top of page

Tentoonstelling Metamorfosen in het Rijksmuseum, Deel II: een aantal topwerken

  • Foto van schrijver: Paul Bröker
    Paul Bröker
  • 2 dagen geleden
  • 19 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 1 dag geleden



detail, Michele Tosini, Leda en de Zwaan Voorwoord

Op het einde van het artikel bij de tentoonstelling Metamorfosen in het Rijksmuseum schreef ik al: In het tweede en derde artikel bij de tentoonstelling wordt een aantal topwerken op de tentoonstelling in het Rijksmuseum besproken.Dit artikel zet hiermee de eerste stap, in het bijzonder met de bespreking van de schilderijen van Caravaggio en Tintoretto en met werk naar Michelangelo en Leonardo da Vinci.

In dit artikel bespreek ik onderwerpen die voor een deel al eerder op deze blog aan bod kwamen, namelijk Arachne en Narcissus. Bij vergelijking zult u opmerken dat in dit artikel toch heel andere zaken worden benadrukt. Bovendien zijn er sinds de eerste publicaties veel nieuwe abonnees bijgekomen. Ter voorbereiding op de tentoonstelling raad ik nieuwkomers aan de eerdere artikelen over Arachne en Narcissus eens door te nemen, maar ook voor trouwe lezers is dat wellicht een welkome opfrisser. Het gaat om de volgende artikelen:

  • Over de oorsprong der dingen XVI, de mythe van Arachne, Over een weefster die leerde spinnen en een beledigde godin, 19 nov 2022

  • Over de oorsprong der dingen XIX, Echo en Narcissus, over een echo, een bloem en een narcist én over de uitkomst van de voorspelling van Tiresias, 13 juli 2024

U kunt de artikelen op Kunstblikken vinden door te zoeken op de homepage en te klikken op Artikelen; daarna op de zwarte balk zoeken. Klik daarna op zoek een artikel het invullen van een trefwoord als Arachne' of Narcissus is dan vaak al voldoende.

Jupiters geliefden

De oppergod Jupiter (Grieks Zeus) speelt een grote rol in de Metamorfosen; vooral zijn escapades op het pad van de liefde zijn vermaard en berucht. Zijn vrouw Juno speelt vooral de rol van bedrogen echtgenote. Om Juno te misleiden en aan haar wantrouwige aandacht te ontsnappen, neemt Jupiter geregeld een andere gedaante aan voordat hij zijn geliefden benadert.

Leda en de zwaan

Ovidius vertelt het verhaal van Leda en de zwaan niet uitgebreid, heel summier zelfs. Wanneer hij het wandkleed van Arachne beschrijft, besteedt de dichter aan de vrijage tussen Leda en de zwaan welgeteld slechts zes woorden: "... en Leda ligt tussen de zwanenvleugels." (Boek VI, regel 109) De thematiek rond Zeus’ gedaanteverandering in een zwaan, het uitkomen van de eieren en de wonderlijke geboorte van vier mensen komt in de Metamorfosen niet aan bod. Ovidius lijkt ervan uit te gaan dat zijn publiek de oude mythe kent. Het verhaal van Leda en de zwaan is gebaseerd op de Griekse mythologie en kent verschillende nog steeds bekende varianten, onder andere van Pindarus (ca. 522-440 v.Chr.) en van Euripides (ca. 485-406 v.Chr.). Bij Euripides wordt vooral de goddelijke afkomst van Helena benadrukt.

Volgens de meest gangbare vertellingen had de Griekse oppergod Zeus, (Romeins: Jupiter) de gedaante van een prachtige zwaan aangenomen. Hij overrompelde Leda, de koningin van Sparta, echtgenote van koning Tyndareos. Nog diezelfde dag had ze ook gemeenschap met haar man.

Na enige tijd ‘broedde’ zij twee eieren uit, waaruit twee kinderen ter wereld kwamen. Het eerste ei bracht Helena van Troje voort, die wordt beschouwd als de mooiste vrouw uit de klassieke oudheid. Met haar ontvoering door Paris vormde zij de directe aanleiding voor de Trojaanse Oorlog. Zeus wordt algemeen als haar vader beschouwd. Uit het door Zeus bevruchte ei zou ook Pollux ter wereld zijn gekomen. Hij wordt beschouwd als een tweelingbroer van Castor die uit het door Tyndareos bevruchte ei op de wereld was gekomen. Samen met Pollux worden zij de Dioscouren genoemd. Uit dat laatste ei zou ook, Clytaemestra de vrouw van Agamemnon zijn geboren.


 Leda en de zwaan, kopie naar een verloren gegaan origineel van Leonardo da Vinci (1452-1519) door een onbekende kunstenaar die in verband wordt gebracht met de werkplaats van Leonardo, olieverf op doek: 112 x 44 cm, gedateerd ca. 1503-1510, Galleria Borghese, Rome.

(Het schilderij hangt op de tentoonstelling.)


Op het schilderij lijkt de zwaan, Leda eerder liefdevol te benaderen dan te overrompelen; ook Leda toont eerder tederheid dan afwijzing. Links achter de twee jongens ligt een ei dat nog moet uitkomen.

De zwaan van Zeus (Jupiter), de duif van de Heilige Geest… en het puttertje (symbool van Jezus)

Vroege varianten van het verhaal beschrijven hoe Zeus Leda onverwacht benadert en overweldigt, in feite verkracht. Vanaf de late middeleeuwen en de vroege renaissance werden veel klassieke mythen echter in een verchristelijkte context geïnterpreteerd. In dat verband wees men op de parallel tussen Zeus die in de gedaante van een zwaan Leda bevrucht, en Maria, die door de Heilige Geest zwanger wordt van de Zoon van God (Mattheus 1:18). In het Lucasevangelie zegt de engel tot Maria: 'De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen' (Lucas 1:35). De Heilige Geest wordt in het Nieuwe Testament immers beschreven als neerdalend in 'de lichamelijke gedaante, als van een duif' (Lucas 3:22).

Zo werd in de christelijke kunst en cultuur van de late middeleeuwen en de renaissance de klassieke voorstelling van Zeus in de gedaante van een zwaan soms typologisch herduid en vervangen door de Heilige Geest in de gedaante van een duif…

 … vandaar waarschijnlijk de duif rechtsonder op het detail van het schilderij naar het origineel van Leonardo da Vinci. Het Puttertje met zijn rode kopje aan de rechtervoet van Leda kan dan heel goed in verband worden gebracht met de komst van Jezus én zijn lijden. (Zie het artikel van 24 januari jl. op deze blog: De Distelvink/het Puttertje: over ‘een vrolijk kwetterende vogel’’ met een kleurrijke verenpracht).

Er werd nog een tweede parallel getrokken. Leda's ontzetting over de overval van Zeus werd destijds vergeleken met Maria, die evenmin was voorbereid op het bezoek van de engel, en al helemaal niet op diens overrompelende boodschap dat zij de moeder van de Zoon van God zou worden (Lucas 1:29–31).

Leda en de zwaan, naar een verloren gegaan origineel van Leonardo da Vinci door een onbekende kunstenaar uit de zestiende eeuw, olieverf op paneel: 130 x 77,5 cm, Uffizi Museum, Florence

(Het schilderij is niet op de tentoonstelling te zien.)


Detail Leda en de zwaan, naar Leonardo da Vinci

Het aardige aan de kopie is dat we getuige zijn van het moment waarop de eieren net zijn openbarsten en de vier kinderen eruit kruipen: de tweeling Castor en Pollux, Helena van Troje en Clytaemestra.

Aan de houding van zowel Leda en de zwaan op het schilderij in de Galleria Borghese is duidelijk te zien dat het schilderij in het Uffizi Museum op hetzelfde werk van Leonardo da Vinci is gebaseerd als het schilderij in de Galleria Borghese.


Leonardo da Vinci, Leda en de zwaan, pen en bruine inkt over zwart krijt: 160x137 mm, Devonshire Collections, Chatsworth House in Derbyshire, Engeland. (Niet aanwezig op de tentoonstelling.)

De ontwerpschets behoort tot een groep voorbereidende studies van de hand van Leonardo da Vinci die in verband worden gebracht met het verloren gegane schilderij van Leonardo.

Leda en de zwaan, toegeschreven aan de Italiaanse schilder IL Sodoma (1477-1549), naar een verloren gegaan schilderij van Michelangelo (1475-1564), olieverf op doek: 105 x 141 cm, na 1530, Galleria Borghese, Rome.

(Het schilderij hangt op de tentoonstelling.)

Op het schilderij van IL Sodoma leunt Leda ontspannen met haar rug tegen een groot rood doek. De zwaan staat met een poot in de schaduw van zijn eigen rechtervleugel. De donkere vleugel bedekt haar schaamstreek en een deel van haar billen. Met zijn lichaam heeft het dier zich tussen de benen van Leda genesteld om gemeenschap met haar te hebben. In deze houding hoeft de zwaan zijn hals niet volledig te strekken om zijn geliefde met zijn snavel te kunnen kussen. Het originele schilderij van Michelangelo kwam in de zeventiende eeuw in het bezit van het Franse hof. Volgens de zaaltekst bij dit schilderij op de tentoonstelling in het Rijksmuseum liet koningin Anna van Oostenrijk (1601–1666) het werk vernietigen vanwege deonbetamelijke voorstelling.

 

 Michele Tosini, Leda en de zwaan (ca. 1560), olieverf op paneel: 73 x 51 cm. Galleria Borghese, Rome

(Het schilderij hangt op de tentoonstelling.)


Detail, Michele Tosini, Leda en de Zwaan


Ik stel mij voor dat het verliefde en prachtig gekapte meisje op het schilderij van de Italiaanse kunstenaar Michele Tosini (1503–1577) zich door haar minnaar laat benaderen. Wellicht betreft het een portret, waarbij de geportretteerde zich, als in een portrait historié, in de rol van Leda plaatst en toestaat dat haar minnaar haar liefkoost, of die nu verschijnt als zwaan, als god (Zeus) of als aardse geliefde. Het werd hierboven al opgemerkt: "Ovidius besteedt slechts een enkel woord aan de mythe van Leda. Wanneer hij uitvoerig schrijft over het wandkleed dat door Arachne werd vervaardigd, vermeldt hij haar terloops". Leda ligt tussen de zwanenvleugels (Boek VI, regel 109). Toch krijgt de mythe van Leda ruime aandacht op de tentoonstelling in het Rijksmuseum. Daarmee lijkt dit verhaal de opmaat te vormen voor het tweede verhaal waaraan de tentoonstelling veel aandacht besteedt, het verhaal over Arachne.

 

De mythe over Arachne en Minerva: hoogmoed komt voor de val, Metamorfosen, Boek VI: regels 1-145

Ovidius vertelt over het meisje Arachne. Ondanks haar jeugd en eenvoudige afkomst werd haar naam met veel respect genoemd. Als geen ander verstond zij de kunst van het weven. Haar weefsels waren van fabelachtige schoonheid en werden door iedereen bewonderd: zelfs de liefelijke dochters van Zeus, de bergnimfen, daalden af van de hellingen van de Tmolus, en de waternimfen verlieten het stroomgebied van de Pactolus om haar eenvoudige werkplaats te bezoeken.”  Op een dag gaf een van de nimfen Arachne een compliment: ze was zó bekwaam in haar werk, dat het leek alsof ze les had gehad van de godin Minerva. In de klassieke mythologie is Minerva (Grieks: Pallas Athena) de godin van de wijsheid en van de met wijsheid gevoerde oorlog. Zij werd bovendien beschouwd als de uitvinder van het spinnen en weven. Het compliment van de nimf viel echter niet in goede aarde bij de hoogmoedige Arachne. Zij liet luidkeels weten dat zij het in een tweekamp niet zou afleggen tegen Minerva. Haar vaardigheden had zij zichzelf aangeleerd en de kwaliteit van haar werk berustte louter op eigen verdienste. Overmoedig riep ze uit: Hoe zou Minerva mijn leermeester geweest kunnen zijn? Mijn kunst staat veel hoger aangeschreven dan die van haar. Laat haar komen, als ze het tenminste aandurft om zich met mij te meten. Dan zal blijken wie over de grootste kunstvaardigheid beschikt: zij of ik. Victoria, zal aan mijn kant staan.(Victoria is de Romeinse godin van de overwinning, Grieks: Nikè) Minerva bezoekt het weefatelier van Arachne

Niet lang nadat Arachne hoogmoedig het compliment van de nimf had afgewezen en Minerva had uitgedaagd, klonk er geklop op de deur van de werkplaats. Arachne deed open en zag een oude vrouw in de deuropening staan. Het was Minerva die, vermomd als sterveling een poging wilde doen om het overmoedige meisje te waarschuwen voor de gevolgen van haar hoogmoedig gedrag. In de gedaante van die oude vrouw probeerde Minerva haar tot meer terughoudendheid aan te zetten: Veracht de ouderdom niet, want met de jaren komt het inzicht. Neem mijn raad ter harte. Uw roem is welverdiend, want u overtreft alle stervelingen in uw vakmanschap, maar buig deemoedig het hoofd voor de goden en toon hen het respect dat zij verdienen. Tevergeefs! Arachne was niet van plan in te binden. Hautain zei ze tegen de vrouw: De jaren hebben uw begrip verzwakt. U bent niet wijs! Wat komt u doen, zo zwak en grijs van jaren? Het is niet goed zo lang te leven! Ik heb uw raad niet nodig en ik veracht uw vermaningen. Waarom durft de godin hier niet zelf te verschijnen? Dan kan zij met mij een wedstrijd aangaan. Nu is

haar geduld op! Woedend schreeuwt zij: Verblinde, zij ís er al!, en plotseling nam de oude vrouw haar ware goddelijke gedaante aan. Arachne is echter niet uit het veld geslagen. Zij blijft bij haar wens om met de godin een tweestrijd aan te gaan. Ovidius: … dwaas reikend naar de hoogste eer snelt zij haar noodlot tegemoet. Minerva gaat de uitdaging van Arachne aan en meet zich met haar in een weefwedstrijd.

Ovidius beschrijft het wandkleed van Minerva Minerva vervaardigt een uitzonderlijk fraai wandkleed waarop de twaalf belangrijkste goden en godinnen zich bevinden op de rotsvesting boven de stad Athene. De Olympische goden werden op het weefsel afgebeeld in hun goddelijke verhevenheid, met een uitstraling van macht en wijsheid. Minerva voegde ook een beeltenis van zichzelf toe, zoals gebruikelijk in volle wapenrusting, met schild, helm en speer. Zij was immers ook de godin van de met wijsheid gevoerde oorlog en beschermster van stedelijke burchten. Als laatste waarschuwing weefde de godin in de hoeken van het wandkleed taferelen van stervelingen die door getergde goden worden gestraft voor hun grenzeloze hoogmoed.


Ovidius beschrijft het wandkleed van Arachne

In plaats van de goden te verheerlijken, zoals Minerva op haar weefsel had gedaan, koos Arachne er juist voor de goden in compromitterende situaties af te beelden. Zij toonde hen in bekende scènes uit de klassieke mythologie waarin zij zich overgeven aan hun allerminst goddelijke, maar diepmenselijke neigingen en impulsen. Ovidius verhaalt bij de beschrijving van het wandkleed van Arachne met name over de voorstellingen van overspelige en losbandige gedragingen van de goden. Vooral Jupiter wordt geportretteerd als een groot liefhebber van aardse schonen. Ovidius voert in zijn beschrijving van Arachnes' tapijt een bonte stoet aan goddelijke uitspattingen op: We zien hoe Europa door Zeus in de gedaante van een stier wordt ontvoerd en hoe Leda tussen de zwanenvleugels ligt. Vermomd als adelaar schaakt hij Asteria, terwijl hij als sater de dochter van Nycteus verleidt. Hij bemint Alcmene door de gedaante van haar echtgenoot Amphitryon aan te nemen en bevrucht Danaë in de vorm van gouden regen. Zelfs de liefde van Apollo voor zijn laurierboom ontsnapt niet aan de spotlust van Arachne. Minerva spreekt haar onthutst en bestraffend toe: Schande over iedereen die de eer van zijn stand zo grof miskent en de kunst die de godheid hem heeft verleend zo afschuwelijk misbruikt. 


De straf voor hoogmoed: de metamorfose van Arachne

Arachne begint in te zien dat zij te ver is gegaan. Angstig rent zij weg, maar tijdens haar vlucht wordt ze achtervolgd door Minerva, die haar meermaals stevig met een weefspoel op het hoofd slaat. Arachne is zo bang voor de godin dat zij een einde aan haar leven wil maken en zich ophangt. 


Illustratie in een Duitse uitgave van De claris mulieribus (eerste uitgave 1361-1362) van Giovanni Boccaccio, uitgegeven door Johannes Zainer, Ulm ca. 1475.

In het midden van de miniatuur heeft Aragneszich opgehangen. Links staat haar weefgetouw.

Wanneer Arachne met haar hoofd in een strop aan het koord hangt, toont Minerva nog eenmaal erbarmen. De godin besluit dat Arachne mag blijven leven. Zij redt haar leven, maar het is een wraakzuchtige redding; ze verandert Arachne in een spin en de strop in een web: Leef voort! Maar leef aan een draad, dwaas kind! Koester geen hoop op een betere toekomst; jouw straf geldt ook voor je kinderen en je volledige nageslacht. Terwijl de godin haar woorden uitspreekt, besprenkelt zij Arachne met een goddelijk mengsel, waardoor de metamorfose in gang wordt gezet: Haar lokken vallen uit en ook neus en oren verdwijnen. Het hoofd wordt piepklein en het hele lichaam krimpt ineen. Smalle ledematen steken nu als sprieten uit, terwijl de rest van het lijf enkel nog uit een ronde buik bestaat. Toch weet zij daaruit nog altijd een draad te spinnen en, net als vroeger, blijft Arachne weefsels maken… Hangend aan een draad leeft Arachne voort als spin. Rechts op de miniatuur in De claris mulieribus: Over beroemde vrouwen zien we haar web met in het midden de spin Arachne.

In het Oudgrieks wordt haar naam geschreven als αράχνη: arachne: 'spin. Het Latijnse woord voor spin is aranea. Ook in diverse Europese talen is het woord voor 'spin' afgeleid van de naam Arachne. Zo is het Franse woord voor spin araignée, in het Italiaans ragno en in het Spaans araña en in het Nederlands kennen we het woord arachnofobie, dat wordt gebruikt om een ziekelijke angst voor spinnen aan te duiden.


Peter Paul Rubens, de bestraffing van Arachne door Minerva, olieverfschets op paneel: 26,67 x 38,1 cm, 1636-37, Virginia Museum of Fine Arts, Virginia, Amerika, (Dit schilderij is niet aanwezig op de tentoonstelling.)

Arachne is op de grond gevallen en kijkt angstig achterom naar haar belaagster die haar stevig bij de schouder vastpakt. Achter het tafereel op de voorgrond zitten twee vrouwen aan een weefgetouw. Een van hen kijkt op van haar werk en ziet hoe de godin Arachne straft. Niet lang daarna zal Minerva haar in een spin veranderen.

Detail van Rubens’ olieverfschets van Arachne en Minerva Op de voorgrond van dit detail houdt de gehelmde godin dreigend een weefspoel boven het hoofd van Arachne. Volgens Ovidius zou zij haar rivale op haar vlucht een aantal keren met een buxushouten weefspoel op het hoofd hebben geslagen. Rechts op de achtergrond zien we op Arachne’s wandkleed hoe Jupiter, in de gedaante van een witte stier, de koningsdochter Europa ontvoert en haar naar het eiland Kreta brengt om haar voor zichzelf te hebben.


Luca Giordano, Arachne en Minerva, 1634-1705, olieverf op doek: 234 x 136 cm, ca. 1680-1685, El Escorial in de stad Monasterio de San Lorenzo de El Escorial, Spanje. (Het schilderij hangt op de tentoonstelling.)

Op het schilderij van Luca Giordano was Arachne aan het weven, maar ze is nu van haar werk opgeschrikt en kijkt Minerva vanaf haar weefgetouw bevreesd aan. Vanuit een wolk spreekt de gehelmde Minerva haar bestraffend toe. Links onder het weefgetouw staat een mand met flinke bollen wol. Links daarvan staat de uil van Minerva; zij was immers de godin van wijsheid en wetenschap.


Luca Giordano, detail van Arachne en Minerva


Luca Giordano, detail II van Arachne en Minerva

De vingers van Arachne zijn verlengd en zijn al deels veranderd in lange en dunne sprieten die een web weven.

Het verhaal van Arachne wordt zowel in de christelijke als in de klassieke traditie doorgaans uitgelegd als een waarschuwing tegen de hoofdzonde van hoogmoed tegenover God en de goden.

Tintoretto, voorloper van de kunst van de vroege Barok 

Tintoretto (1518-1594), Minerva en Arachne, olieverf op doek: 272 x 145 cm, 1575-1585, Galleria degli Uffizzi, Florence

Het schilderij van de Venetiaanse schilder Jacopo Tintoretto (1518-1594) is een van de topwerken op de tentoonstelling in het Rijksmuseum. Op het schilderij zit Arachne in haar atelier aan een weefgetouw. Zij wordt bij haar werk bewonderend gadegeslagen door drie nimfen. Minerva heeft haar vermomming als oude vrouw afgelegd en is nu getooid met haar helm. Hoewel de voorstelling een vredige sfeer ademt, richt Minerva haar blik op Arachne en op het kleed dat zij heeft gemaakt. De godin houdt gespannen met haar rechterhand de zijleuning van haar stoel vast; tot haar ontzetting heeft ze gezien dat de scènes op het weefsel van Arachne de liefdesintriges van de goden uitvoerig en ongegeneerd in beeld brengen. De ogenschijnlijke rust op het schilderij is een thematische keuze van Tintoretto. De kalme sfeer fungeert voor de beschouwer, die het verhaal kent als voorafschaduwing van het conflict dat zich tussen beide vrouwen zal ontvouwen en Arachne fataal wordt.

De houding van Minerva, waarbij zij het hoofd met haar vuist ondersteunt, wordt door kunstenaars veelvuldig gebruikt om twijfel, onmacht of diepe overpeinzing uit te drukken. Een bekend voorbeeld is Rodins beeldhouwwerk Le Penseur, De Denker. Op het schilderij van Tintoretto overdenkt Minerva de situatie nauwgezet: Wat moet ik aan met dit weerbarstige en hautaine, maar kunstzinnig zo begaafde meisje? Het lijkt erop dat Tintoretto het moment verbeeldt waarop Minerva nog een laatste poging doet om Arachne ervan te overtuigen de goden niet uit te dagen. Voor wie het verhaal kent, is de dramatische spanning voelbaar: we weten wat er gaat gebeuren. Arachne zal zich niet matigen en rent haar noodlot tegemoet.

De invloed van Tintoretto (1518-1594) op Rembrandt (1606-1669) was aanzienlijk, met name op het gebied van licht-donkercontrasten en de dramatische verhalende wijze van uitbeelden. In zijn weergave van het verhaal kiest Tintoretto niet voor het gebruikelijke spectaculaire moment, de metamorfose van Arachne in een spin. De kunstenaar heeft gekozen voor de psychologisch geladen confrontatie met Minerva die daaraan voorafgaat, de toeschouwer wordt geconfronteerd met een beklemmende stilte en hij weet dat nu elk moment de situatie volledig uit de hand zal lopen. In de barokschilderkunst gaat het vaak om een cruciaal moment in een verhaal waarop de stemming elk moment kan omslaan en de emoties een hoogtepunt bereiken. Rembrandt zou later uitgroeien tot een meester in het oproepen van een dergelijke spanning.


Het schilderij van Tintoretto wordt op de tentoonstelling geplaatst naast Spider Couple van de kunstenares Louise Bourgeois (1911-2010), materiaal: brons, met een patina van zilvernitraat, hoogte: 2,3 meter en 3,6 meter breed. (Het kunstwerk hangt op de tentoonstelling.)

Volgens de zaaltekst bij het schilderij verwijzen de twee reuzenspinnen naar het lot van Arachne. De beeldhouwster zag in de spin ook een verwijzing naar haar moeder, die wandkleden restaureerde en, net als Arachne, weefde. Voor Bourgeois symboliseert de spin zowel zorg en bescherming als kwetsbaarheid en complexiteit zo lezen we in de zaaltekst.

Narcissus, en weer over hoogmoed

In de Griekse mythologie wordt verteld over Narcissus, die zo’n mooi en vriendelijk gezicht had dat iedereen direct verzot op hem werd. Naarmate de jongen opgroeide, werd hij zo bovennatuurlijk mooi dat iedereen die hem zag, op slag verliefd op hem werd. Zowel jongens als meisjes dongen massaal naar zijn hand, maar in zijn onverzettelijke hoogmoed, trots en ijdelheid wees Narcissus hen allen af en liet hij zijn aanbidders verteerd door liefdesverdriet achter. Veel vertwijfelde minnaars en minnaressen die door Narcissus waren afgewezen zinden op wraak en richtten zich tot Nemesis, de Griekse en Romeinse godin van de wraak: Laat ook hem zo verliefd worden als wij! Laat ook zijn geliefde ongrijpbaar zijn. Dat was duidelijke taal voor Nemesis. Zij zal het voor elkaar krijgen dat Narcissus, ondanks zijn afkeer voor de liefde verliefd wordt.

Het verhaal over Narcissus die in een narcis verandert, Metamorfosen Boek III regels: 351-510

Nadat Ovidius het verhaal heeft verteld over de beeldschone bergnimf Echo, die er overigens ook niet in was geslaagd Narcissus te bekoren, neemt Nemesis wraak namens alle geliefden die door hem zo hartvochtig waren afgewezen. Narcissus wordt verliefd

Tijdens zijn omzwervingen bereikte Narcissus een waterplas met kristalhelder water en een spiegelglad oppervlak. Ovidius beschrijft op schitterende wijze de helderheid van het water en de omgeving; daarna vloeit de sfeerschets naadloos over in de metamorfose van Narcissus: “Het water was nog nooit door herders en hun kuddes bezocht, ook nooit door geiten die in het bergland grazen, het was nooit door ander vee besmeurd, nooit had zelfs een vogel of roofdier het verstoord, ook nooit was een afgewaaid blad op het water gevallen. Rondom was veel groen, goed fris gehouden door het water en bomen die de plek beschutten tegen de warme zon. Het lijkt erop dat Narcissus het eerste levende wezen is, mens of dier dat deze plaats bezoekt. Hij was moe van de inspanningen van het jagen in de felle zon, maar vooral dorstig. Wanneer hij zich knielend vooroverbuigt om zijn dorst te lessen, groeit er een nieuwe dorst, al drinkend aangetrokken door zijn spiegelbeeld, voelt hij een begeerte opkomen naar iets lichaamloos, maar wat lichaam líjkt is water, hij blijft zichzelf bekijken… alles waarom hij zelf bewonderd wordt, bewondert hij in dat beeld. Hij wil zichzelf, maar weet dat niet. Hij wordt door zichzelf behaagd en hij verlangt als zij die naar hem verlangen. Hij probeert die mooie verschijning op de mond te kussen, maar wanneer de lippen van de ander al even verlangend als de zijne bij elkaar komen vertroebelt het beeld en raken zijn lippen alleen de valse waterspiegel. Hetzelfde gebeurt wanneer hij zijn armen liefdevol uitstrekt naar de hals en het lichaam van zijn geliefde. Voor het eerst in zijn leven voelt Narcissus het heerlijke gevoel dat liefde geeft en tegelijkertijd de pijn van de liefde wanneer die niet wordt beantwoord.

Het lijkt mij dat Ovidius met valse waterspiegel (Latijn: fallax imago) benadrukt dat wat Narcissus ziet niet echt is, maar een misleidende/ bedrieglijke reflectie. Kort gezegd bedoelt Ovidius met valse waterspiegel dat de spiegeling een bedrieglijke illusie is: ze lijkt echt en aantrekkelijk, maar heeft geen eigen bestaan. Dat maakt Narcissusliefde tragisch, want hij jaagt iets na dat hij nooit kan bereiken… omdat het niet werkelijk bestaat. Terwijl hij tevergeefs naar het beeld reikt, blijft Narcissus eindeloos aan de waterkant bij zijn geliefde zitten. Steeds probeert hij het opnieuw, maar telkens zonder resultaat; de rimpelingen die zijn lippen in het water veroorzaken, wissen telkens opnieuw die prachtige beeltenis uit en laten zijn geliefde in het water oplossen. De hoop van Narcissus vervliegt niet; ondanks de vertwijfeling die door zijn hoofd spookt houdt hij onverminderd vast aan de hoop op wederzijdse toenadering. De onmacht van Narcissus om zijn geliefde te benaderen en echt te voelen wordt prachtig door Ovidius verwoord: “Hij wil graag bij mij zijn, want steeds als ik hem mijn lippen toesteek bij het heldere water, komt hij gretig naar mij toe, zijn hoofd ver naar voren gestrekt. Telkens denk ik: ‘Nu kust hij me, het is zo weinig wat ons minnaars uiteenhoudt… Wie je ook bent, kom hier! Waarom, mijn lief, misleid je mij? Jouw gezicht doet mij steeds weer de mooiste dingen hopen; als ik mijn armen naar je uitstrek, strek jij jouw armen uit naar mij; als ik je toelach, lach je terug; steeds zie ik jouw tranen als ik moet huilen…’”. Na verloop van tijd komt Narcissus tot inzicht: Ik voel het nu! Ik gloei van liefde voor mijzelf… Wat ik verlang is hier, in mij en bij mij, maar mijn bezit maakt mij arm; ik ben het zelf! Oh, kon ik nu maar van mijn eigen lichaam afstand nemen.


Bernard Picart, Narcissus wordt verliefd op zijn spiegelbeeld, gravure in Fabeln der Alten, Musen-Tempel), 1733

(De gravure is niet op de tentoonstelling aanwezig.)

Op de gravure van Bernard Picart (1673-1733) ligt Narcissus aan de rand van het meer. Hij wordt door Cupido met een pijl beschoten. Wanneer hij eenmaal is geraakt door de pijl van het liefdesgodje kan hij geen weerstand meer bieden aan de liefde die hem op dat moment overvalt: hij wordt direct verliefd op zijn eigen spiegelbeeld: een hopeloze liefde! Toch blijft hij daar zitten, hij kan zijn blik niet van zijn spiegelbeeld afhouden, Geen trek in voedsel, geen verlangen om te slapen doet hem wijken van die plek. Met het gezicht gericht op zijn grote en enige liefde sterft hij: Zo kwijnt hij weg als gele was! en wordt verteerd door onzichtbaar liefdesvuur… als dauw verdwijnend in de koele ochtendzon. (Boek III: regels: 487-490)


Peter Paul Rubens, Narcissus wordt verliefd op zijn spiegelbeeld, olieverf op paneel: 14,5 x 14.0 cm,1636, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam

(Het schilderij hangt op de tentoonstelling.)


Op de olieverfschets van Rubens zien we de rechtervuist van Narcissus en een deel van zijn rode mantel spiegelen in het water, maar net als Narcissus zien wij het gelaat van zijn geliefde niet; het is opgegaan in de lichte golving van het water. Zittend aan de waterkant kwijnt hij weg tot hij sterft. Wanneer hij is verteerd door zijn liefde voor zijn spiegelbeeld, zoeken de nimfen zijn lichaam om het te begraven, maar zijn lichaam was verdwenen. Op de plek waar hij zijn grote liefde had gevonden, ontdekken de nimfen een bloem: waarvan een geel hart omgeven is door witte bloemblaadjes; de bloem die naar hem zou worden genoemd. (Boek III, regel 510) De licht gebogen bloemkop van de narcis wordt vaak symbolisch geïnterpreteerd als een verwijzing naar het hoofd van Narcissus, dat over het water gebogen is terwijl hij naar zijn spiegelbeeld kijkt. Ovidius zelf maakt deze vergelijking echter niet expliciet; het lijkt mij een latere duiding.


Detail van Narcissus en Echo, John William Waterhouse, olieverf op doek: 109,2 x 189,2 cm., 1903, Walter Art Gallery, Liverpool

Narcissus kan zijn ogen niet afhouden van zijn spiegelbeeld. Rechts groeien witte bloemen met een geel hartje in het gras aan de oever van het meer.

(Het schilderij is niet te zien op de tentoonstelling.)

 

Narcissus vormt de oorsprong van het begrip narcisme: een aandoening die wordt gekenmerkt door een ziekelijke vorm van eigenliefde, trots, grootheidswaan en hoogmoed. Zelfs vanaf het moment dat Narcissus aankwam in het dodenrijk bleef hij zichzelf voortdurend bekijken in het water van de Styx. (Boek III: regels: 504-505)

 

 Caravaggio, Narcissus kijkt naar zijn spiegelbeeld, olieverf op doek: 110x92 cm, 1597-1599, Galleria Nazionale d'Arte Antica, Rome.

(Het schilderij hang op de tentoonstelling.)

Het schilderij van Caravaggio wordt over het algemeen geïnterpreteerd als een verwijzing naar de prozaïsche woorden van Ovidius over de dood van Narcissus in het gras van de oever van het meer waar hij zijn geliefde had ontmoet, en vooral naar wat hem overkomt na zijn aankomst in het dodenrijk: Vermoeid liet hij het hoofd diep zakken in het gras, maar zijn ogen bleven hun meesters schoonheid drinken. Tot de dood hen sloot. Toch bleef Narcissus in het dodenrijk zichzelf bekijken, maar nu in het water van de Styx (Boek III: regels: 504-505) De Styx was de rivier waarover de doden naar het dodenrijk werden overgebracht. De rivier maakt deel uit van de onderwereld. In de Griekse en Romeinse mythologie bevindt de onderwereld zich onder de aarde en is het rijk van de duisternis vrijwel onbereikbaar voor zonlicht. Op het schilderij van Caravaggio omringt de duistere sfeer van het dodenrijk op macabere wijze de knielende, voorovergebogen gestalte van Narcissus. Hierdoor wordt zijn eeuwige, eenzame afzondering in het schilderij invoelbaar. Dit effect wordt nog versterkt door zijn gelaatsuitdrukking. Op zijn gezicht tekenen hopeloosheid en machteloos verdriet om de onbereikbare liefde zich af, en dat raakt ook de beschouwer onontkoombaar. Narcissus lijkt zich nu lijdzaam te realiseren dat hij naar niets anders staart dan zijn eigen spiegelbeeld in het water, en dat hij op zichzelf verliefd is geworden. Die noodlottige gelatenheid wordt door Caravaggio op een voor hem buitengewoon ingetogen wijze schitterend verbeeld. Het schilderij verbeeldt uiteindelijk de straf voor zijn hoogmoed: voor eeuwig verliefd zijn op een onbereikbare geliefde, omdat hij geen enkele door God gegeven liefde wilde accepteren.

Samen met het schilderij van Tintoretto en het beeldhouwwerk met de slapende Hermaphroditus van Bernini behoort het schilderij van Caravaggio tot de absolute topwerken van de tentoonstelling. Over het beeld van Bernini schrijf ik in Deel III van de reeks artikelen bij de tentoonstelling in het Rijksmuseum. De expositie is nog te zien tot en met 25 mei 2026.


Gebruikte literatuur:

  • Gustav Schwab, Griekse mythen en sagen, Utrecht, 1956

  • Eric Noorman en Wilfried Uiterhoeve, Van Achilles tot Zeus, Thema’s uit de klassieke mythologie in literatuur, muziek, beeldende kunst en theater, Nijmegen, 1987

  • Ovidius Metamorphosen, vertaling Marietje d'Hane-Scheltema, Amsterdam, 1998, vrijwel al de aangehaalde teksten en de regelnummering in het artikel zijn gebaseerd op het boek van Marietje D'Hane-Scheltema.

 

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page