• Paul Bröker

Gerechtigheidstaferelen: over partijdige en onpartijdige rechtspraak IV


Het Hoornse gerechtigheidspaneel



Dit is het vierde en laatste artikel in een serie van vier over gerechtigheidstaferelen. Klik (hier) om het eerste artikel in te kijken, (hier) voor het tweede artikel en (hier) voor het derde artikel.


Avaricia (Avaritia = Hebzucht), detail van De Zeven Hoofdzonden en de Vier Uitersten, Hieronymus Bosch,1520-1525 olieverf op paneel: 150 x 120 cm,

Museo del Prado, Madrid


Het detail van het schilderij van Hieronymus Bosch werd al besproken in het eerste deel van deze serie artikelen. De man in het midden is te herkennen als een baljuw. De zogenaamde baljuwroede of gerechtsroede in zijn hand is het uiterlijke waardigheidsteken dat past bij zijn rechterlijke functie. We zullen vandaag zien dat deze roede ook het uiterlijk teken kan zijn van hoger geplaatste figuren die rechtspreken.

Op het schilderij van Hieronymus Bosch wordt de baljuw geflankeerd door mannen die een geschil hebben. De man links licht zijn kant van het verhaal toe. De rechter heeft zijn lichaam en gezicht naar hem toe gebogen. Hij is ogenschijnlijk een en al oor voor deze persoon. Tegelijkertijd zien we echter dat de baljuw zijn open linkerhand heimelijk naar achteren houdt. De man rechts begrijpt het gebaar en staat op het punt zíjn argumenten kracht bij te zetten door een gouden muntstuk in de hand van de omkoopbare rechter te leggen.


Het Hoornse gerechtigheidspaneel

In dit vierde artikel over gerechtigheidstaferelen staat het zogenaamde Hoornse gerechtigheidspaneel in het Westfries Museum in Hoorn centraal. Het drieluik is afkomstig uit de schepenzaal van het oude stadhuis van de stad. Ook hier moesten de voorstellingen de rechters aansporen om rechtvaardig te oordelen. Zij konden zich spiegelen aan de deugdzame en rechtvaardige vonnissen van hun illustere voorgangers zoals die te zien zijn op het schilderij.

Anoniem, Hoornse gerechtigheidspaneel, olieverf op drie panelen.

Totale lengte x breedte: ca. 550 x ca. 137 cm (incl. lijsten), ca. 1620-1630,

Westfries Museum, Hoorn


Inleiding

Het drieluik bevindt zich in de fraai opgeknapte kelder van het Westfries Museum. Helaas bederven de spaarzame belichting en de opstelling achter glas veel van het kijkplezier. Hiervoor zal wel zijn gekozen in verband met de kwetsbaarheid en de conservering van dit bijzondere schilderij; het is het vroegste in dit genre in de noordelijke Nederlanden.

Het drieluik heeft vijf voorstellingen die zijn verdeeld over drie panelen. Op het middenpaneel zien we drie voorstellingen en op de beide zijpanelen steeds één voorstelling. De voorstellingen op de zijpanelen zijn breder dan de drie afzonderlijke voorstellingen op het middenpaneel. De drie panelen zijn met scharnieren aan elkaar verbonden. Wanneer men het schilderij wilde sluiten konden het linker en rechter paneel inclusief de lijsten voor het middenpaneel worden gedraaid.


- Paneel links: het Oordeel van Cambyses, olieverf op paneel: 131,4 x 95,7 cm

- Paneel midden: de Gerechtigheid van Trajanus; de Rechtvaardige rechters (gesigneerd: J. Waben.fe.1622); de Gerechtigheid van Herkenbald, olieverf op paneel: 133,2x202,1cm

- Paneel rechts: Het Oordeel van Zaleucus, olieverf op paneel: 130,9 x 98,5 cm


Voor een goede duiding van het Hoornse gerechtigheidspaneel zal het in dit artikel in verband worden gebracht met de gerechtigheidstaferelen die Rogier van der Weyden maakte en een tapijt dat naar het schilderij van Rogier van der Weyden werd vervaardigd.


Het Oordeel van Zaleucus (artikel II en III) en het Oordeel van Cambyses (artikel III) werden in deze serie al eerder besproken. De panelen met deze voorstellingen worden in dit artikel daarom slechts in het kort beschreven.


Het Oordeel van Cambyses (linker zijluik)

Oordeel van Cambyses


In het midden van het paneel zit rechter Otanes op de rechterzetel die is overdekt met de huid van zijn vader Sisamnes. De rechterstoel was met de huid van de corrupte rechter bekleed om diens opvolgers - de eerste was zijn eigen zoon - eraan te herinneren hoe verschrikkelijk een omkoopbare rechter wordt gestraft.


details van het Oordeel van Cambyses


Vanaf het baldakijn van de rechterzetel is de huid van de rechter opgehangen aan twee koorden. De hoofdhuid is zo opgehangen dat de corrupte rechter naar voren lijkt te kijken. We herkennen ook de huid van de armen, de handen en de vingers. Rechts naast de zetel is het lichaam van Sisamnes op een plank vastgebonden. Een van de beulen is bezig de huid van het lichaam los te snijden. De ander trekt de huid in lappen van het lichaam van de rechter. Rechts achter dit lugubere tafereel staat koning Cambyses, naar wie dit gerechtigheidsthema wordt genoemd. Met de baljuwstaf wordt hij als rechter getypeerd.

details van het Oordeel van Cambyses

Op het tafereel links zit Sisamnes nog op zijn rechterstoel. Hij is bezig met een rechtszaak. Zowel Sisamnes als de man links van hem kijken naar de man in de groene mantel die is voorgeleid. Rechts achter de rechter staat iemand die vertrouwelijk zijn hand op diens schouder legt. Met de andere hand legt hij enkele gouden muntstukken in de uitgestoken hand van Sisamnes. Wij zijn getuige van het moment van de omkoping.

We zullen ook bij het Oordeel van Zaleucus, het Oordeel van Herkenbald en de Gerechtigheid van Trajanus zien dat het vergrijp dat aanleiding vormde voor de straf op het Hoornse gerechtigheidspaneel in beeld is gebracht. De voorstelling in het midden vormt daarop een uitzondering. We zullen nog zien dat dit tafereel ook in andere opzichten niet goed past binnen het Hoornse gerechtigheidpaneel.


Het Oordeel van Zaleucus (rechter zijluik)

Oordeel van Zaleucus


detail Oordeel van Zaleucus

detail Oordeel van Zaleucus


Zaleucus had als straf voor verkrachting bepaald dat beide ogen bij de dader moeten worden uitgestoken. Zijn zoon was door de koning c.q. de rechter schuldig bevonden aan dit misdrijf. Zoonlief werd door zijn vader conform de wet veroordeeld tot deze straf. Het volk vindt de straf te zwaar en dringt er bij de koning op aan het vonnis te matigen.

In het midden van het paneel wordt het linkeroog van de zoon van koning Zaleucus uitgestoken. Rechts daarvan houdt de koning het zwaard van Justitia in de hand. Met de andere hand wijst hij op zijn rechteroog. Daarmee wordt duidelijk dat wij getuige zijn van het uitspreken door de koning van een hernieuwd vonnis. Zaleucus oordeelt nu dat bij zijn zoon slechts één oog zal worden uitgestoken in plaats van beide ogen. Met dat nieuwe vonnis betoont de koning – ten onrechte naar zijn mening – clementie met zijn zoon. Het tweede oog zal daarom bij hem zelf moeten worden uitgestoken. De moraal die de koning hierbij voor ogen stond spreekt hij uit bij het voorlezen van het herziene vonnis: “Wanneer een rechter clementie betoont met een schuldig bevonden bloedverwant zal dat ten koste van hem zelf gaan.” Het tweede oog moest dus bij de koning worden uitgestoken. Betekenisvol wijst hij daarom op zijn eigen oog.

detail Oordeel van Zaleucus


In het huisje aan de linkerzijde van de voorstelling liggen een man en een vrouw naast elkaar in een bed. Hoewel het er niet erg wild aan toe gaat, is hier het moment van de verkrachting in beeld gebracht.


De gerechtigheid van Herkenbald (middenpaneel rechts)

Oordeel van Herkenbald


De vroegste overlevering van het verhaal over de legendarische Brabantse graaf Herkenbald van Burban vinden we terug in de Dialogus Miraculorum (1210-1223), boek IX, hoofdstuk 38, van de Keulse cisterciënzer Caesarius van Heisterbach (ca. 1180- ca.1240). We lezen dat de graaf, die in de elfde eeuw in Brussel zou hebben geleefd, op zijn ziekbed vernam dat zijn neef een dienstbode had verkracht. Hij kende geen enkel pardon met de zoon van zijn zuster en veroordeelde de jongeman ter dood; hij moest worden opgehangen. Zonder dat Herkenbald dit wist werd het vonnis echter niet uitgevoerd en had men de boosdoener te verstaan gegeven zich voorlopig schuil te houden totdat de graaf was overleden. Vanuit zijn ziekenkamer zag Herkenbald op een gegeven moment zijn neef in zijn kasteel in Brussel. Met vriendelijke woorden nodigde hij hem uit in zijn kamer. Wanneer de neef dicht genoeg bij hem is richt Herkenbald zich onverhoeds op van zijn ziekbed, trekt het hoofd van zijn neef naar achteren en snijdt hem met een mes, dat hij in zijn bed verborgen had de keel door.

detail Oordeel van Herkenbald


Toen Herkenbald zijn einde voelde naderen liet hij de plaatselijke bisschop bij zich roepen voor de laatste biecht en de laatste communie. De graaf biechtte al zijn zonden op en zweeg vervolgens. De bisschop wachtte even en toen de graaf bleef zwijgen zei de bisschop dat hij de moord op de zoon van zijn zus nog niet had opgebiecht. De graaf gaf de bisschop te verstaan dat het om de uitvoering van een rechtvaardig vonnis ging en dat hij dit daarom niet hoefde te biechten. Daar was de bisschop het niet mee eens. Wat hem betreft stond de daad van de graaf gelijk aan moord. Herkenbald hield voet bij stuk en de bisschop weigerde de graaf de laatste communie te verstrekken. Op een onverklaarbare wijze verscheen de hostie toch op de tong van Herkenbald. De bisschop zag dat de graaf een hostie op de tong had. Hij opende de pyxis (een kostbaar uitgevoerd rond doosje dat wordt gebruikt om een geconsecreerde hostie in te vervoeren naar een zieke) en kon niet anders constateren dan dat de hostie die hij voor de graaf had meegenomen verdwenen was. Hij moest nu wel erkennen dat hij het bij het verkeerde eind had en dat God met dit wonder heeft willen aantonen dat de graaf rechtvaardig had gehandeld.

Het paneel gunt ons een blik in de ziekenkamer van de graaf. Herkenbald heeft zich van zijn kussen opgericht en trekt het hoofd van zijn slachtoffer aan de haren naar achteren. De hals komt strak te staan en met het mes heeft hij in de hals al een bloedende snede gemaakt.

detail Oordeel van Herkenbald

Aan de rechterzijde van het paneel zien we een man op de rug. Het lijkt er sterk op dat hij met zijn linkerhand de rok van de vrouw voor hem optilt. Haar jurk valt daardoor open en rondom haar been zien we een roze kousenband en daaronder iets van een koord met strik erin. De man houdt de vrouw met zijn rechterhand om haar nek vast. Zij probeert hem met haar handen van zich af te duwen. Hier wordt een toespeling gemaakt op het vergrijp van de neef van Herkenbald.

detail Oordeel van Herkenbald


In het doorkijkje in de achterkamer staan twee mannen bij het sterfbed van de graaf. We kunnen met zekerheid stellen dat hier het moment was afgebeeld waarop de bisschop de communie aan de graaf weigert en dat de hostie miraculeus op de tong van Herkenbald is verschenen. Afgelopen woensdag was ik in Hoorn om ten behoeve van dit artikel wat foto’s te maken. Ik kon toen duidelijk constateren dat er geen bisschop is te zien en dat ook de hostie op te tong van de graaf is verdwenen. Ik kom er zo dadelijk op terug waarom het oorspronkelijke tafereel in de achterkamer zo werd toegetakeld.


De gerechtigheid van Trajanus (middenpaneel links)

Gerechtigheid van Trajanus


De legende vertelt het verhaal over keizer Trajanus (53-117 n.Chr.; Romeins keizer van 98 tot 117) die met zijn leger optrekt naar het opstandige Dacië in het huidige Roemenië. (Dacische Oorlogen: 101-102 en 105-106 n.Chr.) Onderweg wordt hij door een weduwe aangesproken. Zij beklaagt zich er bij de keizer over dat een van zijn manschappen, zonder dat daarvoor enige aanleiding was met opzet met zijn paard was ingereden op haar enige zoon. De jongen was hierbij omgekomen. De keizer wilde haar wel ter wille zijn, maar hij had haast. Hij beloofde de weduwe dat hij de zaak zou uitzoeken en de schuldige zou straffen wanneer hij op de terugweg was. Daar nam de vrouw geen genoegen mee! De keizer kon tijdens de veldslag sneuvelen en dan was haar geen recht gedaan. Daar zag de keizer het redelijke van in en hij gaf opdracht de schuldige op te sporen.

detail Gerechtigheid van Trajanus


Het bleek zijn eigen zoon te zijn! Dat weerhield hem er niet van een strenge straf op te leggen: zijn zoon moest zwaar boeten voor het onrecht dat hij had aangericht. Trajanus sprak de doodstraf uit en zijn zoon werd ter plekke onthoofd.

Op het paneel herkennen wij de keizer aan zijn keizerskroon. Ook hij draagt een gerechtsroede. Voor zijn witte paard knielt de weduwe die Trajanus smeekt om recht te doen. Op de voorgrond knielt de geblinddoekte zoon van de keizer. De beul houdt diens hoofd vast en in de andere hand houdt hij het zwaard. Hij kijkt naar de keizer en wacht op het teken om diens zoon te onthoofden.

detail Gerechtigheid van Trajanus

detail Gerechtigheid van Trajanus

Op de achtergrond, linksboven het hoofd van de keizer, zit zijn zoon te paard. Voor dat paard ligt het lichaam van het slachtoffer. Hiermee wordt verwezen naar de aanleiding voor de straf die zijn vader hem oplegt.

De moraal van het verhaal in de rechtszaal is dat de keizer het recht heeft laten zegevieren ook al ging dit ten koste van zijn eigen zoon.

Antonio Campi, Gerechtigheid van Trajanus, ca. 1550,

Fondazione Brescia Musei, Brescia, Italië


Op het schilderij van Antonio Campi wijst de weduwe de keizer op de soldaat te paard en op haar dode zoon. Links van haar staat de Trajanuszuil. Dat is een anachronisme, omdat die zuil toen nog niet was opgericht. Het onderwerp zal zijn geïnspireerd op een passage uit de legende waarin de vrouw er bij de keizer op aandringt nu recht te spreken. Hij had de weduwe immers te kennen gegeven op dat moment geen tijd te hebben om zich met de zaak te bemoeien. Zij stelt hem in het vooruitzicht dat hij in de toekomst hogelijk beloond zal worden wanneer hij de zaak nu meteen uitzoekt en rechtspreekt.

Trajanuszuil, 113 n.Chr., Carrara-marmer: hoogte 29,78 m., doorsnee 3,70 m.,

Forum van Trajanus, Rome.


De vermaarde Trajanuszuil werd al tijdens de regering van de keizer opgericht. Het beeldhouwwerk brengt de veldtochten naar Dacië heel minutieus in beeld.

Na de dood van Trajanus werd zijn urn bijgezet in de sokkel van de zuil.


De Trajanus-Gregoriuslegende

Voor een goed begrip van het Hoornse gerechtigheidspaneel is het van belang te weten dat de legende over Trajanus werd verweven met een legende rondom Gregorius de Grote (paus van 590-604). De oudste bekende versie van de legende van Trajanus waaraan de legende van paus Gregorius is toegevoegd lezen we in de vita sancti Gregorii Magni (ca. 713) van Gregorius van een Angelsaksische monnik van Whitby.

Zo’n vijfhonderd jaar na het verhaal over de Gerechtigheid van Trajanus wandelt de paus over het Forum Trajanus en bekijkt de Trajanuszuil. De paus overdenkt de grote en goede daden van de keizer. Daarbij komt ook het verhaal bij Gregorius op over het rechtvaardige oordeel van Trajanus. Tot tranen toe bewogen realiseert de paus zich dat de keizer een heiden was en dat hij daarom – ondanks zijn goede daden – niet in de hemel zal komen. Hij begeeft zich naar de Sint Pieter om te bidden voor de redding van ziel van Trajanus. Van hogerhand wordt het hem duidelijk dat op zijn voorspraak de ziel van de keizer uit het eeuwige vuur zal worden gered. Daarna begeeft de paus zich naar de ruimte onder de Trajanuszuil en laat de urn van de keizer openen. Dan blijkt dat de tong die zo voorbeeldig had rechtgesproken, op miraculeuze wijze intact is gebleven.

Michael Pacher, de Vier Kerkvaders, olieverf op paneel: 212 x 100 cm., ca, 1480,

Alte Pinakothek, München


Op het schilderij van Michael Pacher (ca. 1435 -1498) met de vier kerkvaders wordt paus Gregorius rechts van het midden voorgesteld. Aan de voeten van de paus zien we een gat in de tegelvloer. Uit dat gat komen vlammen. In het vuur staat een man met een keizerskroon. Het is Trajanus!











details Michael Pacher, de Vier Kerkvaders


De paus neemt de keizer bij de arm en trekt hem uit het hellevuur. De weduwe had een goede vooruitziende blik. Zij voorzag immers dat wanneer de keizer direct zou rechtspreken, hij beloond zal worden voor zijn voorbeeldige gedrag.


het middenpaneel van het Hoornse gerechtigheidspaneel en de gerechtigheidstaferelen van Rogier van der Weyden in Brussel én het gerechtigheidstapijt in Bern

middenpaneel Hoornse gerechtigheidspaneel


We zagen reeds dat op het Herkenbald-paneel het wonder met de hostie niet is te herkennen. Ook het wonder met de ongerepte tong van Trajanus is niet meer te zien op het Hoornse gerechtigheidspaneel, maar die voorstelling wás er wel! Om dat te begrijpen maken we een uitstapje naar Brussel en naar Bern.

In 1436 kreeg Rogier van der Weyden (1400-1464) opdracht om een reeks van vier grote gerechtigheidspanelen te schilderen voor het Brusselse stadhuis. De opdracht is het vroegste aanwijsbare voorbeeld van een exemplum iustitiae in de Nederlanden. Het ging bij die opdracht om panelen met voorstellingen uit de legende van Trajanus, de legende van Gregorius en om twee voorstellingen uit de legende van de Brusselse graaf Herkenbald. Tijdens het bombardement door het Franse leger van Lodewijk XIV op Brussel in 1695 gingen het stadhuis en ook de schilderijen van Rogier van der Weyden in vlammen op.

Toch kunnen we ons een aardig beeld vormen hoe de panelen van Rogier van der Weyden er hebben uitgezien. Dat is mede te danken aan een wandtapijt dat rond 1450-1460 naar de Brusselse gerechtigheidsvoorstellingen van Rogier van de Weyden werd gemaakt. Het tapijt werd in opdracht gegeven door Georges de Saluces, bisschop van Lausanne voor zijn kasteel van Ouchy.

Legende van Trajanus en Herkenbald,

het Berner wandtapijt Doornik(?), wol, zijde goud- en zilverdraad: 4,61 x 10,53 m.,

ca. 1450-1460, Bernisches Historisches Museum, Bern


De afbeeldingen op het tapijt tonen van links naar rechts: de Gerechtigheid van Trajanus, Gregorius bidt voor het zielenheil van Trajanus, het wonder met de tong van Trajanus, Herkenbald doodt zijn neef en het wonder met de hostie.

Onder de voorstellingen zijn op het tapijt verklarende teksten aangebracht. Die teksten werden door de Franse diplomaat Francois-Nicolas Baudot Dubuisson-Aubenay tussen 1623 en 1628 in zijn notieboek overgenomen van de lijsten van de schilderijen van Rogier van der Weyden. Daarnaast beschreef de Fransman uitvoerig de voorstellingen op de schilderijen van Rogier van der Weyden. Baudot motiveert ook nog eens de onderwerpen van Rogier van der Weyden door erop te wijzen dat zij blijk geven van Gods instemming met de manier waarop de rechters in de voorgestelde verhalen hebben recht gesproken.

Detail van het tapijt in Bern: Trajanus wordt aangesproken door de weduwe (links) en

de keizer geeft opdracht zijn zoon terecht te stellen.


Dit deel van het tapijt zou ongeveer even groot zijn als de afzonderlijke schilderijen van Rogier van der Weyden die elk ca. 4,60 m. hoog en ca. 4,80 m. breed zouden zijn geweest. Dat betekent dat de andere voorstellingen op het tapijt kleiner zijn weergeven dan de voorstellingen op de schilderijen van Rogier van der Weyden.

De onderwerpen én de teksten op het wandtapijt in Bern komen overeen met de beschrijvingen en de teksten van Baudot. Hoe mooi kun je het krijgen aangeleverd wanneer je een reconstructie wilt maken van een schilderij dat zo’n 325 jaar geleden in vlammen is opgegaan? Daar waag ik mij nu echter niet aan; het gaat in dit artikel immers om het Hoornse gerechtigheidspaneel!


Op het middenpaneel in Hoorn zien we dezelfde onderwerpen als op het tapijt in Bern en dezelfde onderwerpen als op de verloren gegane schilderijen van Rogier van der Weyden. Uit de beschrijvingen van Baudot van de schilderijen in het Brusselse stadhuis valt af te lezen dat het tapijt de voorstellingen van Rogier van der Weyden exacter heeft gevolgd dan de anonieme Hoornse schilder heeft gedaan. Ik noem een paar opvallende overeenkomsten van de panelen in Hoorn met het tapijt in Bern: de uit zijn bed opgerichte graaf die zijn neef met een mes de keel doorsnijdt en de vrouw die achter het bed staat en ontzet de handen opheft. Ook de knielende zoon van Trajanus is op beide kunstwerken hetzelfde. Waar zijn nu die voorstellingen van de bisschop en het wonder van de hostie en de voorstelling van de Gregoriuslegende op het Hoornse paneel gebleven? Die zijn verdwenen! En hoe zit het met de voorstelling in het midden van het paneel die stilistisch van veel latere datum is dan de andere voorstellingen? Om dat allemaal te begrijpen moeten we de situatie in Hoorn in de jaren twintig van de 17de eeuw bij onze bespreking betrekken.


Agathe Fris gaat uitvoerig in op de politieke en godsdienstige situatie in het toenmalige Hoorn gedurende de Tachtigjarige Oorlog. Ook in de belangrijke haven- en handelsstad Hoorn doen zich conflicten voor tussen de verschillende godsdienstige groeperingen. De lokale overheid stelde zich aanvankelijk redelijk tolerant op en ook toen de stad in 1572 onder Willem van Oranje kwam viel in vergelijking met andere steden de repressie hier mee. Daar kwam een einde aan toen prins Maurits in 1618 het Remonstrantse stadsbestuur verving voor een Contraremonstrantse vroedschap. Vanaf dat moment hadden de katholieken en remonstranten het ook in Hoorn zwaar te verduren. Het lijkt er sterk op, zo schrijft Fris dat men in die periode vond dat bepaalde scènes van het Hoornse gerechtigheidspaneel de goedkeuring van de nieuwe stadsregering niet kon wegdragen. De Paapse voorstellingen werden aangepast. Voor het Herkenbald-paneel betekende dit dat de scène met de bisschop aangepast moest worden. De voorste van de twee mannen draagt weliswaar een rond gouden doosje, maar de man is op geen enkele manier als bisschop te herkennen. Infraroodopnamen van de scène links van het bed van de graaf tonen aan dat de bisschop was vergezeld door een misdienaar in een wit kleed. Hij had een wijwatervat in de rechterhand en de wijwaterkwast in de andere hand. Deze scène werd veranderd in twee anonieme mannen die in gesprek zijn met de zieke graaf. Zij dragen niets zeggende bruine mantels. Het gouden doosje is in het Herkenbald verhaal natuurlijk de pyxis die de bisschop naar de zieke had meegenomen. Maar omdat de mannen van alle religieuze uiterlijkheden zijn ontdaan, kan dat kostbare ronde doosje dat de burgerlijk geklede mannen hebben meegenomen nu ook wel iets heel anders zijn.

Detail van het tapijt in Bern: Herkenbald heeft zich van zijn kussen opgericht en snijdt zijn neef de keel door (links) en Herkenbald ligt op bed en de bisschop staat voor hem met de geopende pyxis waaruit de hostie is verdwenen (rechts).


De voorstelling met de Gregorius legende in Hoorn kende een dramatischer lot dan het tafereel met de Herkenbald legende. We kunnen ons goed voorstellen dat het contrareformatorische stadsbestuur van Hoorn de scène met de paus en het wonder met de intact gebleven tong als ‘te Rooms’ afkeurde. De voorstelling werd tot op het paneel volledig afgeschraapt waarmee de oorspronkelijke afbeelding voorgoed verloren is gegaan. De voorstelling werd in Hoorn vervangen door een voorstelling die geen religieuze problemen opleverde. In de houtwormgaten in het paneel heeft men nog resten verf gevonden van de oorspronkelijke beschildering. Met behulp van het tapijt in Bern en de beschrijvingen van de schilderijen van Rogier van der Weyden door Baudot kunnen we ons er nog een voorstelling van maken hoe een en ander op het Hoornse gerechtigheidspaneel er moet hebben uitgezien.


Detail van het tapijt in Bern: het gebed van paus Gregorius (links) en het wonder van de schedel met de ongerepte tong van Trajanus (rechts).


Op het tapijt in Bern worden twee momenten uit de legende van Gregorius voorgesteld. Links knielt de paus voor een altaar met daarop het beeld van Petrus. Hij bidt voor de redding van de ziel van Trajanus. Rechts presenteren een aantal mannen de schedel van de keizer aan de paus. De paus staat in aanbidding voor de schaal met de schedel. De roze kleur van de tong laat zien dat deze nog intact is.


De Rechtvaardige rechters (middenpaneel midden)

In het midden van het middenpaneel verscheen dus een andere voorstelling: een voorstelling van de Rechtvaardige rechters van de hand van de Hoornse kunstenaar Jacob Waben (ca. 1575-ca. 1641). De voorstelling leunt zwaar op een embleem in het populaire Liber Emblematum, een emblemataboek van de Italiaanse humanistische rechtsgeleerde Giovanni Andrea Alciato (1492- 1550).


IN SENATUM BONI PRINCIPIS

Effigies manibus truncae ante altaria Divum, Hic resident, quarum lumine capta prior. Signa potestatis summae sanctique senatus, Thebanis fuerant ista reperta viris. Cur resident? quia mente graves decet esse quieta, Iuridicos animo nec variare levi. Cur sine sunt manibus? capiant ne xaenia, nec se Pollicitis flecti muneribusve sinant. Caecus at est princeps, quod solis auribus, absque Affectu constans iussa senatus agit.


Vertaling titel van het embleem: Goede leiders in de senaat

Vertaling versje van het embleem: Figuren zonder handen zitten hier voor de altaren van de goden. Het hoofd van hen is van het zicht beroofd. Deze symbolen van de opperste macht en van de eerwaarde senaat werden ontdekt door mannen van Thebe. Waarom zitten ze? - Omdat wetgevers serieus moeten zijn, een kalme geest moeten hebben en niet moeten meegaan met veranderende gedachten. - Waarom hebben ze geen handen? - Zodat ze geen geschenken aannemen, noch zich laten beïnvloeden door beloften of steekpenningen. Maar de president is blind, omdat de senaat, door alleen te horen, niet beïnvloed wordt door eigen gevoel, maar onpartijdig uitvoert wat hem wordt opgedragen.

De Latijnse titel van het embleem In Senatum Boni Principes vinden we terug in gouden letters boven de beschilderde panelen op de lijst van het Hoornse gerechtigheidspaneel. De combinatie van de titel en het plaatje worden in het tekstgedeelte van het embleem door Alciato uitgelegd. In zijn algemeenheid komt het erop neer dat een rechtervaardige rechter gezeten is omdat hij niet te bewegen is in te gaan op de verleidingen die het rechterlijke ambt met zich meebrengt. Op alle voorstellingen die we in de vier artikelen hebben gezien zijn de rechters gezeten. Wanneer we het over de rechterlijke macht hebben, spreken we nog steeds over ‘zittende magistratuur’!

De rechtvaardige rechter dient figuurlijk geblinddoekt te zijn omdat een rechtvaardige rechter oordeelt zonder aanzien des persoons.

De rechtvaardige rechter heeft figuurlijk geen handen. Hij zal zijn hand niet uitsteken om geschenken aan te nemen en als tegenprestatie een onrechtvaardig vonnis uitspreken.


Op het plaatje van het embleem in het Liber Emblematum draagt geen van de rechters een blinddoek, maar de ogen van de rechter in het midden zijn gesloten. De rechters zijn gezeten en twee van hen hebben geen handen.

Op het Hoornse gerechtigheidspaneel worden de rechters ook op een allegorische manier voorgesteld: zij zijn gezeten, de rechter rechts bovenaan draagt een blinddoek en een gerechtsroede. De rechter rechts op de voorgrond heeft geen hand. Met zijn armstomp leunt hij op de gebogen voorkant van zijn zetel.


Dat is nog eens wat anders dan de rechter op het detail van De Zeven Hoofdzonden van Hieronymus Bosch en de rechter in Hoorn bij het Oordeel van Cambyses! Beiden hebben hun hand achter de rug opgehouden om geld te ontvangen.


Op de lijst van het Hoornse gerechtigheidspaneel staat in gouden letters:

Wel geluck salich sijn de landen daar tRecht blindt is en sonder Handen.



Gebruikte literatuur

- A. Fris, Het Hoorns gerechtigheidsdrieluik ontleed, overdruk uit Antiek, tijdschrift voor liefhebbers van oude kunst en kunstnijverheid, 20, 10 1986

- Vos, Dirk de, Rogier van der Weyden. Het volledige oevre, De legende van Trajanus, Gregorius en Herkenbald ‘De Gerechtigheidstaferelen’ p. 345 t.m. 354, Antwerpen, 1999

- Campbell, Lorne en Stock, Jan Van der, Rogier van der Weyden 1400-1464, De Passie van de Meester, Zwolle / Leuven, 2009

- De restauratie van het Gerechtigheidspaneel door restaurateur Ronald de Jager, video Westfries Museum, 2012-2013

- Wikipedia: ‘Trajanus’, ‘Herkenbald’ en 'Giovanni Andrea Alciato', geraadpleegd: 16-7- 2021




173 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven