn om de kunstwerken in huis te halen! Hoewel Ovidius vertelt dat Diana en haar nimfen, nadat zij de jager hadden opgemerkt '... er alles aan deden om hun eigen naaktheid en die van de godin zoveel mogelijk te bedekken' is daar op de kunstwerken vaak weinig van terug te vinden. Met hun vaak nauwelijks iets verhullende lichamen worden zij door kunstenaars vaak afgebeeld met een pose van 'kijk mij eens mooi zijn'!

 

Leidraad bij de vertellingen in dit artikel vormt het boek van de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso (43 v.Chr.-17 na Chr.): De Metamorfosen in de vertaling van M. D'Hane-Scheltema. (zie gebruikte literatuur)

 

 

Diana en Actaeon, Metamorfosen Boek III:138-252

 

Actaeon was de zoon van Cadmus die de stad Thebe had gesticht. Met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen leefde hij in grote voorspoed. Ovidius begint het verhaal echter met een sombere vaststelling en een verontrustende voorspelling: “Toch, van ieder mens – men weet het – moet men de laatste levensdag afwachten; niemand mag gelukkig heten vóór hij dood is en voorgoed begraven ... Het was een kleinzoon die in Cadmus’ voorspoed voor het eerst verdriet teweegbracht, híj die op zijn voorhoofd hertshoornen zou krijgen en wiens honden dronken van hun meesters bloed. Wie vraagt naar schuld, zal deze moeten vinden in het noodlot, niet in zijn dwaling. Heet het dwaling als een man verdwaalt?” Na die retorische vraag begint Ovidius met het verhaal.

 

Het verhaal

De jager Actaeon was inderdaad verdwaald, en wist niet dat hij zich in het heilig jachtgebied van Diana bevond. Het was al op het einde van de dag en de godin en haar nimfen namen hun gebruikelijke bad in het water dat uit een schaduwrijke grot stroomde naar een schitterend gelegen bosmeer. Zonder ook maar iets te vermoeden naderde Actaeon op zijn dwaaltocht de gewijde plek. Ovidius: “Toen de nimfen hem zagen werd het hele bos opgeschrikt door hun angstig gegil. Zij deden er alles aan om eigen naaktheid en die van de godin zoveel mogelijk te bedekken.” Ovidius schrijft dat Diana nu het liefst haar boog bij de hand had gehad, maar die had zij aan de rand van het meer aan een boomtak gehangen. Zij nam daarom wat zij wél had: water. Zij schepte wat water in haar handen en wierp dat naar het gezicht van Actaeon. Zij voegde daar de woorden aan toe: “Ga nu maar rondvertellen dat je mij geheel ontkleed hebt gezien, als je het kunt, sta ik het je toe.” Direct nadat zij de woorden had uitgesproken zette de gedaanteverwisseling van Actaeon in. Op de plaats waar het hoofd was nat gemaakt rees een groot hertengewei, zijn nek werd langer en zijn oren groeiden puntig uit. De handen en voeten van Actaeon werden hoeven en de armen en benen waren plotseling ranke poten geworden. Zijn hele lichaam werd bedekt met een roodbruine vacht vol met witte punten. Zijn hoofd werd spits met een donkere snuit, de ogen vergrootten zich en werden donkerder en waren verplaatst naar de zijkant van zijn hoofd. Daarbij kwam ook nog zijn schichtigheid: met sprongen schiet hij weg en was er verbaasd over dat hij zo snel kon rennen. Wanneer Actaeon in het water ziet dat hij het uiterlijk van een hert heeft gekregen wil hij uitschreeuwen help mij toch!, maar hij is zijn stem kwijtgeraakt en kan slechts een droef gebries voortbrengen. Hij zal nooit meer kunnen praten en zal daarom nooit aan iemand trots kunnen vertellen dat hij de godin naakt had gezien. Nadat zij hem het water had toegeworpen had zij immers gezegd: "Ga nu maar rondvertellen dat je mij geheel ontkleed hebt gezien, als je het kunt, sta ik het je toe.” Zij kende natuurlijk de uitwerking van die 'golf van wraak' die zij over de jager had uitgestort.

In het water ziet hij zijn tranen langs een vreemd gelaat stromen,alleen zijn hart, zijn ziel, zijn voelen en denken waren nog als vroeger’. Wanneer hij wegrent wordt de jager achtervolgd door zijn op prooi beluste jachthonden. Hij wil het uitschreeuwen: Ik ben het, Actaeon, jullie baas, luister wie ik ben. Maar ook nu kan hij niets anders dan een angstig gebries uitstoten. De beesten herkennen hun baas niet meer, ook niet aan zijn geur. Begerig springen zij op het hert en gaan bloeddorstig tekeer met hun vangst. Ze bijten het dier waar zij maar kunnen en onder benauwd gekreun zakt het door de poten en wordt wreed verscheurd.

 

In grote lijnen vertelt Ovidius hetzelfde verhaal zoals het al in de Griekse tijd bekend was. Apollodors van Athene (ca.180-115 v.Chr.) voegt in Over de Goden nog een aardige wetenswaardigheid over de jachthonden van Actaeon toe. Natuurlijk hadden de honden er geen weet van wie zij in werkelijkheid hadden gedood. Zij misten hun baasje en hieven daarom een klagelijk gehuil aan. De bedroefde dieren gingen op zoek naar Actaeon. Tijdens hun zoektocht belandden de honden bij het hol van de centaur Cheiron van wie Actaeon de kunst van het jagen had geleerd. In de tijd dat Actaeon zijn leerling was had de centaur, die ook een uitstekend beeldhouwer was een portret van zijn leerling gemaakt. Hij gaf het beeld aan de honden die het troost schonk.  

  

 Lucas Cranach de Oude, Diana en Actaeon, olieverf op paneel: 50 x 73 cm.,

ca. 1518, Wadsworth Atheneum, Hartford, Connecticut, Verenigde Staten

Een van de vroege schilderijen met Diana en Actaeon treffen we aan in het oeuvre van de Duitse kunstenaar Lucas Cranach de Oude (1472-1553).

Samen met haar nimfen is Diana aan het baden in een idyllisch meertje. Zij weten zich betrapt door de jager Actaeon, maar van enige paniek is nauwelijks sprake.  

 Detail Lucas Cranach de Oude, Diana en Actaeon


Wanneer we het detail bekijken dan lijkt het er toch werkelijk op dat Actaeon -het hert nog maar een enkel moment geleden rustig aan de oever van het meertje zat en zijn bewonderende blikken over het water liet glijden om al dat fraais eens rustig te bekijken. Jammer voor hem dat Diana de pret verstoort en een hand vol met water naar hem gooit.

De gedaanteverandering van de jager is vrijwel voltooid. Alleen zijn benen en zijn zittende houding verraden nog dat hij ooit een mens is geweest. Zijn jachthonden zien het verschil niet meer en storten zich bloeddorstig op hun prooi.   

Op de achtergrond zien we jagende ruiters die met hun honden enkele herten achterna zitten.


Titiaan, Diana en Actaeon, olieverf op doek: 184,5 x 202,2 cm., 1556-’59, The National Gallery London en The National Galleries of Scotland,

 

Op het schilderij van de Italiaanse kunstenaar Titiaan (actief vanaf ca. 1506, gestorven in 1576) verfrissen Diana en haar maagden zich in het water van een beekje dat stroomt uit de opening van de grot in de achtergrond. Met zijn jachthond is Actaeon het stroompje genaderd. Het lijkt er in de versie van Titiaan op dat de jager zich achter de grote rode doek had verscholen om de dames te begluren. Een van de nimfen was dat blijkbaar opgevallen. Zij trekt het kleed voor hem weg. Onder de nimfen ontstaat enige consternatie nu zij merken dat zij bespied worden. Uiteindelijk is het op dit schilderij welgeteld maar een van de nimfen die wegrent en twee nimfen kijken eerder verbaasd dan in paniek naar de onverwachte bezoeker. Rechts zijn twee vrouwen bezig met het afdrogen van Diana. De godin trekt de handdoek weg bij de zwarte vrouw om haar lichaam te bedekken, maar in feite wordt er op het schilderij van Titiaan nauwelijks iets van haar lichaam verhuld. Ook de nimf die de grote doek wegtrekt werd door de kunstenaar in een bevallige houding voorgesteld.

Het schoothondje van Diana zet een grote en grimmige bek op tegen de jachthond van Actaeon.

 

Onderstaande gravures zijn illustraties die afkomstig zijn uit verschillende uitgaven van de Metamorfosen van Ovidius.

 

Crispijn van de Passe de Oude, Duana en Actaeon, gravure op papier, plaatrand: 80 x 135 mm., 1602-1607, Rijksmuseum Amsterdam

 

Ook op de gravure van de Nederlandse kunstenaar Crispijn van de Passe de Oude (ca. 1564-1637) speelt het verhaal zich af voor de door Ovidius genoemde ingang van een grot in het bos. Het water uit de rots is blijkbaar in een marmeren bassin gestroomd. Aan de voorkant van het bad waarin Diana en haar maagden zich na de jacht verfrissen stroomt hat water uit de kuip in een beekje.

Diana maakt een afwerend gebaar naar de op het toneel verschenen Actaeon. Met haar linkerhand gaat zij door het water. In een zichtbare straal zwiept zij het in de richting van de jager. Ovidius vermeldt dat de gedaanteverandering van Actaeon als eerste zichtbaar is aan het grote gewei dat op zijn hoofd verschijnt. Op de gravure is het gewei al gedeeltelijk te zien, de rest van de metamorfose zal snel volgen. Het lijkt erop dat een van de jachthonden al iets ruikt dat hem aan wild doet denken. Het zal niet lang meer duren voordat de honden zich op het hert storten.


Detail gravure Crispijn van de Passe de Oude, Diana en Actaeon

  

Jacques de Gheyn de Jonge, Diana en Actaeon, gravure op papier, blad:

343 x 445 mm., 1588 – 1592, Rijksmuseum

 

Detail gravure Jacques de Gheyn de Jonge, Diana en Actaeon


Op de gravure van Jacques de Gheyn de Jonge (1565-1629) zijn Diana en haar nimfen vóór de ingang van een grot opgeschrikt door de komst van Actaeon.

 

Diana en haar nimfen bevinden zich op de gravure niet in een luisterrijk bosmeer, maar in een in de natuur aangelegd bassin. De nimf achter Diana doet er alles aan om de naaktheid van de godin zoveel mogelijk aan het zicht van Actaeon te onttrekken. Met een grote doek probeert zij van achteren het lichaam van Diana te bedekken. De doek waarmee zij dat doet loopt van achteren naar voren waar de nimf de schoot van Diana verhult.

Met haar rechterhand gaat de godin naar het water in het bassin. Het lijkt erop dat zij op het punt staat met een snelle beweging haar hand door het water te halen om Actaeon er nog een keer mee te besproeien. Ondertussen is het hoofd van de jager al in de kop van een hert veranderd en ook de benen en de voeten zijn die van een hert. De jager draagt een werpspies in zijn linkerhand. Met de andere hand probeert hij zijn onwillige honden met zich mee te trekken. De dieren lijken het gevaar te voorvoelen en proberen weg te komen van de plaats des onheils.  

 

Detail gravure Jacques de Gheyn de Jonge

 

Niet veel later storten de honden zich niets vermoedend op hun baas en verscheuren hem meedogenloos.

 

Cesari Bernardino, Diana en Actaeon, olieverf op doek: 62 x 83 cm., 1601-1613, Galleria Borghese, Rome

 

Voor de Italiaanse kunstenaar Cesari Bernardino (1571-1622) lijkt het verhaal vooral een aanleiding om een flink aantal fraaie dames in hun vrijwel niets verhullende naaktheid te tonen.

Hoewel het Diana’s bedoeling was ervoor te zorgen dat Actaeon aan niemand zou kunnen vertellen dat hij haar naakt had gezien, is het verhaal toch, onder andere door de Metamorfosen van Ovidius bekend geworden en kan ook de beschouwer de godin en haar nimfen in hun volle naaktheid bewonderen.

  

Jacob Jordaens, Diana en Actaeon, olieverf op paneel: 54 x 76 cm., 1640, Gemäldegalerie Alte Meister, Berlijn

 

Links op het schilderij van Jacob Jordaens (1593-1678) nadert Actaeon de badende godin met haar nimfen. Links van de groep steekt Diana haar hand uit om water in de richting van Actaeon te werpen.



Diana en Callisto, Metamorfosen Boek II: 409-533

 

Callisto was een van de nimfen van Diana. In haar naam  wordt haar schoonheid geroemd. Het Griekse woord καλλίστη (kallístê) betekent zoveel als ‘allermooiste’. Ovidius vermeldt dat Diana Callisto liefhad boven haar andere nimfen. Zij volgde de godin op al haar jachten en had evenals de andere nimfen uit het gezelschap van Diana gezworen haar maagdelijkheid te behouden.


Het verhaal

Ovidius vertelt dat Callisto op een dag na afloop van de jacht in haar eentje het bos was ingelopen om wat uit te rusten. Toen Jupiter het mooie meisje zag liggen, dacht hij: Dit stiekeme pretje zal mijn vrouw nooit te weten komen; trouwens al merkt zij het … kome wat komt en dat is hooguit ruzie!


 Nicolaes Berchem, Jupiter bespiedt Callisto, olieverf op doek: 129 x 164 cm., ca. 1656, Frans Hals Museum, Haarlem 

 

De Haarlemse kunstenaar Nicolaes Berchem (1620-1683) maakte een voorstelling van Callisto die uitrust van de jacht. Wat loom voor zich uitstarend wordt zij omgeven door haar jachthonden, haar boog en een pijlenkoker en het buitgemaakte wild: een hert en een haas. 

Vanuit een donkere wolk wordt zij bespied door Jupiter. Het lijkt dat haar blaffende hond bij het zien van Jupiter het onheil voorvoelt.

 

Jupiter wist dat Callisto had gezworen altijd maagd te blijven. Hij nam daarom de gedaante van Diana aan en maakt Callisto het hof. Hij spreekt haar aan alsof hij Diana is: “Jij liefste maagd uit mijn vriendinnenschaar … .” Callisto richt zich op uit het gras en antwoordt: “Diana welkom hier, ik vereer u meer … hij mag het horen … meer dan Jupiter!” Omdat Callisto geen enkele reden heeft te vermoeden dat zij door iemand anders wordt gekust dan door Diana beantwoordt zij hartstochtelijk de kussen van de godin. Toen Jupiter voelde dat Callisto niets in de gaten had nam hij zijn ware gedaante aan. Ondanks haar hevig verzet is zij niet opgewassen tegen de oppergod en moet zij zich erbij neerleggen dat zij wordt verkracht.

Stomverbaasd en hopeloos ontdaan door wat er zo-even is voorgevallen ziet zij Diana met haar nimfen de plaats van het onheil naderen. Zij loopt weg omdat zij bang is dat het niet Diana, maar weer Jupiter is die haar benadert. Wanneer ze echter haar mede-nimfen herkent vertrouwt zij de situatie en voegt zich bij de groep. Zij probeert te doen alsof er niets is gebeurd. Maar haar angst en schaamtegevoel over het verlies van haar maagdelijkheid is zo groot dat zij de godin niet meer aan durft te kijken. Diana en haar nimfen merken dat Callisto niet meer de oude is. Haar rode blossen spreken van gekwetste eer. Vol van schaamte komt haar blik niet meer van de grond en ze jaagt niet meer als eerst.

Ovidius: "De sikkel van de maan was negenmaal tot volle cirkel gegroeid, toen de godin, vermoeid van het jagen in de zon een koele bosplek aantrof, waar een beek met zacht geklater kabbelend voortgleed over glad gewassen kiezelzand." Daar besloot Diana met haar nimfen een bad te nemen. Terwijl alle anderen zich al hadden uitgekleed aarzelde Callisto. … alleen zij zocht naar uitstel, tot haar kleed werd losgetrokken door een van de andere nimfen … en met haar blote lichaam werd ook haar zonde zichtbaar! Verstijfd wilde Callisto nog haar buik bedekken met haar handen, maar zij kan haar zwangerschap niet langer meer verbergen. Artemis is geschokt als zij de buik van haar nimf ziet en verbant haar: "Ga weg van hier! Bezoedel dit heilig water niet!" De godin gebood haar te verdwijnen.

Juno (in de Griekse mythologie Hera), de bedrogen echtgenote van Jupiter had ondertussen alles allang gezien, maar zij had besloten om haar wraak uit te stellen omdat Callisto nog onder bescherming stond van Diana, de dochter van Jupiter. Juno vermoedt dat er nog wel een geschikter moment zou komen. Nu Callisto door Diana was verstoten én Callisto was bevallen van een zoon, Arcas, achtte Juno de tijd rijp voor haar wraak. Vervuld van opgekropte wraakgevoelens ging zij kort na de geboorte van Arcas naar Callisto en schreeuwt het uit: “Jij slet! Hier heeft het kennelijk nog aan ontbroken, dat jij een zoon moest baren en het onrecht jegens mij, de schande van mijn man aan iedereen moet tonen! Ik zal de schoonheid die mijn man en jou zoveel plezier heeft gedaan snel teniet doen.” Juno grijpt Callisto bij de haren en smijt haar op de grond. Dan beschrijft Ovidius haar gedaanteverandering: “Terwijl Callisto haar armen smekend omhoog heft worden ze bedekt met een donkerbruine vacht, haar handen en voeten worden bereklauwen en krijgen gekromde nagels. Haar mond, die Jupiter toch eerst zo lief had aangelokt, wordt nu ontsierd door brede kaken. Zij verliest haar spraakvermogen, slechts een boos en dreigend bromgeluid blijft over.” Callisto is in een berin veranderd. Slechts haar menselijke gevoelens herinneren nog aan haar vroegere bestaan. De jager wordt prooi: zij die zo vaak op jacht is gegaan moest nu vluchten uit angst voor jagers.

Inmiddels is Arcas opgegroeid tot een jongeman en een geoefend jager. Op een dag was hij weer op jacht gegaan … Onwetend van het noodlot van zijn moeder en speurend naar groot wild staat hij plotseling tegenover haar!' Zij herkent haar zoon onmiddellijk. Arcas verbaast zich er slechts over dat die beer hem zo bleef aankijken. Wanneer zij rustig en zonder enige dreiging op hem afkomt heft hij zijn speer omhoog om haar te doden, maar op hetzelfde ogenblik houdt Jupiter zijn arm tegen, tilt moeder en zoon op en laat hen wegvoeren door de wind, het luchtruim door en plaatst hen beiden aan de sterrenhemel. Daar schitteren zij nog steeds als sterrenbeelden: de Grote Beer (Callisto) en de Kleine Beer (haar zoon Arcas). De grootste maan van de planeet Jupiter is ook naar Callisto vernoemd.

Toen Juno vernam dat moeder en zoon als sterrenbeelden aan het firmament waren geplaatst en daarmee gelijk werden aan de goden zon zij opnieuw op wraak. Ovidius vertelt dat zij aan Oceanus en Tethys, de god en godin van de zeeën vroeg het eeuwige leven van Callisto en haar zoon zuur te maken … en dat gebeurde! De sterrenbeelden zouden nooit onder de horizon zinken en zich daardoor nooit in het water van de zee kunnen verfrissen.


De Haarlemse graveur en prentuitgever Hendrick Goltzius (1558-1617) heeft heel wat illustraties gemaakt ten behoeve van boekuitgaven met de vertellingen van Ovidius. De illustraties werden later ook gekopieerd ten behoeve van nieuwe uitgaven van de Metamorfosen.

 

Hendrick Goltzius, Jupiter In de gedaante van Diana verleidt Callisto, gravure op papier: 343 x 445 mm., illustratie in een uitgave van Ovidius' Metamorfosen, 1588-1592, Rijksmuseum

 

Ondanks de blijkbaar geslaagde vermomming, inclusief de boog die de bedrieger in de hand houdt herkennen we hem vrijwel direct aan de adelaar rechts van zijn linkerbeen. De adelaar is de vogel die in de klassieke mythologie onlosmakelijk met Jupiter is verbonden.

 

 Detail Hendrick Goltzius, Jupiter verleidt Callisto

 

Rechts in de achtergrond ligt Callisto op de bovenbenen van Jupiter. Met haar heftige lichaamsbewegingen maakt Goltzius duidelijk dat Callisto zich met alles wat er in haar is probeert te verzetten tegen de snode plannen van haar belager.

 

Peter Paul Rubens, Jupiter als Diana verleidt Callisto, olieverf op paneel: 202 x 305 cm., 1613, Museumslandschaft Hessen Kassel, Duitsland 


Wanneer Callisto goed had gekeken had zij vermoedelijk wel iets vreemds opgemerkt: achter Diana staat namelijk een flinke adelaar met een bliksemschicht in zijn klauw. Ook de bliksemschicht is een van de attributen van Jupiter. Maar ja, wat wil je wanneer je het gevoel bekruipt dat je zo liefdevol het hof wordt gemaakt door de godin ... liefde maakt blind!

  

 Pietro Liberi, Jupiter in de gedaante van Diana misleidt Callisto,

olieverf op doek: 116,8 x 170,2 cm., 1640-1687,

John and Mable Ringling Museum of Art, Florida, Verenigde Staten

 

Door Jupiter ook nog eens met de maansikkel van Diana te vermommen maakte de Italiaanse kunstenaar Pietro Liberi (1605-1687) het voor Callisto wel erg moeilijk om degene die haar het hof maakt niet als haar godin te herkennen. Ook de liefde die haar overvalt door de liefdevolle woorden en ook de liefhebbende en intense strelingen zullen haar blind hebben gemaakt. Daar komt nog bij dat de kunstenaar het liefdesgodje en de adelaar achter de rug van Diana-Jupiter zo heeft geschilderd dat zij vanuit de positie van de nimf moeilijk zijn te zien. Enfin, Callisto zal er snel achter komen dat zij verschrikkelijk wordt bedrogen.


Titiaan, Diana en Callisto, olieverf op doek, 184,5 x 202,2 cm., ca. 1566, Kunsthistorisches Museum, Wenen, Oostenrijk


Aan de rand van de oever van een beekje houden twee nimfen de tegenstribbelende Callisto in hun greep. Een derde nimf heeft de handen vrij om het kleed van Callisto weg te trekken. Aan de overkant van het beekje reageert Diana woedend. Zij steekt haar hand bestraffend uit naar Callisto: “Ga weg van hier! Bezoedel dit heilig water niet!”  


Het schilderij van Titiaan werd in de vorm van veel verschillende prenten bekend. In het artikel van de afgelopen week zagen we al de gravure (1584) van Pieter van der Heyden.

  

Hendrick Goltzius en Jan Saenredam, De zwangerschap van Callisto wordt onthuld, gravure op papier: 175 x 250 mm., 1599,

Collectie Voorhelm Schneevoogt, Teylers Museum, Haarlem

 

Op de gravure speelt het voorval zich af aan de oevers van een kabbelend beekje. Diana en haar nimfen hebben zich uitgekleed om een bad te nemen. De houding van Diana en de nimf die naast haar zit zijn in spiegelbeeld overgenomen van het schilderij van Titiaan.

 Detail gravure Hendrick Goltzius en Jan Saenredam

 

Callisto durft Diana niet aan te kijken. Met het hoofd beschaamd naar beneden staat zij voor de godin. 'Vol van schaamte komt haar blik niet meer van de grond, nu kan zij haar zwangerschap niet meer verhullen.' Drie van haar mede-nimfen trekken het kleed van haar lichaam en onthullen daarmee haar zwangerschap.

 

De zwangerschap van Callisto wordt onthuld, Hermitage Sint Petersburg, verdere gegevens ontbreken.

 

In een uiterste poging om haar zwangerschap te verhullen drukt Callisto het kleed tegen haar buik en haar schoot.

 

Hendrick Goltzius, Juno verandert Callisto in een beer,

gravure op papier, plaatrand: 176 x 253 mm., 1590, Rijksmuseum Amsterdam


Goltzius volgt nauwgezet de tekst uit de Metamorfosen van Ovidius: “Juno grijpt Callisto bij de haren en trekt haar naar de grond. Terwijl Callisto haar armen smekend omhoog heft wordt zij veranderd in een beer …” Aan de berenkop zien we dat haar gedaanteverandering is ingezet. In de achtergrond trekt de beer zich, nu angstig voor jagers terug in het bos. 

Detail Hendrick Goltzius, Juno verandert Callisto in een beer

 

Hendrick Goltzius, Arcas richt zijn pijl op Callisto, gravure op papier:

174 x 255 mm., uitgave 1590 of 1728, Rijksmuseum

 

Callisto herkent haar zoon en blijft hem aankijken zonder te dreigen of agressief te zijn. Arcas herkent zijn moeder niet in die beer en wordt onrustig omdat het dier zonder ophouden naar hem blijft staren. De jager ondervindt het contact met de beer. Wanneer de beer in alle rust naar hem toe loopt voelt hij zich zo in het nauw gedreven dat hij niet anders kan ... op de gravure richt hij zijn boog op de beer en staat op het punt zijn moeder neer te schieten. Op dat moment vindt ook Jupiter dat het te gortig wordt en grijpt in. In de rechter bovenhoek van de gravure worden moeder, in de gedaante van een beer en haar zoon in mensengedaante in een wolk van de aarde weggenomen. De oppergod verwelkomt Callisto en zíjn zoon en plaatst hen als sterrenbeelden aan het hemelgewelf.

 

 Rembrandt, Diana baadt met haar nimfen, met de verhalen van Actaeon en Callisto, olieverf op doek: 74 x 94 cm., 1634,

Museum Wasserburg Anholt, Isselburg, Anholt  


Voor zover ik weet is Rembrandt de enige kunstenaar die het verhaal van Actaeon en Callisto in één schilderij samenbrengt. De behandelde kunstwerken van Titiaan horen weliswaar bij elkaar, maar het gaat om twee aparte schilderijen.

Op dit vroege werk van Rembrandt – helaas nooit gezien! – lopen de voorstellingen van de twee mythologische verhalen vloeiend in elkaar over.

 

 Detail Rembrandt met Actaeon aan de oever van het bosmeer

 

Links is Actaeon met zijn jachthonden aan de oever van het meer verschenen. De nimfen hebben hem opgemerkt en er ontstaat paniek binnen de groep. Het lijkt erop dat twee van hen zo snel mogelijk vanaf de oever van het meer in het water zijn gerend om te proberen hun naaktheid voor de onverwachte bezoeker te verhullen. De nimf in het midden op de voorgrond van het detail lijkt in haar vlucht te zijn gestruikeld en plonst in het water. Ook de nimf rechts van die twee probeert weg te komen en kijkt verschrikt achterom. Direct rechts van haar herkennen we Diana aan haar kleine gouden maansikkel op haar hoofd. Zij houdt haar handen in het water om nog meer water in de richting van de ondertussen hevig geschrokken Actaeon te gooien. Uit zijn hoofd schieten de onderste takken van het hertengewei al op.     

 

 Detail Rembrandt met de ontdekking van de zwangerschap van Callisto

 

Rechts van Diana die met haar handen naar het water reikt gaat de voorstelling over in de ontdekking van de zwangerschap van Callisto. Omringd door hun uitgetrokken kleren storten zeker zeven nimfen zich op de ongelukkige nimf. Liggend op de grond klemt een van de nimfen Callisto op haar rug tegen zich aan, een ander ontbloot haar zwangere buik door haar kleed omhoog te trekken en voelt tastend met haar hand in de schoot van Callisto om de schending van haar maagdelijkheid vast te kunnen stellen.

Rembrandt schilderde in de linkerbenedenhoek van het detail de nimfen die al aan het baden waren en die gemerkt hebben dat er iets bijzonders gebeurt. Vanuit het water snellen zij toe om te gaan kijken wat er aan de hand is.  

 

gebruikte literatuur

  • Gustav Schwab, Griekse mythen en sagen, Utrecht, 1956             

  • Pepermans, Ovidius Metamorfoses naverteld door dr. G.M.A. Pepermans, Het Spectrum, 1978

  • Erik M. Moormann, Van Achilleus tot Zeus: thema's uit de klassieke mythologie in literatuur, muziek, beeldende kunst en theater, Nijmegen 1987

  • Ovidius Metamorphosen, vertaling M. D'Hane-Scheltema, Amsterdam 1998 (alle citaten van Ovidius zijn afkomstig uit of gebaseerd op deze uitgave)

 

 

 

 

178 weergaven

Comments


bottom of page