• Paul Bröker

Gerechtigheidstaferelen: over partijdige en onpartijdige rechtspraak III


Dit is het derde artikel in een serie van vier over zogenaamde gerechtigheidstaferelen. Over ca. drie weken kunt u het laatste artikel in deze serie verwachten. Klik (hier) om het eerste artikel te lezen en (hier) voor het tweede artikel.



Over een schokkend maar buitengewoon doeltreffend

exemplum iustitiae en series gerechtigheidtaferelen in de Schepenkamer van het Stadhuis van Alkmaar en de Vierschaar in het toenmalige

Stadhuis op de Dam in Amsterdam


Gerard David, diptiek met het Oordeel van Cambyses, olieverf op paneel, elk paneel ca. 182 x 159 cm, 1498; tot 1829: schepenkamer van het stadhuis in Brugge,

nu: Groeningenmuseum, Brugge


Het oordeel van Cambyses, het verhaal van Herodotus

De geschiedenis over het Oordeel van Cambyses wordt voor het eerst beschreven in de Historiën – Het verslag van mijn onderzoek van de Griekse geschiedschrijver Herodotus van Halikarnassos (ca. 484-424 v.Chr.). Het verhaal speelt zich af tijdens de regering van de Perzische koning Cambyses (559 - 522 v.Chr., koning: 529-522 v.Chr.)

Herodotus vertelt dat Sisamnes door de koning was aangesteld als rechter die namens hem recht spreekt. De koning was er achter gekomen dat zijn rechter steekpenningen had aangenomen en een onrechtvaardig vonnis had uitgesproken. Hij liet de man arresteren en in het openbaar levend villen. De huid van de rechter werd vastgespijkerd op de ambtszetel van de rechter. Otanes, de zoon van Sisamnes, werd benoemd tot opvolger van zijn vader. Hij moest plaatsnemen op de rechterstoel die dus was bekleed met de huid van zijn vader. Koning Cambyses gaf Otanes te verstaan nooit te vergeten op wat voor zetel hij zit terwijl hij rechtspreekt. (Herodotus V, 25)


Na Herodotus werd het verhaal door andere schrijvers vele malen herverteld. Een invloedrijke versie van het verhaal treffen we aan in Gesta Romanorum, een populaire moraliserende verhalenbundel uit de Middeleeuwen. In 1481 verscheen in Gouda een Nederlandse vertaling van het werk met als ondertitel: Notabile Historien ghetogen uten gesten of croniken der Romeynen. Over het oordeel van Cambyses wordt verteld: “Een keizer vaardigde een wet uit dat iedere rechter, die schuldig werd bevonden aan partijdige rechtspraak, de strengste straffen moest ondergaan. Op zekere dag liet een rechter zich verleiden om, in ruil voor een grote som geld, een bijzonder onrechtvaardig vonnis te vellen. Toen de keizer dit vernam, liet hij hem villen. Het vonnis werd onmiddellijk uitgevoerd en de huid van de schuldige werd op de rechterstoel gespijkerd opdat anderen, deze vreselijke waarschuwing indachtig, niet dezelfde misstap zouden begaan. Vervolgens bekleedde de keizer de zoon van de rechter met diens ambt, en sprak tot hem: ‘Gij zult rechtspreken, zittend op de huid van uw schuldige vader: indien iemand u ooit tot kwaad wil verleiden, gedenk het lot van uw vader: kijk naar zijn huid, opdat zijn lot niet het uwe worde…” (aangehaald in Hans J. van Miegroet, Gerard David, p. 144-145). Met de woorden van Cambyses tot Otanes begrijpen we direct de betekenis van het verhaal in rechtszalen: “Gij zult rechtspreken, zittend op de huid van uw schuldige vader: indien iemand u ooit tot kwaad wil verleiden, gedenk het lot van uw vader: kijk naar zijn huid, opdat zijn lot niet het uwe worde...”. Het is duidelijk dat de rechters op plaatsen waar het verhaal in rechtszalen werd getoond zich deze les moesten aantrekken. We kunnen ons voorstellen dat rechters die werden geconfronteerd met een zo’n wrede en pijnlijk realistische openbare villing als op het schilderij van Gerard David, zich nog wel eens zouden bedenken voordat zij een onrechtvaardig vonnis uitspreken.

Gerard David, Oordeel van Cambyses Op het linker paneel zit Sisamnes in het rode met bont gevoerde ambtsgewaad op de ambtszetel van de rechter. Hij lijkt zich allerminst op zijn gemak te voelen.

Gerard David, diptiek met het Oordeel van Cambyses, paneel links


Voor de rechter staat koning Cambyses in een hermelijnen mantel. De koning somt de beschuldigingen op met de wijsvinger van zijn rechterhand op de vingers van zijn linkerhand. De man links van Sisamnes houdt hem stevig vast en zal hem zo dadelijk wegleiden.

Gerard David, diptiek met het Oordeel van Cambyses, de omkoping


Het doorkijkje in de linker bovenhoek biedt de toeschouwer een blik op het plein. Onder de boog van het portiek zijn wij getuige van het moment van de omkoping. Sisamnes staat in de deuropening van zijn statige huis en neemt een beurs in ontvangst. Hij draagt de rode mantel, het uiterlijke teken van rechterlijke waardigheid. Hij laat zich dus als rechter omkopen.

Gerard David, diptiek met het Oordeel van Cambyses, paneel rechts


Op het rechterpaneel wordt het vonnis voltrokken. De mantel van de rechter ligt in een hoop op de grond. Het ontklede lichaam is met touwen aan de tafel vastgebonden. IJzeren pinnen in de tafel zorgen er verder voor dat de rechter gestrekt blijft liggen terwijl drie mannen met chirurgische precisie de huid opensnijden en deze afstropen.

Gerard David, diptiek met het Oordeel van Cambyses, de incisie


Het linkerbeen van de Sisamnes ligt vrijwel al geheel open. De man die daarvoor verantwoordelijk is, heeft het mes tussen zijn tanden geplaatst.

Hij heeft nu beide handen vrij om de huid van het been en de voet te trekken. Het lijkt mij dat ik de afschuwelijke details mag laten zien omdat de schilder heel bewust dat gevoel van afgrijzen heeft willen oproepen: “Hoe wreder het onderwerp in beeld wordt gebracht hoe effectiever het is”, was ongetwijfeld de gedachte. Ik laat de beschrijving van de details verder aan uw eigen invulling over.

In de rechterbovenhoek heeft Otanes inmiddels plaats genomen op de zetel van de rechter waarvan de rugleuning, als afschrikwekkend voorbeeld is overtrokken met de huid van zijn vader.

Gerard David, diptiek met het Oordeel van Cambyses, Otanes spreekt recht op de zetel waarvan de rugleuning is bekleed met de huid van zijn vader.


In 1498 werd het diptiek met het Oordeel van Cambyses van Gerard David (1460-1523) in de Schepenkamer van het stadhuis van Brugge geplaatst. De rechters in Brugge konden zich aangesproken voelen. Op beide panelen herkenden zij gebouwen uit Brugge. Het grijze, gotische bouwwerk midden in de achtergrond van het paneel rechts zal hen zeker in het bijzonder hebben aangesproken. Het is het toenmalige stadhuis van Brugge, de plaats waar zij rechtspreken in de ruimte waar het diptiek hing. Het afstropen van de huid van Sisamnes op het plein vóór dat stadhuis kwam voor de rechters op deze manier wel heel dichtbij. Daar komt nog bij dat de schepenen die Gerard David opdracht gaven tot het vervaardigen van het diptiek zichzelf herkenden op het diptiek. Op beide panelen zien we namelijk bijna alleen maar mannen met individuele gelaatstrekken en eigentijdse kleding. Behalve de schepenen werden ook veel andere magistraten uit Brugge voorgesteld. Zij hechtten er ongetwijfeld sterk aan zich tegenover de bevolking van de stad te identificeren met een verhaal waarin corruptie streng wordt aangepakt. Alleen koning Cambyses, de soldaten en de beulen hebben meer algemene gelaatstrekken.

Victor Boucquet, Oordeel van Cambyses, 1671, voorheen: Stadhuis van Nieuwpoort,

nu: Onze-Lieve-Vrouwekerk in Nieuwpoort, België


Op het schilderij dat Victor Boucquet (1619-1677) voor het stadhuis van Nieuwpoort. maakte gebiedt Cambyses Otanes plaats te nemen op de stoel die is bekleed met een menselijk huid. We kunnen het lichaam vanaf het hoofd tot aan de tenen goed onderscheiden. Wanneer we onder de boog links doorkijken zien we op het schavot twee mannen die bezig zijn de huid van het lichaam te trekken.

Victor Boucquet, Oordeel van Cambyses, detail

Boucquet maakte het schilderij voor de schepenkamer van het stadhuis van Nieuwpoort waar door de schepenen recht werd gesproken. De plaatselijke gids vertelde dat het schilderij in opdracht was gegeven door een inwoner van Nieuwpoort die schuldig was bevonden aan corruptie. Als straf werd hem opgelegd dit schilderij te laten vervaardigen.

Lucas Cranach de Oude (werkplaats), Oordeel van Cambyses, olieverf op paneel: 209 x 107 cm. ca. 1540-1545, Stiftung Preussische Schlösser und Gärten Berlin, Berlijn


Op het schilderij uit de werkplaats van Lucas Cranach de Oude (1473-1553), hangt de afgestroopte huid van Sisamnes aan touwen als een soort zwaard van Damocles boven het hoofd van Otanes. Door de tulband is het duidelijk dat de schilder de rechter iets van een Perzisch voorkomen heeft willen verlenen. Hij wijst de twee mannen direct voor hem (rechters?), in hedendaagse kleding, op het gevaar dat wordt gelopen wanneer men zich inlaat met corruptie. Door het doorkijkje naar buiten zijn wij getuige van het afstropen van de huid van Sisamnes.


Drie schilderijen uit de voormalige Schepenkamer van het Stadhuis van Alkmaar

Tussen 1616 en 1620 maakte de Alkmaarse Schilder Claes Jacobsz. van der Heck (ca. 1575/1581-1652) drie gerechtigheidstaferelen voor het stadhuis van zijn woonplaats: de Justitie van Graaf Willem III, het Oordeel van Cambyses en het Oordeel van Salomon. Bij elkaar vormen de drie schilderijen van Van der Heck een mooi voorbeeld van de inrichting van een rechtszaal met een verhaal uit de Bijbel, de Klassieke Oudheid en de vaderlandse geschiedenis.

Claes Jacobsz. van der Heck, Oordeel van Salomon, olieverf op paneel: 126 x 187 cm, 1616; tot 1879: Schepenkamer van het Stadhuis van Alkmaar, daarna:

Stedelijk Museum Alkmaar


Het oordeel van de Bijbelse koning Salomon werd besproken in het eerste artikel van deze serie. De daarin besproken beeldtraditie van de gebaren van de koning, de twee vrouwen die verschillend reageren op het voornemen van Salomon en de man met het zwaard die op het punt staat het levende kind te doorklieven herkennen we ook op het schilderij van Van der Heck.

Claes Jacobsz. van der Heck, Oordeel van Cambyses, olieverf op paneel: 130 x 210 cm, 1620; tot 1879: Schepenkamer van het Stadhuis van Alkmaar, daarna:

Stedelijk Museum Alkmaar


Het Oordeel van Cambyses werd hierboven al besproken. Ongetwijfeld vanwege zijn afschuwelijkheid groeide het onderwerp uit tot een van de meest voorkomende gerechtigheidsvoorstellingen. Ik heb het gevoel dat de populariteit van het Oordeel van Cambyses alleen wordt overtroffen door voorstellingen van het Laatste Oordeel en het Oordeel van Salomon. De voorliefde van dit onderwerp in gerechtszalen werd ongetwijfeld mede bepaald door het afschuwelijke verhaal. De rechters konden met het onderwerp nadrukkelijk worden gewezen op de vreselijke gevolgen waartoe een onrechtvaardig vonnis kan leiden.

Het afstropen van de huid van Sisamnes is op het schilderij van Van der Heck te zien op het plein op het schavot in de achtergrond. De schilder concentreert zich op de voorgrond op het moment waarop Cambyses de nieuwe rechter wijst op de gevolgen die het heeft wanneer hij zich inlaat met corruptie. Dat moeten ook de rechters in Alkmaar zich goed inprenten. Ter identificatie met de rechters in de Schepenkamer in het stadhuis van Alkmaar houdt de nieuwe rechter Otanes de roede van justitie als teken van zijn ambt in zijn linkerhand.


De justitie van graaf Willem III, ‘de Goede’ van Holland

Dit rechtsexemplum is afkomstig uit de vaderlandse geschiedenis. Naast verheven verhalen uit de Bijbel en de Klassieke Oudheid werden ook aansprekende voorbeelden van rechtspraak uit de vaderlandse geschiedenis aan rechters voorgehouden.

De geschiedenis werd voor het eerst opgetekend door Petrus Scriverius in Het oude Goutsche chronycxken van Hollandt, Zeelandt, Vrieslandt en Utrecht uit 1478. Volgens de bron speelt het pseudo-historische verhaal zich af in 1336 tijdens de regeerperiode van graaf Willem III, ‘de Goede’ van Holland (ca. 1286-1337; graaf van Holland: 1304-1337)

Het verhaal

Een baljuw, die namens de graaf recht sprak, was de mooie koe opgevallen van een arme boer in de buurt van Hendrik-Ido-Ambacht. De baljuw wilde de koe kopen. De boer wilde daar echter niets van weten. Het geboden bedrag was veel te laag en bovendien betekende de melk van de koe eten voor zijn gezin en hield hij ook nog melk over om te verkopen. De baljuw wilde die koe persé hebben en verwisselde ’s nachts heimelijk de vette koe voor zijn eigen magere scharminkel. De volgende dag had de boer direct in de gaten wat er aan de hand was, maar de baljuw wist van niets! De boer trok daarop naar het hof van graaf Willem III om zijn recht te halen. De boer trof de graaf ziek in bed aan.

Nadat de graaf het verhaal van de boer had aangehoord ontbood hij de baljuw. De graaf achtte het voorval bewezen en veroordeelde de baljuw tot het betalen van 100 gouden kronen en tot teruggave van de gestolen koe aan de boer. Die 100 gouden kronen was weliswaar een enorm bedrag, maar de baljuw prees zich gelukkig dat hij er met die fikse boete vanaf kwam. Maar de graaf was nog niet klaar met zijn vonnis! De boer had genoegdoening gekregen, maar de graaf nog niet! Hij achtte machts- en ambtsmisbruik bewezen. De baljuw handelt ook nog eens als gezagsvertegenwoordiger van de graaf. De baljuw was immers door de graaf aangesteld om in zijn naam recht te spreken. Graaf Willem III voelde zich door het voorval zo in zijn positie aangetast dat hij de baljuw voor dat tweede misdrijf ter dood veroordeelde. Er werd een priester bij geroepen om de baljuw de laatste biecht af te nemen. Direct daarna reikte de graaf de beul het wapen van de baljuw aan om hem met diens eigen zwaard ter plekke te laten onthoofden.

Claes Jacobsz. van der Heck, Justitie van Graaf Willem III ‘de Goede’, van Holland, olieverf op paneel: 129,6 x 212,5 cm, 1618; tot 1879: Schepenkamer van het Stadhuis van Alkmaar, daarna: Stedelijk Museum Alkmaar


Op het schilderij van Van der Heck zien we de baljuw in het doorkijkje rechts. Hij loopt met de gestolen koe bij de boerderij van de boer vandaan. Bovenaan de trap nadert de boer, keurig met de afgenomen hoed in de hand, het ziektevertrek van de graaf. Op de voorgrond knielt de baljuw voor zijn biechtvader. Vanuit zijn ziekbed geeft de graaf het zwaard over aan de beul die zo dadelijk het vonnis zal voltrekken.


Omdat het een verhaal betreft uit de regio werd het opvallend vaak in Nederlandse gewesten gebruikt om de rechters erop te wijzen dat machts- en ambtsmisbruik niet getolereerd wordt, dat dit streng wordt bestraft en dat ook een rechter niet aan zijn terechte straf ontkomt.

Dit als typisch Hollands beschouwde verhaal (verhaal met een koe!) kende in de Noordelijke Nederlanden in de 16de, maar vooral in de 17de

eeuw een flinke populariteit.

Nicolaes van Galen, Justitie van graaf Willem III van Holland,

olieverf op doek:192 x 213 cm, Stadhuis van Hasselt (Overijssel)


Op het schilderij dat Nicolaes van Galen (1620-1683) vervaardigde voor het Stadhuis van Hasselt zijn wij getuige van het moment dat de beul op het punt staat flink met het zwaard uit te halen om de knielende baljuw te onthoofden. De hals is ontbloot en het vlijmscherpe zwaard zal elk moment het hoofd van de romp scheiden. Bij nader inzien moeten de graaf en de griffier op het schilderij oppassen dat zij niet het slachtoffer worden van de overijverige beul. De graaf lijkt het gevaar in de gaten te hebben hij deinst naar achteren. De secretaris zit links op de voorgrond als een silhouet achter zijn bureau waarop een groot boek op een standaard staat. Hij lijkt zich van geen gevaar bewust: hij wordt volledig in beslag genomen door de tekst in het dikke boek


Anoniem (Simon Henrixz?) Willem III, graaf van Holland, geeft opdracht de baljuw van Zuid-Holland te onthoofden 1336, olieverf op doek:135 x 195 cm, tussen 1620 en 1649, afkomstig uit de Vierschaar van Naarden nu: Rijksmuseum Amsterdam

Toegeschreven aan Abraham Bloemaert (1566-1651), Justitie van graaf Willem III van Holland, olieverf op paneel: 161 x 325 cm, vervaardigd voor de schepenkamer van het stadhuis in Gorinchem, nu in het Gorcums Museum, Gorinchem

Anoniem, Justitie van graaf Willem III van Holland, olieverf op paneel: 69x127 cm. Het schilderij werd gemaakt voor het Rechtshuis in Muiderberg, nu in een particuliere collectie

De schilderijen in de toenmalige Schepenkamer van Gorinchem en uit het Rechtshuis van Muiderberg tonen als centraal tafereel het moment dat de beul het zwaard van de graaf aanneemt. Op beide panelen is het een monnik die de biecht afneemt. De kleinere afbeeldingen ter weerszijden hiervan illustreren andere momenten uit het verhaal als een soort stripverhaal, inclusief de teksten.



Vierschaar van het Stadhuis op de Dam

Artus Quellinus, marmerreliëf in de Vierschaar van het Paleis op de Dam: ca. 1652


Zoals een groot deel van de aankleding van de muren, de beelden en reliëfs op de begane grond en de eerste verdieping van het voormalige stadhuis van Amsterdam is ook de Vierschaar opgetrokken uit wit marmer. De reliëfs en beeldhouwwerken in de Vierschaar zijn ontworpen door Artus Quellinus (1609-1668). Voor velen bevindt zich in de Amsterdamse Vierschaar het mooiste beeldhouwwerk dat in de 17de eeuw in Nederland is vervaardigd.

Het woord ‘vierschaar’ verwijst naar de vier banken (‘scharne’ of ‘schaerre’=bank) waarmee de plaats werd afgebakend waar werd rechtgesproken. Op de banken zaten de mensen die zich bezighielden met de rechtspleging. In de Germaanse tijd konden alle vrije mannen tijdens een rechtszitting op de banken plaatsnemen. Het woord ‘vierschaar’ (Vroegmiddenederlands: vierscharne) werd de aanduiding voor ‘rechtbank’.

De zittingen waren openbaar. Vanaf de Dam kon het publiek door de bogen naar binnen kijken. Die vensters waren met versierde tralies zo ingericht dat de mensen niet naar binnen konden komen. Maar men kon wel zien en horen wat er binnen gebeurde. Tegenwoordig is er glas geplaatst tussen de tralies.

Voordat de schepenen konden gaan zitten moesten zij de drie treden van de trap op lopen die zich over de gehele lengte van de Vierschaar uitstrekt. Op de bovenste trede konden zij zich omdraaien. Met hun rug bijna tegen de reliëfs met de exempla iustitiae namen zij plaats op de marmeren bank waarop kussen waren gelegd. De toeschouwer die vanaf de Damzijde naar binnen keek, kon de gerechtsdienaars op marmeren banken tegenover de vensters zien zitten. Ook tegenwoordig nog kunnen we achter de plaats waar de rechters zaten vanaf de Dam het marmerreliëf van Quellinus zien met van links naar rechts voorstellingen van het Oordeel van Zaleucus, het Oordeel van Salomon en het Oordeel van Brutus. De drie gerechtigheidtaferelen moesten de rechters oproepen wijs en rechtvaardig te zijn.

De voorstellingen worden door kariatiden van elkaar gescheiden. De gebeeldhouwde vrouwen ondersteunen de architraaf boven de reliëfs. Hierboven was een voorstelling van het Laatste Oordeel gepland. Dit onderwerp is echter nooit aangebracht.


De betekenis van voorstellingen van het Oordeel van Salomon en het Oordeel van Zaleucus in rechtszalen werd reeds besproken in deel II van de serie artikelen over gerechtigheidstaferelen.

Artus Quellinus, Oordeel van Zaleucus, ca. 1652


Het reliëf van Quellinus was in grote lijnen het uitgangspunt voor het in deel II besproken schilderij van Jan de Braij (1676, Stadhuis van Haarlem), maar dan wel in spiegelbeeld.

Artus Quellinus, Oordeel van Salomon, ca. 1652


Het reliëf sluit aan bij de gangbare beeldtraditie van voorstellingen van het Oordeel van Salomon. De beul kijkt naar de koning en wacht met het zwaard in de aanslag op het bevel van Salomon om het kind in tweeën te delen. De echte moeder richt haar hoofd ook naar de koning. De dramatiek wordt verhoogd doordat de vrouw het lichaam van haar kind omarmt terwijl zij haar linkerhand in de baan van het zwaard heft in een uiterste poging de doorklieving van haar zoon te voorkomen. Midden op de voorgrond ligt het dode kind. Zijn moeder lijkt de moeder van het levende kind tot bedaren te willen brengen en haar ervan te willen overtuigen dat het het beste is zich neer te leggen bij het oordeel van de koning, maar die weet ondertussen wie de ware moeder is!

Het oordeel van Brutus

Lucius Junius Brutus (545-509 v.Chr.) was de eerste consul van Rome. Na de verkrachting van Lucretia door een zoon van de koning (hier) had Brutus de koninklijke familie verjaagd en Rome was een republiek geworden. De afgezette koning Tarquinius zette jonge aristocraten op tegen de nieuwe staatsvorm. Dit liep uit op een staatgreep tegen het nieuwe bewind. Tot de groep van samenzweerders behoorden ook twee zonen van Brutus. Het complot lekte uit en de coupplegers werden veroordeeld tot openbare geseling gevolgd door onthoofding. Ook tegenover zijn beide zoons toont Brutus geen clementie: zij krijgen dezelfde straf als hun metgezellen.

Op het reliëf zien we dat een van de broers al is terechtgesteld. Met de handen gebonden op de rug is zijn onthoofde lichaam op de grond gevallen. Brutus dringt er bij de beul op aan niet te aarzelen en spoort hem aan ook zijn tweede zoon te doden. Met de handen op de rug gebonden knielt de jongen op de grond. Met afgrijzen kijkt hij naar het afgehouwen hoofd van zijn broer dat voor hem ligt. Hij kan verder niet veel anders dan het volgende moment afwachten. Met de zware bijl zet de beul aan. Hij zal die bijl met kracht naar voren zwiepen om het hoofd van de romp te scheiden. Achter de beul herkennen we nog een aantal mannen waarvan de handen op de rug zijn gebonden. Het zijn de andere coupplegers die met angst in de ogen hun lot afwachten.

Op de achtergrond staat een beeld van Jupiter met bliksemschichten in zijn hand, zinnebeeld van de goddelijke gerechtigheid en straf. Rechts van hem zien we zijn attribuut: de adelaar. Daarboven verwijst het beeld op een sokkel naar de plaats van handeling: Rome. Het is hét symbool van de stad. De wolvin zoogt Romulus en Remus, de legendarische stichters van de stad.

Het is duidelijk dat dit gerechtigheidstafereel de rechters erop moet wijzen dat rechtspraak, ook wanneer het je eigen kinderen betreft, onpartijdig moet zijn. Als rechter staat Brutus volledig achter zijn vonnis. Krachtig strekt de consul zijn linker arm uit naar de beul. Hij mag niet aarzelen om het vonnis ook bij zijn tweede zoon te voltrekken. Maar ook de persoonlijke kant van de consul wordt getoond. Als vader zal hij het verschrikkelijk hebben gevonden. Hij toont zijn verdriet door de rechterarm voor de borst te houden en met de hand krachtig en dramatisch naar zijn vaderhart te grijpen. Brutus wilde voor zijn zonen echter geen uitzondering maken, want rechtspraak moet onpartijdig zijn. Dat is de dramatische moraal van het reliëf: een rechter moet oordelen zonder aanzien des persoons. Deze moraal werd de 17de-eeuwse rechters in de Amsterdamse Vierschaar voorgehouden.

Artus Quellinus, Brutus laat zijn eigen zoons onthoofden, terracottamodel t.b.v. het reliëf in de Vierschaar: hoogte 72 cm x breedte 83,5 cm x diepte 20,0 cm, 1951, Amsterdam Museum, Amsterdam

Artus Quellinus had een grote werkplaats vlakbij het enorme bouwterrein van het stadhuis. De meeste beelden in het nieuwe stadhuis van Amsterdam liet hij door beeldhouwers in die werkplaats vervaardigen naar terracottamodellen die hij eigenhandig als voorbeeld voor zijn medewerkers had gemaakt.


Een kunstwerk met het Oordeel van Brutus is niet bekend uit een andere rechtszaal. Het unieke onderwerp heeft veel te maken met de politieke situatie in de Nederlanden van dat moment. Er is op dit reliëf een veelzeggende parallel in beeld gebracht waar ik (hier) al eerder over schreef. Net als Rome onder Brutus het koningschap had afgezworen en een republiek was geworden, was het resultaat van de Tachtigjarige Oorlog dat de Spaanse koning was verslagen en de Nederlandse staat een republiek was geworden. De Amsterdamse magistraten spiegelden zich daarom niet aan de tot de verbeelding sprekende Romeinse keizers of koningen maar aan de hoogste machthebbers tijdens de periode dat Rome een republiek was: de consuls. Bij de bespreking van de schilderijen van Govert Flink en Ferdinand Bol in de ruimte waar de burgemeesters van Amsterdam vergaderden werd duidelijk dat zij de Romeinse consuls als voorbeeld namen. Met het verhaal van het Oordeel van Brutus doen de rechters dat in de Vierschaar ook.

Justitia en Prudentia

Vanaf de plaats waar de schout en de schepenen zaten konden zij twee beelden zien in de nissen tussen de ramen die uitkijken op de Dam. Het gaat om voorstellingen van Justitia (Rechtvaardigheid) en Prudentia (Voorzichtigheid). De beelden vormen een aanvulling op de exempla iustitiae achter de rug van de zittende rechters. De twee beelden moeten de rechters oproepen de deugden van rechtvaardigheid en voorzichtigheid tijdens hun werkzaamheden voor ogen te houden.

In het eerste artikel werd de betekenis van Vrouwe Justitia op plaatsen waar werd rechtgesproken uitvoerig besproken. Ook de betekenis van haar attributen: zwaard, weegschaal en blinddoek kwamen aan bod. De weegschaal en een deel van haar hand zijn verloren gegaan.













Artus Quellinus, Justitia, ca. 1652 Het beeld van Justitia is een van de weinige beeldhouwwerken in het paleis dat eigenhandig door Quellinus werd uitgevoerd.


De personificatie van Voorzichtigheid draagt een spiegel in haar rechterhand en rondom de linkerarm kronkelt een slang. Beide symbolen behoren tot de vaste attributen van Prudentia. De spiegel moet de rechters in de vierschaar waarschuwen niet in een schijnwaarheid te geloven. De door de verschillende partijen naar voren gebrachte argumenten kunnen fraai klinken, maar vaak heeft slechts een partij het bij het rechte eind of ligt de waarheid ergens in het midden.

Daarnaast is de spiegel een symbool van zelfreflectie. Door goed naar jezelf te kijken en te luisteren, moet de rechter zich voortdurend afvragen of zijn handelen wel overeenstemt met zijn geweten of: laat hij zich niet teveel door zaken die hem persoonlijk aanspreken beïnvloeden?

Artus Quellinus, Prudentia, ca. 1652

De slang van Voorzichtigheid is ontleend aan het Mattheus-evangelie: Statenvertaling: “… zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.” Nieuwe vertaling 2004: “Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.” (Matth. 10:16) Tijdens een rechtszitting worden waarheden en onwaarheden naar voren gebracht. Een rechter moet omzichtig naar de naar voren gebrachte argumenten luisteren en deze bedachtzaam wegen.


Gebruikte Literatuur

- Lederle-Grieger, U. Gerechtigkeitsdartstellungen in deutschen und niederländischen Rathäusern, Heidelberg, 1937

- Fremantle, K. The Baroque Town Hall of Amsterdam, Utrecht, 1959

- Blankert, A., Kunst als regeringszaak in Amsterdam in de 17de eeuw, Tentoonstellingscatalogus Paleis op de Dam, 1975

- Fremantle, K., Beelden kijken, De kunst van Quellien in het Paleis op de Dam, Amsterdam, 1979

- Fris, A. e.a. Voorbeeldige rechtspraak, drie gerechtigheidsstukken van de Alkmaarse schilder Claes Jacobsz. van der Heck, Alkmaar 1981

- Blankert, A., Koning Zaleucus laat zich een oog uitsteken in: God en de goden. Verhalen uit de bijbelse en klassieke oudheid door Rembrandt en zijn tijdgenoten, Tentoonstellingscatalogus nr. 63, Rijksmuseum Amsterdam, 1981

- Goossens, Emert-Jan, Schat van beitel en penseel. Het Amsterdamse stadhuis uit de Gouden Eeuw, Zwolle, 1996

- Miegroet, Hans J. Van, Gerard David, p. 142-175, Antwerpen 1989

- Moorman, Eric M. & Uitterhoeve, Wilfried, Van Alexandros tot Zenobia, thema’s uit de klassieke geschiedenis in literatuur, muziek, beeldende kunst en theater, Nijmegen, 1989

- M. van der en Smidt, J. de, (red.) in ‘Weegschaal & Zwaard, De Verbeelding van Recht en Gerechtigheid, Historisch Museum, Den Haag, 1999

- Bröker, Paul, “Gerechtigheidstaferelen” in: Stufkens, Hein, (redactie) Gerechtigheid, Heeswijk, 2015

- De kunst van het recht. Drie eeuwen gerechtigheid in beeld, (tentoonstellingscatalogus), Groeningenmuseum, Brugge, 2016


250 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven