• Paul Bröker

Over de oorsprong der dingen IV: hermafrodiet



de metamorfose van Hermaphroditus en Salmacis



In de Nederlandse taal wemelt het van woorden en uitdrukkingen die hun oorsprong hebben in verhalen uit de Griekse en Romeinse oudheid. Wat te denken van: ‘achilleshiel’; ‘hermafrodiet’; ‘narcisme’; ‘oedipuscomplex’; ‘sisyfusarbeid’; ‘Melkweg’, (hier) ‘de doos van Pandora’ (hier), de ‘draad van Ariadne’ en ‘tantaluskwelling’? Ik schrijf hierover met een bepaalde regelmaat in de rubriek ‘Over de oorsprong der dingen’.


Jan Gossaert

Wanneer Museum Boijmans Van Beuningen eindelijk de poorten weer opent (2026?), zal het opmerkelijke schilderij De metamorfose van Hermaphroditus en Salmacis van Jan Gossaert (1478-1532) zeker weer in de vaste presentatie van de collectie worden opgenomen.

In 1508-1509 verbleef Gossaert in Italië. Hier kwam hij als een van de eerste noordelijke kunstenaars in aanraking met werk van kunstenaars uit de Italiaanse Renaissance. De kunstenaar speelde een belangrijke rol bij de introductie van de Renaissance in de Nederlanden. Gossaert was de eerste Nederlandse kunstenaar die klassiek geïnspireerde mythologische taferelen met naakte figuren schilderde, maar hij zou zijn roots, de Vlaamse Primitieven nooit vergeten.

Hij woonde en werkte vooral in Middelburg. De schilder wordt ook wel Jan Gossa(e)rt van Mabuse of Jan Gossa(e)rt van Mauberge genoemd.

Jan Gossaert, De metamorfose van Hermaphroditus en Salmacis, olieverf op paneel: 32,8 x 21,5 cm, ca. 1520, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam



Het verhaal

Het zal u wellicht zijn opgevallen dat ik vaak over de liefde schrijf. Dat kan ook haast niet anders wanneer we ons realiseren dat de verhalen uit de belangrijkste wereldlijke boeken waarop kunstenaars de onderwerpen van hun kunstwerken baseren vrijwel uitsluitend over de liefde gaan en vooral over alle plezier en verdriet, vrijpartijtjes, ongemakken, intriges en ellende die de liefde met zich kan meebrengen. Wanneer we de verhalen over de liefde uit de Metamorphosen van Ovidius en de Decamerone van Boccaccio weglaten blijft er van die boeken maar heel weinig over.


In het vierde boek van de Metamorphosen van de Romeinse schrijver Ovidius (43 v.Chr. - 17 n.Chr.) wordt verteld over de godenzoon Hermaphroditus en de bronnimf Salmacis. Ovidius begint met de opmerking: “De bron van Salmacis is erg berucht: haar heilloos water schaadt, ja, verwijft degene die het aanraakt. Iedereen weet van de kracht van de bron, maar de oorzaak kent men niet. Dus luister…” De zoon van Hermes, de bode van de goden en Aphrodite, de godin van de liefde combineerde in schoonheid het uiterlijk van zijn goddelijke ouders en ook zijn naam verwees naar hen beiden: Hermaphroditus. Hij werd grootgebracht door nimfen op de berg Ida. Op zestienjarige leeftijd trok hij de wereld in. Op zijn tochten belandde hij in Lycië, in de buurt van het meertje van de bronnimf Salmacis. Zij zag de beeldschone jongeman al van verre haar bron naderden. Zijn verschijning riep bij haar onweerstaanbare verlangens op. De bronnimf deed er dan ook alles aan om haar schoonheid zo goed mogelijk te laten uitkomen. Zij kleedde zich in een flinterdun doorzichtig gewaad en maakte zich op haar allermooist op. Met al haar verleidelijkheid stond zij plotseling voor hem en sprak: “Jongen, je lijkt wel een god, Cupido misschien, maar als je een mens bent, dan prijs ik je ouders gelukkig. Maar de gelukkigste is ongetwijfeld jouw bruid, als je er al een hebt. Hoe dan ook, ik wil jouw bruid zijn, deel het huwelijksbed met mij.” Hermaphroditus, voelde zich ongemakkelijk en bloosde van deze uitnodiging, "… hij had nog nooit bemind" zo weet Ovidius. Dat maakte hem voor de nimf alleen maar aantrekkelijker. Toen zij hem wilde kussen liet hij haar merken daar niet van gediend te zijn. Hermaphroditus gaf daarop te kennen dat hij ter verkoeling graag een bad wenste te nemen en verzocht haar zich terug te trekken. Met haar onschuldigste gezicht geeft Salmacis hem te kennen dat hij ongestoord kan doen wat hij wenst te doen en trekt het bos in. In de vaste overtuiging alleen te zijn, deed Hermaphroditus onbeschroomd zijn kleren uit en nam een bad in het meer. Maar de nimf was niet weggegaan! Zij had zich achter de bosjes rondom het meer verscholen. De buitenkans om Hermaphroditus in zijn volledige naaktheid te kunnen gadeslaan en bewonderen, wilde zij zich niet laten ontglippen. Toen de nimf het goddelijke lichaam van Hermaphroditus eenmaal had aanschouwd, kon zij geen weerstand meer bieden aan haar verlangens. Zij sprong achter de bosjes vandaan, spoedde zich naar de vijver, trok haar kleren uit, dook het water in en gaf toe aan haar begeerte. Zij omhelsde en zoende de jongen die haar zo in vuur en vlam deed staan. Ovidius: ”Ondanks zijn verzet kust zij hem vurig op de mond en streelt met haar handen onder het water langs die tors van onwil.” Hermaphroditus probeert haar uit alle macht van zich af te duwen, maar in het water was hij geen partij voor de bronnimf. Met haar hele lichaam klemt zij zich steeds steviger om zijn lichaam, maar met uiterste krachtinspanningen “… onthoudt hij de nimf de lusten die zij najaagt”… “Toen hij zich bleef verzetten, omstrengelde zij hem als een slang en sprak: deze keer zal je mij niet meer ontsnappen, nooit zullen wij meer uit elkaar gaan”. En dan richt zij zich met een smeekbede tot de goden om zich eeuwig met hem te verenigen: “Oh hemelgoden, geef dat hij geen dag meer zonder mij is of ik zonder hem … Haar bezwerende wens ging in vervulling, want de twee lichamen werden één, zoals twee takken die geënt worden.” Salmacis had haar doel bereikt!

Wanneer Hermaphroditus zijn gedaanteverandering bemerkt richt hij zich tot zijn goddelijke ouders: “Vader, Moeder! Ik, uw zoon die uw beider namen draag, ik vraag u, schenk mij deze gunst: dat elke man die in dit meer gaat zwemmen, er weer uitkomt als halve man: dat hij, zodra hij het water voelt, verwijft”. Zij ouders vervulden de wens van hun zoon en gaven het water de gevraagde wonderkracht.


hermafrodiet

Het verhaal is de oorsprong van de aanduiding van een persoon met de kenmerken van een man en een vrouw. De meest voorkomende uiterlijke kenmerken van een hermafrodiet zijn mannelijke geslachtsdelen en borsten van een vrouw. Ter gelegenheid van dit artikel heb ik het nog maar eens goed opgezocht. ‘Hermafrodiet’ is een verouderde term voor tweeslachtigheid. De correcte term voor mensen met zowel vrouwelijke als mannelijke geslachtskenmerken is intersekse. Voor planten en dieren kan het woord hermafrodiet zonder problemen gebruikt worden.


Het schilderij van Jan Gossaert Op het schilderij van Jan Gossaert De metamorfose van Hermaphroditus en de nimf Salmacis in Museum Boijmans Van Beuningen staan Hermaphroditus en Salmacis in het water van het meertje van de bronnimf. Hermaphroditus probeert aan Salmacis te ontkomen. Links in de achtergrond vindt de gedaanteverandering plaats. Man en vrouw zijn al voor een deel in elkaar versmolten. We zien nog maar twee benen en twee armen. Hun zijkant en borst is bezig één te worden. Alleen hun hals en hoofd zijn nog niet met elkaar versmolten. Ik ken geen ander schilderij waarop eenwording van de twee lichamen in één persoon zo duidelijk in beeld is gebracht als op het schilderij van Jan Gossaert.

detail: Jan Gossaert, De metamorfose van Hermaphroditus en Salmacis


Hermaphroditus in de Griekse, Romeinse en West-Europese beeldhouw- en schilderkunst

Hermaphroditus was populair in het oude Griekenland en Rome waar hij werd vereerd als god van hermafrodieten en ook wel door mannen van wie het gedrag als vrouwelijk of verwijfd wordt getypeerd.

De cultus van Hermaphroditus in de klassieke oudheid ging uit van de gedachte die niet volledig recht doet aan de versie van het verhaal van Ovidius. In zijn verhaal verzet Hermaphroditus zich immers tegen de avances van Salmacis. We moeten ons realiseren dat de Metamorphosen van Ovidius narvertellingen betreft van oudere (vaak verloren gegane) verhalen. Wellicht biedt Hermaphroditus in een van de vele varianten die er van die verhalen in omloop waren helemaal geen verzet tegen de toenaderingspogingen van Salmacis. In de cultus vierde men in ieder geval het ultieme van het in elkaar opgaan van twee geliefden en het volledig met elkaar verbonden zijn. In deze gedachte wordt Hermaphroditus wel verweven met de liefdesgod Eros, net als Hermaphroditus een zoon van Aphrodite. Hermaphroditus en Eros waren dus halfbroers.

We zien de versmelting van de twee halfbroers hieronder op de vroegst bewaarde voorstellingen met Hermaphroditus als Eros. Op de vaas in het Metropolitan Museum gaat Hermaphroditus vergezeld van een hert. Dat kan een verwijzing zijn naar de onschuld in de liefde (Hermaphroditus). De haas op de andere vaas kan juist een verwijzing zijn naar de vruchtbaarheid en hitsigheid (Salmacis). Hazen (konijnen ook) kunnen binnen korte tijd een flinke hoeveelheid nakomelingen krijgen. Het typerende ‘wippen’ van die beesten kan ook gebruikt worden voor de menselijke geslachtsdaad.

Hermaphroditus als Eros, detail van een Griekse roodfigurige vaas, ca. 340-320 v.Chr., Metropolitan Museum of Art, New York


Hermaphroditus als Eros, detail van een Griekse vaas, ca. 340 v.Chr.

Rhode Island School of Design Museum, New York


Om te laten zien dat Hermaphroditus veel voorkomt in de Griekse en Romeinse kunst laat ik hieronder, zonder al te veel commentaar een aantal voorstellingen zien.

Behalve de stijlverschillen laten alle voorbeelden duidelijk zien waar het bij het weergeven van een hermafrodiet om gaat: het is altijd een vrouwelijk aandoende gestalte met een mannelijk geslachtsdeel. Wanneer de gestalten enigszins gekleed zijn, is het kleed steeds naar beneden gezakt om juist dat mannelijk geslachtsorgaan te laten zien.

De beeldhouwer van het beeld afkomstig uit Monte Porzio laat Hermaphroditus het gewaad zelf optillen om te laten zien waar het om gaat en toont zonder schroom zijn erectie.

Grieks marmeren beeld van Hermaphroditus, 3de eeuw v.Chr.

gevonden in Pergamum, Archeologisch Museum Istanbul


Grieks marmeren beeld van Hermaphroditus, 2de eeuw v.Chr, h. 149 cm.

gevonden op Rhodos, Princeton University Art Museum, Princeton, Amerika


Grieks beeld van Hermaphroditus


Romeins marmeren beeld van Hermaphroditus, 20-40 n.Chr.

Museum of Fine Arts, Boston


Romeins marmeren beeld van Hermaphroditus, 2de eeuw n.Chr.,

afkomstig uit Monte Porzio, Italië, Louvre, Parijs


Hermaphroditus Romeinse fresco, ca. 50 n.Chr.

afkomstig uit Herculaneum, Museo Nazionale, Napels, Italië


Hermaphroditus en Pan, Romeinse fresco afkomstig uit het Casa dei Dioscuri in Pompeï, ca. 50 n.Chr, Museo Archeologico Nazionale di Napoli, Napels


De bosgod Pan is een sater, half mens en half bok. In de klassieke literatuur komt hij naar voren als een man met de hoorns, de poten en de spitse oren van een bok. Hij staat bekend om zijn liefde voor wijn en is berucht om het verleiden van nimfen. De panfluit is naar hem vernoemd.

De oorsprong van die fluit is verweven met het verhaal over de bosnimf Syrinx. Pan had een oogje laten vallen op die beeldschone nimf. Zij wilde echter niets van hem weten en vluchtte weg. Terwijl hij haar achterna zat richtte Syrinx zich tot de goden met de vurige wens om haar onzichtbaar te maken voor haar achtervolger. Net voordat Pan zich aan haar kon vergrijpen veranderde de nimf in een rietkraag. De bosgod zonk teleurgesteld neer in het riet en beklaagde zich over zoveel tegenslag. Zijn klaagzang werd opgevangen door het riet en de bosgod hoorde in de rietkraag een klagelijk gesuis.

Hij werd zo getroffen door deze geheel nieuwe klank en de zachte toon dat hij tegen Syrinx zei: 'dit zal voortaan onze gesprekstoon zijn’ en hij sneed zeven stengels van het riet en voegde deze met bijenwas samen, van groot naar klein. (Ovidius, boek I: 700-712) De panfluit speelt in heel wat klassieke verhalen een rol.


Het verhaal dat het fresco uit Pompeï in beeld brengt is mij niet bekend, maar de essentie van de geschiedenis lijkt mij duidelijk in de voorstelling naar voren te komen.

De immer hitsige pan meent een heel fraaie jongedame opgemerkt te hebben. Hij trekt het flinterdunne kleed van de vrouw weg en ziet meteen dat de zo mooi ogende vrouw mannelijke geslachtsdelen heeft. De bosgod deinst van schrik achteruit en hij kan niet meer aanzien wat hij zojuist nog zo heeft bewonderd: met de hand voor zijn ogen verhult hij wat hij zojuist nog zo verwachtingsvol onthulde. Hij lijkt zich zo snel mogelijk uit de weg te willen maken.

Pirro Ligorio, , Pan en Hermaphroditus,

tekening op papier: 26,9 x 42,1 cm, Teylers Museum, Haarlem


De tekening van Pirro Ligorio (ca. 1512-1583) laat ons een soortgelijk tafereel zien als de voorstelling op het fresco uit Pompeï. Dat kan betekenen dat het verhaal waarom het hier gaat niet verloren is gegaan. Pan heeft weliswaar geen bokkenpoten, maar hij heeft wel kleine hoorntjes en spitse oren.


de Borghese Hermaphroditus

Ik kan mij de schrik van Pan wel een beetje voorstellen! Ik had namelijk een soortgelijke ervaring toen ik voor de eerste keer het beeld zag van de slapende Hermaphroditus in het Louvre. De voorgestelde dame ligt in de opstelling met de voorkant van haar lichaam naar de muur. Het kan niet anders dat de bedoeling van de plaatsing met opzet zó is gekozen dat wij eerst de fraaie achterzijde van een liggende vrouw zien, de lange sierlijke rug en de ronde billen. Daar komt nog bij dat zij haar gezicht zo heeft gedraaid dat dit naar de toeschouwer is gericht. Ze heeft de ogen gesloten; zij slaapt en dus kunnen we rustig en ongegeneerd kijken. Benieuwd als ik was wie hier op het gebeeldhouwde matras ligt, liep ik langs het hoofdeinde van dat matras en zag al vlug dat, hetgeen ik voor een vrouw aanzag was voorzien van een mannelijk geslachtsdeel. Deze verrassing had ik, net als Pan niet zien aankomen! Ik hoefde niet meer op het bordje te kijken om te weten te komen wie hier is voorgesteld.

De zogenaamde Borghese Hermaphroditus, lengte 169 cm, eind 2de eeuw n.Chr. Louvre


Het beeld is een Romeinse kopie naar een verloren gegaan Grieks origineel in brons (2de eeuw v.Chr.) van de hand van de Polycles (ca. 155 v.Chr.). Deze Griekse beeldhouwer wordt vermeld in de Naturalis historia van Plinius de oudere uit het tweede deel van de eerste eeuw n.Chr. Er zijn een aantal Romeinse kopieën naar het bronzen origineel bewaard gebleven. De Borghese Hermaphroditus is een van deze kopieën.

Het beeldhouwwerk werd opgegraven in de eerste decennia van de 17de eeuw in de buurt van de Thermen van Diocletianus in Rome. Het kwam in bezit van kardinaal Scipione Borghese (1577-1633). Deze kunstkenner en verzamelaar gaf in 1620 de Italiaanse renaissance architect en beeldhouwer Gianlorenzo Bernini (1598-1680) opdracht het matras en het kussen te vervaardigen waarop Hermaphroditus gelegen is.

Nu is het bijna onvoorstelbaar dat we bij het bekijken van zo’n prachtig gebeeldhouwde gestalte ook nog oog zouden kunnen hebben voor het matras, maar dat is werkelijk schitterend in afwerking en detaillering. De plooien en naden in het matras en de pluche knopen op de viersprongen, enfin, het lijkt werkelijk op die matrassen die ik mij uit mijn jeugd nog wel kan herinneren. Op de plek waar het lichaam ligt is het matras lichtjes ingedeukt onder het gewicht. Hermaphroditus ligt echter niet direct op het matras, maar op het originele Romeinse laken.

Dat laken oogt wat rommelig. In zijn vorm en plooien volgt het laken de bewegingen van de persoon die er gedurende nachtelijke uren op heeft geslapen. Het laken ligt lichtjes over de linkerarm. Met de puntjes van de tenen van de rechtervoet wordt het laken op die plaats strak getrokken. Het linker onderbeen is in de rechter knielholte gelegd. Daardoor wordt het laken over het linker onderbeen naar boven getrokken. Bij het zien van het beeld is het laken voor het oog zo soepel, dat wij ons even zouden verbazen wanneer we het zouden mogen aanraken en dan bemerken dat het koud en hard als marmer aanvoelt.

In de nieuwe villa van de kardinaal, de huidige Galleria Borghese (Villa Borghese), kreeg het beeld een eigen kamer. Tijdens de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) kwam het beeld in handen van het Franse bezettingsleger en kwam het uiteindelijk in het Louvre terecht.

detail: Jan Gossaert, De metamorfose van Hermaphroditus en Salmacis


Wanneer we de Europese beeldtraditie van het verhaal over Hermaphroditus en Salmacis overzien dan moet Jan Gossaert tot de vroegste kunstenaars worden gerekend die de geschiedenis heeft geschilderd.

Antonio Tempesta, titel onder de prent in het Nederlands:

Het lichaam van Hermaphroditus en Salmacis gaan in elkaar op,

ets op papier: 104 x 118 mm, ca. 1608, Rijksmuseum


Ondanks de titel onder de prent gaan de lichamen niet in elkaar op. Hermaphroditus en Salmacis lijken elkaar eerder liefdevol te omarmen.

Ik denk dat de Italiaanse kunstenaar Tempesta (1555-1630) hier het moment in beeld brengt dat Salmacis zich met haar verzoek tot de goden richt en het uitschreeuwt om haar lichaam voor eeuwig met dat van Hermaphroditus te verbinden.


Het is opvallend dat wij op de deze prent weer een hert en een haas zien. We zagen dat reeds op de Romeinse vazen hierboven. Binnen de connotatie van het bedrijven van de liefde kan een haas verwijzen naar de liefdesdaad en een hert juist naar kuisheid en onschuld.


Wanneer we de schilderijen overzien die na het schilderij (ca. 1520) van Jan Gossaert werden vervaardigd wordt duidelijk dat de schilders in bijna alle gevallen kozen voor het moment dat Salmacis van achter de bosjes Hermaphroditus bespiedt. Zij heeft zich vaak wel al van haar kleren ontdaan en staat op het punt om in het water te duiken. Behoudens een enkele gravure of houtsnede werd de gedaanteverandering, toch het hoogtepunt van het verhaal niet afgebeeld. Ook het gevecht tussen de godenzoon en de nimf werd slechts sporadisch in beeld gebracht.

Francesco Albani, (1578-1660), Hermaphroditus en Salmacis,

olieverf op koperplaat op paneel: 14 x 31 cm, 1615-1620, Louvre


Francesco Albani, Hermaphroditus en Salmacis,

olieverf op doek: 60 × 74 cm, ca. 1645–1650 Galleria Sabauda, Turijn


Op het schilderij van Albani zijn Hermaphroditus en Salmacis in het meer met elkaar in gevecht. Hermaphroditus probeert met zijn linkerhand de bosnimf van zich af te duwen. Met de rechterhand trekt hij haar aan de haren. Ook met zijn been, knie en voet probeert hij zijn belager van zich af te houden. Salmacis doet er juist alles aan om haar geliefde te omstrengelen. In een poging ook Hermaphroditus verliefd te maken schiet een van de liefdesgodjes een pijl op hem af.


Bartholomeus Spranger (1546-1611), Hermaphroditus en Salmacis, olieverf op doek: 110,5 x 81,5 cm, 1580-82, Künsthistorisches Museum, Wenen


Terwijl zij Hermaphroditus nauwlettend door het gebladerte in het oog houdt, ontdoet Salmacis zich van haar kleding en schoeisel. Hermaphroditus kijkt niets vermoedend opzij, hij heeft nog niets in de gaten.

Vooral de elegante houding en de lange golvende vormen van de nimf maken het schilderij tot een belangrijk voorbeeld van het Maniërisme.


Mozes van Uitenbroek, (ca. 1595-voor 1647), Bosvijver met Salmacis en Hermaphroditus, olieverf op paneel: 43x 66 cm, ca. 1627, Mauritshuis, Den Haag



gebruikte literatuur

- Bosque, André de, Mythologie en Maniërisme in de Nederlanden, Antwerpen, 1985

- Moormann, Erik M. Van Achilleus tot Zeus: thema's uit de klassieke mythologie in literatuur, muziek, beeldende kunst en theater, Nijmegen, 1987

- Ovidius Metamorphosen, Boek IV: 285-388, vertaling M. D'Hane-Scheltema, Amsterdam, 1998

- Wikipedia: ‘Jan Gossaert’, ‘Hermaphroditus en Salmacis’, ‘Hermafrodiet’, geraadpleegd 26-7-2021

255 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven