top of page
  • Foto van schrijverPaul Bröker

Het beeld van de onzichtbare God zichtbaar verbeeld

God tot Mozes: Mijn aangezicht mag niemand zien.

(Exodus 33: 23)


Augustinus: We kennen zijn aanschijn niet.

Detail apsismozaïek van de San Michele in Africisco, Ravenna


Inleiding

Ik ben geen theoloog, hoogstens een kunsthistoricus die met zijn belangstelling voor religieuze kunst wil weten wat er wordt voorgesteld en wat het heeft betekend in de tijd dat het ontstond. Om daar achter te komen moet ik mij wel in theologische zaken verdiepen. Het kan daarom best zo zijn dat ik de plank af en toe behoorlijk mis sla!

Nu is het natuurlijk wel zo dat theologen over een bepaalde kwestie heel verschillend en tegenstrijdig kunnen denken. Wanneer we de geschiedenis in de vlugheid overzien, moeten we constateren dat het niet is gebleven bij het tegenover elkaar uiten van meningsverschillen, maar dat de verschillen van inzicht tot veel nare dingen hebben geleid. Tot op de dag van vandaag leidt de gedachte over God en hoe de leer moet worden ingevuld tot bloedige confrontaties.

In mijn enthousiasme bij het schrijven van kunsthistorische artikelen ga ik misschien wel eens te ver met mijn eigen ‘theologietjes’. Laat ik maar stellen, en ik denk dat velen het met mij eens zij, dat iedereen mag denken wat hij/zij enz. vindt zolang men er anderen maar niet mee lastig valt. Ik wil in ieder geval niemand op de tenen trappen!


Begrijp me goed: het wordt mij ook door niemand verweten dat ik op theologisch gebied maar wat aan rotzooi of dat ik verwerpelijke dingen schrijf. Bovenstaand was gewoon een algemeen stukje dat ik schrijf naar aanleiding van echt alleen maar aardige reacties die ik via e-mail ontving naar aanleiding van het artikel van vorige week over de mozaïeken in de Genesis Koepel in de Basiliek van de heilige Marcus in Venetië.


In dat artikel schreef ik: “Op de mozaïeken wordt de Schepper steeds met een kruisstaf en een kruisnimbus voorgesteld. Dat verwijst naar Jezus en zijn kruisiging. In het begin van de Christelijke beeldtraditie mocht slechts dat beeld van God worden voorgesteld dat als mens zichtbaar is geworden: de mens geworden Zoon van God. Toen Jezus op aarde was hebben de mensen zich een beeld van hem kunnen vormen. God de vader heeft zich echter nooit zichtbaar aan de mensen voorgesteld, dus de mensen konden en mochten zich daarom geen beeld van hem vormen.

Toch is God de Vader niet de grote afwezige in de vroegchristelijke kunst! Hij is aanwezig … in zijn Zoon! God de Zoon als beeld van zijn Vader! Dit wordt door een aantal teksten uit het Nieuwe Testament gemotiveerd.”


In nogal wat reacties vroeg men zich af: "Hoezo Jezus met de tekenen van zijn lijden als Schepper en waar staan die teksten in het Nieuwe Testament?" Nu is het inderdaad zo dat ik heel vaak verwijs naar passages uit de Bijbel door op de exacte plaats te wijzen: naam van het Bijbelboek, hoofdstuk en de verzen. Dat heb ik in de aangehaalde tekst uit het artikel van de afgelopen week verzuimd te doen. Lezers die de teksten niet kennen en ook niet weten waar ze die zo vlug kunnen vinden bleven daardoor in het ongewisse. Ik heb niet inhoudelijk op de reacties gereageerd. Mijn reacties beperkten zich tot de mededeling dat ik In het artikel van vandaag een en ander hoop recht te zetten! Ik vrees dat ik er niet aan ontkom dat het een nogal theoretisch verhaal wordt!


Het beeld van God

In het Boek Exodus wordt verhaald over Mozes die zijn volk had bevrijd uit de Egyptische slavernij. Mozes leidde het volk naar het door God aan Abraham, Isaak en Jakob toegezegde Beloofde Land. In de derde maand na de uittocht uit Egypte kwam het volk aan bij de voet van de Berg Sinaï en sloeg daar zijn kampement op. God had Mozes op de berg ontboden en hij klom naar de top van de berg. God sprak tot Mozes: “Ik ben uw God die u uit de slavernij van Egypte heeft geleid...” Nadat hij zich bekend had gemaakt richt God zich in lange monologen tot Mozes.

Hij maakt Mozes duidelijk hoe zijn volk zich tegenover hem dient te gedragen, hoe de feestdagen moeten worden gevierd, hoe zij zich in bepaalde situaties dienen te gedragen, enfin de religieuze wetten van de Joden. Het eerste wat God Mozes beveelt: “Gij zult u geen godenbeeld maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.” (Exodus 20: 4) Het lijkt zo’n duidelijk verbod. God wenste blijkbaar dat er geen beeld van hem zou worden gemaakt! In heel wat cultuurperioden heeft men zich daar ook strikt aan gehouden.


Drie-eenheid

De Christelijke gelovigen die het begrip Drie-eenheid aanhangen onderschrijven het geloof dat die ene God bestaat uit de drie componenten van het goddelijke wezen of drie entiteiten: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Drie personen dus, die samen één God vormen: de Heilige Drie-eenheid.

De mozaïeken in de Genesis Koepel tonen drie zintuigelijk waarneembare manifestaties van God en/of van de Drie-eenheid. Op de eerste plaats zagen we God in zijn hoedanigheid van het Woord. In het scheppingsverhaal schept God met zijn woord: ‘Hij sprak … en het was er’! Wanneer God spreekt, heb ik de indruk dat met God de Drie-eenheid wordt bedoeld en/of God de Vader, waarbij 'de Vader’ verwijst naar God als Schepper van de wereld en van de mensen (in die zin is hij ons aller Vader) én naar het idee dat hij de Vader is van God de Zoon. Ook na de verhalen van de schepping leren wij God in het Oude en Nieuwe Testament slechts verbaal kennen. Zo schept hij met zijn woord en ook wanneer hij zich bijvoorbeeld op de Berg Sinaï aan Mozes openbaart is ook dat in de vorm van woorden.

Mozaïek in de Genesis Koepel van de Basiliek van de heilige Marcus, Venetië


We zagen dat de Heilige Geest in de Genesis Koepel wordt voorgesteld als een duif. Daar kom ik nog op terug. God de Zoon wordt voorgesteld in zijn hoedanigheid van de mens geworden Zoon van God. Met zijn kruistaf en zijn kruisnimbus is hij bij vrijwel elke scheppingsdaad van God de enige zichtbaar aanwezige. Het lijkt wel of hij in z’n eentje de schepping heeft volbracht. Hoe dat zit probeer ik in dit artikel duidelijk te maken.


Het beeld van de onzichtbare God verbeeld

We zagen het al: tot in de middeleeuwen mocht God de Vader niet worden voorgesteld! God de Vader had zich nooit, in welke gedaante dan ook zichtbaar aan de mensen getoond. De mensen móchten en kónden zich daarom ook geen voorstelling van hem vormen, niet in gedachte, maar ook niet in de vorm van een voorstelling op de muren van een kerk. In beide betekenissen van het woord is hij onvoorstelbaar! Daarom komen we hem alleen tegen als beeld van zijn Zoon! De Zoon mocht wel worden afgebeeld. De mensen konden zich van hem een voorstelling maken omdat hij behalve God ook mens was en zich in zijn menselijke gedaante aan de mensen heeft geopenbaard. We zullen zien dat hij zelfs beeltenissen van zichzelf heeft gemaakt! Maar hoe zit het dan met de mens geworden Zoon van God als beeld van God, als beeld van zijn Vader of wellicht ook als beeld van de Drie-eenheid? Dat wordt inderdaad door een aantal teksten uit het Nieuwe Testament gemotiveerd!


'Wie Mij ziet, ziet de Vader'

Tijdens zijn openbare leven heeft Jezus het geregeld over zijn Vader. In het Evangelie van Johannes wordt verteld over Joden die Jezus stenigen vanwege godslastering. Jezus had zich namelijk de Messias genoemd en even later bevestigde hij dit door de Joden voor te houden: “Ik en de vader zijn één.” (Johannes 10:30)

Enkele hoofdstukken verder noteert Johannes uit de mond van Jezus: “Als jullie mij hebben leren kennen, zal je ook mijn Vader leren kennen. Sterker, nu al kennen jullie Hem en heb je Hem gezien.” De apostel Filippus wilde nu weleens weten wie die vader is en hoe hij eruitziet: “Laat ons de Vader zien, Heer, dan zijn we tevreden!” Jezus antwoordt: “Ik ben al zo lang bij jullie, Filippus, en je hebt mij nog niet leren kennen? Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien. Hoe kun je dan nog zeggen: “Laat ons de Vader zien.” Geloof je niet dat ik in de Vader ben en de Vader in Mij? De woorden die ik tot jullie spreek, zeg Ik niet uit mijzelf: het is dezelfde Vader die in Mij is en mijn daden verricht. Geloof Mij toch: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij; of geloof het anders op grond van mijn daden.” (Johannes 14: 7-11)

Jezus zei dus: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.”

Jezus en zijn Vader zijn één! Wanneer wíj Jezus op het scheppingsmozaïek in de San Marco zien, zien wij dus ook de Vader’!, is zo ongeveer de redenering!

In zijn brieven noemt Paulus Jezus: ‘de afstraling van Gods heerlijkheid’ (Hebreeën 1:3) en ‘het beeld van de onzichtbare God’. (Kolossenzen1: 13-20). Het door Paulus geschetste beeld over de persoon Jezus leert over Jezus’ Godheid en zijn menselijkheid. ‘Naar zijn Godheid is hij het beeld van de onzichtbare God, in alles volkomen gelijk aan de Vader uit wie hij in alle eeuwigheid is geboren.’ (De Heilige Schrift, het Oude en het Nieuwe Testament, Willbrordvertaling 1967, noot 3 als commentaar bij Kolossenzen1: 13-20)


Nogmaals omdat het zo belangrijk is voor hetgeen ik wil beweren: ‘Naar zijn Godheid is hij het beeld van de onzichtbare God, in alles volkomen gelijk aan de Vader’!!

De voorstelling van de man met het kruis en de kruisnimbus in de Genesis Koepel is dus niet alleen de persoon van Jezus zoals hij zich op aarde heeft gemanifesteerd: het is een beeltenis van de mens Jezus als beeld van de onzichtbare God! Deze gedachte zien we onder andere al op vroegchristelijke mozaïeken in Ravenna.


Apsismozaïek van de Chiesa San Michele in Africisco, Ravenna

Jezus als beeld van God, apsismozaïek, ca. 545,

afkomstig van de Chiesa di San Michele in Africisco, Ravenna,

nu in het Bode Museum / Staatliche Museen, Berlijn


Het mozaïek in de San Michele in Africisco kwam tot stand in de periode dat de Oost-Romeinse, Byzantijnse keizer Justinianus I (527-565) ook als West-Romeinse keizer heerste in de Italiaanse stad Ravenna. In die tijd werd onder andere de San Vitale gebouwd, een van de mooist en best bewaarde christelijke kerken uit de Laat-Romeinse tijd. Het was de grote ambitie van Justinianus om het Oost-Romeinse Rijk en het West-Romeinse Rijk weer bij elkaar te brengen.

Evenals bij een vluchtige blik op de scheppingsmozaïeken in de San Marco zien we bij een oppervlakkige beschouwing van het apsismozaïek van de San Michele in Africisco niet veel meer dan een voorstelling van Jezus met een kruisnimbus en een kruis. Het kruis en de kruisvorm in de nimbus verwijzen naar Jezus’ kruisdood en naar de overwinning die hij daarmee heeft behaald op de dood. De voorstelling is dus een triomfscène! Het met edelstenen bezette kruis, is geen gewoon kruis maar een symbolisch teken van het kruis waarmee de dood is overwonnen. Door zijn kruisdood kon Jezus als eerste mens uit de dood opstaan en zich verenigen met zijn Goddelijke Vader.

Op het mozaïek bevindt Jezus zich in de hemel. Dat wordt in beeld gebracht door zijn hemelse hofhouding: in dit geval de engelen Michael en Gabriël. Ook met de gouden achtergrond en de paradijselijk groene weide met witte bloempjes tonen dat de mens Jezus aan het aardse is ontstegen. Dat vernemen we uit de beschrijvingen van de gebeurtenissen op de vroege morgen van de eerste dag van de week na het overlijden van Jezus. Een aantal vrouwen dat naar het graf van Jezus was gekomen om zijn lichaam te balsemen, trof het graf leeg aan. Er verschenen twee mannen in schitterende gewaden. Zij spraken tot de vrouwen: "Wat zoekt gij de Levende bij de doden? Hier is hij niet, hij is opgestaan uit de dood." (Lukas 24: 1: 5) Jezus als overwinnaar op de dood!


Maar de beschouwer die de teksten op het mozaïek doorgrondt ziet nog meer!

Door de teksten in het opengeslagen boek wordt duidelijk dat wij hier niet alleen een beeltenis zien van de Bijbelhistorische persoon Jezus, maar veel meer zoals hij door Paulus in zijn brieven wordt omschreven: Jezus als ‘afstraling van Gods heerlijkheid’ en Jezus als ‘het beeld van de onzichtbare God’. Dat is wat men wilde laten zien: Jezus Christus als ikoon van God! ‘Ikoon van God’ in de zin van de oorspronkelijke Griekse betekenis van het woord eikoon (van εἰκόνα dat ‘beeld’ of ‘afbeelding’ betekent). Een ikoon van God is dus een beeld / beeltenis van God.

We kunnen de teksten in het opengeslagen boek goed lezen; op de linker pagina: QUI VIDIT ET PATREM: 'Wie mij heeft gezien, heeft ook de Vader gezien.' en rechts: EGO ET PATER UNUM SUMUS: 'Ik en de vader zijn één'. Twee aanhalingen uit het Evangelie van Johannes waarmee Jezus de apostelen en de omstanders duidelijk heeft gemaakt dat hij en zijn Vader een eenheid vormen. Dit gold ook voor de gelovigen in de kerk in Ravenna. Zij misten een voorstelling van de Vader en moeten zich tevreden stellen met een beeltenis van Jezus Christus als ikoon van God.

Wat we dus in Ravenna en ook in de Genesis Koepel zien is Jezus, als beeld van de Vader, als de mens geworden Zoon van God die zich na zijn kruisdood in de hemel met zijn Vader heeft verenigd.


Paus Gregorius de Grote

Tijdens het onderhoud van God met Mozes op de Berg Sinaï had God zijn volk verboden om afbeeldingen te maken van wat in de hemel of op aarde is. (Exodus 20: 4) Het lijkt zo’n duidelijk verbod: God wenste dat er geen beeld van hem zou worden gemaakt! Toch deden zich op dit ene punt al vroeg heftige meningsverschillen voor. Paus Gregorius de Grote (paus 590-604) nam het op voor degenen die afbeeldingen in de kerken toe stonden. De paus merkte op dat veel leden van de jonge kerk lezen noch schrijven konden. Gregorius stelde dat de Bijbelse boodschap op de muren van de kerken in de vorm van voorstellingen ‘leesbaar’ moest zijn voor degenen die niet konden lezen, een Bijbel voor de ongeletterden! Vanaf die tijd werden de kerkmuren opgesierd met muurschilderingen en mozaïeken.


Het beeld van God in het Oost-Romeinse Rijk

Het was natuurlijk van groot belang dat zo’n autoriteit als paus Gregorius de Grote het opnam voor de kunst; er bleef echter veel weerstand tegen het besluit en de opvattingen van de paus.

De keuze voor afbeeldingen in de christelijke kerken was een van de belangrijke redenen voor het uiteengroeien van de Oosterse en de Westerse kerken: de Romeinse en de Oosters-orthodoxe of Byzantijnse kerken. De verschillen in inzicht raken tevens de essentie van wat ikonen voor de gelovigen betekenen. In Con­stantinopel werd de gedachte van Gregorius door twee elkaar fel bestrijdende partijen afgewezen. De ene partij was daar sowieso tegen alle af­beeldingen van religieuze aard. Deze groep baseerde zich op Oudtestamentische bezwaren tegen afbeeldingen. We noemen ze de iconoclasten of beelden­stormers. Zij huldigden de opvat­ting dat het godde­lijke ongrijpbaar is en niet in een beeld is vast te leggen en daarom onvoorstelbaar is. Keizer Leo III kondigde een edict af waarin hij opdracht gaf alle afbeeldingen te vernietigen waarop God of heiligen waren voorgesteld. De iconoclasten kregen in 754 het overwicht toen ook het Concilie van Hieria oordeelde dat beeldenverering godslastering was. Alle religieuze kunst werd in de Oosterse kerk verboden. Nadat vrijwel alle ikonen waren vernietigd werd in 842 de ikonenverering weer toegestaan.

Kruisiging, miniatuur in het Chludov Psalter, 19,5 x 15 cm.,

850-875, Staatshistorisch Museum, Moskou


In de tekst op de miniatuur in het Chludov Psalter wordt de lanssteek bij de kruisiging van Jezus vergeleken met de doodsteek die de beeldenstormer aanbrengt door de beeltenis van Jezus op de muur met een laag kalk over te schilderen.

detail van een miniatuur uit het Chludov Psalter

Gedurende het iconoclasme werden de ikonen verbrand, mozaïeken van de muren gestoken en zoals op de miniatuur in het Chludov Psalter is te zien dat een muurschildering met de afbeelding van Christus met een kalklaag wordt bedekt.


Van de tegenstanders van de iconoclasten, diegenen die dus wel afbeeldingen in kerken toestonden, de iconodulen zou men in eerste instantie verwachten dat ze een heel eind met de gedachten uit Rome zouden kunnen meegaan. Niets is echter minder waar! Het ligt wat ingewikkelder en genuanceerder! We komen hiermee bij de essentie van wat een ikoon voor de iconodulen, de beeldenvereerders werkelijk betekent. Bij een ikoon gaat het niet om datgene wat we met onze ogen kunnen waarnemen, maar dat we door het zintuigelijk waarneembare heen moeten kijken naar datgene wat daarachter ligt, naar het idee dat er achter schuilt. De iconodu­len waren het nog minder met paus Gregorius eens dan de iconoklasten! De status van de afbeel­ding als, laten we het maar noemen ‘godsdien­stig pedagogisch middel’ van paus Gregorius kon geen genade vinden bij de vereerders van ikonen. Voor hen waren afbeeldingen niet nuttig, zij waren heilig, en als zodanig moesten ze ook worden vereerd. Daar komt ook nog eens bij dat men weinig of geen verschil zag of voelde tussen de persoon die wordt voorgesteld en zijn/haar beeltenis. Dat komt duidelijk naar voren in de legende van koning Abgar.


De Abgar legende

In de gedaante van de mens geworden Zoon van God mocht Jezus dus worden afgebeeld. Hij heeft zelfs afbeeldingen van zichzelf gemaakt en aan mensen gegeven! Onder de vereerders van ikonen is de legende van Abgar nog onverminderd populair. Dat zal mede komen door het bewijs dat het verhaal levert van de overeenkomstigheid van Jezus en zijn beeltenis. Door zijn eikoon manifesteert Jezus zich in zijn beeltenis.


De vroegst bekende versie van het verhaal is opgeschreven door Eusebius van Caesarea († 339), bisschop van Caesarea en ‘Vader van de kerkgeschiedenis’. Zijn versie van het verhaal wordt in de orthodoxe kerk nog steeds aangehangen. Het verhaal speelt zich af tijdens het leven van Jezus. Er wordt verteld over koning Abgar V van Edessa (eerste helft van de eerste eeuw n.Chr.) die ongeneeslijk ziek is. De koning had vernomen over een joodse wonderdoener die zelfs mensen uit de dood kon laten opstaan. De koning stuurde zijn hofschilder Hannan met een brief naar Jezus. In die brief verzoekt de koning Jezus om naar zijn paleis in Edessa te komen. Jezus geeft te kennen dat hij onmogelijk aan het verzoek kan voldoen omdat andere zaken nu zijn aandacht hebben. Hannan vroeg Jezus toestemming om zijn portret te mogen schilderen. Dat vond Jezus prima, maar het lukte de schilder niet om de gelaatstrekken van Jezus goed te treffen. Toen nam Jezus de doek waarop de schilder bezig was in zijn handen en drukte zijn gezicht er tegenaan. Nadat Jezus de doek had weggehaald bleek zijn beeltenis op die doek te staan. Hannan ging met het portret van Jezus naar Abgar. Bij de eerste aanraking genas de koning van zijn ziekte. Hiermee was het ultieme bewijs geleverd van het idee dat de persoon van Jezus en zijn eikoon dezelfde zijn: het maakt niet uit of Jezus zelf komt of zijn beeltenis: beide kunnen het wonder van de genezing bewerkstelligen!

De genezing van Abgar, miniatuur uit de 12de eeuw in de Madrid Skylitzes, de kronieken van Johannes Skylitzes, een 12de-eeuwse Byzantijnse Griekse historicus, Biblioteca Real, Madrid


Op de miniatuur zien we dat Hannan de doek met het gelaat van Jezus aan Abgar overhandigt. De koning legt zijn gezicht op het gezicht van Jezus en hij geneest.

Detail van een ikoon met koning Abgar V die de doek met het gelaat van Jezus van Hannan in ontvangst neemt, ikoon uit de 10de eeuw, Ikonenmuseum van het Catharinaklooster in de Sinaï.


Byzantijnse school, Jezus heeft de doek met zijn beeltenis aan Hannan gegeven


Byzantijnse school (nadere gegevens ontbreken)


Hannan geeft de doek met de afbeelding van het gelaat van Jezus aan koning Abgar. De genezen koning richt zich op uit zijn ziekbed. Hannan staat op het punt ook de brief waarin Jezus de genezing van de koning aankondigt, aan de koning te overhandigen.


Byzantijnse school


De doek met daarop de beeltenis van Jezus zou daarna nog veel wonderen hebben verricht. Zo werd de doek tijdens de belegering van Edessa door de Perzen vanaf de stadspoort aan de vijand getoond. De aanvallers raken verrukt over de voorstelling, vereren de doek met het gelaat van Jezus en geven hun belegering op.

De zogenaamde Mandylion van Edessa ontwikkelt zich tot een populaire ikoon. Op dit type ikoon zien we het gelaat van Jezus altijd zonder hals. Door de plooien en de franjes is de doek als zodanig vrijwel altijd goed herkenbaar. De ikoon wordt in de ikoon geflankeerd door twee engelen. In de bovenhoeken wordt het kleed gepresenteerd door nog eens twee engelen.


De oudtestamentische Triniteit: het gastmaal van Abraham

In het voorafgaande is al duidelijk geworden dat Goddelijke personen die zich niet zichtbaar aan de mensen hebben geopenbaard niet mochten worden afgebeeld. Ook een voorstelling van de goddelijke Drie-eenheid was in de Orthodxe kerk daarom lange tijd uit den boze. De menselijke geest is echter creatief en men vond een verhaal in het Oude Testament waarin de Drie-eenheid zich toch zichtbaar aan mensen heeft geopenbaard! Abraham en zijn vrouw Sara waren de gelukkigen!


In Genesis (18: 1-16) wordt verteld over Abraham en Sara die bij de eik van Mamre woonden. Zij worden bezocht door drie mannen die hen de geboor­te van een zoon aankondigen. Abraham en Sara verzorgen een maaltijd voor hun gasten.

Het bezoek van de drie mannen wordt in de orthodoxe theologie opgevat als een manifestatie van de Drie-eenheid. Er wordt namelijk op gewezen dat Abraham in het enkelvoud tegen de mannen spreekt: ‘Heer’ en Abraham zegt ‘hij’ wanneer hij tegen Sara over de drie mannen spreekt. We lezen ook: “Toen zei Hij [die drie mannen dus!]: “Als ik [niet wij] over een jaar bij u terugkom [enkelvoud], zal uw vrouw Sara een zoon hebben.” Uitleg: Abraham en Sara zouden in die drie personen één hoedanigheid, die ene God in drie personen, de Goddelijke Drie-eenheid hebben ontvangen.

Andrej Roebliov, ikoon van de Oudtestamentische Triniteit


De ikoon van de Russische ikonenschilder Andrej Roebliov (ca. 1360-‘70 - ca. 1430) is in feite een voorstelling van het gastmaal van Abraham en Sara. Met de boom in de achtergrond wordt de eik van Mamre bedoeld.


De drie mannen worden op vrijwel alle ikonen van dit type als mannen met vleugels en een staf in de handen voorgesteld. Wanneer u de staf in de linkerhand van de meest rechtste persoon herkent, dan ziet u die bij de twee anderen ook wel. Met vleugels en staf worden de mannen getypeerd als hemelse boodschappers die de blijde boodschap brengen dat Abraham en Sara een kind zullen krijgen.

Omdat de mannen vleugels hebben is het verleidelijk om over engelen te spreken. Dat is, in ieder geval in de orthodoxe gedachte, in feite fout! In het Westen is dat minder een probleem. In het Bijbelverhaal worden de drie mannen slechts als ‘drie mannen’ omschreven die in de orthodoxe theologie worden opgevat als de Heilige Drie-eenheid, als de Oudtestamentische Triniteit.

Wellicht om de mannen zoveel mogelijk als eenheid te typeren zien we op vrijwel alle ikonen van dit type dat de kunstenaar zijn best heeft gedaan de drie mannen zoveel mogelijk als identieke personen af te beelden. In een poging God de Vader, God de Zoon en de Heilige Geest op de ikoon van elkaar te onderscheiden wijst men de middelste persoon aan als een voorafbeelding van Jezus. Hij maakt een zegenend gebaar over de kelk. Dat zou een vooruitwijzing zijn naar de zegening van de wijn tijdens het Laatste Avondmaal, naar de instelling van de eucharistie en naar het lijden van Jezus. De twee andere personen worden niet eenduidig als God de Vader of de Heilige Geest aangewezen.

Rembrandt, drie mannen verkondigen Abraham en Sara de komst van een zoon, olieverf op paneel: 16 x 21 cm., 1646, Aurora Trust, New York


In het Westen wordt de nadruk gelegd op de boodschap die Abraham en Sara van de mannen te horen krijgen: zij kondigen als hemelse boodschappers aan dat het oude echtpaar ondanks hun hoge leeftijd toch nog een zoon zullen krijgen. Daarom is op de voorstelling in het Westen ook vrijwel altijd Sara aanwezig. Vanachter een geopende deur luistert zij heimelijk naar het gesprek van haar man met die drie mannen. Zij moet lachen. Zij weet dat het als oude vrouw voor haar onmogelijk is om nog een kind te krijgen. (Genesis 18: 1-15)


De zweetdoek van Veronica met het gelaat van Jezus

Kruisdraging met Veronica, miniatuur in een armenbijbel, ca.1400,

British Library, Londen


Het verhaal over Veronica en de manier waarop een en ander wordt voorgesteld en het hoofd van Jezus dat op een doek van Veronica verschijnt vertoont overeenkomsten met de legende van Koning Abgar V en de Mandylion van Edessa.

In een legende wordt verhaald over de kruisweg van Jezus. Bij het zien van zijn getormenteerde verschijning wordt een vrouw overvallen door medelijden. Het enige dat zij op dat moment kan doen is met een doek het zweet en het bloed van het gelaat van Jezus wissen. Wanneer zij de doek terugtrekt heeft zich daarop diens gelaat afgetekend.

De legende van de ontmoeting van Jezus met Veronica is nog steeds algemeen bekend, mede omdat de gebeurtenis als een van de veertien staties werd opgenomen in de kruisweg.

De legende heeft een vroege basis in de Acta Pilati, de handelingen van Pilatus uit het apocriefe Evangelie van Nicodemus uit de vierde eeuw. In dat geschrift gaat het nog om een anonieme vrouw. Pas in versies van het verhaal uit de elfde eeuw vernemen we haar naam: Veronica. Binnen het kader van dit artikel is die naamgeving van belang. De naam Veronica is afgeleid van de wat vreemde samentrekking van een Grieks en Latijns woord: Vera eikoon, ‘vera’ is Latijn voor ‘ware’ en ‘eikoon’ is Grieks voor beeld / afbeelding. Met de zweetdoek van Veronica beschikte men over een doek met daarop het ware beeld van Jezus. De originele doek wordt bewaard in de Sint Pieter in Rome!

Meester van de Heilige Veronica, de heilige Veronica met zweetdoek,

olieverf op paneel: 78 x 48,4 cm., ca. 1425, Alte Pinakothek, München


Op het schilderij van de Meester van de Heilige Veronica toont Veronica de beschouwer de doek met daarop een waarheidsgetrouwe afbeelding van het gelaat van Jezus.


De Lentulus-brief

Anonieme Zuid-Nederlandse kunstenaar, tweeluik, olieverf op paneel, elk paneel 31 x 40,5 cm., ca. 1490-1499, Museum Catharijneconvent, Utrecht


Op het linker luik staat in het Latijn de tekst van de zogenaamde Lentulusbrief, op het rechterluik zien we het linker zijaanzicht van Jezus op basis van de beschrijving van Lentulus.


Rond 1100 duikt een brief op die suggereert geschreven te zijn in de tijd van Jezus. De inleiding op de brief en de tekst van die brief worden integraal aangehaald op het linker paneel van het diptiek. De inleiding en de inhoud van de brief wekken de indruk dat die brief werd geschreven door een zekere Publius Lentulus, bestuurder van Judea, een verder onbekende figuur. De Romeinse Senaat zou Lentulus hebben verzocht om informatie over het optreden van Jezus. In zijn antwoordbrief wekt Lentulus de indruk Jezus werkelijk te hebben gezien en een waarheidsgetrouwe beschrijving geeft hoe Jezus er heeft uit gezien.


De vermelding van die brief treffen we voor het eerst aan in een geschrift van aartsbisschop Anselmus van Canterbury (1033-1109).

Het staat vast dat de zogenaamde Lentulusbrief niet vroeger gedateerd kan worden dan de elfde eeuw. Het betreft dus een vervalsing! Dat neemt niet weg dat de inhoud van groot belang is geweest voor de beeldtraditie van het voorkomen van Jezus in de beeldende kunst.

De voorstellingen op basis van de Lentulusbrief werden als Vera eikoon van Jezus beschouwd, als een waarheidsgetrouwe afbeelding van het gelaat van Jezus.

Tekst van de Lentulus brief op het diptiek in Museum Catharijneconvent


Omdat het voor de beeldende kunst zo’n belangrijke document betreft neem ik in dit artikel de gele tekst op van de brief op het diptiek in Nederlandse vertaling:


Ten tijde van keizer Octavianus toen degenen die overal ter wereld namens de Senaat en het Romeinse volk de provincies bestuurden aan de senatoren te Rome het nieuws schreven dat in de hele wereld gebeurde, stuurde Publius Lentulus, de bestuurder in Judea voor de Senaat en het Romeinse volk, deze brief met de volgende woorden: In onze tijden verscheen - en hij is er nog steeds - een man van grote deugd. Hij heet Jezus Christus en wordt door het volk de profeet van de waarheid genoemd; zijn discipelen noemen hem Zoon van God. Hij wekt doden op en geneest ziekten. Hij is slank en schoon van postuur; hij heeft een eerbiedwaardig gelaat, de mensen die ernaar kijken beminnen en vrezen het tegelijk. Zijn haar heeft de kleur van een onrijpe avellaanse noot en is sluik ongeveer tot aan zijn oren, vanaf de oren krult het een beetje en is het donkerder, glanzender en het waaiert uit tot over de schouders; de scheiding zit in het midden op de manier van de Nazareners. Hij heeft een vlak en zeer glad voorhoofd. Zijn gezicht kent geen rimpels of onregelmatigheden en wordt gesierd door een bescheiden blos. Zijn neus en mond zijn volmaakt gevormd. Zijn volle baard heeft dezelfde kleur als het haar. De baard is niet lang en in het midden gevorkt. Zijn aanblik is eenvoudig en volwassen met groenblauwe heldere ogen. In zijn berisping is hij huiveringwekkend, in zijn vermaning kalm en vriendelijk. Hij is opgewekt maar bewaart de ernst. Hij schijnt nooit te lachen maar wel te wenen. Zijn gestalte is recht; zijn armen en handen zijn een genot om te zien. Wat zijn spreken betreft, hij is een man van weinig woorden en bescheiden. Zijn schoonheid overtreft die van alle mensenkinderen. Deze brief is gevonden in de jaarboeken van de Romeinen. (Vertaling uit het Latijn: Museum Catharijneconvent)

Dirk Bouts, het aangezicht van Jezus, gebaseerd op de beschrijving in de Lentulusbrief, olieverf op paneel: 36 x 27 cm., 1464,

Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam


In de westerse wereld had men vanaf de late middeleeuwen minder moeite met het voorstellen van God de Vader dan in de Oosters-orthodoxe kerk. Ook de voorstelling van de Drie-eenheid vormde al in de latere middeleeuwen minder een probleem dan in de Byzantijnse kerken.

Michelangelo, God de Vader, detail van de scheppingsdaden,

gewelf van de Sixtijnse kapel, 1508-1512


In de tijd dat de mozaïeken van de Genesis Koepel van de San Marco werden ontworpen (ca. 1220) werd de Schepper nog in de gedaante van zijn mens geworden Zoon voorgesteld. Dat moet ook zeker het geval zijn geweest op de miniaturen in de Cotton Genesis (4de-5de eeuw) waarop de mozaïeken zijn gebaseerd.

Een kleine drie eeuwen later ondervond Michelangelo blijkbaar geen problemen meer toen hij God de Vader tijdens de scheppingsdaden voorstelt als een menselijke figuur: een oudere man met vrij lange grijs-witte haren en een grijze baard.

Jan Brueghel de Jonge (Vlaamse kunstenaar,1601-1678), De Geest van God zweeft over de wateren, olieverf op koper: 72 x 93 cm., privéverzameling


Het beeld van God de Vader als een oudere man zou na Michelangelo nog eeuwen de beeldtraditie domineren.


De Heilige Geest, de doop van Jezus in de Jordaan

De Heilige Geest is er in dit artikel maar bekaaid vanaf gekomen! Op het mozaïek in de San Marco zagen we dat deze component van de Drie-eenheid als voorstelling van Gods Geest wordt afgebeeld als een duif. Dat is gebaseerd op het verhaal van de doop van Jezus in de Jordaan.

Rogier van der Weyden, Johannes, panelen van het Triptiek, olieverf op paneel, elk paneel: 77 x 48 cm., ca. 1454, Gemäldegalerie Berlijn


Op het Johannes Triptiek worden belangrijke momenten uit het leven van Johannes de Doper voorgesteld: links de geboorte van Johannes en rechts zijn onthoofding. Op het middenpaneel zien we het belangrijkste moment uit zijn leven: de doop van Jezus in de Jordaan.

De Heilige Geest mocht aanvankelijk ook niet als een zichtbare gestalte worden weergegeven. Met de voorstelling van de Heilige Geest als een duif had men geen problemen. De Heilige Geest heeft zich namelijk één keer zichtbaar voor mensen gemanifesteerd: als een duif! Als zodanig is hij namelijk aanwezig bij de doop van Jezus in de Jordaan, zichtbaar voor iedereen die erbij was!

Middenpaneel Johannes Triptiek, de doop in de Jordaan


Met het verhaal van de doop van Jezus in de Jordaan wordt in feite verteld over de openbaring of manifestatie van de Goddelijke Drie-eenheid waarbij de goddelijke natuur van de mens Jezus wordt benadrukt.

In de tijd dat Johannes zich aan de oever van de Jordaan had gevestigd om het einde der tijden te verkondigen en de mensen te dopen die gevoelig waren voor zijn boodschap, kwam ook Jezus naar Johannes toe om door hem gedoopt te worden. Nadat Jezus was gedoopt ging plotseling de hemel open … ‘Hij zag de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op hem neerdalen’. (Lukas 3: 21-22), ‘En er klonk een stem uit de hemel: Dit is mijn geliefde Zoon, in hem heb ik welbehagen’. (Lukas 3: 21-22)

De dag na de doop zag Johannes Jezus staan aan de overkant van de Jordaan. Hij was er nu van overtuigd dat met de komst van Jezus de door de profeten voorspelde Messias was gekomen. Hij wees zijn leerlingen op Jezus en zei: ‘Zie, dit is het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.’ (Johannes 3: 29). Jezus is het onschuldige offerlam dat door zijn offer de mensheid zal verlossen. Johannes herkent in Jezus de door de profeten voorspelde Verlosser.

detail middenpaneel van het Johannes Triptiek


Op het detail van het paneel van Rogier van der Weyden zien we dat Johannes enkele druppels water uit zijn hand over het hoofd en het voorhoofd van Jezus laat vallen.

Boven Jezus en Johannes zweeft een roodgekleurde God de Vader in een ovale, lichter gekleurde rode wolk. Hoewel God de Vader alleen met zijn stem zijn aanwezigheid bij de doop van zijn Zoon kenbaar maakt en dus niet zichtbaar was voor de aanwezigen, wordt hij wel bij de doop van zijn Zoon zichtbaar in beeld gebracht! De regels worden blijkbaar soepeler.


Met de zichtbare God de Vader wordt duidelijk dat wij hier te maken hebben met een Epifanie, een manifestatie of openbaring van de Heilige Drie-eenheid: God de Vader is verbaal aanwezig; God de Zoon als mens geworden Zoon van God en de Heilige Geest in zijn gedaante van een duif. Op het ‘smetje’ van de zichtbaar aanwezige God de Vader na, is daarmee de cirkel wel rond, want verder zien we hetzelfde als in de Genesis Koepel: de Drie-eenheid als woord, mens en duif!


PS Het is nog even afwachten hoe bepaalde dingen volgende week lopen, maar zoals ik er nu tegenaan kijk verwacht ik geen tijd te hebben om een nieuw stukje te schrijven!


Gebruikte Literatuur

- W.P. Theunissen, Ikonen, historisch, aesthetisch en theologisch belicht, Den Haag 1948

- E.H. Gombrich, Eeuwige Schoonheid, Houten 1982

- Gerard Wellen, De verbeelding van het Woord, Deel 1: De oudchristelijke wereld (200-600) - een iconografische studie, Baarn 1999

- Wikipedia: ‘Abgar V’, ‘Lentulusbrief’





244 weergaven

Comments


bottom of page