• Paul Bröker

Jupiter en Io: over een onmogelijke liefde


Over de oorsprong der dingen IV: Argusogen en de ogen in de pauwenstaart


Jupiter (Griekse mythologie: Zeus) had een groot hart! Hij was de echtgenoot van de godin Juno (Griekse mythologie: Hera), maar nam het niet zo serieus met de echtelijke trouw. Zijn optreden in de klassieke mythologie is vooral een grote aaneenschakeling van avontuurtjes met aardse schonen, vooral jongedames en een enkele keer ook met een jongeman. Dientengevolge is de rol van Juno vaak die van de bedrogen, achterdochtige en wraaklustige echtgenote. Haar wraak richt zich niet op haar almachtige man, maar op diegenen met wie hij haar bedrogen heeft. In de Metamorphosen van Ovidius (hier) lezen we dat Jupiter allerlei gedaantes aanneemt om zijn buitenechtelijke relaties voor zijn gemalin verborgen te houden. Jupiter en ook andere goden verwekten bij hun aardse geliefden ook kinderen. In de klassieke tijd zag men hierin wel een teken dat de mensen van de goden afstammen.


Het verhaal van Jupiter en Io

Een van de fraaie liefdes­geschiedenissen van Jupiter gaat over zijn relatie met de nimf Io. (Metamorphosen Boek I: 583-746). Io is de dochter van de riviergod Ichnachus. Ovidius vertelt dat Jupiter de schoonheid van het meisje had opgemerkt en dat hij een brede nevelstrook over de velden had getrokken. Om ongestoord zijn gang te kunnen gaan had hij er wel voor gezorgd niet de aandacht van Juno te trekken. Hij was daarom volledig in de nevel opgegaan en in de gedaante van een wolk bedreef de oppergod de liefde met Io.


Het schilderij van Antonio da Correggio


































Jupiter en Io, Antonio da Correggio

ca. 1530, olieverf op doek: 164 x 74 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen




Het schilderij van Correggio (1489-1534) brengt de innige omhelzing tussen de wolk en Io op een geloofwaardige manier in beeld. De wolkenarm, met een soort van hand met mensenvingers heeft Jupiter om haar heen geslagen. Wanneer we voor het schilderij in het Kunsthistorisches Museum in Wenen staan én het voorgestelde verhaal kennen, dan is het hoofd van de oppergod nog net herkenbaar. Hij brengt zijn mond naar de wang van zijn geliefde en staat op het punt haar te kussen. Na haar aanvankelijke verzet lijkt zij nu helemaal op te gaan in het liefdesspel.


Het vervolg van het verhaal I

Juno had op de Olympus gezien dat er iets vreemds op aarde gaande was. Hoewel het een zonnige dag betrof, verbaasde het haar dat zich op aarde nevel verbreidde, die niet opsteeg vanuit een rivier. Zij was ondertussen wel bekend met de streken van Jupiter en meteen kwam bij haar de gedachte op: Als ik mij niet bedrieg, wordt ik bedrogen. Zij ging naar de aarde om eens polshoogte te nemen. Al vlug zag zij wat er aan de hand was, haar voorgevoel had de godin niet bedrogen. Jupiter had ondertussen argwaan gekregen, ergens had hij het gevoel dat Juno hem bespiedde. Hij moest nu snel handelen voordat zijn vrouw het overspel zou ontdekken. Hij veranderde Io in een koe zodat zij voor Juno niet herkenbaar was als zijn geliefde.

Tegenover Jupiter doet Juno alsof zij niets in de gaten heeft. Plotseling, zo veinst zij, merkt Juno ineens die schitterende koe op. Zij vraagt haar man of hij haar die koe wil schenken. Jupiter kon niet zo vlug iets bedenken waarom hij dat verzoek niet zou inwilligen en de minnares wordt aan de bedrogene geschonken.


De pentekening van Michiel Coxie I

Jupiter en Io, Michiel Coxie I

bruine inkt op papier: 171 x 137 mm, British Museum, Londen


Op de pentekening van Michiel Coxie I (1499-1592) verschijnt Juno op een wolk. Zij is in gezelschap van een pauw. Jupiter, herkenbaar aan de adelaar, is opgeschrikt tijdens zijn vrijage met Io. Hij hoopt zijn overspelige verhouding nog aan de blikken van Juno te kunnen onttrekken en verandert Io in een koe. Op de tekening is de metamorfose van Io in een koe in volle gang. De tekening maakt ook duidelijk dat Juno alles al heeft gezien…


Het schilderij van David Teniers

Juno vraagt de koe aan Jupiter, David Teniers, 1638, Kunsthistorisches Museum, Wenen


Het schilderij van David Teniers (1582-1649) toont het moment dat Juno de fraaie koe aan haar man vraagt. Juno trekt haar liefste koppie om haar man te verleiden haar het mooie dier te schenken. Zogenaamd liefdevol aait zij haar rivale, maar innerlijk kookt zij van woede. Aardig detail zijn de vogels in de rechter benedenhoek die bij Jupiter en Juno horen: de adelaar en de pauw. De dieren maken ruzie met elkaar. Op een speelse manier zinspeelt Teniers hiermee op de ruzie tussen de echtelieden die zo dadelijk zal ontbranden.



Het schilderij van Pieter Lastman

Juno betrapt Jupiter met Io, Pieter Lastman, 1618

olieverf op paneel; 54 x 78 cm, National Gallery, Londen


Op het schilderij van Lastman (1583-1633) heeft de transformatie van Io zich al volledig voltrokken. In de lucht verschijnt Juno in de nevel. Aan haar voeten zien we twee pauwen. Als koningin van de goden heeft zij een kroontje op haar hoofd en een scepter in de hand.

De man met de vossenhuid op zijn rug waarvan de kop op diens buik naar voren komt is de personificatie van List en Sluwheid. Met het rood-oranje masker voor het gelaat combineert Teniers die vossenstreken ook nog eens met het attribuut van de personificatie van Bedrog.


Vervolg van het verhaal II

Io is dus in een koe verandert en de koe is het eigendom geworden van de oppergodin. Toch is Juno nog niet gerustgesteld, zij vertrouwt haar man absoluut niet. Hij heeft haar immers al te vaak bedrogen. Daarom laat zij de herder Argus (Griekse mythologie: Argos Panoptes, Argos de Alles Ziende) de koe bewaken. In de mythologische verhalen komt Argus naar voren als een ideale bewaker. Hij heeft namelijk maar liefst honderd ogen waarvan er beurtelings maar twee tegelijkertijd slapen, terwijl de andere de wacht houden. In welke richting de koe zich ook bewoog, Argus hield Io voortdurend in de gaten. Argus leeft nog steeds voort in onze taal: Iets met Argusogen bekijken betekent iets nauwlettend of wantrouwend in de gaten houden.

Ovidius beschrijft dat Jupiter het verdriet van zijn geliefde niet langer kon aanzien. Hij besluit in te grijpen. Argus moest uit de weg worden geruimd. Hij roept zijn zoon Mercurius (Griekse mythologie: Hermes) bij zich en draagt hem op de Allesziende te doden. Mercurius vermomt zich met herderskleren, compleet met herdersfluit. Onder zijn kleren verborg hij een zwaard. Met zijn kudde geiten nadert hij Argus. Argus en Mercurius raken op een vriendelijke en onderhoudende manier in gesprek en Mercurius vertelt mooie verhalen. Op een gegeven moment vraagt Argus de herder wat op zijn fluit te spelen. Daarop had Mercurius gewacht en hij begint met zijn spel. De godenzoon wist zulke wonderbaarlijke toverklanken aan zijn fluit te ontlokken dat de ogen van de bewaker hieraan geen weerstand konden bieden: een voor een vielen ze dicht.

Toen de bewaker in diepe slaap verzonken was haalde Mercurius het zwaard tevoorschijn en sloeg Argus het hoofd af.

Juno verschijnt met haar pauwenwagen op het toneel. De godin is ziedend dat haar bewaker is gedood. Als eerbetoon aan Argus plaatste zij diens ogen in de staartveren van de aan haar toegewijde pauwen. Waarmee maar weer verklaard is hoe pauwen aan ogen in hun staart komen!


Het schilderij van Abraham Bloemaert

Mercurius, Argus en Io, Abraham Bloemaert, ca.1592

olieverf op doek: 63,5 x 81,3 cm, Centraal Museum, Utrecht

Abraham Bloemaert (1566-1651) schildert het tafereel als een idyllische pastorale. Maar wanneer we het verhaal kennen realiseren we ons dat het boordevol dreiging zit. We zijn getuige van het moment waarop Argus in slaap is gevallen. Het met vele ogen overdekte hoofd hangt op zijn borst. Links is Mercurius nog op zijn herdersfluit aan het spelen. Naast hem ligt zijn zwaard. De god is direct herkenbaar aan zijn zogenaamde caduceus. Deze door twee slangen omwonden staf is het belangrijkste attribuut van Mercurius. Argus had dus wat beter uit zijn vele ogen moeten kijken! Wanneer hij beter had opgepast was hem veel ellende bespaard gebleven. Rechts kijkt de koe aandachtig om. Io houdt dus alles nauwlettend in de gaten en hoopt dat haar kwellingen nu snel voorbij zijn.

Het schilderij van Hendrick Goltzius

Juno ontvangt de ogen van Argus van Mercurius, Hendrick Goltzius, 1615

olieverf op doek: 131 x 181 cm, Museum Boymans Van Beuningen, Rotterdam
































Goltzius (1558-1617) was er blijkbaar op uit de toeschouwer zoveel mogelijk met alle gruwelijke details van het verhaal te confronteren. Op het schilderij is het moment afgebeeld waarop Juno met haar pauwenwagen vanaf de Olympus naar de aarde is afgedaald. Mercurius heeft het afgehouwen hoofd van Argus op een kleed gelegd dat op een rotsblok ligt. Met de pin in zijn linkerhand heeft hij al een aantal ogen uit het hoofd van Argus gewipt. De bloedende plekken op het hoofd markeren de plaatsen waar de ogen hebben gezeten. Mercurius houdt een zojuist verwijderd oog in zijn rechterhand en en overhandigt het aan Juno. Zij zal het bij de andere ogen voegen in het doekje waarin Juno de ogen verzamelt. Wanneer we het schilderij in Museum Boymans Van Beuningen zien, valt op dat de uitgestoken ogen gruwelijk realistisch zijn geschilderd. Ze zijn nog nat en ze glimmen alsof ze nog in de oogkassen zitten. De godin wijst naar haar pauwen, de bestemming voor de ogen. Links op de voorgrond ligt het onthoofde lichaam van Argus. Angstaanjagend confronterend kijkt de toeschouwer heel direct naar de plaats waar het hoofd van de hals is gescheiden. In het midden op de voorgrond ligt het bebloede zwaard waarmee Mercurius de opdracht van zijn vader heeft volbracht.


Opvallend is dat het op dit schilderij Mercurius is die de ogen van Argus uit diens hoofd verwijdert. Ovidius vermeldt dit niet. Hij laat het in het midden wie die taak op zich heeft genomen:

Zie Argus liggen: al dat licht van heel dat ogental

is uitgedoofd, één donkerte bedekt die honderd ogen -

door Juno uitverkoren voor de veren van haar pauw,

zodat diens staart sindsdien is overdekt met sterjuwelen.


De Metamorphosen betreft vooral herschrijvingen van verhalen uit de Griekse mythologie. Ik sluit niet uit dat er in de Griekse mythologie een traditie bestond waarin aan Mercurius de lugubere taak heeft de ogen uit het hoofd te halen. Dat lijkt echter niet erg logisch. Juno was immers woedend op Mercurius omdat hij haar bewaker had gedood. Het ligt daarom niet voor de hand dat zij die taak aan hem toevertrouwt. Toch moet het op het schilderij van Goltzius Mercurius zijn die de ogen uit het hoofd van Argus verwijdert. Rechtsonder ligt namelijk zijn caduceus onder het rode kleed. Die staf is nu wel iets beter verborgen dan op het schilderij van Bloemaert.


Het schilderij van Peter Paul Rubens

Juno en Argus, Peter Paul Rubens, ca. 1611

olie op paneel: 296 x 116,5 cm, Wallraf-Richartz Museum, Keulen


Op het schilderij van Rubens (1577-1640) is het niet Mercurius, maar een vrouw die met een soort chirurgisch lepeltje de ogen uit het hoofd van Argus peutert. Het hoofd ligt op een bebloede doek op haar schoot. Met chirurgische precisie lepelt zij de ogen uit het hoofd van Argus. Rechts op de voorgrond ligt diens ontzielde lichaam. De achterste pauw toont heel trots zijn staartveren die nu ogen hebben.


besluit van het verhaal

Op het schilderij van Goltzius zagen we diep in het landschap een witte koe. Het dier heeft zich ver verwijderd van het gebeuren op de voorgrond. Wellicht zinspeelt de schilder hiermee op het verdere verloop van het verhaal. Want de ellende van Io is na de dood van Argus nog lang niet voorbij. De wraakzuchtige Juno laat de koe opjagen door bijen en steekvliegen. Pas na jarenlange omzwervingen komt Io uiteindelijk in Egypte. Juno toont erbarmen en geeft haar koe haar menselijke gedaante terug. In Egypte wordt zij later vereerd als Isis. Naar de mythologische traditie is zij de stammoeder van de laatste faraodynastie, die van de Ptolemaeën.


Ovidius besluit het verhaal met de metamorfose van de koe in een mens:


... Juno geeft toe en Io wordt

wat zij geweest is: haar gezicht komt terug, haar vacht verlaat haar,

de horens groeien weg, de ogenrand verkleint zich en

de brede bek wordt smaller; schouders, armen worden zichtbaar,

de hoef loopt weer in vijf gescheiden vingernagels uit.

De nimf heeft niets meer van een koe, alleen die blanke schoonheid,

en heel tevreden dat zij weer twee mensenbenen voelt,

richt zij zich op, maar zegt nog niets, uit angst dat zij nog altijd

koe-achtig loeit. Pas heel voorzichtig spreekt zij weer als eerst.



gebruikte literatuur

- Moormann, Erik M. Van Achilleus tot Zeus: thema's uit de klassieke mythologie in literatuur, muziek, beeldende kunst en theater, Nijmegen 1987

- Ovidius Metamorphosen, Boek I: 583-669, vertaling M. D'Hane-Scheltema, Amsterdam 1998 Alle citaten van Ovidius zijn afkomstig uit deze uitgave.



495 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven