top of page
  • Foto van schrijverPaul Bröker

Rembrandt, Bijbelse tekeningen en etsen; over het hoogst haalbare in de kunst, II: Nieuwe Testament


Detail van de terugkeer van de verloren zoon


Inleiding

Evenals in de verhalen uit het Oude Testament die we in het artikel van afgelopen week zagen zien we ook in de tekeningen en etsen van de verhalen uit het Nieuwe Testament dat Rembrandt vaak net voor een ander moment kiest dan zijn voorgangers en tijdgenoten. Ook de weergave van licht en schaduw speelt een belangrijke rol bij de sfeer die Rembrandt wil oproepen.

Met de realistische wijze van voorstellen dringt Rembrandt diep door in de belevingswereld van de voorgestelde personen.

De etsen en tekeningen maken ook duidelijk dat Rembrandt een verhalenverteller is ... hij vertelt zijn verhaal ook bij voorstellingen van ogenschijnlijk alledaagse taferelen en handelingen. Zijn vertellingen gaan vaak over gewone mensen die bezig zijn met hun gewone doen en laten. Ook bij Jezus worden vaker zijn menselijkheid dan zijn goddelijkheid benadrukt.

Al de genoemde aspecten zijn van belang voor de invoelende, menselijke en realistische manier waarop Rembrandt veel Bijbelse geschiedenissen heeft verteld.


Aanbidding van de herders

Aanbidding van de herders, ets: 148 x 198 mm., ca. 1652,

Rijksprentenkabinet-Rijksmuseum


Niet ver van de plaats waar Jezus werd geboren hielden herders die nacht in het veld de wacht bij hun kudde. Plotseling stond er een engel bij hen die zei: “Vannacht is in de stad van David jullie redder geboren. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voederbak ligt.” Ze gingen meteen op weg en troffen Maria en Jozef aan en het kind dat in de voederbak lag. (Lukas 2: 8-18)

Detail van de aanbidding van de herders


Rembrandt heeft zich erop toegelegd het tafereel in het nachtelijk duister te hullen. Lukas vertelt dat de herders ’s nachts de wacht hielden bij hun kudde en dat zij direct nadat de engel was verdwenen op weg gingen. Het moet dus donker zijn geweest toen zij bij de stal aankwamen.

Er zijn verschillende staten (proefdrukken) van deze ets bewaard gebleven. Bij vergelijking van de verschillende staten wordt duidelijk dat Rembrandt bij elke volgende staat de duisternis nog meer heeft aangezet zodat er tenslotte maar enkele lichtplekken over bleven.

In het holst van de nacht is de lantaarn van de grote herder in het midden de belangrijkste lichtbron. De herder houdt de lamp rechts voor zich uit zodat ook de herders en ook een rund en wat schapen achter hem enig licht vangen. Wanneer we wat aan het licht gewend zijn valt op dat de herder de lantaarn zó houdt dat het licht vooral op Maria valt. Zij is wakker geworden van het licht en van het gedoe van de herders. Ook op het hoofdje van het jochie of meisje direct rechts achter de lantaarn valt veel licht. Hij/zij houdt de handjes op de bovenste plank van het houten schot. We krijgen het gevoel dat het jonge herdertje op zijn tenen moet staan om over het opgestapelde hooi te kunnen kijken.

Rembrandt laat ons meeleven met de kou gedurende de winternacht van de geboorte van Jezus. Wanneer we zien hoe Maria na haar bevalling onder een flinke hoop dekens is gekropen huiveren wij mee met de ijzige kou in de stal. De dekens laten alleen haar gezicht en een van haar handen onbedekt.

Er moet nog een tweede lichtbron zijn! In de rechter benedenhoek zit Jozef te lezen. We zien zijn gezicht en profiel. Ook hij heeft zich goed beschermd tegen de tegen de kou. Hij draagt een bontmuts en een dikke jas. Met zijn linkerhand houdt hij een boek voor zich uit. Over de opengeslagen pagina’s schijnt het licht van een niet zichtbare lichtbron aan zijn rechter zijkant. Jozef is opgehouden met lezen en kijkt naar die grote herder in het midden die zijn hoed afzet. Maria zal blij zijn dat haar pasgeboren kindje naast haar lekker doorslaapt. Jezus valt nauwelijks op, zo verscholen ligt hij met de kap van het jasje over zijn hoofd onder de dekens en het hooi in de voederbak.


Een engel verschijnt in een droom aan Jozef

Een engel verschijnt in een droom aan Jozef, pentekening, 179 x 181 mm.,

ca. 1652, Rijksprentenkabinet-Rijksmuseum


In het Evangelie van Mattheus wordt verhaald over de Drie Wijzen. Direct nadat de mannen hun geschenken hadden aangeboden en waren vertrokken verscheen er een engel in een droom aan Jozef. Hij sprak: “Sta op, vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte, want Herodes komt je zoon zoeken om hem te doden. (Mattheus, 2:13)

Detail van de engel die in een droom aan Jozef verschijnt


Zittend en hangend tegen een muur zijn Jozef en Maria in diepe slaap verzonken. Toch wordt de jonge ouders maar weinig rust gegund! Links boven is een engel in een droom aan Jozef verschenen. De hemelbode vertelt het verschrikkelijke nieuws dat zijn zoon met de dood wordt bedreigd. Om duidelijk te maken dat Jozef de engel niet in werkelijkheid ziet, maar in een droom heeft hij de ogen gesloten en het hoofd ligt naar achteren. Ontspannen houdt hij zijn mond een beetje open.

Naast Jozef heeft Maria de armen onder haar omslagdoek om Jezus geslagen. Het kindje ligt op de schoot van zijn moeder te slapen. De rust van de twee zal nu vrijwel direct wreed verstoord worden. Het was Jozef in zijn droom duidelijk geworden dat er haast bij was; er mocht geen moment worden gewacht! In het holst van de nacht staat Jozef op; hij maakt zijn vrouw wakker en het gezin slaat op de vlucht naar Egypte ... en maar hopen dat zoonlief nog even blijft slapen!


De rust tijdens de vlucht naar Egypte

De rust op de vlucht naar Egypte, ets: 130 x 115 mm., 1645, Rijksprentenkabinet-Rijksmuseum


Vanaf de vijftiende eeuw komt in Vlaanderen een nieuw thema in de kunst waarover we niets vernemen in de Bijbel. Men stelde zich voor dat Jozef en Maria op hun vlucht naar Egypte natuurlijk af en toe moesten rusten, al was het alleen maar om wat te eten.

Detail van de rust op de vlucht naar Egypte


Zoals zo vaak bij Rembrandt wijst er niets op deze ets dat wij te maken hebben met een bijbels tafereel. We zien een aller aandoenlijkste voorstelling van een vader en een moeder met een baby. Ze zijn op reis. Daarop wijst rechts op de voorgrond het rieten zadel met een gebogen haak om tassen aan te hangen. Het lastdier heeft nu ook wat rust gekregen en loopt vast ergens te grazen. Een realistische alledaagse voorstelling van een gezin op weg. Rembrandt vond op deze kleine ets ook nog plaats voor enkele vogeltjes in de top van de boom links.

Ondanks het ogenschijnlijke alledaagse van de voorstelling twijfelt niemand eraan dat hier de rust op de vlucht naar Egypte wordt voorgesteld.

Maria houdt Jezus op haar schoot. Zij tilt de omslagdoek een beetje op om haar zoon te bewonderen en te kijken of het goed met hem gaat. Wat een vertederend en ingetogen moment!

Jozef was met een mes bezig om een appel of iets dergelijks te schillen. Daar is hij nu even mee gestopt om over zijn schouder en langs de binnenkant van de arm van Maria te kijken om een glimp van zijn zoon op te vangen. Hij kijkt blij en lijkt iets tegen Maria te zeggen … ongetwijfeld iets in de trant van: “een echte jongen hè!, het is toch sprekend zijn vader!”

Het voortzetten van de reis, pen- en penseeltekening, 193 x 240, mm,

ca. 1652, Kupferstichkabinet der Staalichen Museen, Berlijn


Ik ken geen ander kunstwerk waarop het voortzetten van de reis naar Egypte het onderwerp is, maar het gezin moet door! Maar meer nog dan dat lijkt de zorgzaamheid van Jozef voor Maria het onderwerp van deze ets. Hij heeft het ezeltje weer opgetuigd en is teruggegaan naar de plaats waar Maria met zijn zoon zich nog bevinden: “Meid, het is tijd, we moeten gaan, kom maar, dan zal ik je wel even helpen!”

Detail van het voortzetten van de reis naar Egypte


Op de ets heeft Jozef zijn arm behoedzaam om de rug van Maria geslagen en met zijn linkerhand houdt hij haar hand vast. Hij staat wijdbeens met het ene been een stuk hoger op de rotsen dan het andere. Zo kan hij met zijn lichaam voldoende tegendruk geven om Maria niet te snel te laten afdalen. Moeizaam en zichtbaar niet voldoende uitgerust kijkt Maria zorgelijk naar beneden. Zij pakt de uitgestoken hand van Jozef vast en leunt een beetje tegen hem aan. Dat moet ook wel! In de andere hand draagt zij immers haar kind en aan haar arm hangen ook nog wat tassen. Ook met de ondersteuning van Jozef is het op dat paadje al moeilijk genoeg om overeind te blijven. Dat realiseert Jozef zich ook! Zorgzaam en geconcentreerd kijkt hij naar zijn vrouw … alles gaat goed!, ze zijn bijna bij het ezeltje. Het trouwe dier wacht geduldig op het moment van vertrek.

Detail van het voortzetten van de reis naar Egypte


In Egypte

De Heilige Familie, ets: 95 x 145 mm, 1644, Rijksprentenkabinet-Rijksmuseum


De reis naar Egypte zit er op. Blijkbaar heeft het gezin daar een huisje gevonden.

Ik stel mij zo voor dat Maria van de stoel op de verhoging in de kamer is opgestaan en naar de kist is gelopen waarin wat kleertjes en wat spullen voor de verschoning van haar zoon liggen. Jezus is weer helemaal schoon en tevreden en is op de schoot van zijn moeder in slaap gevallen.

Detail van de Heilige Familie


Maria heeft haar armen om Jezus geslagen en laat het hoofd hangen. Ze lijkt ook in slaap gevallen … eindelijk even rust!

In vergelijking met de voorstellingen van de gebeurtenissen op de vlucht naar Egypte is Jezus gegroeid. We zien zijn hoofdje op de linkerarm van Maria liggen en de mollige beentjes en voeten liggen op haar andere arm.

Nu Maria slaapt ziet de kat de kans schoon om wat te ravotten met de franjes aan de onderkant van haar kleed. Wanneer Maria wakker zou zijn geweest zou ze het vast niet hebben toegestaan dat het dier haar kleding kapot trekt.

Jozef kwam blijkbaar voorbij het raam gelopen en zag zijn vrouw en kind zitten. Vertederd kijkt hij even naar binnen.


Op het eerste gezicht lijkt het erop dat Rembrandt een aandoenlijk realistisch en alledaags beeld schetst van het doen en laten in de huiskamer van een gezin met een pasgeboren baby. Er zijn echter een paar symbolische elementen die dat realisme doorbreken. Op de eerste plaats zien we een stralenkrans rondom het hoofd van Maria. Door de cirkel in de ovaal van het glas in lood venster kunnen we denken aan zonnestralen. Het kan naar mijn gevoel niet anders dan dat Rembrandt bewust de cirkel en die stralen rondom het hoofd van Maria heeft geplaatst zodat wij vanzelf aan een nimbus denken. Daar komt nog bij dat we rechts onder haar voeten de kop van een slang zien en ook nog iets van het lichaam van het dier. Maria vertrapt de slang onder haar voeten.

Het zal heus wel zo zijn geweest dat er op de plaats waar het gezin op dat moment was slangen zaten, maar met betrekking tot Maria denk ik, dat wij die slang symbolisch moeten opvatten.

Door de rol van Maria in het verlossingswerk hebben theologen al vroeg bedacht dat de in Genesis genoemde vrouw, door wie de slang verslagen zal worden, op Maria van toepassing is. Na de zondeval zegt God tegen de slang: “Vervloekt ben jij omdat je dit hebt gedaan. ... Ik zal vijandschap stichten tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, dat zal je de kop verpletteren.” (Genesis 3:14-15)


Jezus en de Samaritaanse vrouw

Jezus en de Samaritaanse vrouw bij een waterput, ets: 125 x 160 mm.,

1658. Rijksprentenkabinet-Rijksmuseum


In de verhalen over het begin van het openbare leven van Jezus vertelt Johannes over de ontmoeting van Jezus met een Samaritaanse vrouw bij een put.

Jezus had zijn apostelen naar de stad gestuurd om eten en drinken te kopen. Hij vraagt een vrouw of hij wat mag drinken van het water dat zij heeft geput. De vrouw is verbaasd dat Jezus als Jood aan een Samaritaanse wat te drinken vraagt. De Joden en de Samaritanen leefden immers op gespannen voet met elkaar. Jezus vertelt dan over het levende water; de vrouw begrijpt daar aanvankelijk niet veel van. Dan zegt Jezus tegen haar: “Wie van dit water drinkt krijgt weer dorst, maar wie drinkt van het water dat ik hem zal geven zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen; integendeel, het water dat ik hem zal geven zal een bron in hem worden waaruit water opborrelt dat eeuwig leven geeft.” De vrouw herkent Jezus nu als een profeet en zij getuigt ervan dat zij weet dat de Messias komt. Daarop zei Jezus tegen haar: “Dat ben ik, degene die met u spreekt.”

De apostelen kwamen terug uit de stad en verbaasden zich erover dat hun meester met een Samaritaanse stond te praten.

De vrouw ging terug naar de stad waar zij woonde en vertelt de Samaritanen over de ontmoeting met Jezus … ‘en velen van hen geloofden in hem om het woord van de vrouw’. (Johannes 4: 7-43)

Detail van Jezus en de Samaritaanse vrouw

Op de ets heeft de vrouw zojuist de putemmer aan het touw naar boven getrokken en op de rand van de waterput geplaatst. Zij was van plan het water zo dadelijk in de kruik te gieten die naast haar staat ... na haar gesprek met Jezus liet zij die waterkruik echter staan! (Johannes 4: 28)

Na haar aanvankelijke scepsis over die Joodse man die haar als Samaritaanse wat te drinken had gevraagd luistert zij nu met de armen rustend op die emmer aandachtig naar de woorden van Jezus … en dan maakt Jezus zich bekend: “Dat ben ik, degene die met u spreekt.” In de beleving van Rembrandt spreekt Jezus die woorden uit met de hand naar de borst gekeerd, wijzend op zichzelf. Hij doet dat niet met een groots gebaar van ‘kijk mij eens’, maar eerder schuchter en dienstbaar, met het hoofd en lichaam enigszins gebogen naar de vrouw.


Aan de rechterkant keren de apostelen terug. Zij begrijpen niet dat hun meester met een Samaritaanse vrouw praat. Zij doorgronden nog niet het grote belang van het verhaal van Jezus, dat hij zijn leer ook openstelt voor de vijand zodat ook zij zullen kunnen drinken van het leven opwekkende water!

Zij lijken afkeurend naar het tafereel te kijken. Aan zijn gelaat zouden we links Petrus kunnen herkennen en rechts aan zijn gezicht zonder baard Johannes. Hij is de enige evangelist die in zijn evangelie over de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vertelt.

De verloren zoon

De verloren zoon tussen de varkens, pentekening: 159 x 235 mm.,

ca. 1645-’48, British Museum, Londen


De fraaie gelijkenissen van Jezus uit het vijftiende hoofdstuk van het Lukasevangelie vertellen in feite over zondaars die berouw hebben en zich bekeren. Jezus concludeert: “Zo zal er meer vreugde zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering behoeven.” Maar daarmee is Jezus nog niet klaar! De twee eerste gelijkenissen lijken een opmaat te zijn voor de gelijkenis over de verloren zoon waarin Jezus zijn toehoorders vertelt over berouw en vergiffenis.

Een vader had twee zoons. De jongste wil alvast zijn deel van de erfenis. De vader verdeelt zijn bezittingen en geeft de helft aan die zoon. De jongeman vertrekt en geeft zijn geld uit aan de geneugten van een losbandig leven. Binnen de kortste tijd had hij zijn hele vermogen er doorheen gejaagd. Gedwongen door honger en armoede kon hij niet veel anders dan zich aan te bieden als verzorger van de varkens, maar ook in die tijd kreeg hij nauwelijks te eten. Het werd zo erg ‘… dat hij maar wat graag zijn maag zou willen vullen met de schillen die de varkens kregen, maar er was niemand die ze hem gaf’. (Lukas 15: 11-16)

Detail van de verloren zoon tussen de varkens


De tekening van Rembrandt roept in één blik alle ellende van de jongeman op. De dieren doen zich tegoed aan het voer dat hen wordt gegeven. De hongerige varkenshoeder moet het zo kenmerkende gesmak van de varkens gehoord hebben. Het zal hem afgrijselijk in de oren hebben geklonken en zijn honger zal alleen maar zijn toegenomen.

Rembrandt gaat nog verder! We krijgen het gevoel dat de jongen zich slechts moeizaam met zijn stok overeind weet te houden. Ook zal hij er bewust voor gekozen hebben hem voor te stellen met een uitgemergeld lichaam en een hoofd als dat van een een dode. Zo kon hij het lichaam nog erbarmelijker laten uitkomen tegenover dat van de dikke volgevreten varkens. Rembrandt heeft ongetwijfeld op de ets voor het moment gekozen dat de verloren zoon te midden van de varkens tot inkeer komt. Lukas: “Toen kwam hij tot inkeer en sprak tot zichzelf: Hoeveel knechten van mijn vader hebben brood in overvloed en ik sterf hier van de honger. Ik wil opstaan en naar mijn vader gaan en hem zeggen dat ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen hem."

De thuiskomst van de verloren zoon, ets: 156 x 136 mm.,

1636, Rijksprentenkabinet-Rijksmuseum


Hij ging meteen naar het huis van zijn vader. De oude man zag hem in de verte naderen. Hij was geschokt toen hij zijn zag, zo vermagerd en in die haveloze kleren. Tegelijkertijd was hij diep ontroerd en viel hem om de hals. De zoon sprak: “Ik verdien het niet meer uw zoon te zijn; behandel mij als een van uw knechten.” Maar de vader wilde daar niet van horen. Hij kleedde zijn teruggekeerde zoon met het mooiste kleed dat hij in huis had. Hij kreeg een kostbare ring, nieuwe schoenen en het gemeste kalf werd geslacht om feest te vieren ‘… want mijn zoon was dood en is levend geworden, hij was verloren en ik heb hem weer terug’.

Alleen zijn oudere broer was niet blij. Hij klaagde er bij zijn vader over dat hij hem altijd trouw had gediend en dat er voor hem nog nooit zo’n feest was aangericht. ‘… en dat alles omdat mijn broer naar huis is teruggekomen, hij die uw vermogen heeft verbrast aan dure maaltijden, feesten, drinkgelag en omgang met eerloze vrouwen'. En dan herhaalt de vader: “Er moet feest worden gevierd want jouw broer was dood en is weer tot leven gekomen.” Dat bedoelde Jezus toen hij zei: “Zo zal er meer vreugde zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering behoeven.” (Lukas 15: 24) Met de gelijkenis over de losbandige maar berouwvolle zoon die door zijn vader wordt omhelsd en feestelijk in zijn huis wordt onthaald verwijst Jezus naar de beloning van de hemelse Vader waarop een zondaar met oprecht berouw mag hopen.

Detail van de thuiskomst van de verloren zoon


Vervuld van verdriet en schaamte en gehuld in lompen drukt de teruggekeerde zoon zijn hoofd tegen de borst van zijn vader. Op zijn knieën en met gevouwen handen smeekt hij berouwvol om genade. De vader is het huis uit gesneld en legt liefdevol zijn arm op de schouder van zijn zoon, … ‘kom maar jongen, zeg maar niets, straks praten we wel even …’. Het zorgzame gezicht van de beproefde vader doet nog denken aan het verdriet dat hij doorgemaakte om het verlies van zijn zoon.

Vader en zoon vormen een schitterende eenheid die wordt verbonden door het gezamenlijke verdriet én het berouw van de een en de vergeving van de ander. Doordat Rembrandt dit beeld heeft vastgelegd is het een beeld van eindeloze vergevende vaderliefde dat elke keer opnieuw spreekt wanneer we de ets bekijken. Wat ben ik de bedoeling van veel verhalen uit de Bijbel en de emoties die eruit spreken beter gaan aanvoelen door de kunstwerken van Rembrandt!

Boven hun hoofd heeft de oudere broer boos de luiken van het venster open geslagen en zijn gezicht staat donker van woede en jaloersheid. Hij lijkt zijn ogen naar rechts te richten. Wat hij daar ziet zal hem niet veel vrolijker stemmen. Op de trap komt een bediende met het dure kleed en de kostbare schoenen naar beneden.


De luie dienstknecht

De luie dienstknecht voor zijn meester, 173 x 218 mm., ca. 1652, Louvre, Parijs


In hoofdstuk 25 van het Mattheusevangelie vertelt Jezus twee gelijkenissen. Hij wijst zijn toehoorders erop dat zij waakzaam moeten zijn om goed voorbereid te zijn op het Laatste oordeel. Als voorbeeld daarvan vertelt hij het verhaal over de tien maagden waarvan er vijf niet waakzaam zijn. Zíj zullen worden uitgesloten van het hemelse geluk. (Matheus 25: 1-13)

In de tweede gelijkenis vertelt Jezus over een rijke man die zich voorbereidt op een lange reis. Voordat hij op reis ging riep hij zijn drie dienaars bij zich. Hij gaf hen het beheer over zijn bezit. Aan een van hen gaf hij vijf talenten, aan de ander twee en aan de derde een; ieder volgens hun bekwaamheid. De dienaar die vijf talenten had gekregen, dreef er handel mee, en verdiende er vijf bij. Ook de dienaar die er twee had gekregen, verdiende er twee bij. De dienaar die er een had gekregen, verstopte het aan hem toevertrouwde geld in een kuil.

Na lange tijd kwam de heer terug en rekende met hen af. Hij prees de twee dienaren die er geld bij hadden verdiend. Degene die niets met het geld had gedaan werd door zijn meester hevig berispt. Hij gaf opdracht de man naar buiten te werpen, de duisternis in; ‘daar zal geween zijn en geknars der tanden’. (Matheus 25: 14-30)

Het verhaal wordt opgevat als een verwijzing naar het Laatste oordeel: ieder moet zijn talenten zó gebruiken dat hij daarop goed is voorbereid. Niet vreemd dat direct na het verhaal over de luie knecht, in hetzelfde hoofdstuk van het Mattheusevangelie wordt geschreven over het Laatste oordeel.

Detail van de luie dienstknecht


In het artikel van de afgelopen week en ook in het artikel van vandaag werd al wel duidelijk dat Rembrandt in staat was precies de goede lichaamshouding te vinden die past bij de gemoedstoestand die mensen op het voorgestelde moment overkomt.

De knecht die niets had gedaan met het talent dat hem was gegeven voelt de bui al hangen! Hij beseft nu dat hij in gebreke is gebleven. Met het gezicht naar beneden komt hij aarzelend bij de tafel. We voelen met hem mee! Om het moment maar uit te stellen waarop hij zijn meester slechts dat ene talent kan laten zien is hij tergend langzaam op zoek naar het muntstuk. Hij voelt diep in zijn tas en zal daarop waarschijnlijk ook nog in zijn zakken gaan zoeken. Het moment dat hij zal moeten laten zien dat hij niets met het hem toevertrouwde talent heeft gedaan komt steeds dichterbij. Zijn meester heeft het al lang in de gaten en zijn donkere blik voorspelt weinig goeds voor de knecht. Ook de rentmeester zal al wel zo zijn ideeën hebben. Hij moet alles in het grote boek bijhouden en zal zijn conclusie al wel getrokken hebben. De luie knecht heeft zijn vermogens verkwanseld en zal worden gestraft.


De opwekking van Lazarus

De opwekking van Lazarus, ets: 366 x 258 mm., ca 1632,

Rijksprentenkabinet-Rijksmuseum


Johannes vertelt dat Jezus naar het huis van Lazarus en zijn zussen Maria en Marta was gegaan. Lazarus was al vier dagen daarvoor overleden. Marta zei tegen Jezus: “Heer, als u hier was geweest dan was onze broer niet gestorven. Jezus sprak daarop tot Marta: “Jouw broer zal verrijzen. … Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven.” Vervolgens ging Jezus met Maria en Marta naar het graf van Lazarus. Zij werden gevolgd door mensen die bij de zussen in huis waren om hen te troosten met het verlies van hun broer. Toen zij bij het graf aankwamen gaf Jezus opdracht om de steen voor de grot weg te halen en het graf te openen. Dat leek Marta geen goed idee: “Heer, de stank! Hij is al vier dagen geleden begraven.” Toch liet Jezus de steen voor het rotsgraf weghalen en hij riep: “Lazarus sta op.” Op die woorden stond Lazarus op uit de dood. (Johannes 11: 17-44)

Detail van de opwekking van Lazarus


Op de ets bevinden Jezus, de twee zussen van Lazarus en ook de mensen die waren meegekomen zich in de grot waar Lazarus was begraven. Als een regisseur maakt Rembrandt een schitterend spektakel van de opwekking uit de dood. Met een groots theatraal en bijna bezwerend gebaar heft Jezus zijn hand omhoog. Daarmee geeft hij uiting aan de bedoeling van zijn dwingende woorden: Lazarus sta op! En op datzelfde moment zien we het ongelofelijke gebeuren.

Detail van de opwekking van Lazarus


Rembrandt houdt zich aan de tekst van het Johannesevangelie: “En de dode stond op, de voeten en handen in windsels gewikkeld en zijn hoofd met een zweetdoek bedekt.” Maar daarna geeft Rembrandt zijn eigen invulling aan het gebeuren. Hij laat zien hoe het leven terugkeert in de nog door de dood getekende man. Het gelaat lijkt het midden te houden tussen de dood en het teruggekeerde leven. Langzaam lijkt er weer beweging te komen in het lichaam van de man die vier dagen geleden is begraven. Lazarus klemt zijn in doeken gewikkelde hand vast aan de linkerkant van de kist en trekt het lichaam traag omhoog. Rembrandt vertelt het verhaal zo meeslepend dat we het gevoel krijgen dat wanneer de opwekking van Lazarus uit de dood werkelijk heeft plaatsgevonden, dat het toch zo ongeveer moet zijn gegaan zoals hij het verbeeldt.

De mensen rondom de kist zien het ongelofelijke gebeuren. Ze tonen hun verbazing, maar misschien nog wel meer hun verbijstering. Wat gebeurt hier! Je zal erbij aanwezig zijn! Het was al vier dagen geleden dat wij onze broer, familielid, vriend of buurman hebben begraven en nu … Hun gelaat en hun lichaam spreken eerder van angst dan van blijdschap, de vreugde over de opstanding zal later wel komen.

De zus rechtsonder is zo geschrokken dat zij naar achteren deinst en haar handen, zichzelf beschermend opheft tegen de angst voor het onbegrijpelijke. De zus achter de kist kijkt haar broer verbijsterd aan en kan haar ogen niet geloven. De man achter haar is opgesprongen en met zijn uitpuilende ogen ziet hij wat niet kán gebeuren. Ook zíjn lichaam deinst van schrik achteruit en met zijn rechterhand lijkt hij zich te willen beschermen tegen iets wat niet valt te bevatten. Zo was het wonder van de opstanding van Lazarus nog nooit in beeld gebracht!

Ook de mannen achter Jezus geven expressief uiting aan hun verwarring, ongeloof en ontsteltenis: dit kan niet waar zijn!


De voetwassing

De voetwassing, pentekening 156 x 220 mm, ca 1655,

Rijksprentenkabinet-Rijksmuseum


Alleen het Johannesevangelie vertelt dat Jezus tijdens het Laatste avondmaal nog één voorbeeld van nederigheid wil geven voordat hij zich zal overgeven aan de soldaten in de hof van Getsemane. Hij neemt de onderdanige taak op zich de voeten van zijn apostelen te wassen. Petrus verzette zich hevig! In alle toonaarden laat hij weten dat hij het niet zal toelaten dat Jezus zich tegenover hem als een bediende gedraagt. Jezus wilde zijn leerlingen erop wijzen dat het volgen van hem moest gebeuren in de vorm van onderlinge dienstbaarheid. Door de voeten van zijn leerlingen te wassen, wilde hij de apostelen duidelijk maken dat zij zouden worden uitgezonden om de mensen te dienen. Wanneer Jezus Petrus erop wijst dat hij, wanneer hij bij zijn weigering zou blijven niet in gemeenschap met hem zal zijn, reageerde hij impulsief door zijn meester voor te stellen niet alleen zijn voeten, maar ook zijn handen en hoofd te wassen. (Johannes: 13: 2-9)

detail van de voetwassing


Op de prent van Rembrandt zien we Jezus gehurkt op de grond zitten. Voor hem staat een grote schaal met water. Hij houdt zijn hoofd naar beneden en richt zich op de hand waarmee hij een van de voeten van Petrus wast. Met de andere hand ondersteunt hij de voet van Petrus boven het waterbekken. Achter Jezus zit een van de apostelen aan de zijkant van de eettafel. Twee anderen zijn opgestaan. Zij willen wel eens zien hoe hun meester dit klusje bij de opstandige Petrus fikst.

Behalve de onorthodoxe houding van Jezus is het vooral de houding van Petrus die in het oog springt. Hij zit alles behalve rustig op zijn stoel! Gespannen klemt hij zijn hand op de voorkant van de leuning. Hij komt met het lichaam naar voren en volgt kritisch alle handelingen van zijn meester; dat hij het maar niet te bont maakt met zijn onderdanigheid! In zijn hele houding spreekt nog duidelijk zijn aanvankelijke verzet. Hoe krijgt Rembrandt het toch voor elkaar met die paar pennenstreken de hele spanning van een verhaal op te roepen!


Maaltijd in Emmaüs

Jezus' verdwijning in Emmaüs, pen- en penseeltekening: 198 x 183 mm.,

ca. 1648-49, Fitzwilliam Museum, Cambridge, Engeland


Op de eerste dag van de nieuwe week gingen een aantal leerlingen naar het graf van Jezus om zijn lichaam te balsemen. Zij troffen het graf echter leeg aan. Er verschenen twee mannen die tegen hen spraken: “Waarom zoekt gij de levende bij de doden? Hier is hij niet; hij is verrezen.” (Lukas 24: 1-7).

Op diezelfde dag waren twee leerlingen van Jezus op weg naar het plaatsje Emmaüs. Onderweg kregen zij gezelschap van Jezus, maar zij herkenden hem niet. Zij vertelden de vreemdeling over de dood van hun leermeester en diens lege graf en verbaasden zich er tegelijkertijd over dat hij zo'n beetje de enige in Jeruzalem moet zijn die daar niet over had horen vertellen. Pas toen de mannen 's avonds bij elkaar aan tafel zaten, herkenden de twee hun meester aan de wijze waarop de vreemdeling het brood brak en het uitdeelde. Nog voordat de mannen van hun verbazing waren bekomen en iets hadden kunnen zeggen, was Jezus weer verdwenen. De twee leerlingen gingen terug naar Jeruzalem en vertelden de apostelen dat hun meester inderdaad uit de dood was opgestaan. (Lukas. 24: 13-35)


Detail van de verdwijning van Jezus in Emmaüs


Jezus en de twee leerlingen zitten aan de tafel van de herberg in Emmaüs. Alle kunstenaars voor en na Rembrandt hebben het moment in beeld gebracht dat Jezus het brood heeft gebroken en de leerlingen tot hun schrik en verbazing erachter komen dat zij met hun leermeester aan tafel zitten. Ook op de vele etsen, tekeningen en schilderijen van Rembrandt staat die plotselinge herkenning centraal! Op deze pentekening heeft hij echter voor een ander moment gekozen: een moment dat direct volgt op de herkenning. De twee mannen kijken nog naar de plaats waar Jezus zojuist nog zat en het brood had gebroken. Een van de mannen is opgestaan en heft zijn hand van verbazing op. De andere zit nog aan tafel. Zij zijn nog niet bijgekomen van de verschijning van hun blijkbaar uit de dood opgestane meester, de reactie daarop valt nog op hun gezicht te lezen … en dan ineens, zonder een woord te hebben gesproken is Jezus op datzelfde moment dat hij wordt herkend weg! … gewoon plotseling als een lichtflits verdwenen. Zijn stoel is leeg! Hoewel er niets meer van een menselijke gestalte in die lichtflits valt te herkennen krijgen we toch het gevoel dat er op het moment daarvoor iemand op die stoel moet hebben gezeten. Jezus is verdwenen, maar hij straalt nog na!

Hidde Hoekstra: “Daar waar het hoofd gedacht moet worden, vertoont zich een naar alle kanten stralend licht. Nooit eerder in de kunst was dit moment op deze manier aanschouwelijk gemaakt.”


Gebruikte literatuur

- B. Haak, Rembrandt, zijn leven, zijn werk, zijn tijd 1968

- Hidde Hoekstra, Verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament, door Rembrandt in schilderijen, etsen en tekeningen in beeld gebracht, 6 delen. Gebruikt voor dit artikel: Deel 4 t/m 6, Het Nieuwe Testament, Amsterdam 1983

- Gary Schwartz, Rembrandt, zijn leven, zijn schilderijen, Maarssen, 1984

- Christian Tümpel, Rembrandt, Amsterdam 1986

- Tentoonstellingscatalogus, Rembrandt, de meester en zijn werkplaats, tekeningen en etsen, Rijksmuseum Amsterdam, 1992, catalogus door Holm Bevers, Peter Schatborn en Barbara Wezel

- Tentoonstellingscatalogus, Late Rembrandt, Rijksmuseum Amsterdam, 2015, catalogus door Jonathan Bikker, Gregor J.M. Weber e.a.














































192 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page