top of page
  • Paul Bröker

Kerstmis 2022: over licht in de duisternis en verering en herkenning


het Portinari-altaar van Hugo van der Goes


detail middenpaneel van het Portinari-altaar


Tijdens het schrijven van het artikel van afgelopen week over het schilderij De dood van Maria van Hugo van der Goes moest ik in verband met het naderende Kerstfeest denken aan het Portinari-altaar van dezelfde kunstenaar. Dit altaarstuk wordt gerekend tot de belangrijkste werken uit de school van de Vlaamse primitieven.

Opstelling van het Portinari altaarstuk in het Museo dei Uffizu in Florence


De opdrachtgever: Tommaso Portinari

Het zegt veel over de eigentijdse internationale vermaardheid van Hugo van der Goes dat hij opdracht kreeg van een van de rijkste mannen uit het toenmalige Europa voor het vervaardigen van een enorm en kostbaar altaarstuk.

Tommaso Portinari (1432-1501) was een Florentijnse bankier. Van 1455-1497 verbleef hij in Brugge. Daar was hij onder meer vertegenwoordiger van het filiaal van de Medici-bank in de stad. Als groot bewonderaar van de Vlaamse kunst uit zijn tijd zal hij ook wel het atelier van Hugo van der Goes (1440-1482) in Gent hebben bezocht. Daar kon hij persoonlijk kennis maken met de Gentse meester en met diens werk. Uit eigentijdse documenten vernemen we dat Portinari verschillende opdrachten aan Vlaamse kunstenaars heeft verstrekt, onder andere aan Hans Memling.

Wanneer het aangehouden jaartal van ca. 1473 voor de opdracht van het schilderij correct is, heeft het vervaardigen en de reis naar de eindbestemming wel enige tijd geduurd. Er is een precieze datum bekend waarop het altaarstuk in Florence aankwam, namelijk 28 mei 1483. Gebaseerd op documenten beschrijft Elisabeth Dhanens (zie gebruikte literatuur) hoe de reis van Brugge naar Florence verliep. Ik vind het wel aardig om haar beschrijving over te nemen omdat het enig inzicht geeft hoe zo’n transport indertijd verliep. Allereerst werd het enorme altaarstuk vanuit het atelier van Hugo in Gent op een kar naar Brugge gebracht. Vandaar ging het per schip naar Italië: “Na een reis over zee met oponthoud in Sicilië, werd het kunstwerk in Pisa op een kleinere boot overgeladen en via de Arno naar Florence gevoerd, waar het ontscheept werd nabij de Porta San Friano ten zuiden van de Arno. Van daar, ongetwijfeld langs de Borgo San Frediano en over een van de oude bruggen, werd het naar het hospitaal van Santa Maria Nuovo overgebracht en op het hoofdaltaar van de Sint-Egidiuskerk opgesteld. Niet minder dan zestien portatori (dragers) waren bij het overbrengen betrokken. De secretaris van het hospitaal mocht inderdaad God loven voor de voorspoedige reis en veilige aankomst: ringraziato sia Idio (Godzijdank) noteerde hij in zijn nuchtere rekening. Hij vermeldde tevens de naam van de schenker, maar niet die van de schilder!” Het heeft heel wat onderzoek gevergd om de juiste naam bij het schilderij te vinden.


Uit het verhaal wordt duidelijk dat het altaarstuk was bestemd voor het hoogaltaar van de kerk van het hospitaal dat in 1288 door Folco Portinari, een voorvader van Tommaso, was gesticht. Daarna hebben de generaties Portinari het hospitaal en de kerk rijkelijk onderhouden en met kunstwerken opgesierd. In deze traditie mogen we ook de opdracht van Tommaso voor het hoofdaltaar van de kerk van het ziekenhuis opvatten.


Het gesloten altaarstuk

Wanneer de twee zijluiken van het middenpaneel over het middenpaneel worden gedraaid zien we op de keerzijden van de luiken een voorstelling van de annunciatie.

Annunciatie


Op de achter zijde van de luiken van het Portinari-altaar is de aankondiging van de geboorte van Jezus in grisaille afgebeeld. In hun streven naar realisme werd de werkelijkheid indertijd door Vlaamse kunstenaars zo natuurgetrouw mogelijk voorgesteld. Vanaf Jan van Eyck zien we dat op de zijluiken of op de keerzijde daarvan de annunciatie of soms heiligen in de vorm van gesuggereerd beeldhouwwerk werd afgebeeld. Op de annunciatie van Hugo van der Goes werpen de ‘beelden’ met Maria en de engel hun schaduw op de muren van de nis waarin zij staan opgesteld. Dat maakt de illusie van levensechtheid nog sterker. We krijgen het gevoel dat de beelden vrij in de ruimte staan.

Maria richt zich op van het boek dat zij las en wendt haar gezicht nederig naar de engel. Zij vroeg zich af hoe zij zwanger kon geraken, zij had immers geen omgang met een man! De engel antwoordt: “De Heilige Geest zal op u neerdalen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen.” (Lucas 1: 34-35)

Boven het hoofd van Maria daalt de Heilige Geest in zijn gedaante van een duif af naar het hoofd van Maria. Met de poten vooruit maakt het dier zich klaar voor de landing. Let op de gedetailleerde schaduw van de vogel op de muur!

detail van de annunciatie


Een altaarstuk werd alleen op belangrijke feestdagen tijdens de liturgie geopend. Soms was daar een bepaald moment in de liturgie voor aangewezen. We kunnen ons de sensatie van de gelovigen voorstellen wanneer tijdens de liturgie van Kerstmis in het midden van de nacht de sobere grisaille luiken van het Portinari-altaar van het middenpaneel werden weggedraaid. De kleurenpracht van het altaarstuk van zo’n zesenhalve meter breed werd zichtbaar over vrijwel de volle breedte van het smalle koor (6,45 m.) van de kerk van het ziekenhuis. De aanwezigen werden overweldigd door het gevoel van de geboorte van het licht. Wanneer dat plechtig uitgevoerde moment ook nog eens samenging met gedragen rituelen, gezangen, kaarslicht en wierook moet het een fantastisch schouwspel voor de gelovigen zijn geweest.

Hugo van der Goes, Portinari-altaarstuk, olieverf op eikenhout, exclusief de lijsten: middenpaneel 253 x 304 cm, zijpanelen elk: 253 x 141 cm, breedte inclusief lijst ca. 635 cm, uitvoering: ca. 1473-1478, oorspronkelijke locatie: Ospedale di Santa Maria Nuova, Florence, nu: Galleria degli Uffizi, Florence


Het Middenpaneel

Op het middenpaneel zijn wij getuige van het moment van de geboorte van Jezus. Het pasgeboren kindje ligt zonder kleertjes aan op op de grond. Wanneer de gelovige het schouwspel van het openen van het altaarstuk emotioneel heeft verwerkt en de ogen wat gewend zijn aan het licht, wordt hem met een schok duidelijk waar het licht vandaan komt: de bron van het licht is de pasgeborene zelf! Het licht gaat in gouden stralen van hem uit. In het holst van de nacht verlicht híj de plaats waar hij werd geboren. Hier moet de schilder aan de woorden van Johannes hebben gedacht: “Het licht schijnt in de Duisternis … Hij kwam in zijn eigen bezit.” (Johannes: 1: 5 en 11) Fantastisch verwoord door Johannes en schitterend verbeeld door de kunstenaar! Het evangelie van Johannes beschrijft de geboorte van Jezus veel diepzinniger en spiritueler dan de veel meer verhalende vertellingen van de andere evangelisten.

Er zijn voldoende documenten bewaard gebleven waaruit duidelijk wordt dat de gelovigen, voorafgaand aan het moment van het openen van een altaarstuk, tijdens de liturgie werden bespeeld om tot de gemoedsstemming te geraken om het spektakel op de juiste wijze te beleven. We moeten proberen dit tijdens de behandeling van het middenpaneel voor ogen te houden.

Rondom het in verhouding kleine kindje is iedereen op het middenpaneel op de knieën gevallen: de ouders, negen engelen en een groepje herders zitten in aanbidding geknield rondom de pasgeborene. In de lucht zien we nog een aantal engelen die de aanbiddingscène compleet maken.

Detail van engelen op de voorgrond


Op de boord van de koorkap is met gouddraad geborduurd: Sanctus, Sanctus, Sanctus (Dominus Deus Sabaoth): heilig, heilig, heilig (is God onze Heer). De tekst onderstreept de aanbidding van de engelen van de pasgeboren Jezus.

detail van engelen op de voorgrond


Engelen zijn onzijdig! Ik heb het gevoel dat Hugo er in de koppen van de engelen goed in is geslaagd om dit weer te geven.

Buitengewoon fraai zijn de details van de kronen van de engelen. Aan de voorzijde van de gouden band zien we bij de voorste engel dat er een stukje bloedkoraal in een kleine gouden standaard is gestoken. Aan de takken hangen parels. De andere engel draagt een gouden band met grote blauwe en rode saffieren. Boven zijn voorhoofd is een gouden takje met parelen gestoken.


De herders

Omdat de herders zoveel aandacht krijgen op het middenpaneel, wordt het ook wel `De aanbidding van de herders` genoemd.

detail van de herders


In de rechter bovenhoek van het middenpaneel zien we de herders met hun kudde. Boven hen is een engel verschenen. De hemelbode maakt duidelijk dat zij maar eens naar de stal moeten gaan, daar is die nacht iets heel bijzonders gebeurd! Zij spoeden zich naar de aangewezen plaats, de een wat sneller dan de ander. In het midden, tegen de rechter rand van het middenpaneel loopt een herder met zijn doedelzak achter de anderen aan. Hij maakt grote passen. Ook hij wil zo snel mogelijk met eigen ogen zien wat er dan wel in de stal voor bijzonders is gebeurd. De herder voor hem is net aangekomen; hij maakt nog een laatste stap. Om het mysterie zo goed mogelijk te kunnen aanschouwen kijkt hij reikhalzend boven de twee voorste herders uit. Zijn eenvoudige kop is vol van verbazing en opwinding. Hij lijkt bijna ontzet over hetgeen hij ziet. Uit eerbied heeft hij zijn hoed van het hoofd genomen. De twee die als eerste aankwamen zijn voor het pasgeboren kind op de knieën gevallen.

detail van de oudste herder


De drie voorste herders zijn schitterende volkse figuren in eenvoudige kleding. Hun ingetogen expressieve gelaat en handen drukken eerbied en verwondering uit. Alle drie zijn zij op hun eigen manier ontroerd over dat kindje dat is geboren midden in die koude winternacht en die de nachtelijke duisternis heeft verjaagd. Vooral het gezicht van die oudste herder met zijn stoppelbaardje is ontroerend vertederend, het gelaat van de herder links is een en al verrukking en de derde geeft uitdrukking aan zijn nieuwsgierigheid. Menselijke emoties, laat dat maar aan Hugo van der Goes over! We zagen het al bij de apostelen die aanwezig zijn rond het sterfbed van Maria in het artikel van de afgelopen week.

De herders werden natuurlijk al veel eerder bij voorstellingen van de geboorte van Jezus afgebeeld, maar nergens krijgen zij zo’n grote rol als op het Portinari-altaarstuk. Voor velen zouden de volkse types van Hugo van de Goes op dit paneel en ook op andere van zijn schilderijen de weg hebben vrij gemaakt voor boerentaferelen zoals we die zien op schilderijen van Pieter Bruegel de Oude (1525-’50 – 1560). En al veel eerder zal de Florentijnse kunstenaar Domenico Ghirlandaio het Portinari-altaar in Florence hebben gezien! Kijk op internet maar eens naar diens schilderij De aanbidding door de herders (1483-1485) in de Cappella Sassetti in Florence


Het evangelie van Lucas en andere geschreven bronnen

Het onderwerp op het schilderij is gebaseerd op het verhaal uit het tweede hoofdstuk van het evangelie van Lucas. Daar lezen we over de geboorte van Jezus en over de aankondiging van de engel aan de herders en hun komst naar de stal. We lezen echter niet over de aanbidding van de herders en ook niet over Jezus die zonder kleren op de grond ligt. Lucas vermeldt alleen dat Maria haar pasgeboren zoon in doeken wikkelt en in een kribbe legt. We lezen ook niet dat Jozef en Maria Jezus na zijn geboorte aanbidden. Veel van de zaken op het middenpaneel en de zijluiken zijn gebaseerd op de apocriefe bronnen, de Legenda Aurea (laatste kwart 13de eeuw), de Meditationes van Pseudo Bonaventura (ca. 1300), de Vita Jesu Christi (rond 1350) van de kartuizer monnik Ludolf van Saksen en de Relevationes (ca. 1370) van Birgitta van Zweden.


Birgitta van Zweden (1303-1373)

Vooral de Openbaringen van Birgitta van Zweden zijn van groot belang geweest voor de geheel nieuwe manier waarop de geboorte van Jezus vanaf ca. 1400 werd voorgesteld. Men beschikte nu over een ooggetuigenverslag!

Tijdens de pelgrimstocht die Birgitta naar het Heilig Land heeft ondernomen (ca. 1360 - ca 1370), was zij vanuit Jeruzalem naar Bethlehem getrokken. Daar wilde zij de geboorteplaats van Jezus te bezoeken. Toen zij onderweg was naar Bethlehem wordt haar in visioenen door Maria geopenbaard wat er zich in de kerstnacht heeft afgespeeld. Birgitta beleeft én beschrijft haar visioenen alsof zij echt bij de geboorte van Jezus aanwezig was: “Daar ik te Bethlehem was, in de stal waar onze Heer werd geboren, zag ik een zeer mooie maagd die zwanger was.” Ook richtte Maria het woord tot Birgitta en maakt zij haar deelgenoot van haar gedachten en gevoelens bij bepaalde momenten: “Mijn dochter, weet dat wanneer de Drie Koningen in de stal kwamen om mijn zoon te aanbidden, ik van te voren van hun komst op de hoogte was.”

In haar beschrijvingen vermeldt Brigitta precies onder welke omstandigheden Maria haar Zoon baarde:


“En toen alles was voorbereid, knielde de Maagd in grote godsvrucht in gebed neer. ... Zo was zij daar als in een extase, verzonken in diepe beschouwing, overweldigd door goddelijke vervoeringen. En terwijl ze daar in gebed verbleef, bracht ze in een oogwenk en zonder dat zij daar iets van voelde haar Zoon ter wereld. Van hem ging zo’n onuitsprekelijk hemels licht en zulke glans uit, dat de zon er niet eens mee te vergelijken was. … En tegelijkertijd zag ik dat heerlijke, naakte en allerkleinste Kindje op de grond liggen. Zijn lichaampje was vrij van iedere smet en onreinheid. Ik hoorde ook het gezang van de engelen, dat buitengewoon lieflijk en zoet was. Toen daarop de Maagd bemerkte, dat zij reeds gebaard had, aanbad zij meteen het jongetje met grote eerbied en ontzag; ze neigde haar hoofd en vouwde de handen. En ze sprak tot hem: Wees welkom, mijn God, mijn Heer en mijn Zoon”. En het knaapje begon te wenen en te rillen van de kou en de hardheid van de grond, waarop het lag, het strekte de armpjes uit en wendde zich een weinig om, alsof het hulp en bescherming zocht bij zijn Moeder. Toen nam ze het Kind in de armen, drukte het tegen haar boezem en met haar borst en wangen verwarmde ze het, vervuld met een grote vreugde en een teder en moederlijk gevoel. En dadelijk daarop wikkelde ze het knaapje in, eerst in linnen, daarna in wollen doeken. … Toen zij dit had gedaan, trad de oude Jozef binnen, wierp zich op de grond en aanbad met gebogen knie zijn Zoon; hij schreide van vreugde. Daarop stond de Maagd op, nam het knaapje in de armen, en beiden, Maria en Jozef, legden het in de kribbe, en geknield aanbaden ze het met oneindige vreugde en overstelpende zaligheid.” (Vertaling J. Mak)

middenpaneel


We zullen zien dat Hugo de tekst van Birgitta op veel plaatsen letterlijk volgt. Precies zoals Birgitta het beschrijft ligt Jezus op het Portinari-altaar naakt op de koude wintergrond. Al voor de bevalling "... knielde de Maagd in grote godsvrucht in gebed neer. … En terwijl ze daar in gebed verbleef, bracht ze in een oogwenk en zonder dat zij er iets van voelde haar Zoon ter wereld. Van hem ging zo’n onuitsprekelijk hemels licht en zulke glans uit, dat de zon er niet eens mee te vergelijken was. … En tegelijkertijd zag ik dat heerlijke, naakte en allerkleinste Kindje op de grond liggen". Hugo brengt dit vrijwel letterlijk in beeld! Ook het 'onuitsprekelijk hemels licht’ is door Hugo verbeeldt met de gouden stralen die van Jezus uitgaan.

Zoals Birgitta het verhaalt, verhaalt ook Hugo van der Goes dat na de bevalling Maria blijft knielen terwijl zij de pasgeborene aanbidt met de woorden: “Wees welkom mijn God, mijn Heer en mijn Zoon”. Wanneer Jozef binnen komt knielt hij meteen wanneer hij zijn pasgeboren zoon ziet: “Toen zij dit had gedaan, trad de oude Jozef binnen, wierp zich op de grond en aanbad met gebogen knie zijn Zoon.’ Wanneer we goed op het Portinari-altaar naar het kleed van Jozef kijken, zien we ook die ene gebogen knie die Birgitta in haar visioen zag. Ook de engelen heeft Birgitta gezien: "Ik hoorde het gezang van de engelen, dat buitengewoon lieflijk en zoet was." Op het Portinai-ataar sluiten engelen en herders met hun aanbidding aan bij Maria en Jozef … en het kindje ligt daar maar te ‘rillen van de kou’!


Meeleven met het lijden van Jezus

Birgitta kreeg haar visoenen in een tijd dat veel gelovigen in gebed en meditatie innig meeleefden met het lijden van Jezus. Franciscus van Assisi (ca. 1182-1226) was zijn volgelingen hierin voorgegaan. Hij hield de mensen voor dat het lijden van Jezus niet pas begon in de dagen die voorafgingen aan zijn kruisdood. Dat lijden begon al direct na zijn geboorte! De van 'praten als Brugman' bekende franciscaner monnik, de vermaarde volksprediker Johannes Brugman (1400-1473) moet indertijd tijdens zijn preken over de gebeurtenis­sen in de kerstnacht welhaast in huilen zijn uitgebarsten wanneer hij preekt over de juist díe nacht zo enorme vrieskou­ en Jezus’ naaktheid: “Hoe moet het voor Jezus zijn geweest om geboren te worden vanuit de warme moederbuik in die koude winternacht!” Zo goed kon hij zich de ellende van de pasgeborene voorstellen.

De volgelingen van Franciscus voelden zich buitengewoon gesterkt en aangesproken door de beschrijvingen van de visioenen van Birgitta. De franciscaner kloosterorde heeft er daarom enorm aan bijgedragen dat haar geschriften snel over de West-Europese christelijke gemeenschap werden verspreid. In de meer volkse kerstliederen, de kerstver­halen én in de jaarlijkse kerstspelen wordt meteen ingespeeld op de manier waarop Birgitta de geboorte van Jezus beschrijft.

Ook Beeldend kunstenaars nemen de uitbeelding van het kerstver­haal volgens Birgitta vrijwel direct over. Met de nieuwe voorstelling van de geboorte van Jezus willen zij de beschouwer innig laten meevoelen met de ontberingen van Jezus.


De kribbe en de os en de ezel

Birgitta vertelt dat de rug van Maria tijdens haar gebed naar de kribbe was gekeerd. Ook dat zien we op het schilderij van Hugo van der Goes.

Op het Portinai-altaar is de voederbak van de dieren ruim met hooi gevuld. De ezel doet zich er tegoed aan terwijl de os naar het pasgeboren kindje kijkt.

Lucas schrijft niet over de aanwezigheid van een os en een ezel bij de geboorte van Jezus. We mogen ons daarom afvragen waarom tot op de dag van vandaag een kerststal niet compleet is zonder die twee dieren!

Bijna overal, ook bij Brigitta lezen we dat Jozef de stal vóór de bevalling had verlaten. We vernemen dat Maria gedurende zijn afwezigheid haar zoon baarde. Behalve zijn moeder was er dus geen mens getuige van Jezus’ geboorte. De enige ‘aanwezigen’ waren blijkbaar de os en de ezel.

Over de aanwezigheid van de twee dieren bij de geboorte van Jezus hult Lucas zich dus in stilzwijgen. Toch staat de Bijbel aan de basis van de beeldvorming van de twee dieren bij de geboorte. We moeten daarvoor te rade gaan bij twee profeten uit het Oude Testament.

In het Boek Habakuk wordt geschreven: “En openbaar het in het midden der tijden.” (Habakuk 3:2) Blijkbaar is de Hebreeuwse tekst makkelijk op een verkeerde manier te interpreteren want in de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament (circa 250 en 50 v.Chr.) lezen we: “Te midden van twee dieren zal hij herkend worden”. Deze foute vertaling werd ook door de auteur van het apocriefe evangelie van Pseudo-Mattheus overgenomen: “Op de derde dag na de geboorte van onze Heer Jezus Christus liep de zalige Maria uit de grot, ging een stal in en legde haar Zoon in een kribbe, en de os en ezel aanbaden het. Toen werd vervuld, wat door de profeet Jesaja is verkondigd, die zegt: 'De os kent zijn bezitter en de ezel de kribbe van zijn heer' (Jesaja 1:3) Zo aanbaden de os en ezel, hem voortdurend, terwijl zij Hem tussen zich in hadden. Toen werd vervuld, wat door de profeet Habakuk verkondigd is, die zegt: ‘Tussen twee dieren wordt u herkend’.”

De profetie van Jesaja: “De os kent zijn bezitter en de ezel de kribbe van zijn heer.” is wellicht het uitgangspunt voor Hugo van der Goes (en ook andere kunstenaars) om de os op het schilderij naar Jezus te laten kijken terwijl de ezel meer aandacht heeft voor het voer in de kribbe.

Met de herkenning van Jezus door de os en de ezel en hun vermeende aanbidding (Pseudo-Mattheus) wordt de verering van de pasgeboren Jezus op het middenpaneel alleen maar grootser. Bij de behandeling van het linker- en rechter zijluik zullen we zien dat de adoratie voor Jezus nog meer wordt opgevoerd.


Korenschoof en bloemen

detail middenpaneel


Op de tegels van de ruïne ligt een aantal losse graanhalmen ruim verspreid over de vloer. In een stal voor dieren komt ons dat als normaal voor. Ook een korenschoof is heel gewoon in een verblijfplaats voor dieren. Vooral gebundelde graanhalmen komen zo vaak én prominent voor op voorstellingen van de geboorte van Jezus, dat wij aan een diepere betekenis mogen denken. Belangrijk in dit verband is de Vita Jesu Christi (rond 1350) van de kartuizer monnik Ludolf van Saksen (ca. 1295-1378). Het was indertijd een buitengewoon populair boek dat in veel Europese talen is verschenen. Circa 1390 verscheen een Middelnederlandse vertaling.

Ludolf van Saksen vertelt niet alleen de verhalen van het leven en lijden van Jezus, maar geeft daarbij ook veel commentaren, meditaties en gebeden. De kartuizer monnik haalt Johannes en Jesaja aan: “Daarom is de Heer geworden als hooi, dat een voedsel voor de dieren is, want het woord is vlees geworden (Johannes 1:14) en alle vlees is als hooi (Jesaja 40:6).”

In de Legenda aurea lezen we dat ‘Bethlehem’ in het Hebreeuws ‘huis van brood’ betekent. De stad zou in het verleden deze naam gekregen hebben, omdat de voorzienigheid hiermee wilde aangeven dat op deze plaats de Verlosser als het Levend Brood uit de hemel zou neerdalen. Hier zou het Brood des Levens voor de mensheid geboren worden. We zien op het middenpaneel het moment dat dat is gebeurd. In deze gedachte worden de graanhalmen opgevat als een symbool voor de eucharistie. Tijdens de eucharistie wordt het brood de gelovigen aangeboden, als het lichaam van Jezus dat voor de mensen werd geofferd. De korenschoof op veel voorstellingen van de geboorte van Jezus zou een verwijzing kunnen zijn naar het brood dat staat voor het lichaam van Jezus. Jezus in het Johannesevangelie: "Hij die zich voedt met mijn vlees, zal leven in eeuwigheid. Zie dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet als het manna, waarvan uw vaders gegeten hebben: die zijn gestorven; maar hij die van dit brood eet, zal voor altijd leven."


stilleven met korenschoof en bloemen


De korenschoof op de voorgrond vormt samen met de bloemen een prachtig stilleven. De bloemen kunnen met betrekking tot Maria symbolisch worden opgevat. Door de verschillende uitleg moeten we echter wel oppassen met zelfverzekerde beweringen hieromtrent! Omdat de symboliek daarvan wel veststaat, houd ik het maar bij een korte uitleg over de kleuren van de bloemen: blauw, wit en rood. De blauwe bloemen verwijzen naar haar titel Koningin van de Hemel; wit heeft betrekking op Maria's maagdelijkheid en de kleur rood verwijst naar haar martelaarschap. Maria is weliswaar niet als martelaar gestorven, maar zij heeft veel geleden om het lijden van haar zoon. De genoemde kleuren zijn ook de enige kleuren van de kleding waarmee Maria wordt voorgesteld.


De voorzijden van de zijluiken

Op de zijluiken wordt de aanbidding van Jezus voortgezet. Het stichtersechtpaar en hun kinderen sluiten zich aan bij de aanbidding op het middenpaneel.

linkerluik


Op het linkerluik wordt Tommaso samen met zijn twee zoontjes voorgesteld. De oudste van de twee is Antonio en de andere is Pigello. Achter Tommaso staat zijn naamheilige: de apostel Thomas. We herkennen hem aan de speer in zijn hand. Achter Antonio zien we zijn naamheilige, Antonius Abt. We herkennen hem als oude man in zijn donkere monnikspij, het belletje, het gebedssnoer en de staf met de handsteun in de vorm van de letter T.

Pigello (geboren tussen 1474 en 1476) komt er op het paneel bekaaid van af. Hij heeft geen patroonheilige en neemt maar een geringe plaats in naast zijn oudere broer. Men gaat ervan uit dat hij geboren werd toen Hugo van der Goes al een heel was gevorderd met het schilderij en dat er maar weinig plaats was voor Pigello, en voor zijn patroonheilige al helemaal niet!

detail linkerpaneel, Jozef, Maria en de os en de ezel op weg naar Bethlehem


Boven het hoofd met de kale schedel van Antonius kijken we uit over een rotsachtig landschap. Daar zijn Jozef en Maria op weg naar de plaats waar Jezus zal worden geboren. Achter hen loopt de ezel. In het apocriefe Proto-evangelie van Jacobus lezen we dat Jozef ervoor had gezorgd dat Maria niet hoefde te lopen. In haar positie was de lange reis kennelijk te veel van het goede. Met dit verhaal weten we nu ook hoe de ezel in de stal terecht kwam! Jozef had het dier dus meegenomen zodat Maria, in haar hoogzwangere toestand de hele weg niet te voet hoefde af te leggen. Op het Portinari-triptiek lópen Maria en Jozef nu echter over een bruggetje. Op de voorstelling wordt de vermoeide Maria ondersteund door Jozef. Hij behandelt zijn hoogzwangere vrouw uiterst zorgzaam, teder zelfs. Het bergpaadje met al de losliggende stenen was op dit moment wellicht te smal en/of te glibberig om de ezel al te zwaar te belasten. Het dier mocht eens uitglijden!

Maar hoe zit het met de os! Daarover bericht een aantal apocriefe teksten. Jozef had zijn os vanuit Nazareth meegenomen om het dier onderweg te kunnen verkopen. We vernemen dat iedereen zich in zijn geboorteplaats moest laten registreren en bij wijze van belasting een denarius moest betalen. Jozef had zijn os meegenomen om aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Van het geld dat hij van de verkoop van de os verwachtte over te houden, zouden hij en zijn vrouw tijdens de reis in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Enfin, allemaal heel praktisch van onze timmerman! Op het detail van het linkerluik van het Portinari-altaar zien we de os achter de ezel. Hij steekt zijn kop om de hoek van het rotsblok dat de rest van zijn lijf aan het oog onttrekt.

Vóór de geboorte van zijn zoon was het Jozef blijkbaar nog niet gelukt om de os van de hand te doen. Uit verschillende bronnen vernemen we dat de os en de ezel inderdaad bij de geboorte van Jezus aanwezig zijn. Daarom zijn beide dieren ook aanwezig bij de geboorte van Jezus op het middenpaneel van het Portinar-altaar.

In het evangelie van Pseudo-Mattheus lezen we dat de os en de ezel Jezus herkennen, hem vereren en aanbidden. Als teken van aanbidding knielen ze voor het pasgeboren kind. Bij Pseudo-Bonaventura lezen we het aandoenlijke verhaal dat de twee dieren hun koppen dichtbij het pasgeboren kindje houden. Door flink te blazen, verwarmen zij met hun adem het rillende lichaampje. Kunstenaars, die dit verhaal in beeld brachten laten de dieren hun snuit dichtbij Jezus houden. Een enkele maal is ook hun dampende adem zichtbaar gemaakt.

Jacobus de Voragine weet nog te melden dat de dieren zo’n eerbied hadden voor Jezus die in hun voederbak ligt, dat zij niet van het hooi durfden te eten.


Rechter zijluik: de heiligen Maria Magdalena en Margaretha met Maria Baroncelli en haar dochter Margherita.


De heilige Margaretha herkennen we aan de draak die zij vertrapt en aan het kruis in haar rechterhand. Maria Magdalena wordt voorgesteld met haar zalfpot, haar kostbare kleding en haar fraaie voorkomen.


De namen Maddalena en Margaretha kwamen vaak voor in de rijke koopmansfamilie Portinari. Ook de twee zussen van Tommaso heetten Maddalena en Margaretha. Het zou dus best kunnen zijn dat de opdrachtgever zijn zussen met hun naamheiligen heeft willen gedenken. Ook hun dochter Margherita zal haar naamheilige op het schilderij hebben herkend.

heiligen Magaretha en Maria Magdalena

Maria Baroncelli en haar dochter Margherita

Margherita met detail van de draak, attribuut van haar naamheilige



De drie Koningen

Alleen de evangelist Mattheus vertelt dat een aantal wijzen uit het Oosten 'de nieuwgeboren Koning der Joden kwam aanbidden’ (Matth. 2: 1-12). Hij beschrijft hun geschenken: goud, wierook en mirre, waaruit men later heeft afgeleid dat ze met zijn drieën waren. De middeleeuwse theologie en legendes en ook kerstspelen die rondom Kerstmis werden opgevoerd hebben het verhaal van Mattheus flink uitgebreid. Zo werden de wijzen koningen. Men zag ze aan voor de vertegenwoordigers van de drie toen bekende werelddelen. In hun aanbidding en her- en erkenning van Jezus als hún koning zag men de onderwerping van de hele mensheid die Jezus als koning vereert.

de drie Koningen op weg naar Bethlehem


Links in het midden van het rechter paneel zijn de drie koningen op weg naar de plaats waar Jezus werd geboren. Net als Jozef en Maria trekken zij door een bergachtig landschap. Ter hoogte van de rechterhand van Margaretha is een verkenner vooruit gestuurd. Hij is van zijn paard gekomen en informeert naar de te volgen weg. De man in de rode kiel wijst hem de juiste richting. Links is een heel gezin uit een huisje gekomen om de bijzondere stoet te kunnen gade slaan.

Achter de verkenner zien we de drie koningen. Zij lijken in een druk gesprek met elkaar. Blijkbaar hebben de koningen met hun paarden het hoogste punt van de weg bereikt. Achter hen moet de weg wel vrij steil naar beneden lopen. Tussen de achterbenen van de paarden zien we namelijk alleen de hoofden van de volgers. Hoger in het landschap zien we de rest van het gevolg: mannen op zowel paarden als kamelen. (zie voor de kamelen het detail met de heiligen Magaretha en Maria Magdalena)


De tempel van het Oude Verbond of het paleis van koning David

Het valt op dat de geboorteplaats van Jezus niet echt een stal is, maar een ruïne van een groot gebouw. Het kwam natuurlijk vaak voor dat vervallen gebouwen als overnachtingsplaats voor dieren werden gebruikt. Op voorstellingen van de geboorte van Jezus mogen we de ruïne symbolisch opvatten.

De ruïne symboliseert de tempel van het Oude Verbond. Het is de oudtestamentische tempel van koning Salomo die in 586 v.Chr. werd verwoest. Op voorstellingen van de geboorte van Jezus staat het vervallen bouwwerk symbool voor het oude, tot ruïne vervallen Joodse geloof. Het oude geloof is in deze gedachte 'vervallen'. Het Christendom komt voort uit het Jodendom. Met de geboorte van Jezus wordt op de grondvesten van het oude geloof de kerk van het Nieuwe Verbond opgericht; op de ruïne van de tempel van het Oude Verbond wordt door Jezus het nieuwe Koninkrijk Gods gesticht. We zagen zo-even dat de koningen van de aarde zich onderwerpen aan hún koning: Jezus, de koning van hemel en aarde.

Maria aanbidt Jezus, het reliëf met een harp (detail middenpaneel)


Op het schilderij van Hugo van der Goes lijkt het er echter op dat de schilder niet de oude tempel van Jeruzalem heeft beoogd, maar het paleis van koning David! Op het middenpaneel zien we rechts boven het hoofd van Maria op de boog boven de ingang van het gebouw een harp afgebeeld. Dat is hét attribuut van David. Hiermee wordt verwezen naar David als dichter van de psalmen. Het doet niet veel af aan de betekenis van de ruïne: het oudtestamentische koningschap wordt vervangen door het koningschap van Jezus uit het Nieuwe Testament. Jezus stamt weliswaar af van koning David, maar hij zet het Joodse koningschap voort in het Nieuwtestamentische koningschap.

De letters VS onder de harp verwijzen naar Maria Virgo, de Maagd Maria. De letters boven de harp P.N.S.C. is een afkorting van Puer Nascetur Salvator Christi: Er zal een kind geboren worden, Christus de Verlosser (naar Jesaja 9:6 en Lukas 2:11). Op de tegelvloer vóór de ruïne komt de voorspelling van Jesaja uit zoals is beschreven bij Lukas.


Kerstboodschap

Het zal duidelijk zijn geworden: Centraal op het Portinari-altaar staat de geboorte. Maar nog meer kan het gehele triptiek worden opgevat als één groots feest van her- en erkenning van Jezus. Het hummeltje dat in die armoedige en erbarmelijke omstandigheden op aarde is gekomen wordt van alle kanten aanbeden: door de engelen, zijn ouders, de os en de ezel, de opdrachtgevers, de patroonheiligen en door de grote machthebbers op aarde: een universele, her- en erkenning, verering en aanbidding van Jezus. Ik denk dat dit de boodschap en de hoop is die de familie Portinari met het altaarstuk heeft willen uitdragen.


Kerstboodschap II

Een paar dagen geleden is er in het gezin van mijn zoon Thomas, zijn vriendin Sarah en hun zoon Abel ook een kindje geboren, een meisje! ...

… en haar naam is Lena.


Mede namens mijn vriendin Jantje, nu ook de trotse oma van onze kleindochter wens ik u hele mooie Kerstdagen en alle goeds en liefs voor in het nieuwe jaar.

Paul Bröker


PS De komende week staan er nog heel wat kerstlezingen in mijn agenda gepland. Tussen Kerst en Nieuw maken wij een reisje naar een aantal steden in Vlaanderen … in ieder geval naar Brugge en de tentoonstelling rondom het schilderij dat ik in het artikel van vorige week heb beschreven. Na Oud en Nieuw gaan wij naar Barcelona.


NB Even vakantie dus, op 14 januari meld ik mij weer op deze blog.


Gebruikte literatuur:

- J. Mak, Middeleeuwse Kerst voorstellingen, Utrecht, 1948

- Uden, 1986: catalogus tentoonstelling Birgitta van Zweden 1303-1373; 600 jaar kunst en cultuur van haar kloosterorde, Museum voor Religieuze Kunst Uden

- Utrecht, 1990: catalogus tentoonstelling Rondom Kerst, Prentkunst uit eigen bezit (1475-1750), Rijksmuseum Het Catharijneconvent

- Amsterdam, 1994, Gebed in Schoonheid, Schatten van privé-devotie in Europa, 1300-1500, Rijksmuseum Amsterdam - Elisabeth Dhanens, Hugo van der Goes, Antwerpen 1998

- Wikipedia: Portinari-altaar, geraadpleegd: 16-12-2012


332 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page