top of page
  • Foto van schrijverPaul Bröker

Johannes Cornelisz. Verspronck en het meisje in het blauw: een geschilderd gedicht over de jeugd

detail Portret van een meisje in het blauw


Inleiding                                                                                                                    In de Eregalerij van het Rijksmuseum hangt tussen schilderijen van Rembrandt en Vermeer het schilderij van een kunstenaar van wie de naam niet direct bij iedere kunstgevoelige persoon op het puntje van de tong ligt, maar vrijwel iedere kunstliefhebber kent het schilderij: Portret van een meisje in het blauw van de Haarlemse kunstenaar Johannes Cornelisz. Verspronck. Nog niet zolang geleden zag ik het schilderij toen ik naar het museum ging speciaal voor de tentoonstelling Frans Hals. Toen ik over die tentoonstelling liep moest ik af en toe aan het schilderij denken omdat Verspronck een leerling van Frans Hals zou zijn en dat het Portret van een meisje in het blauw zo anders is dan de uitbundige portretten van Frans Hals die zijn opdrachtgevers vaak met een lach op het gezicht en in een ongedwongen houding vereeuwigde.

Naast Frans Hals (1580-1666) was Johannes Cornelisz. Verspronck (1600-1662) in die tijd de belangrijkste portretschilder van Haarlem. Zijn veel ingetogener stijl viel goed in de smaak bij calvinistische opdrachtgevers die zich liever soberder, rustiger en zonder al teveel gedoe lieten portretteren. Er zijn van hem nog zo’n honderd portretten bekend en ook nog twee groepsportretten twee genrevoorstellingen en een stilleven.


De basis van dit artikel schreef ik begin juni 2014 … nu zo’n tien jaar geleden dus. Ik opende toen met: “Gisterenochtend tijdens het ontbijt dronk mijn tafelgenoot koffie uit zo’n mok die je wel vaker in museumwinkels tegenkomt, meestal met een afbeelding van een bekend schilderij uit de collectie van het museum. Aan de ene kant was in een ovaal een voorstelling aangebracht van Het Melkmeisje van Vermeer en aan de andere kant het Portret van een meisje in het blauw van Verspronck, twee topschilderijen uit de Nederlandse zeventiende eeuw in het Rijksmuseum. De afbeeldingen op de mok deden op geen enkele manier recht aan de schoonheid van de schilderijen. Ik beloofde een stukje te schrijven over het Portret van een meisje in het blauw en te proberen om er een behoorlijke afbeelding bij te voegen. Dit alles met de opmerking dat het schilderij in werkelijkheid zo ongelofelijk veel mooier is dan welke reproductie dan ook.” Ik heb in dat artikel maar in het midden gelaten wat ik van haar mok vond.


Portret van een meisje in het blauw

 Johannes Cornelisz. Verspronck, Portret van een meisje in het blauw, signatuur en datum, linksonder:  J. VSpronck Anº 1641’,

olieverf op doek: 82 x 66,5 cm., Rijksmuseum Amsterdam


We weten niet wie het geportretteerde meisje is, laten we haar vrij naar de titel van het schilderij in het Rijksmuseum maar ‘Meisje in het blauw’ noemen. We weten ook niet hoe oud het kind is. De leeftijd van een geportretteerde is aan de hand van een schilderij vaak moeilijk in te schatten. Daarom heeft een schilder vaak het Latijnse woord Aetatis: ‘leeftijd’ naast het portret geschilderd met daaropvolgend een getal. Wanneer de schilder bijvoorbeeld ergens op het schilderij Aetatis 7 zou hebben geschilderd hadden we geweten dat toen Verspronck haar in 1641 schilderde zij zeven jaar oud was. We zullen nog zien dat er ook portretten van haar vader en moeder bekend zijn die eveneens werden geschilderd door Verspronck. De namen van een echtpaar zijn vaak goed te achterhalen aan de hand van wapenschilden, maar ook die ontbreken op het schilderij. Dat zien we wel vaker vanaf de zestiende - zeventiende eeuw. In die tijd verschoof de rijkdom steeds meer naar de gegoede burgerij, de kooplieden die hun macht en status ontleenden aan hun vermogen, opleiding en werk en niet, zoals de adellijke lieden die hun status vaak ontleenden aan hun familiegeschiedenis en familietradities. In de Gouden Eeuw is het laten maken van een portret niet meer uitsluitend weggelegd voor vorsten en adellijke lieden die zich in die tijd nog wel met een familiewapen op hun portretten wilden onderscheiden. De kooplieden hadden veelal geen familie wapen. We kunnen over de ouders van Meisje in het blauw alleen met zekerheid zeggen dat zij moeten hebben behoord tot de gegoede en welgestelde burgerij in Haarlem. Zij konden het zich immers veroorloven om een vermaarde, dus dure portretschilder op z’n minst drie portretten te laten maken. Ook de schitterend in detail weergegeven blauwe japon van het meisje afgezet met prachtige witte kant en opgewerkt met gouddraad, haar oorbellen en die halsketting en armband met parels: het moet een lieve duit gekost hebben om dochterlief zo als een jongedame aan te kleden en op te doffen.

detail Portret van een meisje in het blauw


We weten natuurlijk ook niets met zekerheid over haar stemming op het moment dat de kunstenaar haar schilderde en evenmin weten we iets over haar karakter, haar wispelturigheid en haar intelligentie, in feite weten wij sowieso vrijwel niets over haar. Toch dwingt zij mij op een of andere manier iets over haar persoonlijkheid als kind te schrijven. Ik wil daarbij voorop stellen dat ik een beeld schets van zaken die bij mij persoonlijk opkomen wanneer ik het schilderij in het Rijksmuseum zie, persoonlijke mijmeringen dus.


Het onbekende meisje staat ten halven lijve afgebeeld voor een onbestemde achtergrond die, afhankelijk van de lichtval van lichtbruin doorloopt in donkerbruin-zwart. Haar gezicht met die rode blosjes op de wangen is natuurlijk schitterend. Met haar heldere ogen kijkt zij ons heel direct en indringend aan. Er is haast geen ontkomen aan dat meisje dat de ene keer mij zo ongegeneerd blijft aankijken op een manier zoals alleen kinderen dat doen met dat heerlijke, kinderlijk arrogante smoel met een blik van 'kom mij niet te na' en bij wie het dedain van haar gezicht spat. Een andere keer wanneer ik haar zie kan ze zo heerlijk kinderlijk verlegen kijken en weer een andere keer herken ik iets verdrietigs in haar ... die indrukken zullen wel voor een groot deel worden bepaald door mijn stemming van het moment waarop ik haar tegenkom … en dat is vrijwel altijd wanneer ik naar het Rijksmuseum ga. De laatste keer was dat tijdens de tentoonstelling over Frans Hals, ergens eind februari van dit jaar. 

Hoewel het kind met al die fraaie opsmuk oogt als een jonge volwassene, en hoewel het vaak heel moeilijk is een leeftijd van afgebeelde personen op schilderijen in te schatten, zal het meisje naar mijn gevoel niet veel ouder zijn dan tussen de vijf en zeven jaar.

Zij houdt een prachtig geschilderde waaier met witte veren in de hand. Natuurlijk zal zij zich bij het model staan niet helemaal op haar gemak hebben gevoeld en zal dat poseren haar veel te lang hebben geduurd: ‘Mama, hoe lang duurt het nog?’, en die mooie kleren en al die kostbaarheden zal zij vast wel even leuk hebben gevonden, maar die lol is er snel af. Bij het spelen met haar broertjes, zusjes en/of haar vriendinnetjes zal zij er alleen maar last van hebben gehad en dan ook nog haar moeder: ‘… en houd jouw kleren nou eens één keer een beetje netjes meid, opa en oma komen straks ook nog…’ Het lijkt mij het type pittige meid dat haar ergernis daarover heus wel kenbaar zal hebben gemaakt ... geheel op haar eigen wijze.

De emoties die portretten bij mensen oproepen zijn zonder enige twijfel altijd heel divers. Het gaat er maar om welke associaties en herinneringen een portret bij de beschouwer oproepen. De ene keer oogt zij als een kwetsbaar kind, de andere keer is zij verdrietig en weer een volgende keer staat zij daar met een uitstraling van een jonge puber die precies meent te weten hoe het allemaal zit en wie waagt daaraan te twijfelen kan rekenen op een volgende tirade.

Wat mij betreft straalt er van het gelaat een heerlijke kinderlijke arrogantie en zelfverzekerdheid uit die wij als volwassenen meteen herkennen, maar waarvan het meisje zich op geen enkele manier bewust is. Zeker lijkt het mij zo'n kind dat niet de intentie heeft om het haar ouders of de meester op school gemakkelijk te maken. Tegelijkertijd herkennen wij ook het ongemak en de o zo grote onzelfverzekerdheid van een jonge meid.

Maar hoe wij  persoonlijk ook over haar mogen denken, we komen allemaal al vlug tot een soortgelijke conclusie: wat een weergaloze, verrukkelijke meid is ons Meisje in het blauw … Hoe dan ook:  die meid komt er wel!

 


Twee portretten van Verspronck in Museum Twenthe, een familietragedie en een schrijnend voortschrijdend kunsthistorisch inzicht

In Museum Twenthe bevinden zich twee afzonderlijke portretten die elkaars pendant vormen. De schilderijen zijn ook geschilderd door Verspronck en hebben dezelfde afmeting. Laten we eerst maar eens naar de heer kijken.

Johannes Cornelisz. Verspronck, Portret van een heer, signatuur en datum, linksonder:  ‘J. VSpronck Anº 1640’, olieverf op doek: 82 x 66,5 cm., Rijksmuseum Twenthe, Enschede


Met die zweem van een glimlach op het gelaat zien we wellicht nog iets dat aan het werk van Frans Hals doet denken. Ook de stoere houding van de man met de hand tegen de zijkant van het lichaam en die handschoen in zijn gehandschoende linkerhand roepen herinneringen op aan het werk van de vermoedelijke leermeester van Verspronck. Zijn houding en zijn gezicht stralen enige zelfgenoegzaamheid en zelfverzekerdheid uit.  

De portretten van de man en vrouw zijn zo geschilderd dat zij naar elkaar zijn toegekeerd wanneer het portret van de man links hangt. Hun gezichten zijn een kwartslag gedraaid zodat ze de beschouwer aankijken.

Johannes Cornelisz. Verspronck, Portret van een dame,

signatuur en datum, linksonder:  ‘J. VSpronck Anº 1640’,

olieverf op doek: 82 x 65 cm., Rijksmuseum Twenthe, Enschede   


Evenals haar man straalt de vrouw een zekere waardigheid uit, maar zij oogt bescheidener, wat meer ingetogen. Dat komt vooral doordat zij wat minder ruimte in het beeldvlak van het schilderij inneemt dan haar echtgenoot en ook door de manier waarop zij haar handen gevouwen houdt. Toch zullen wij ons vooral op haar concentreren.




In het artikel uit 2014 schreef ik: “Bij het zien van het schilderij in het Rijksmuseum ontkom ik niet aan de verleidelijke gedachte dat er nog een portret van Meisje in het blauw bestaat, maar nu in het zwart!

In het Museum Twenthe hangt het Portret van een onbekende dame, ook van Johannes Cornelisz. Verspronck. De geportretteerde vrouw in Museum Twenthe is in het zwart gekleed. De sobere zwarte kleding en tegelijk de driedubbele kraag met kanten randen past bij de statige mode van de gegoede burgers uit de zeventiende eeuw.                                                                       

De kinderen van de aanzienlijke burgerij droegen vaak wel kleurrijkere kleding dan hun ouders. Opmerkelijk is dat Meisje in het blauw dezelfde driedubbele kraag met kanten randen draagt en eenzelfde witte waaier in haar hand houdt als de Dame in het zwart. Ook de gelijkenis in uiterlijk tussen de twee is wel heel frappant. De afgebeelde vrouw is naar mijn gevoel tussen de twintig en vierentwintig jaar oud. Dat betekent dat zij tussen de vijftien en zeventien jaar ouder zou zijn dan het meisje op het Portret van een meisje in het blauw. Wanneer het schilderij in het Rijksmuseum naar de datering op het schilderij in 1641 is geschilderd en wanneer het in Museum Twenthe inderdaad om dezelfde persoon gaat zou het schilderij in Museum Twenthe naar mijn leeftijdsinschatting uit ca.1656-1658 moeten dateren. Het zou natuurlijk ook om een ouder zusje van Meisje in het blauw kunnen gaan. Wanneer Meisje in het blauw inderdaad tussen de vijf en zeven jaar zou zijn zou het leeftijdsverschil tussen beide zussen tussen de dertien en vijftien jaar zijn. Hmm, een flink leeftijdsverschil voor die tijd, maar het zou natuurlijk wel kunnen. Waarschijnlijker is echter dat er geen enkele band is tussen Meisje in het blauw en de ‘Dame in het zwart’. Toch heb ik de gelijkenis tussen beiden altijd frappant gevonden en ik zal toch niet de enige zijn die dat is opgevallen.”


Helaas moet ik op mijn dagdromen en veronderstellingen uit 2014 terugkomen en moet ik mij conformeren aan een kunsthistorisch voortschrijdend inzicht. Ter gelegenheid van de tentoonstelling Lief en Leed (2018) werd het schilderij Portret van een dame en ook de pendant: Portret van een heer gerestaureerd. Tijdens de restauratie kwamen dingen aan het licht die ik in 2014 niet kon weten. Onder de relatief dikke gele vernislaag kwam naast de signatuur ook de datering tevoorschijn: ‘J. VSpronck Anº 1640’.

1640 dus! Omdat het jaartal vrijwel hetzelfde is als het jaartal van het Portret van Meisje in het blauw en omdat de afmetingen van de drie schilderijen ook vrijwel identiek zijn ligt de conclusie voor de hand: Verspronck heeft in 1640-1641 de portretten van een gezin geschilderd dat bestond uit een vader, een moeder en hun dochter. Ik kan mij wel voor mijn kop slaan dat ik in 2014 niet de mogelijkheid heb opengehouden dat Meisje in het blauw natuurlijk ook wel eens de dochter van Dame in het zwart zou kunnen zijn … gevalletje van een blinde vlek! en de in 2014 gesuggereerde leeftijden kunnen ook op de schop: 'voortschrijdend kunsthistorisch inzicht' heet dat dus!

Ergens in de loop van de geschiedenis van de drie portretten werd het gezin hardvochtig van elkaar gescheiden. De portretten van de ouders leiden vanaf dat moment een eigen leven en Meisje in het blauw moest op haar eigen benen staan. Tijdens de expositie in 2018 in Rijksmuseum Twenthe werden de drie weer met elkaar verenigd… al was het maar voor kort. De titel van dit familiedrama wordt goed getypeerd in de titel van de tentoonstelling: Lief en Leed. 

"Familiereünie in Enschede. Na bijna honderd jaar hangen ze weer naast elkaar: het wereldberoemde ‘Portret van een Meisje in het Blauw' uit het Rijksmuseum Amsterdam en haar ouders uit het Rijksmuseum Twenthe." (tekst en foto: Newsroom Enschede, foto: Annina Romita) 

Gerard ter Borch (II), Portret van Helena van der Schalcke, olieverf op paneel: 34 x 28,5 cm., ca. 1648, Rijksmuseum Amsterdam

 

Ik sluit af met een portret door Gerard ter Borgh (II) (1617-1681) omdat ik het niet wil bewaren voor een eventueel ander artikel … maar vooral omdat ik er vaak aan moest denken tijdens het schrijven van bovenstaand artikel en er verder niet veel meer over weet te vertellen dan dat het ook een buitengewoon aandoenlijk kinderportret is. In dit geval kennen we haar naam. Het is Helena van der Schalcke (1646-1671) dochter van koopman Gerard van der Schalcke en Johanna Bardoel. Zij was hooguit drie jaar toen zij door Gerard ter Borch (II) werd geportretteerd. In de zaaltekst vermeldt het museum: ‘Haar zijden, met strikken versierde jurk en rieten tasje lijken op zaken die meer bij een volwassen vrouw passen. Maar op haar rug is nog een stuk van haar leiband te zien: een slip waaraan kinderen konden worden vastgehouden. De rode anjer in haar hand staat symbool voor de hoop op eeuwig leven. Helena stierf op 24-jarige leeftijd”.

detail Portret van Helena van der Schalcke


Gebruikte literatuur

Tentoonstellingscatalogus,  Lief en Leed, Realisme en fantasie in Nederlandse familiegroepen uit de zeventiende en achttiende eeuw, Claire van den Donk en Rudi Ekkart, Museum Twenthe, Zwolle 2018. Dank voor het lenen van die catalogus Juliëtte.




134 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page